Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Immuungezondheid van overlevers van diffuus grootcellig B-cel lymfoom (0)
2020-02-23 16:00   ( Nieuws )
Tags:  DLBCL survivors immune health
Dr. Tanaya ShreeVorderingen in de behandeling hebben geleid tot toename van het aantal overlevers van diffuus grootcellig B-cel lymfoom (DLBCL). Zowel DLBCL als de behandeling kunnen het immuunsysteem verstoren. Een retrospectieve analyse van het California Cancer Registry heeft de immuungezondheid van lange-termijn overlevers van DLBCL onderzocht. Dr. Tanaya Shree (Stanford University School of Medicine) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

In het register identificeerden de onderzoekers 21.690 DLBCL-overlevers die ze vergeleken met overlevers van maligniteiten van borst, prostaat, hoofd-hals en melanoom. Ze zochten in een staat-brede database naar ziekenhuiscontacten voor autoimmuunziekten, immuundeficiënties, en infecties één tot tien jaar na de diagnose van de maligniteit.

Er waren verhoogde incidence rate ratios (IRRs) voor veel immuungerelateerde aandoeningen in DLBCL-overlevers vergeleken met de overlevers van andere maligniteiten. De DLBCL-overlevers hadden tot 10,8 verhoogde IRRs voor virus- en fungus-pneumonie, tot 5,3 maal verhoogde IRRs voor meningitis, tot 17,6 maal verhoogde IRRs voor humorale deficiënties, en tot 12 maal verhoogde IRRs voor autoimmuun-cytopenieën. De IRRs voor de meeste van deze aandoeningen bleven verhoogd in de periode van vijf tot tien jaar na de diagnose van de maligniteit. Deze risicoverhogingen konden niet worden verklaard uit blootstellingen aan chemotherapie, stamceltransplantatie, of rituximab, met uitzondering van de verhoogde IRRs voor humorale deficiëntie die consistent hoger waren na incorporatie van rituximab in de DLBCL-behandeling.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van DLBCL slechtere immuungezondheid hadden dan overlevers van andere maligniteiten.

1.Shree T, Li Q, Glaser SL et al. Impaired immune health in survivors of diffuse large B-cell lymphoma. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the California Cancer Registry found impaired immune health in survivors of DLBCL compared to survivors of breast, prostate, head-neck, and melanoma cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van liberaal versus restrictief erytrocyt-transfusiebeleid na stamceltransplantatie (0)
2020-02-23 14:29   ( Nieuws )
Tags:  hematopoietic cell transplantation red blood cell transfusion liberal versus restrictive thresholds
Dr. Jason TayEr is geen duidelijkheid over het optimale erytrocyt-transfusiebeleid na hematopoïetische stamceltransplantatie (HCT). Een noninferioriteits fase 3-studie in vier centra in Canada heeft uitkomsten geïnventariseerd van een liberaal versus een restrictief beleid. Dr. Jason Tay (University of Calgary) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 300 volwassen patiënten die HCT ondergingen voor hematologische maligniteiten. De patiënten werden gedurende de eerste honderd dagen na de HCT gerandomiseerd naar restricief transfusiebeleid (Hb-drempelwaarde voor transfusie lager dan 70 g/l) of liberaal beleid (Hb-drempelwaarde lager dan 90 g/l). Het primaire eindpunt van de studie was HRQOL bepaald aan de hand van de FACT-Bone Marrow Transplant score op dag 100 vergeleken met dag 0.

De werkelijke pre-transfusie Hb-niveaus waren 70,9 g/l in de restrictief-beleidsgroep versus 84,6 g/l in de liberaal-beleidsgroep (p<0,0001). Het aantal getransfundeerde RBC-units was gemiddeld 2,73 ± 4,81 in de restrictief-beleidsgroep versus 5,02 ± 6,13 in de liberaal-beleidsgroep (p=0,0004). De verandering in FACT-BMT score was niet significant verschillend tussen beide groepen. Er waren ook geen significante verschillen in klinische uitkomsten tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van een restrictief RBC-transfusiebeleid vergeleken met liberaal transfusiebeleid na HCT niet resulteerde in verschillen in HRQOL of klinische uitkomsten maar wel in minder transfusies.

