Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Risicofactoren voor patiënt-gerapporteerde stem- en spraaksymptomen in lange-termijn overlevers van orofarynxcarcinoom (0)
2021-05-07 13:00   ( Nieuws )
Tags:  long-term OPC survivors risk factors for voice and speech symptoms
Prof. Sanjay SheteProblemen van stem en spraak kunnen in belangrijke mate een negatieve impact hebben op de kwaliteit van leven. Deze problemen kunnen substantieel toenemen na behandeling voor orofarynxcarcinoom (OPC). Een retrospectieve studie van MD Anderson (Houston TX) heeft risicofactoren geïdentificeerd voor patiënt-gerapporteerde stem- en spraaksymptomen in lange-termijn overlevers van OPC. Prof. Sanjay Shete en collega’s publiceren de studie studie in JAMA Otolaryngology-Head & Neck Surgery.1

De onderzoekers benaderden 906 patiënten die vrij waren van maligniteiten nadat ze tussen begin 2000 en eind 2013 bij MDACC curatieve behandeling voor OPC hadden ondergaan. Het mediane interval tussen behandeling en het nu gepubliceerde onderzoek was 6 jaar (range 1-16). Onder de benaderde patiënten waren 881 bereid deel te nemen. De deelnemers (mediane leeftijd 56 jaar; range 32-84; 15,5% vrouwen; 92,4% blanken) gaven informatie aan de hand van de MD Anderson Symptom Inventory-Head and Neck Cancer Module. Matig-tot-ernstige stem- en spraaksymptomen (MDASI-score 5 tot en met 10) werden gerapporteerd door 113 deelnemers (12,8%). Factoren die geassocieerd waren met het risico van matig-tot-ernstige stem- en spraaksymptomen waren langere overlevingstijd, hogere radiotherapiedosering, zwart ras, Hispanic etniciteit, sigaretten roken op het moment van het onderzoek, behandeling met inductie en concurrente chemotherapie, en craniële neuropathie. Split-field IMRT was geassocieerd met lagere waarschijnlijkheid van matig-tot-ernstige stem- en spraaksymptomen.

De onderzoekers concluderen dat de studie risicofactoren heeft geïdentificeerd voor stem- en spraaksymptomen onder lange-termijn overlevers van OPC.

Summary: A retrospective study retrospective study at MD Anderson Cancer Center investigated risk factors for patients-reported voice and speech symptoms among long-term survivors of oropharyngeal cancer. Risk factors included total radiotherapy dose, multimodality induction and concurrent chemotherapy regimens, continued smoking, as well as clinical and demographic factors.




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

CVD-risico schatten door automatische kwantificering van CACs op CT-scans voor RT-planning voor mammacarcinoom (0)
2021-05-07 12:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer radiotherapy planning CT scans coronary artery calcifications CVD risk
Dr. Roxanne GalCardiovasculaire ziekte (CVD) is niet ongewoon onder patiënten die behandeld zijn voor mammacarcinoom (BC), vooral onder patiënten die systemische behandeling en radiotherapie (RT) kregen en in patiënten met vooraf-bestaande CVD-risicofactoren. Calcificaties in de coronairslagader (CACs) vormen een sterke onafhankelijke CVD-risicofactor. CACs kunnen geautomatiseerd worden gekwantificeerd op CT-scans voor RT-planning. Een Nederlandse multicenterstudie heeft de associatie van CACs op deze scans met CVD en coronairslagaderziekte (CAD) in BC-patiënten. Dr. Roxanne Gal (UMC Utrecht) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1



De studie includeerde 15.915 BC-patiënten die RT kregen tussen begin 2005 en eind 2016, en werden gevolgd tot eind 2018. De gemiddelde leeftijd op het moment van de CT-scan was 59,0 jaar (SD 11,2); vrijwel alle patiënten (99,8%) waren vrouwen. De CAC-scores werden met een deep-learning algoritme geautomatiseerd berekend aan de hand van de CT-scans, De patiënten werden onderscheiden in Agastston risicocategorieën (0, 1-10, 11-100, 101-399, en 400 of meer eenheden). Eindpunten van de studie waren fatale en niet-fatale CVD- en CAD-gebeurtenissen.

