Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 1-2a studie van indatuximab ravtansine plus dexamethason en immuunmodulatie voor RRMM (0)
2021-09-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory multiple myeloma indatuximab ravtansine
Dr. Kevin KellyIndatuximab ravtansine (inda-rav) is een antibody-drug conjugate dat zich kan binden aan CD138, met aanwijzingen voor werkzaamheid in preklinische modellen van multipel myeloom. Een multicenter fase 1-2a studie in de Verenigde Staten heeft inda-rav in combinatie met immuunmodulerende middelen voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) geëvalueerd. Dr. Kevin Kelly (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

De studie, uitgevoerd in negen centra in de Verenigde Staten, includeerde volwassen patiënten met RRMM en ECOG performance status 2 of beter. De patiënten kregen inda-rav plus lenalidomide en dexamethason na falen van tenminste één eerdere therapie, of ze kregen inda-rav plus pomalidomide en dexamethason na falen van tenminste twee eerdere regimes en progressie op of binnen 60 dagen na voltooiing van hun laatste behandeling. In fase 1 werd inda-rav intraveneus 100 mg/m2 op dagen één, acht, en vijftien van vier-weekse cycli gekozen als aanbevolen fase 2-dosering.

De studie includeerde 47 patiënten in de inda-rav plus dexamethason en lenalidomidegroep. De mediane follow-up was 24,2 maanden. Objectieve respons werd gezien in 72% van de patiënten. De inda-rav plus dexamethason en pomalidomidegroep telde 17 patiënten, met mediane follow-up 24,1 maanden, en objectieve respons in 71% van de patiënten. Klinisch profijt werd gezien in 85% respectievelijk 88% van de patiënten in beide groepen. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events in beide groepen waren neutropenie (22% van de patiënten), anemie (16%), en trombocytopenie (11%). Discontinuering vanwege TRAEs was noodzakelijk in 55% van de patiënten, onder wie 8% met een graad 5-gebeurtenis (niet samenhangend met inda-rav).

De onderzoekers cconcluderen dat inda-rav in combinatie met immuunmodulerende middelen verdragen werd en antitumoractiviteit had in patiënten met RRMM.

1.Kelly K, Ailawadhi S, Siegel DS et al. Indatuximab ravtansine plus dexamethasone with lenalidomide or pomalidomide in relapsed or refractory multiple myeloma: a multicentre, phase 1/2a study. Lancet Haematol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1-2a study in the USA found that the antibody-drug conjugate indatuximab ravtansine in combination with immunomodulatory drugs had antitumor activity and was tolerated in patients with relapsed or refractory multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Nieuw model voor schatting van overleving van levercelcarcinoom (0)
2021-09-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC estimating survival
Vanwege de tumorheterogeniteit in levercelcarcinoom (HCC) is het lastig recidief en overleving te voorspellen op basis van klinische variabelen. Vessels encapsulating tumor clusters (VETC) is een nieuw vasculair patroon dat dient te worden onderscheiden van microvasculaire invasie (MVI). Onderzoekers van vijf centra in China hebben een nieuw model voor schatting van de overleving van HCC-patiënten ontwikkeld en gevalideerd. Prof. Rong-Ping Guo (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren het model in JAMA Network Open.1

Het VMNS-model includeert vier factoren: VETC, MVI, tumoraaantal, en maximale tumorgrootte. Het model is gebaseerd op gegevens van een prognostische studie met 498 patiënten die radicale hepatectomie ondergingen voor HCC (86,7% mannen; gemiddelde leeftijd bij diagnose 51,4 ± 11,3 jaar). Het trainingscohort telde 243 patiënten, het interne-validatiecohort 122, en het externe-validatiecohort 133. Het primaire eindpunt was recidiefvrije overleving.

