Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter real-world ervaring met IMpower150-regime voor oncogeen-gedreven aNSCLC met CNS-metastasen (0)
2022-08-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC with CNS metastases IMpower150 regimen real-world experience
Dr. Sagun ParakhDe multinationale fase 3-studie IMpower150 liet zien dat toevoegen van atezolizumab aan eerstelijns bevacizumab plus carboplatine-paclitaxel chemotherapie voor metastatisch niet-squameus niet-kleincellig longcarcinoom geassocieerd was met significante verbetering van de progressievrije overleving en overall survival. Er is geen duidelijkheid over de real-world werkzaamheid van het regime voor oncogeen-gedreven tumoren met CNS-metastasen. Een retrospectieve analyse van patiënten met twaalf centra in Australië heeft deze werkzaamheid geïnventariseerd. Dr. Sagun Parakh (Austin Health, Melbourne) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Lung Cancer.1

Tussen juli 2018 en mei 2021 kregen in de twaalf centra 106 patiënten het IMpower150-regime voor aNSCLC. De mediane leeftijd was 61 jaar (range 33-83), 34% hadden Aziatische etniciteit, en 58% waren never-smokers. Oncogene driver-mutaties werden gerapporteerd voor 94 patiënten (89%), waaronder EGFR-mutaties in 72 (68%). Aan het begin van de behandeling hadden 50 patiënten (47%) hersenmetastasen, 21 (20%) leptomeningeale ziekte (LMD), en 47 (44%) levermetastasen. Iets meer dan een kwart van de patiënten (27%) waren behandelings-naïef, en voor 44 patiënten werd paclitaxel vervangen door pemetrexed. De overall response rate op het IMpower150-regime was 51%. De mediane follow-up was 8 maanden (range 0-72). De mediane tijd tot falen van de behandeling was 5,7 maanden en de mediane overall survival was 11,4 maanden. De mediane OS was 11,0 maanden in patiënten met levermetastasen; 11,4 maanden in patiënten met hersenmetastasen; en 7,1 maanden in patiënten met LMD.

De onderzoekers concluderen dat IMpower150-regime resulteerde in klinisch-relevante responsen, ook in patiënten met CNS-metastasen.

1.Itchins M, Ainsworth H, Alexander M et al. A multi-centre real-world experience of IMpower150 in oncogene driven tumors and CNS metastases. Clin Lung Cancer 2022.07.016

Summary: Retrospective analysis of 106 patients of 12 Australian centers found that among pretreated advanced NSCLC patients with CNS metastases, the IMpower150 regimen induced clinically meaningful responses.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Partiële- versus gehele-borstbestraling voor vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2022-08-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Danish Breast Cancer Group Partial Breast Irradiation Trial
Prof. Birgitte OffersenGehele-borstbestraling (WBI) na borstsparende chirurgie (BCS) voor vroeg-stadium mammacarcinoom (BC) in oudere patiënten is geassocieerd met laag risico van lokaal recidief. De gerandomiseerde fase 3 Danish Breast Cancer Group Partial Breast Irradiation Trial heeft external-beam partiële-borstbestraling (PBI) in deze setting vergeleken met WBI. Prof. Birgitte Offersen (Universiteitsziekenhuis Aarhus) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde patiënten die BCS hadden ondergaan voor vroeg-stadium BC. De patiënten werden gerandomiseerd naar WBI (n=434) of PBI (n=431). Alle patiënten kregen 40 Gy bestraling in 15 fracties. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met graad 2 of 3 borstinduratie na drie jaar. Dit bedroeg 9,7% in de WBI-groep versus 5,1% in de PBI-groep (p=0,014). Grotere borsten waren in beide groepen geassocieerd met hogere incidentie van induratie, met drie-jaars incidentie van 13% (WBI) en 6% (PBI) in de groep patiënten met grote borsten, en 6% (WBI) en 5% (PBI) in de groep patiënten met kleine borsten. PBI was niet geassocieerd met hoger risico van dyspigmentatie, telangiëctasie, oedeem, of pijn. Tijdens mediaan 7,6 jaar follow-up werd locoregionaal recidief gezien in zes WBI-patiënten en tien PBI-patiënten (p=0,28) en afstandsfalen in vijf WBI-patiënten en drie PBI-patiënten. Er was geen statistisch significant verschil tussen de groepen in contralateraal mammacarcinoom of niet-borst tweede maligniteit.

De onderzoekers concluderen dat external-beam PBI voor patiënten met laag-risico vroeg-stadium BC niet-inferieur was aan WBI in termen van borstinduratie. Grotere borsten vormden een risicofactor voor stralings-geïnduceerde induratie. Recidieven waren niet geassocieerd met PBI.

