Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van duur van complete respons en patronen van relapse op uitkomsten in multipel myeloom (0)
2018-10-17 14:56   ( Nieuws )
Tags:  multiple myeloma duration of response
Prof. Shaji KumarHet bereiken van complete respons (CR) op eerste behandeling is geassocieerd met betere overall survival (OS) in multipel myeloom (MM), maar de OS-impact van duur van CR (DurCR) is niet goed bekend. Prof. Shaji Kumar (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s hebben een analyse van deze impact uitgevoerd. Ze publiceren de analyse online in Leukemia.1



De analyse includeerde 351 MM-patiënten van de Mayo Clinic die tussen begin 2004 en eind 2016 CR bereikten op eerstelijns behandeling. Onder deze patiënten waren er 177 die 24 maanden of langer CR behielden. Patiënten met DurCR 24 maanden of langer hadden betere OS dan patiënten met kortere CR (mediaan 150 versus 81 maanden; p<0,001). Ook na correctie voor leeftijd, stadium, transplantatie, en onderhoudstherapie was DurCR 24 maanden of langer een significante voorspeller van OS (HR 0,3; p<0,001). Landmark-analyse vanaf 24 maanden leidde tot vergelijkbare resultaten: mediane OS 150 versus 83 maanden (p<0,001). Het overlevingsvoordeel van DurCR 24 maanden of langer bleef zelfs bestaan na verlies van CR (mediane OS 89 versus 56 maanden; p<0,001).

De patronen van verlies van CR waren heterogeen, met biochemische relapse in 25%, symptomatische relapse in 24%, en overige patronen in 51%. De OS (vanaf begin van eerstelijns therapie) was beter in patiënten die tweedelijns therapie begonnen wegens biochemische relapse dan wegens symptomatische relapse (mediaan 125 maanden versus 81 maanden; p=0,001).

De onderzoekers concluderen dat in MM duur van complete respons op eerstelijns behandeling van invloed is op OS, ook in landmarkanalyse en na verlies van respons.

1.Sidana S, Tandon N, Dispenzieri A et al. Relapse after complete response in newly diagnosed multiple myeloma: implications of duration of response and patterns of relapse. Leukemia 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of a cohort of multiple myeloma patients of the Mayo Clinic revealed that duration of complete response after first-line therapy is associated with overall survival, also in landmark analyses and after loss of response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspelling van onderschatting van invasief mammacarcinoom na biopsie-diagnose DCIS (0)
2018-10-17 13:32   ( Nieuws )
Tags:  DCIS underestimation of invasive breast cancer
Claudia MeursPatiënten met een biopsie-gebaseerde diagnose DCIS kunnen bij excisie toch gediagnostiseerd worden met invasief mammacarcinoom, een fenomeen dat bekend staat als underestimation. Een studie in Nederland heeft het voorkomen van deze onderschatting onderzocht, en een voorspellingsmodel ontwikkeld. Claudia Meurs (CMAnalyzing, Zevenaar) en collega’s publiceren de studie vandaag online in het British Journal of Cancer.1

De studie is gebaseerd op DCIS-gegevens van PALGA en NKR voor de periode van januari 2011 tot en met juni 2012. In deze periode werden 2892 DCIS-excisies uitgevoerd, waarvan in 596 (20,6%) invasief mammacarcinoom werd gediagnostiseerd. Risicofactoren voor deze onderschatting waren in multivariate analyse hooggradig DCIS (OR 1,43; 95%-bti 1,05-1,95), palpabele tumor (OR 2,22; 95%-bti 1,76-2,81), BI-RADS score 5 (OR 2,36; 95%-bti 1,80-3,09), en verdachte invasieve component in het biopt (OR 3,84; 95%-bti 2,69-5,46). Op basis van deze factoren werd het voorspellingsmodel ontwikkeld. Het voorspelde risico van onderschatting bedroeg mediaan 14,7% (range 9,5% tot 80,2%).

De onderzoekers concluderen dat het risico van onderschatting aanzienlijk was. Het voorspellingsmodel kan het risico van onderschatting voor individuele patiënten berekenen op basis van routinematig beschikbare preoperatief-bekende risicofactoren.