1.Tay J, Allan DS, Chatelain E et al. Liberal versus restrictive red blood cell transfusion thresholds in hematopoietic cell transplantation: a randomized, open label, phase III, noninferiority trial. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter noninferiority phase 3 study in Canada compared RBC-transfusion strategies in patients undergoing HCT for hematologic malignancies. Restrictive strategy (Hb threshold <70 g/l) was equally effective as liberal strategy (Hb threshold <90 g/l) and resulted in similar HRQOL and HCT outcomes with fewer transfusions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van bendamustine plus dexamethason voor R/R systemische lichte-keten amyloïdose (0)
2020-02-23 13:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed refractory systemic light-chain amyloidosis bendamustine plus dexamethasone
Prof. Suzanne LentzschEr zijn geen standaard-behandelingen voor recidiverend of refractair systemische lichte-keten amyloïdose. Een fase 2 studie in vijf centra in de Verenigde Staten heeft de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van de combinatie van bendamustine en dexamethason (ben-dex) voor patiënten met persistente of progressieve ziekte na tenminste één eerdere lijn van behandeling. Prof. Suzanne Lentzsch (Columbia University Medical Center, New York) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 31 patiënten die zes vier-weekse cycli kregen van intraveneus bendamustine 100 mg/m2 op dagen één en twee en dexamethason 40 mg eens per week tot ziekteprogressie of ten hoogste zes cycli na complete hematologische respons. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met partiële respons of beter.

Het mediane aantal ontvangen cycli was 4 (range 2-12), en onder de voor respons evalueerbare patiënten had 57% partiële respons of beter (11% complete respons; 18% zeer goede partiële respons). Onder de 24 patiënten met orgaanbetrokkenheid hadden zeven (29%) orgaanrespons. De behandeling werd goed verdragen; er waren geen graad 5 AEs, en 65% van de patiënten had graad 3 of 4 AEs (vooral myelosuppressie, vermoeidheid, en misselijkheid/braken). De mediane progressievrije overleving was 11,3 maanden (95%-bti 5,0-15,4) en de mediane overall survival was 18,2 maanden (95%-bti 11,3-43,8). Bereiken van hematologische respons was geassocieerd met langere OS (p=0,0291).

De onderzoekers concluderen dat ben-dex een viabele behandeloptie was met substantiële werkzaamheid en beperkte toxiciteit voor patiënten met eerder behandelde AL amyloïdose.

1.Lentzsch S, Lagos GG, Comenzo RL et al. Bendamustine with dexamethasone in relapsed/refractory systemic light-chain amyloidosis: results of a phase II study. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in the USA found that the combination of bendamustine plus dexamethasone is a viable treatment option with substantial efficacy and limited toxicity for patients with pretreated AL amyloidosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chronische aandoeningen en late effecten na non-Hodgkin lymfoom in adolescenten en jongvolwassenen (0)
2020-02-22 15:58   ( Nieuws )
Tags:  NHL in AYAs chronical medical conditions and late effects in survivors
Dr. Theresa KeeganEr is weinig informatie beschikbaar over de incidentie van late effecten na non-Hodgkin lymfoom (NHL) in adolescenten en jongvolwassenen (AYAs, leeftijd vijftien tot veertig jaar). Een analyse van het California Cancer Registry heeft de cumulatieve incidentie van deze effecten in de eerste tien jaar na de diagnose geïnventariseerd. Dr. Theresa Keegan en collega’s publiceren de analyse online in het British Journal of Haematology.1

In het register identificeerden de onderzoekers 4392 niet-HIV geïnfecteerde patiënten die tenminste twee jaar overleefden na een diagnose AYA-NHL tussen begin 1996 en eind 2012. In deze patiënten was de cumulatieve tien-jaars incidentie van endocriene ziekte 18,5%, van cardiovasculaire ziekten 11,7%, van respiratoire ziekten 5,0%, van tweede primaire maligniteiten 2,6%, nier- en neurologische ziekten 2,2%, pancreas- en leverziekten 2,0%, en avasculaire necrose 1,2%. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met verhoogd risico van late effecten waren geen particulier verzekering, woonachtig zijn in sociaal-economisch lager beoordeelde wijken, en ontvangst van stamceltransplantatie. Onder de 425 HIV-geïnfecteerde overlevers was de incidentie van alle ziekten hoger dan onder de niet-HIV geïnfecteerde patiënten, met meest opvallend een meer dan driemaal verhoogde incidentie van tweede primaire maligniteiten (8,1%).

De onderzoekers concluderen dat er een substantiële incidentie van late effecten was in overlevers van AYA-NHL.