1.Offersen BV, Alsner J, Nielsen HM et al. Partial breast irradiation versus whole breast irradiation for early breast cancer patients in a randomized phase III trial: the Danish Breast Cancer Group Partial Breast Irradiation Trial. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 3 study by the Danish Breast Cancer Group found that after breast conserving surgery in patients with low-risk breast cancer external-beam partial breast irradiation was noninferior to whole breast irradiation in terms of breast induration.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen multipel primair melanoom en andere maligniteiten (0)
2022-08-07 13:30   ( Nieuws )
Tags:  multiple primary melanoma association with other cancers
Prof. John KirkwoodHet is bekend dat multipel primair melanoom (MPM) geassocieerd is met familiair melanoom, maar de associatie van MPM met andere persoonlijkew of familiaire maligniteiten is niet uitgebreid onderzocht. Een retrospectieve patiënt-controle studie van het University of Pittsburgh Cancer Institute heeft deze associatie geïnventariseerd. Prof. John Kirkwood en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

De studie includeerde 126 MPM-patiënten (44% mannen; mediane leeftijd 52 jaar) die werden vergeleken met 252 voor leeftijd en geslacht gematchte patiënten met single primary melanoma (SPM). In vergelijking met SPM-patiënten hadden MPM-patiënten verhoogd risico van squameus celcarcinoom (OR 1,95; p=0,047) en prostaatcarcinoom (OR 2,72; p=0,034). Eerstegraads verwanten (FDRs) van MPM-patiënten hadden verhoogde prevalentie van melanoom (OR 2,37; p=0,004) en prostaatcarcinoom (OR 2,92: p=0,002) maar niet van andere maligniteiten. In multivariate analyse bleef er een significante associatie tussen MPM en squameus celcarcinoom, prostaatcarcinoom, FDR-geschiedenis van melanoom, en FDR-geschiedenis van prostaatcarcinoom.


De onderzoekers concluderen dat patiënten met MPM in vergelijking met SPM-patiënten een hogere prevalentie hebben van persoonlijke en FDR-geschiedenis van nonmelanoom huidmaligniteiten en prostaatcarcinoom (visual abstract).

1.Yang X, Karapetyan L, Huang Z et al. Multiple primary melanoma in association with other personal and familial cancers. Cancer Medicine 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective case-control study at the University of Pittsburgh Cancer Institute found that patients with multiple primary melanoma, compared with patients with single primary melanoma, have a higher prevalence of personal and FDR history of nonmelanoma skin cancer and prostate cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

SEER-database analyse van associatie van tijd tot diagnose en tijd tot behandeling met overleving van ovariumcarcinoom (0)
2022-08-07 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer survival impact of time to diagnosis and time to treatment
Dr. Larissa MeyerHet is niet duidelijk of onder patiënten met ovariumcarcinoom (OC) het tijdsinterval tussen presentatie en diagnose, of het tijdsinterval tussen diagnose en en begin van de behandeling geassocieerd zijn met overall survival. Een analyse van de SEER-database heeft deze associaties onderzocht. Dr. Larissa Meyer (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Gynecological Cancer.1

In de database identificeerden de onderzoekers 13.872 vrouwen ouder dan 65 jaar met een OC-diagnose tussen begin 1992 en eind 2015. Onder deze vrouwen was langere tijd tussen presentatie en diagnose geassocieerd met betere vijf-jaars overall survival (HR 0,95; 95%-bti 0,94-0,95) en betere ziektespecifieke overleving (0,95; 0,94-0,96) en was ook langere tijd tussen diagnose en behandeling geassocieerd met betere vijf-jaars OS (0,94; 0,92-0,96) en betere vijf-jaars CSS (0,93; 0,91-0,96). Vaker consulteren van een gynecologisch oncoloog was geassocieerd met langere tijd tussen presentatie en behandeling (p<0,001) naar ook met betere OS (p<0,001) en betere CSS (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat langere tijd tot diagnose en behandeling in OC geassocieerd was met betere overleving, hetgeen suggereert dat tumorspecifieke kenmerken belangrijkere prognostische factoren waren dan het tijdsinterval van workup en behandeling.

1.Huepenbecker SP, Sun CC, Fu S et al. Association between time to diagnosis, time to treatment, and ovarian cancer survival in the United States. Int J Gynecol Cancer 2022-003696

Summary: Analysis of the SEER database found that in ovarian cancer longer time from presentation to diagnosis and treatment were associated with improved survival, suggesting that tumor specific features were more important prognostic factors than the time interval of workup and treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van atezolizumab-vemurafenib-cobimetinib voor CNS-metastasen van melanoom (0)
2022-08-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  TRICOTEL study melanoma CNS metastases
Prof. Reinhard DummerIn eerdere studies is intracraniële activiteiteit gezien van de combinatie van gerichte therapie en immuuntherapie voor CNS-metastasen van melanoom, maar er blijft een unmet need, in het bijzonder voor patiënten met symptomatische CNS-metastasen. De multinationale fase 2-studie TRICOTEL heeft de combinatie van atezolizumab met cobimetinib en/of vemurafenib in deze patiënten geëvalueerd. Prof. Reinhard Dummer (Universiteitsziekenhuis Zürich, Zwitserland) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