Zeventig procent van de patiënten had geen CAC; 10,0% had een score van 1-10; 11,5% een score van 11-100; 5,2% een score van 101-399; en 3,1% een score van 400 of hoger. De mediane follow-up was 51,2 maanden. Het CVD-risico was 5,2% in de groep patiënten zonder CAC, en nam met elke hogere CAC-categorie verder toe, tot uiteindelijk 28,2% in de groep patiënten met een CAC-scroe 400 of hoger. De CAC-score was vooral sterk geassocieerd met het CAD-risico. De associatie tussen CAC en CVD was het sterkst in patiënten die anthracyclines kregen en patiënten die een RT-boost kregen.

De onderzoekers concluderen dat CACs op BC RT-planning CT-scans geassocieerd waren met risico van CVD, met name CAD. Geautomatiseerde CAC-scores op basis van de CT-scans kunnen worden gebruikt als snelle en goedkope tools om patiënten met verhoogd CVD-risico te identificeren.

1.Gal R, van Velzen SGM, Hooning MJ et al. Identification of risk of cardiovascular disease by automatic quantification of coronary artery calcifications on radiotherapy planning CT scans in patients with breast cancer. JAMA Oncol 2021.1144

Summary: A multicenter study in The Netherlands found that coronary artery calcium on breast cancer radiotherapy planning CT scan results was associated with CVD, especially CAD. Automated CSC scoring on RT planning CT scans may be used as a fast and low-cost tool to identify patients with breast cancer at increased risk of CVD.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve universele screening voor erfelijke predispositie voor CRC in Ohio (0)
2021-05-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  universal screening for hereditary colorectal cancer
Dr. Rachel PearlmanEr is behoefte aan betrouwbare en praktisch uitvoerbare methoden voor identificatie van personen met erfelijk hoog risico onder patiënten met colorectaalcarcinoom. Een staat-breed programma in 51 ziekenhuizen in Ohio de waarde van universele screening op erfelijk CRC onderzocht. Dr. Rachel Pearlman (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren resultaten van het programma in JCO Precision Oncology.1

Het programma includeerde 3310 niet-geselecteerde volwassen die tussen begin 2013 en eind 2016 chirurgische resectie ondergingen voor primair CRC. Alle patiënten ondergingen universele tumorscreening (UTS) voor MMR-deficiëntie, en multigen paneltesting (MGPT) op pathogene kiemlijnvarianten (PGVs) werd uitgevoerd onder 1462 patiënten die voldeden aan tenminste één van de voorwaarden: MMR-deficiëntie, diagnose voor de leeftijd vijftig jaar, meerder primaire tumoren (CRC of endometriumcarcinoom), of een eerstegraads verwant met CRC of endometriumcarcinoom.

MMR-deficiëntie werd vastgesteld in 525 patiënten (15,9%), en 234 patiënten (7,1%; 16% van de MGPT patiënten) hadden 248 PGVs in cancer susceptibility genes. Een PGV in een MMR-gen werd gezien in 142 patiënten (4,3%) en een PGV in een niet-MMR gen in 101 patiënten (3,1%). Tien patiënten met Lynch syndroom hadden ook een niet-MMR PGV, en twee hadden constitutionele MLH1-hypermethylering. Onder de 86 patiënten met niet-verklaarde MMR-deficiëntie hadden 76 (88,4%) dubbele somatische MMR-mutaties. Als MMR-patiënten alleen op PGVs in MMR-genen getest waren, dan zouden achttien PGVs in niet-MMR genen gemist zijn (7,3% van alle geïdentificeerde PGVs). Als UTS de enige gebruikte methode zou zijn geweest, dan zouden 91 van 236 (38,6%) gemist zijn, inclusie 9 van 144 (6,3%) met Lynch syndroom.

De onderzoekers concluderen dat alleen UTS niet volstaat voor het identificeren van een hoog percentage van CRC-patiënten met erfelijke syndromen, onder wie sommigen met Lynch syndroom. Tenminste 7,1% van de patiënten met CRC hebben een PGV. MGPT dient overwogen te worden voor alle CRC-patiënten.