De C-index van het VNMS-model in het trainingscohort was 0,702 (95%-bti 0,653-0,752), aanzienlijk beter dan de C-index van zes conventionele RFS-voorspellingsmodellen in HCC, uiteenlopend van 0,587 tot 0,657. De figuur laat zien dat het model goed onderscheid maakte tussen drie verschillende risicogroepen, met een twee-jaars RFS van 81,4% voor de laag-risicogroep, 62,1% voor de intermediair-risicogroep, en 30,1 % voor de hoog-risicogroep (p<0,001). De calibratiecurven van het VMNS-nomogram lieten goede overeenkomst zien tussen de voorspelde en waargenomen RFS. De resultaten werden bevestigd in de validatiecohorten.

De onderzoekers concluderen dat het VMNS-model geïndividualiseerde prognosticatie mogelijk maakt voor patiënten die curatieve resectie ondergaan voor HCC.

1.Lin W-P, Xing K-L, Fu J-C et al. Development and validation of a model including distinct vascular patterns to estimate survival in hepatocellular carcinoma. JAMA Network Open 2021;4:e2125055

Summary: Researchers in China developed and validated a model for individualized prognostication of recurrence-free survival of patients undergoing curative resection for hepatocellular carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Optimale definitie van positieve circumferentiële resectiemarge in lokaal-gevorderd slokdarmcarcinoom (0)
2021-09-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced esophageal cancer definition of positive CRM
Dr. Florence RenaudEr bestaan twee definities van een positieve circumferentiële resectiemarge (CRM) in slokdarmcarcinoom: het College of American Pathologists (CAP) hanteert als definitie CRM 0 mm, en het Royal College of Pathologists (RCP) gebruikt als definitie CRM ≤ 1 mm. Een studie van de Université de Lille (Frankrijk) heeft de prognostische waarde van beide definities geëvalueerd. Dr. Florence Renaud en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1



De studie incudeerde 283 patiënten die tussen begin 2007 en eind 2016 curatieve resectie ondergingen voor lokaal-gevorderd (≥ pT3) adenocarcinoom of squameus celcarcinoom. Onder de 283 patiënten waren er 48 met een positieve CRM volgens de CAP-definitie en 171 met een positieve CRM volgens de RCP-definitie. In multivariate analyse was eenpositieve CRM volgens beide definities geassocieerd met slechte overall survival (CAP: HR 2,26; p<0,001; RCP: HR 1,42; p=0,035). Een CRM van 0 mm was voorspellend voor slechtere OS en ziektevrije overleving dan CRM 1 mm of minder (p<0,0001), terwijl er geen significant verschil was tussen CRM hoger dan 1 mm en CRM 1 mm of lager, hetgeen uitwijst dat de CAP-definitie meer accuraat was voor het voorspellen van prognose en recidief. De studie vond nieuwe CRM-afsnijwaarden voor het voorspellen van OS: 100 μm in squameus celcarcinoom, en 200 μm in adenocarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat de CAP-definitie meer accuraat was voor het voorspellen van OS en DFS dan de RCP-definitie. De studie identificeerde nieuwe afsnijwaarden voor CRM afhankelijk van histologisch type.