1.Abrahão R, Li QW, Malogolowkin MH et al. Chronic medical conditions and late effects following non-Hodgkin lymphoma in HIV-unifected and HIV-infected adolescents and young adults: a population-based study. Br J Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the California Cancer Registry found a substantial incidence of late effects among survivors of AYA non-Hodgkin lymphoma. The authors conclude that this emphasizes the need for long-term follow-up and appropriate survivorship care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten (0)
2020-02-22 14:29   ( Nieuws )
Tags:  craniopharyngioma in adults proton therapy
Dr. Michael RutenbergCraniofaryngeoom is een benigne tumor die gewoonlijk tot ontwikkeling komt in de suprasellaire regio. De tumor en behandeling kunnen debiliterende consequenties hebben, waaronder visusverlies en dysfunctie van hypofyse en hypothalamus. Een studie van het University of Florida College of Medicine (Jacksonville) heeft de waarde onderzocht van protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten. Dr. Michael Rutenberg en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde veertien patiënten in de leeftijd van 22 jaar en ouder. Vijf patiënten werden behandeld voor de novo ziekte en negen voor recidiverende ziekte. De patiënten kregen conformele protonentherapie in gemiddelde dosering 54 GyRBE (1,8 GyRBE per fractie). De tumoren werden tijdens de radiotherapie wekelijks gevolgd met MRI. De mediane klinische follow-up was 29 maanden en de mediane radiografische follow-up was 26 maanden. De drie-jaars lokale controle was 100%, en de drie-jaars overall survival was eveneens 100%. Er waren geen graad 3 of hoger acute of late radiotherapie-gerelateerde bijwerkingen. Er was geen visusverlies en geen neuropathie van de nervus opticus. Twee patiënten hadden transiënte cystenexpansie bij hun eerste post-radiotherapie MRI, gevolgd door regressie; er was geen interventie vereist.

De onderzoekers concluderen dat protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten veilig en effectief was, zowel als primaire behandeling als ook als salvage behandeling.

1.Rutenberg MS, Rotondo RL, Rao D et al. Clinical outcomes following proton therapy for adult craniopharyngioma: a single-institution cohort study. J Neuro-Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Florida College of Medicine (Jacksonville) found safety and efficacy of proton therapy for craniopharygioma in adults, as part of primary or salvage therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit door niet-intentioneel letsel in patiënten met maligniteiten (0)
2020-02-22 12:53   ( Nieuws )
Tags:  death from unintentional injury among cancer patients
Letsel is een belangrijke doodsoorzaak in patiënten met maligniteiten. Er zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico van suïcide in deze patiënten vergeleken met de algemene bevolking. Het is niet duidelijk of ook het risico van niet-intentioneel letsel verhoogd is. Een analyse van de SEER-database heeft de incidentie van dood door niet-intentioneel letsel in patiënten met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Bian Wu (Huazhong Universiteit van Wetenschap en Technologie, Wuhan) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 8.271.020 patiënten met diagnose van een maligniteit tussen begin 1973 en eind 2015 (50,2% vrouwen; gemiddelde leeftijd 63,0 ± 15,7 jaar). Onder deze patiënten overleden 40.599 aan niet-intentioneel letsel, overeenkomend met 81,90 per 100.000 persoonsjaren. In de voor leeftijd gematchte (vijf-jaars categorieën) corresponderende algemene bevolking van de Verenigde Staten bedroeg de incidentie van dood door niet-intentioneel letsel 51,2 per 100,000 persoonsjaren. De standardized mortality ratio van death from unintentional injury voor patiënten met maligniteiten versus de algemene bevolking bedroeg 1,60 (95%-bti 1,58-1,61). Risicofactoren voor overlijden aan niet-intentioneel letsel waren hogere leeftijd bij diagnose, mannelijk geslacht, American Indian of Alaskan Native ras, en ongehuwde burgerlijke staat. De hoogste mortaliteit door niet-intentioneel letsel werd gezien in patiënten met levercarcinoom en in de eerste maand na de diagnose.

De onderzoekers concluderen dat in de Verenigde Staten het risico van overlijden aan niet-intentioneel letsel significant hoger was onder patiënten met maligniteiten dan in de algemene bevolking.