1.Pearlman R, Frankel WL, Swanson BJ et al. Prospective statewide study of universal screening for hereditary colorectal cancer: the Ohio cororectal cancer prevention initiative. JCO Precision Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A statewide universal screening program for hereditary colorectal cancer among patients in Ohio showed that universal tumor screening alone in insufficient for identifying a large proportion of CRC patients with hereditary syndromes, including some with Lynch syndrome. At a minimum, 7.1% of CRC patients have a pathogenic germline variant. Pan-cancer multigene panel testing should be considered for all patients with CRC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van lenvatinib voor gevorderde graad 1-2 pancreas en GI neuroëndocriene tumoren (0)
2021-05-06 14:00   ( Nieuws )
Tags:  TALENT trial GEP-NETs lenvatinib
Dr. Jaume CapdevilaGoedgekeurde systemische behandelingen voor gevorderde gastroënteropancreatische neuroëndocriene tumoren (GEP-NETs) resulteren slechts in beperkte afname van de tumorbelasting, en hebben geen antitumor-werkzaamheid na progressie op gerichte behandelingen. De multinationale fase 2-studie TALENT heeft lenvatinib (remmer van VEGFR1, 2, en 3 kinasen) voor eerder-behandelde gevorderde GEP-NETs geëvalueerd. Dr. Jaume Capdevila (Vall Hebron Universiteitsziekenhuis, Barcelona) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

TALENT werd uitgevoerd in eenentwintig centra in vier Europese landen. De studie includeerde patiënten met gevorderde graad 1-2 pancreas (panNET) of GI-NETs met tumorprogressie na targeted agents (panNET) of somatostatine-analogen (GI-NET). De patiënten kregen lenvatinib 24 mg eenmaal daags tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was centraal radiologisch-beoordeelde respons.

De studie includeerde 55 panNET en 56 GI-NET patiënten. De mediane follow-up was 23 maanden. De ORR onder alle patiënten was 29,9% (95%-bti 21,6-39,6), onder de panNET patiënten 44,2% en onder de GI-NET patiënten 16,4%. De mediane duur van respons was 19,9 maanden (range 8,4-30,8) in het panNET cohort en 33,9 maanden (range 10,6-38,3) in het GI-NET cohort. De mediane progressievrije overleving was 15,7 maanden (95%-bti 14,1-19,5). De meest-gerapporteerde adverse events waren vermoeidheid, hypertensie, en diarree. Doseringsreductie of dosisinterruptie was vereist voor 93,7% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat lenvatinib resulteerde in de hoogste tot nu toe gerapporteerde centraal-bevestigde ORR met een multikinaseremmer voor gevorderde GEP-NETs, met vooral goede respons in het panNET-cohort.

1.Capdevila J, Fazio N, Lopez C et al. Lenvatinib in patients with advanced grade 1/2 pancreatic and gastrointestinal neuroendocrine tumors: results of the phase II TALENT trial (GETNE1509). J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 TALENT study found the highest centrally confirmed response reported to date with a multikinase inhibitor in advanced GEP-NETs, with a particularly strong response in the panNET cohort.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving na borstsparende therapie versus mastectomie na correctie voor comorbiditeit en SES (0)
2021-05-06 13:00   ( Nieuws )
Tags:  breast consevation versus mastectomy survival adjusted for comorbidity and socioeconomic status
Prof. Jana de BonifaceIn cohortstudies is betere overleving gezien na borstsparende chirurgie plus radiotherapie (BCS+RT) dan na mastectomie (Mx) in patiënten met mammacarcinoom. Het is niet duidelijk of dit een onafhankelijk effect is of een consequentie van selectiebias. Een cohortstudie in Zweden heeft het overlevingsvoordeel met BCS+RT versus Mx geïnventariseerd na correctie voor twee belangrijke confouders: comorbiditeit en sociaal-economische status (SES). Prof. Jana de Boniface (St. Görans Ziekenhuis, Stockholm) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde alle vrouwen die tussen begin 2008 en eind 2017 in Zweden chirurgie ondergingen voor primair invasief T1-2 N0-2 mammacarcinoom (n=48.986). Onder deze vrouwen kreeg 59,9% BCS+RT, 25,3% alleen Mx, en 14,7% Mx+RT. De mediane follow-up was 6,28 jaar (range 0,01-11,70). In het cohort overleden 6573 patiënten aan alle oorzaken en 2313 aan mammacarcinoom; de vijf-jaars overall survival was 91,1% (95%-bti 90,8-91,3) en de vijf-jaars mammacarcinoomspecifieke overleving was 96,3% (96,1-96,4). De vrouwen die Mx kregen waren ouder, hadden lager opleidingsniveau, en lager inkomen. Beide Mx-groepen hadden hogere comorbiditeitenbelasting dan de BCS+RT groep. Na stapsgewijze correctie voor alle covariaten waren vergeleken met BCS+RT zowel Mx zonder RT als Mx+RT geassocieerd met slechtere OS en BCSS: alleen Mx versus BCS+RT OS-HR 1,79 (95%-bti 1,66-1,92) en BCSS-HR 1,66 (1,45-1,90); en Mx+RT versus BCS+RT OS-HR 1,24; 1,13-1,37) en BCSS-HR 1,26 (1,08-1,46).