1.Brac B, Dufour C, Behal H et al. Is there an optimal definition for a positive circumferential resection margin in locally advanced esophageal cancer? Ann Surg Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in France evaluated the prognostic value of two definitions of positive circumferential resection margin in locally advanced esophageal cancer: the CAP defition (CRM = 0 mm) and the RCP definition (≤ 1mm). The study found that a CRM of 0 mm was predictive of worse OS and DFS than a CRM of 1 mm or less, whereas no significant difference was found between a CRM greater than 1 mm and a CRM of 1 mm or less. New cutoff values or 100 μm in squamous cell carcinoma and 200 μm in adenocarcinoma were optimal for predicting OS. The authors conclude that the CAP definition was more accurate for predicting prognosis en recurrence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van interval CRC na implementatie van FIT in guaiac-gebaseerd screeningsprogramma (0)
2021-09-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  FIT implementation in guaiac-based screening program interval CRC incidence
Fecale immunochemische testen (FITs) worden in toenemende mate geïntroduceerd in programma’s van screening op colorectaalcarcinoom (CRC). Een studie in Frankrijk heeft de impact geïnventariseerd van implementatie van FIT in een twee-jaarlijks guaiac–gebaseerd (gFOBT) programma, met als primair eindpunt incidentie van interval-CRC.. Prof. Astrid Lièvre (Centre Hospitalier Universitaire de Rennes) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie vergeleek resultaten van FIT met die van gFOBT in de twee voorafgaande screeningsronden. Voor de drie geanalyseerde ronden werden 279.041 testen uitgevoerd door 156.186 personen. De testen resulteerden in 612 screen-gedetecteerde CRC-gevallen, terwijl onder de deelnemers 209 gevallen van interval-CRC werden gedetecteerd. De voor geslacht en leeftijd gecorrigeerde twee-jaars cumulatieve incidentie van interval-CRC was 55,7 (95%-bti 45,3-68,5) per 100.000 persoonsjaren na de voorlaatste gFOBT-ronde, 43,2 (32,6-55,2) per 100.000 persoonsjaren na de laatste gFOBT-ronde, en 15,8 (10,9-22,8) per 100.000 persoonsjaren na de FIT-ronde. De FIT/gFOBT incidence rate ratio was 0,38 (p<0,001). Voor geslacht en leeftijd gecorrigeerde sensitiviteit was significant hoger met FIT dan met gFOBT (OR 6,70; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat na switchen van gFOBT naar FIT de incidentie van interval-CRC sterk afnam.

1.Bretagne J-F, Carlo A, Piette C et al. Significant decrease in interval colorectal cancer incidence after implementing immunochemical testing in a multiple-round guaiac-based screening programme. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A population-based study in France found that switchting from gFOBT to FIT in a colorectal cancer screening program resulted in a dramatic decrease in the cumulative incidence rates of interval cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van kwaliteit van leven met immuuncheckpointremmers voor maligniteiten (0)
2021-09-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for cancer quality of life
Dr. Brian GonzalezPatiënt-gerapporteerde kwaliteit van leven (QOL) is een belangrijk eindpunt van studies van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft QOL van ICI-behandelde patiënten geïnventariseerd en vergeleken met QOL van niet-ICI behandelde patiënten. Dr. Brian Gonzalez (Moffitt Cancer Center, Tampa FL) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de literatuur tot en met november 2019 vonden de onderzoekers 26 studies die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden: studies die longitudinale QOL rapporteerden van volwassen patiënten met maligniteiten die ICIs kregen. Deze studies hadden tezamen 6974 patiënten. De onderzoekers identificeerden ook 16 studies die de QOL vergeleken tussen ICI-behandelde patiënten (n=3588) en niet-ICI behandelde patiënten (n=2948). Uitkomsten waren verandering van algemene QOL vanaf baseline in de ICI-behandelde patiënten, en verschil in verandering tussen ICI-behandelde patiënten en niet-ICI behandelde patiënten.

Onder de ICI-behandelde patiënten werd in de loop van de behandeling geen significante verandering van algemene QOL gezien (p=0,19). De verandering in algemene QOL was onder de ICI-behandelde patiënten significant gunstiger dan onder de niet-ICI behandelde patiënten (p<0,001). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in verandering in fysiek functioneren (p=0,94). Verlies van eetlust, slapeloosheid, en pijnklachten verbeterden maar dyspnoe verslechterde onder ICI-behandelde patiënten (alle p<0,001). De ernst van slapeloosheid was hoger onder de ICI-behandelde patiënten dan onder de niet-ICI behandelde patiënten (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat de algemene QOL van patiënten die ICI-kregen voor maligniteiten niet verslechterde, en dat de algemene QOL van iCI-behandelde patiënten beter was dan die van niet-ICI behandelde patiënten.