1.Meurs CJC, van Rosmalen J, Menke-Pluijmers MBE et al. A prediction model for underestimation of invasive breast cancer after a biopsy diagnosis of ductal carcinoma in situ: based on 2892 biopsies and 589 invasive cancers. Br J Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A study in The Netherlands found a considerable risk of underestimation of invasive breast cancer after a biopsy diagnosis of DCIS. The authors constructed a prediction model to calculate the individual risk of underestimation, based on routinely available preoperatively known risk factors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen gebruik van metformine voor diabetes en risico van maagcarcinoom na eradicatie van Helicobacter pylori (0)
2018-10-17 12:58   ( Nieuws )
Tags:  metformin gastric cancer
Prof. Wai Keung LeungIn eerdere studies is gezien dat gebruik van metformine voor diabetes geassocieerd was met verlaagd risico van maagcarcinoom (GC), maar in deze studies is niet gecorrigeerd voor een mogelijke rol van Helicobacter pylori en van glycemische controle. Een studie in Hong Kong heeft de associatie onderzocht tussen metformine en het GC-risico in diabetespatiënten na eradicatie van H.pylori, en de impact van glycemische controle op deze associatie. Prof. Wai Keung Leung (The University of Hong Kong) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De Hong Kong-brede cohortstudie includeerde alle diabetespatiënten die tussen begin 2003 en eind 2012 clarithromycine-gebaseerde triple therapy voorgeschreven kregen voor H. pylori-infectie (n=7266). Bij inclusie gaven de patiënten informatie over hun gebruik van metformine. De patiënten werden gevolgd vanaf deze therapie tot GC-diagnose, overlijden, of eind van de studie in december 2015. Exclusiecriteria waren GC-diagnose binnen een jaar na H. pylori-therapie, geschiedenis van GC of gastrectomie, en falen van de eradicatie.

Gedurende mediaan 7,1 jaar follow-up (IQR 4,7-9,8 jaar) werd GC gediagnostiseerd in 37 patiënten (0,51%) op een mediane leeftijd van 76,4 jaar. Gebruik van metformine gedurende tenminste 180 dagen was geassocieerd met verlaagd GC-risico (HR 0,49; 95%-bti 0,24-0,98). Het GC-risico was lager bij langere duur van metforminegebruik (p trend 0,01) en hogere metforminedosering (p trend 0,02). HbA1c-niveau was geen onafhanklijke risicofactor voor GC.

De onderzoekers concluderen dat metforminegebruik voor diabetes na eradicatie van H. pylori geassocieerd was met lager GC-risico. Deze risicoverlaging was doserings- en duur-responsafhankelijk en werd niet beïnvloed door glycemische controle.

1.Cheung KS, Chan EW, Wong AYS et al. Metformin use and gastric cancer risk in diabetic patients after Helicobacter pylori eradication. J Natl Cancer Inst 2018; epub ahead of print

Summary: A territory-wide cohort study in Hong Kong showed that among H. pylori-eradicated diabetic patients metformin use was associated with a lower risk of gastric cancer, in a duration- and dose-response manner, and independent HbA1c level.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspelling van overleving na afstandsredicief van mammacarcinoom (0)
2018-10-17 12:00   ( Nieuws )
Tags:  distant recurrence of breast cancer time to death
Prof. Steven NarodNa afstandsrecidief hebben patiënten met mammacarcinoom een slechte prognose, met tien-jaars overleving lager dan 5%. De tijd tot overlijden is in deze groep patiënten echter sterk variable, uiteenlopend van enkele maanden tot vele jaren. Prof. Steven Narod (Women’s College Research Institute, Toronto) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van factoren die de overleving na afstandsrecidief van mammancarcinoom kunnen voorspellen. Ze publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1



De studie is uitgevoerd in een cohort van 2312 vrouwen die tussen begin 1987 en eind 2000 in het ziekenhuis van WCRI werden behandeld voor stadium I-III invasief mammacarcinoom. Tijdens gemiddeld 12,8 jaar follow-up na de diagnose werd distant recidief gezien in 523 deelneemsters (23%) en overleden 604 deelneemsters aan mammacarcinoom (26%). Voor de 484 deelnemsters met waargenomen afstandsrecidief en overlijden aan mammacarcinoom was de gemiddelde tijd tussen afstandsrecidief en overlijden 2,0 jaar (range 0 tot 11,9 jaar).

Onder alle onderzochte patiënt-, tumor- en behandelingsgerelateerde factoren waren in multivariate analyse slechts twee factoren significant geassocieerd met tijd tussen distante metastase en overlijden: ER-status (positief versus negatief HR 0,56; p<0,0001) en tumorgraad (hoog versus laag HR 1,87; p=0,01). Onder de 175 deelneemsters met ER-negatieve ziekte ware hoge tumorgraad en korte tijd tussen diagnose en afstandsmetastase geassocieerd met korte tijd tussen afstandsmetastase en overlijden. Onder de 336 deelneemsters met ER-positieve ziekte werden geen factoren geïdentificeerd die tijd tussen recidief en overlijden konden voorspellen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met ER-negatieve ziekte de tijd tussen afstandsrecidief en overlijden tot op zekere hoogte te voorspellen was : vrouwen met korte tijd tussen diagnose en recidief en vrouwen met hooggradige tumoren hadden een verhoogd risico van overlijden binnen drie jaar. Voor vrouwen met ER-positieve ziekte zijn er geen tumor- of behandelingsgerelateerde factoren die tijd tussen afstandsrecidief en overlijden kunnen voorspellen.