TRICOTEL werd uitgevoerd in 21 centra in zeven landen. De studie includeerde patiënten in twee cohorten: 65 patiënten met BRAFV600-gemuteerde ziekte en 15 patiënten met BRAFV600-wildtype ziekte. Patiënten in het eerste cohort kregen intraveneus atezolizumab plus oraal vemurafenib plus oraal cobimetinib; patiënten in het tweede cohort kregen alleen atezolizumab plus cobimetinib. De behandeling werd voortgezet tot progessie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was onafhankelijk centraal-beoordeelde intracraniële respons.

Recrutering voor het cohort met BRAFV600-wildtype ziekte werd voortijdig gestopt. De analyse van centraal-beoordeelde intracraniële respons werd niet uitgevoerd. De lokale onderzoekers zagen intracraniële respons in 27% (95%-bti 8-55) van de patiënten. In acht van vijftien patiënten werden treatment-related adverse events gezien. In het cohort met BRAFV600-gemuteerde ziekte was de mediane follow-up 9,7 maanden (IQR 6,3-15,0). In dit cohort was intracraniële respons 42% (95%-bti 29-54). De figuur toont de progressievrije overleving in dit cohort. TRAEs werden gezien in 68% van deze patiënten. In dit cohort overleed één patiënt aan encefalitis, beoordeeld als samenhangend met atezolizumab.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van atezolizumab, vemurafenib, en cobimetinib veelbelovende intracraniële activiteit had in patiënten met BRAFV600-gemuteerd melanoom met CNS-metastasen.

1.Dummer R, Queirolo P, Abajo Guijarro AM et al. Atezolizumab, vemurafenib, and cobimetinib in patients with melanoma with CNS metastases (TRICOTEL): a multicentre, open-label, single-arm, phase 2 study. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 2 TRICOTEL study (65 patients of 21 centers in 7 countries) found that the combination of atezolizumab, vemurafenib, and cobimetinib had promising intracranial activity in patients with BRAFV600-mutated melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van stralingsdoseringen en fractinatieschema’s voor niet-laag risico DCIS van de borst (0)
2022-08-06 13:30   ( Nieuws )
Tags:  BIG 3-07 TROG 07.01 study DCIS
Prof. Boon ChuaGehele-borstbestraling (WBI) na borstsparende chirurgie voor ductaal carcinoom in situ (DCIS) resulteert in verlaging van het risico van locaal recidief. Een multinationale fase 3-studie heeft de waarde van een tumorbed-boost na WBI geïnventariseerd en verschillende stralingsdoseringen en fractinatieschema’s voor niet-laag risico DCIS vergeleken. Prof. Boon Chua (Nelune Comprehensive Cancer Centre, Randwick, Australië) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie includeerde volwassen patiënten van 136 centra in elf landen. De patiënten hadden borstsparende chirurgie ondergaan voor unilateraal histologisch-bewezen niet-laag risico DCIS. De patiënten werden 1:1:1:1 gerandomiseerd naar boost versus geen boost na conventionele versus hypogefractioneerde WBI. Conventionele WBI was 50 Gy in 25 fracties en hypogefractioneerde WBI was 42,5 Gy in 16 fracties. Boost was 16 Gy in 8 fracties. Het primaire eindpunt was tijd tot lokaal recidief.

De studie includeerde 1608 patiënten, onder wie 803 boost kregen en 805 geen boost, na conventionele WBI voor 831 patiënten en hypogefractioneerde WBI voor 777 patiënten. De mediane follow-up was 6,6 jaar. De vijf-jaars vrij-van-lokaal-recidief percentages waren 92,7% (95%-bti 90,6-94,4) in de geen-boost groep versus 97,1% (95,6-98,1) in de boost-groep (HR 0,47; p<0,001). Het voordeel van de boost werd gezien in vrijwel alle geanalyseerde subgroepen. De boost-groep had hogere percentages patiënten met graad 2 of hoger borstpijn (10% versus 14%; p=0,003) en induratie (6% versus 14%; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat in patiënten met geresecteerd niet-laag-risico DCIS, een tumorbed boost na WBI ongeacht het WBI-fractionatieschema geassocieerd was met verlaagd risico van lokaal recidief, ten koste van verhoogde graad 2 of hoger toxiciteit.