De onderzoekers concluderen dat ook na correctie voor comorbiditeit en SES de uitkomsten beter zijn met BCS+RT dan met Mx al of niet met RT.

1.De Boniface J, Szulkin R, Johansson ALV. Survival after breast conservation vs mastectomy adjusted for comorbidity and socioeconomic stats. A Swedish national 6-year follow-up of 48 986 women. JAMA Surg 2021.1438

Summary: A cohort study in Sweden (48,986 women followed for 6 years) compared survival after breast conserving surgery plus radiotherapy versus mastectomy with or without radiotherapy, after adjustment for comorbidity and socioeconomic status. Also after adjustment, OS and BCSS were significantly worse with mastectomy with or without radiotherapy compared with breast conserving surgery plus radiotherapy. If both interventions are valid options, mastectomy should not be regarded as equal to breast conservation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ixazomib, daratumumab en lage-dosering dexamethason voor NDMM in fragiele patiënten (0)
2021-05-06 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Hovon 143 study newly diagnosed multiple myeloma in frail patients
Claudia StegeFragiele patiënten met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) hebben inferieure uitkomsten, vooral omdat een hoog percentage van de patiënten behandeling discontinueert vanwege toxiciteit. De Nederlandse fase 2-studie Hovon 143 heeft de werkzaamheid en tolerabiliteit van de combinatie van ixazomib, daratumumab, en lage-dosering dexamethason (Ixa-Dara-dex) voor NDMM in fragiele patiënten geïnventariseerd. PhD-student Claudia Stege (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 65 NDMM-patiënten die fragiel waren volgens de International Myeloma Working Group fragiliteitenindex. De patiënten kregen negen inductiecycli Ixa-Dara-dex gevolgd door ten hoogste twee jaar Ixa-Dara onderhoud. De ORR op inductietherapie was 78%. Na mediaan 22,9 maanden follow-up was de mediane progressievrije overleving 13,8 maanden en de twaalf-maands overall survival 78%. De mediane PFS en twaalf-maands OS waren 21,6 maanden en 92% in de groep patiënten die fragiel waren alleen op basis van leeftijd hoger dan tachtig jaar, en 13,8 maanden en 78% in de groep patiënten die tachtig jaar of jonger waren maar andere fragiliteitskenmerken hadden, en 10,1 maanden en 70% in de groep patiënten die ouder waren dan tachtig jaar en andere fragiliteitskenmerken hadden. De inductietherapie moest voortijdig gediscontinueerd worden in 51% van de patiënten, wegens noncompliance in 6%, toxiciteit in 9%, en overlijden in 9% (8% binnen twee maanden, waarvan 80% aan toxiciteit). Kwaliteit van leven verbeterde tijden de inductiebehandeling; deze verbetering was reeds na drie cycli klinisch relevant.

De onderzoekers concluderen dat Ixa-Dara-dex voor NDMM in fragiele patiënten resulteerde in hoge responspercentages en verbetering van de kwaliteit van leven, maar dat discontinuering van de behandeling vanwege toxiciteit, en vroege mortaliteit een punt van zorg blijven in deze populatie.