1.Gonzalez BD, Eisel SL, Bowles KE et al. Meta-analysis of quality of life in cancer patients treated with immune checkpoint inhibitors. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: Meta-analysis of 26 studies (6,974 patients) found that patients receiving immune checkpoint inhibitors for cancer report no change in global quality of life, and have higher QOL than patients treated with non-ICI regimens.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten na pelvische exenteratie voor recidiverende of persistente gynecologische maligniteiten (0)
2021-09-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  recurrent or persistent gynecologic malignancies pelvic exenteration
Dr, Yukio SonodaDe waarde van pelvische exenteratie (PE) voor recidiverende of persistent gynecologische maligniteiten in moderne cohorten is niet duidelijk. Een retrospectieve studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center heeft PE voor deze maligniteiten geëvalueerd. Dr. Yukio Sonoda en collega’s publiceren de studie in Gynecologic Oncology.1

Tussen begin 2010 en eind 2018 ondergingen 71 MSKCC-patiënten PE voor recidiverend of progressief carcinoom van uterus, cervic, vagina, of vulva, met histologisch bevestigde complete chirurgische resectie van de maligniteit. De mediane leeftijd ten tijde van de PE was 62 jaar (range 28-86). De primaire diagnose was vulvacarcinoom in 32%, cervxcarcinoom in 30%, uteruscarcinoom in 23%, en vaginacarcinoom in 15%. De mediane overall survival na PE met R0 marges wa 55,1 maanden (95%-bti 36-NE). Factoren die in univariate analyse geassocieerd waren met slechter OS waren leeftijd hoger dan 62 jaar (HR 2,71; 95%-bti 1,27-5,79), ASA 3 of 4 (3,41; 1,03-11,29), en vulvacarcinoom (4,19; 1,17-14,96). Tumorgrootte en progressievrij interval voor de PE waren niet significant geassocieerd met OS. In multivariate analyse waren geen factoren geassocieerd met OS.

De onderzoekers concluderen dat PE kan worden beschouwd als een optie voor recidiverende of persistente maligniteiten in geselecteerde patiënten.

1.Straubhar AM, Chi AJ, Zhou QC et al. Pelvic exenteration for recurrent or persistent gynecologic malignancies: clinical and histopathologic factors predicting recurrence and survival in a modern cohort. Gyncel Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) evaluated pelvic enteration for recurrent or persistent gynecologic malignancies in a modern cohort. The median OS was 55.1 months when R) margins were achieved. The authors conclude that pelvic exenteration performed with curative intent may be considered a treatment option in carefully selected patients, irrespective of tumor size and progression-free interval before exenteration. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van RAD51 met homologe-recombinatiedeficiëntie en klinische uitkomsten van TNBC in GeparSixto (0)
2021-09-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  triple-negative breast cancer HRD RAD51 test
Dr. Violeta SerraDe gebruikelijke genetische en genomische testen van homologe-recombinatiedeficiëntie (HRD) hebben slechts beperkte predictieve waarde. Een analyse in het cohort van de GeparSixto-studie heeft een immuunhistologische RAD51-test vergeleken met genetische of genomische testen in patiënten met HRD primair triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) voor het identificeren van patiënten met gevoeligheid voor platina-gebaseerde neoadjuvante chemotherapie (NACT). Dr. Violeta Serra (Vall d’Hebron Instituut voor Oncologie, Barcelona) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Oncology.1

De in 2014 gepubliceerde fase 2-studie GeparSixto liet zien dat onder patiënten met niet-eerder behandeld TNBC toevoeging van carboplatine aan een neoadjuvant regime van een taxaan, een anthracycline, en gerichte therapie resulteerde in significante verhoging van het percentage patiënten met pathologisch complete respons. Voor de nu gepubliceerde analyse werd met de RAD51-test voor aanvang van de behandeling functionele HRD (lage RAD51) vastgesteld in 81 van 133 tumoren (61%). RAD51 identificeerde 93% van de BRCA-gemuteerde tumoren en 45% van de niet-BRCA gemuteerde tumoren als functioneel HRD. De concordantie tusssen RAD51-bepaalde en genomisch-bepaalde HRD was 87% (95%-bti 79-93). In patiënten met RAD51-hoge tumoren was het pCR-percentage niet significant verschillend tussen de beide studie-armen (carboplatinegroep 31%; controlegroep 39%; p=0,56). In de patiënten met RAD51-lage tumoren was het pCR-percentage 66% in de carboplatinegroep versus 33% in de controlegroep (OR 3,96; p=0,004; p voor interactie 0,02). De profijt bij carboplatine bleef statistisch significant in multivariate analyse.