1.Chua BH, Link EK, Kunkler IH et al. Radiation doses and fractionation schedules in non-low-risk ductal carcinoma in situ in the breast (BIG 3-07/TROG 07.01): a randomised, factorial, multicentre, open-label, phase 3 study. Lancet 2022;400:431-440

Summary: A multinational phase 3 study found that in patients with resected non-low-risk DCIS, a tumor bed boost after whole breast irradiation reduced local recurrence with an increase in grade 2 or greater toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van durvalumab plus tremelimumab voor gevorderde wekedelen- en botsarcomen (0)
2022-08-06 12:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced soft tissue and bone sarcomas durvalumab plus tremelimumab
Dr. Neeta SomaiahPatiënten met metastatische sarcomen hebben weinig standaard behandelopties. Een fase 2-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de combinatie van durvalumab (anti-PD-L1) en tremelimumab (anti-CTLA-4) voor gevorderd of metastatisch wekedelen- of botsarcoom geëvalueerd. Dr. Neeta Somaiah en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde 57 volwassen patiënten met een ECOG performance status 0 of 1, die tenminste één eerdere lijn van behandeling hadden gekregen. De patiënten kregen vier vier-weekse cycli van intraveneus durvalumab 1500 mg plus tremelimumab 75 mg, gevolgd door alleen durvalumab iedere vier weken gedurende ten hoogste een jaar. Het primaire eindpunt was percentage progressievrije patiënten na twaalf weken. De mediane follow-up was 37,2 maanden (IQR 1,8-10,1). De combinatie was actief, met na twaalf weken PFS-percentage 49% (95%-bti 36-61). Er waren 21 graad 3 of 4 adverse events, met name verhoogd lipase, colitis, en pneumonitis. Eén patiënt overleed aan pneunmonitis en colitis.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van durvalumab en tremelimumab een actief regime was voor gevorderd of metastatisch sarcoom.

1.Somaiah N, Conley AP, Parra ER et al. Durvalumab plus tremelimumab in advanced or metastatic soft tissue and bone sarcomas: a single-centre phase 2 trial. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 2 trial at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) evaluated the combination of durvalumab (anti-PD-L1) and tremelimumab (anti-CTLA-4) for advanced or metastatic soft tissue and bone sarcomas. The combination was an active regimen, with a progression-free survival rate of 49% at 12 weeks, with one grade 5 event among 57 patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world analyse van waarde van immuuntherapie na chemoradiotherapie voor stadium III NSCLC (0)
2022-08-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  immunotherapy after chemotherapy and radiation for stage III NSCLC real-world analysis
Dr. Daniel BoffaDe multinationale fase 3 PACIFIC-studie, gepubliceerd in 2017, liet zien dat na chemoradiotherapie voor niet-resectabel stadium III niet-kleincellig longcarcinoom, durvalumab-consolidatie vergeleken met placebo resulteerde in significant langere progressievrije overleving. Real-world NSCLC-patiënten verschillen echter van patiëntenpopulaties van klinische studies, onder meer in termen van leeftijd, gezondheid, en toegang tot gezondheidszorg. Een analyse van gegevens in de National Cancer Database heeft de real-world waarde van immuuntherapie na chemoradiotherapie voor stadium III NSCLC geïnventariseerd. Dr. Daniel Boffa (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1


In de NCDB identificeerden de onderzoekers 23.811 patiënten met een diagnose klinisch stadium III NSCLC tussen begin 2015 en eind 2017. De mediane leeftijd was 66 jaar (IQR 59-72); 43,9% waren vrouwen; 84,3% waren blank; 16,1% hadden meerdere comorbiditeiten. Onder deze patiënten waren er 1297 (5,4%) die na chemoradiotherapie immuuntherapie kregen. Immuuntherapie was geassocieerd met verlaagde mortaliteit (HR 0,74; p<0,001). Analyse in propensity-gematchte groepen liet eveneens betere overleving zien met immuuntherapie na chemoradiotherapie. De overlevingswinst met immuuntherapie bleef ook bestaan in analyses die begonnen twaalf weken na voltooiing van de radiotherapie. De behandeling van 833 van de patiënten die immuuntherapie kregen (64,2%) verschilde op één of meer punten van het PACIFIC-protocol.

De onderzoekers concluderen dat ook in de echte wereld immuuntherapie na chemoradiotherapie voor stadium III NSCLC geassocieerd was met betere overleving.

1.Pichert MD, Canavan ME, Maduka RC et al. Immunotherapy after chemotherapy and radiation for clinical stage III lung cancer. JAMA Network Open 2022;5:e2224478

Summary: The 2017 multinational PACIFIC trial established a role for immunotherapy after chemoradiation for unresectable stage III non-small cell lung cancer. However, real-world NSCLC patients commonly differ from clinical trial populations. A cohort study using data in the National Cancer Database found that immunotherapy after chemotherapy and radiation for stage III NSCLC was associated with a survival advantage in the general US population, despite two-third of patients treated differently than the PACIFIC protocol.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)