1.Stege CAM, Nasserinejad K, van der Spek E et al. Ixazomib, daratumumab, and low-dose dexamethasone in frail patients with newly diagnosed multiple myeloma: the Hovon 143 study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The phase 2 Hovon 143 study evaluated the combination of ixazomib, daratumumab, and low-dose dexamethasone for newly diagnosed multiple myeloma in frail patients.The combination induced high response rate and improved quality of life. However, treatment discontinuation because of toxicity and early mortality remains a concern in frail patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prevalentie van maligniteiten in de regio Cambridge in de Middeleeuwen (0)
2021-05-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  cancer prevalence in medieval Cambridge (UK)
Dr. Piers MitchellDe prevalentie van maligniteiten verandert in de loop van de tijd. Het levenslange risico van een maligniteit in Groot-Brittannië was 38,5% onder mannen en 36,7% onder vrouwen die in 1930 geboren zijn, en 53,5% onder mannen en 47,5% onder vrouwen die in 1960 geboren zijn. Een studie van de University of Cambridge (UK) heeft geleid tot schattingen van de prevalentie van maligniteiten in de regio Cambridge in de Middeleeuwen (zesde tot en met zestiende eeuw). Dr. Piers Mitchell en collega’s publiceren de studie in Cancer.1



De studie is gebaseerd op analyse van 143 skeletten afkomstig van zes begraafplaatsen. De onderzoekers vonden aanwijzingen voor metastasen in het skelet van 3,5% van de individuen (n=5). Extrapolatie van huidige gegevens over patiënten die overlijden met botmetastasen leidt tot de conclusie dat de prevalentie van maligniteiten op het moment van overlijden onder volwassen individuen in middeleeuws Cambridge en omgeving 9% tot 14% bedroeg.

De onderzoekers concluderen dat de prevalentie van maligniteiten in de Middeleeuwen hoger was dan tot nu toe gedacht werd (minder dan 1% van de bevolking).

1.Mitchell PD, Dittmar JM, Mulder B et al. The prevalence of cancer in Britain before industrialization. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of 143 skeletons from 6 cemeteries from the Cambridge (UK) area dating from the 6th to 16th century found evidence for metastases in 3.5% of individuals. The authors conclude that this suggests a minimum prevalence of all cancers at the time of death in medieval Britain to be approximately 9% tot 14% of adults.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van veliparib met carboplatine en etoposide voor niet-eerder behandeld ES-SCLC (0)
2021-05-05 14:00   ( Nieuws )
Tags:  extensive-stage small cell lung cancer veliparib
Dr. Lauren ByersDe waarde van de combinatie van PARP-remming plus chemotherapie voor extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES-SCLC) is niet duidelijk. Een multinationale gerandomiseerde fase 2-studie heeft de combinatie van veliparib met carboplatine-etoposide chemotherapie voor niet-eerder behandeld ES-SCLC geëvalueerd. Dr. Lauren Byers (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 181 patiënten, die 1:1:1 werden gerandomiseerd naar zes cycli veliparib plus chemotherapie gevolgd door veliparib onderhoud (‘veliparib throughout’ groep), veliparib plus chemotherapie gevolgd door placebo onderhoud (‘veliparib combination only’ groep), of placebo plus chemotherapie gevolgd door placebo onderhoud (‘controlegroep’). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving met veliparib throughout versus controle.

De PFS was beter met veliparib throughout dan met controle (HR 0,67; 80%-bti 0,50-0,88). Onder patiënten met SLFN11-positieve ziekte was de PFS-HR 0,6 (80%-bti 0,36-0,97). De mediane overall survival was niet beter met veliparib throughout dan met controle (HR 1,43; 80%-bti 1,09-1,88). Graad 3 of 4 adverse events werden gezien in 82% van de patiënten in de veliparib throughout groep, 88% in de combination only groep, en 68% in de controlegroep.

De onderzoekers concluderen dat veliparib in combinatie met platina-chemotherapie gevolgd door veliparib onderhoud voor niet-eerder behandeld ES-SCLC resulteerde in verbetering van de PFS maar niet OS vergeleken met alleen platina-chemotherapi.

1.Byers LA, Bentsion D, Gans S et al. Veliparib in combination with carboplatin and etoposide in patients with treatment-naïve extensive-stage small cell lung cancer: a phase 2 randomized study. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A multinational randomized phase 2 study found that veliparib plus platinum chemotherapy followed by veliparib maintenance for ES-SCLC improved PFS compared to platinum chemotherapy followed by placebo , but there was no corresponding OS benefit.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)