De onderzoekers concluderen dat de RAD51-test tumoren met functionele HRD kan identificeren , en klinisch profijt van toevoegen van carboplatine aan NACT voor TNBC onafhanklijk kan voorspellen.

1.Llop-Guevara A, Loibl S, Villacampa G et al. Association of RAD51 with homologous recombination deficiency (HRD) and clinical outcomes in untreated triple-negative breast cancer (TNBC): analysis of the GeparSixto randomized clinical trial. Ann Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the GeparSixto study found that the RAD51 test identified TNBC tumors with functional homologous recombination deficiency and was highly concordant with tumor BRCA mutation and genomic HRD. RAD51 independently predicted clinical benefit form adding carboplatin to neoadjuvant chemotherapy in TNBC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van tisagenlecleucel voor R/R agressief B-cel lymfoom: lange-termijn follow-up van JULIET (0)
2021-09-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  JULIET long-term follow-up R R B-cel lymphoma tisagenlecleucel
Prof. Stephen SchusterTisagenlecleucel is een autologe CD19-gerichte CAR T-celtherapie. De multinationale fase 2-studie JULIET, in 27 centra in tien landen, evalueerde tisagenlecleucel voor recidiverend of refractair (R/R) agressief B-cel lymfoom. In 2019 is gepubliceerd dat mediaan 14 maanden na infusie onder de 93 geïncludeerde volwassen patiënten de best overall response rate 52% was (40% complete respons en 12% partiële respons). Prof. Stephen Schuster (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology lange-termijn resultaten van de studie.1



De studie includeerde volwassen patiënten met histologisch bevestigd R/R groot B-cel lymfoom, die niet in aanmerking kwamen voor, of niet akkoord gingen met, of progressie hadden na autologe HSCT. De patiënten hadden ECOG performance status 0 of 1. Ze kregen een enkele intraveneuze infusie van tisagenlecleucel (target dosering 5 x 108 viabele CAR T-cellen). Het primaire eindpunt was overall response rate (percentage patiënten met centraal-beoordeelde complete of partiële respons op enig moment na infusie).

De nu gepubliceerde analyse werd uitgevoerd na mediaan 40,3 maanden follow-up (IQR 37,8-43,8). De ORR was 53,0% (95%-bti 43,5-62,4; 61 van 115 patiënten) met complete respons als beste respons in 45 patiënten (39%). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events waren anemie (39% van de patiënten), verlaagd neutrofielengetal (28%), verlaagd leukocytengetal (32%), verlaagd trombocytengetal (28%), en cytokine release syndrome (23%). De meest-gerapporteerde treatment-related serious adverse events waren CRS (27%), febriele neutropenie (6%), en pyrexie (5%). Geen van de patiënten overleed aan TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat tisagenlecleucel duurzame activiteit en manageable veiligheid had in volwassen patiënten met R/R agressief B-cel lymfoom.

1.Schuster SJ, Tam CS, Borchmann P et al. Long-term clinical outcomes of tisagenlecleucel in patients with relapsed or refractory aggressive B-cell lymphomas (JULIET): a multicentre, open-label, single-arm, phase 2 study. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Long-term follow-up of the multinational phase 2 JULIET study found that tisagenlecleucel had durable activity and manageable safety profiles in adult patients with relapsed or refractory aggressive B-cell lymphomas. For patients with large B-cell lymphomas that are refractory to chemoimmunotherapy or relapsing after second-line therapies, tisagenlecleucel compares favorably with respect to risk-benefit relative to conventional therapeutic approaches (eg, salvage chemotherapy).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)