1.Yang K, Zheng Y, Peng J et al. Incidence of death from unintentional injury among patients with cancer in the United States. JAMA Network Open 2020;3:e1921647

Summary: An analysis of the SEER database found that death from unintentional injury was 60% higher among patients with cancer than in the general population. The highest rates of death from unintentional injury were observed among patients with liver cancer and were within the first month after diagnosis.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van durvalumab met of zonder tremelimumab in derde of latere lijn voor mNSCLC (0)
2020-02-21 15:58   ( Nieuws )
Tags:  ARCTIC study mNSCLC durvalumab tremelimumab
Prof. David PlanchardIn veel patiënten met metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) wordt na eerste- en tweedelijns behandeling ziekteprogressie gezien. Er is behoefte aan meer behandelopties voor deze patiënten. De multinationale fase 3-studie ARCTIC onderzocht de waarde van durvalumab met of zonder tremelimumab als derde- of laterelijns behandeling voor mNSCLC. Prof. David Planchard (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

ARCTIC omvatte twee onafhankelijke substudies. Studie A includeerde 126 patiënten met PD-L1 expressie door tenminste 25% van de tumorcellen. Deze patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar ten hoogste 12 maanden durvalumab 10 mg/kg iedere twee weken of standard of care (SoC). In deze studie was de mediane overall survival 11,7 maanden met durvalumab versus 6,8 maanden met SoC (HR 0,63; 95%-bti 0,42-0,93) en de mediane progressievrije overleving 3,8 maanden met durvalumab versus 2,2 maanden met SoC (HR 0,71; 95%-bti 0,49-1,04).

Studie B includeerde 469 patiënten met PD-L1 expressie door minder dan 25% van de tumorcellen. Deze patiënten werden 3:2:2:1 gerandomiseerd naar durvalumab plus tremelimumab, SoC, durvalumab monotherapie, of tremelimumab monotherapie. In deze studie was de mediane OS numeriek maar niet statistisch significant beter met de combinatie dan met SoC, en was de mediane PFS gelijk voor beide groepen. De adverse events met durvalumab en tremelimumab waren consistent met wat in eerdere studies is gezien.

De onderzoekers concluderen dat in zwaar-voorbehandelde patiënten met mNSCLC de combinatie van durvalumab en tremelimumab vergeleken met SoC resulteerde in significant betere OS en klinisch-relevant betere PFs onder patiënten met PD-L1 expressie door tenminste 25% van de tumorcellen. Onder patiënten met PD-L1 expressie door minder dan 25% van de tumorcellen resulteerde de combinatie in numeriek betere OS.

1.Planchard D, Reinmuth N, Orlov S et al. ARCTIC: durvalumab with or without trememlimumab as third-line or later treatment for metastatisc non-small cell lung cancer. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study ARCTIC evaluated durvalumab with or without tremelimumab as third or later line treatment for metastatic non-small cell lung cancer. Durvalumab monotherapy compared with standard of care resulted in significantly better OS in patients with at least 25% tumor cells expressing PD-L1. Durvalumab plus tremelimumab compared with SoC resulted in numerically better OS and PFS in patients with less than 25% of tumor cells expressing PD-L1. Safety profiles of durvalumab and tremelimumab were consistent with previous studies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van radicale hysterectomie voor stadium II endometriumcarcinoom (0)
2020-02-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  stage II endometrial cancer radical hysterectomy
Dr. Dimitrios NasioudisEr is geen consensus over de waarde van radicale hysterectomie (RH) voor stadium II endometriumcarcinoom. Een analyse van de National Cancer Database heeft de overlevingsimpact van RH en simple hysterectomy (SH) voor stadium II endometriumcarcinoom geïnventariseerd. Dr. Dimitrios Nasioudis (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de analyse online in Gynecologic Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 7552 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2015 hysterectomie plus regionale-lymfeklierchirugie ondergingen voor stadium II endometriumcarcinoom. Van deze patiënten onderging 10,5% RH. Vergeleken met de SH-groep hadden de RH-patiënten langer verblijf in het ziekenhuis (mediaan 2 versus 3 dagen; p<0,001) en een hogere negentig-dagen mortaliteit (0,8% versus 1,6%; p=0,05). De vijf-jaars overleving was 77,4% na RH versus 76,9% na SH (p=0,62). Ook na correctie voor leeftijd, ras, verzekeringsstatus, comorbiditeit, grootte van de tumor, histologie, lymfadenectomie, adjuvante chemotherapie en adjuvante radiotherapie was RH versus SH niet geassocieerd met betere overleving (HR 1,01; 95%-bti 0,85-1,21).

De onderzoekers concluderen dat RH vergeleken met SH voor stadium II endometriumcarcinoom niet geassocieerd was met betere overleving.

1.Nasioudis D, Sakamuri S, Ko EM et al. Radical hysterectomy is not associated with a survival benefit for patients with stage II endometrial cancer. Gynecol Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found no survival benefit from radical hysterectomy compared to simple hysterectomy for stage II endometrial cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)