1.Sopik V, Sun P, Narod SA. Predictors of time to death after distant recurrence in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2018; epub ahead of print

Summary: After distant recurrence, breast cancer patients have a poor prognosis. A study in Toronto looked at factors which predict survival in these patients. The study showed that in ER-negative breast cancer the time to death after distant recurrence was predictable to some extent: short time between diagnosis and recurrence and/or high-grade tumors were associated with higher risk of death within 3 years. Among ER-positive breast cancer patients time to death after distant recurrence could not be predicted.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van niveaus van TILs op respons van mammacarcinoom op neoadjuvante chemotherapie (0)
2018-10-16 14:57   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer tumor-infiltrating lymphocytes
Prof. Eun Yoon ChoProf. Eun Yoon Cho (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de waarde van niveaus van tumor-infiltrerende lymfocyten (TILs) voor aanvang van de neoadjuvante chemotherapie (NAC) voor de voorspelling van het bereiken van pathologisch complete respons (pCR) in mammacarcinoom. De studie onderzocht ook de impact van post-NAC TILs in residuele ziekte op de overleving, en de waarde van pre-NAC TIL-niveaus voor het voorspellen van werkzaamheid van HER2-gerichte neoadjuvante therapie in HER2-positieve ziekte. De onderzoekers publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 248 paar-gematchte pre-NAC biopten en post-NAC resectiemonsters. Hoge pre-NAC TIL-niveaus, klinisch stadium cN0-1, en ER-negativiteit waren sterke predictieve markers voor het bereiken van pCR. In 60 additionele pre-NAC biopten van HER2-positief mammacarcinoom behandeld met TCHP (docetaxel, carboplatine, trastuzumab en pertuzumab) waren hoge pre-NAC TIL-niveaus eveneens voorspellend voor het bereiken van pCR. In patiënten met post-NAC residuele ziekte waren hoge post-NAC TIL-niveaus voorspellend voor betere mammacarcinoom-specifieke overleving en ziektevrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat hoge pre-NAC TIL-niveaus in mammacarcinoom significant voorspellend waren voor het bereiken van pCR, en konden fungeren als surrogaat-marker voor therapeutische werkzaamheid van TCHP voor HER2-positief mammacarcinoom. Post-NAC TIL-niveaus in residuele ziekte waren een nieuwe prognostische marker voor lange-termijn uitkomsten.

1.Hwang HW, Jung H, Hyeon J et al. A nomogram to predict pathologic complete response (pCR) and the value of tumor-infiltrating lymphocytes (TILs) for prediction of response to neoadjuvant chemotherapy (NAC) in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2018; epub ahead of print

Summary: A study at Samsung Medical Center (Seoul, South Korea) showed that in breast cancer high levels of tumor-infiltrating lymphocytes before neoadjuvant chemotherapy were predictive of pathological complete response. High TIL-levels in HER2-positive BC were predictive of therapeutic effect of TCHP. High levels of post-NAC TILs in residual disease were prognostic for long-term survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b/2-studie van eerstelijns galunisertib plus gemcitabine voor niet-resectabel pancreascarcinoom (0)
2018-10-16 14:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic cancer galunisertib
Prof. Josep TaberneroGalunisertib is de first-in-class oraal beschikbare small-molecule TGF-β receptor serine/threonine kinaseremmer. Een multinationale fase 1b/2-studie onderzocht werkzaamheid en veiligheid van eerstelijns galunisertib voor niet-resectabel (lokaal-gevorderd of metatatisch) pancreas adenocarcinoom. Prof. Josep Tabernero (Vall d’Hebron Institut Oncològic, Barcelona) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1




De studie, uitgevoerd in 24 centra in zes landen, bestond uit een niet-gerandomiseerde doseringsescalatiefase 1b, en een gerandomiseerde dubbelblinde fase 2. Het primaire eindpunt van fase 1b was het vinden van een aanbevolen fase 2-dosering voor galunisertib in combinatie met gemcitabine 1000 mg/m2 eens per week. Deze dosering kwam uit op 300 mg per dag. In fase 2 werden patiënten 2:1 gerandomiseerd naar galunisertib plus gemcitabine (n=104) of alleen gemcitabine. Het primaire eindpunt van fase 2 was overall survival. De mediane OS was 8,9 maanden in de galunisertib-arm versus 7,1 maanden in de placebo-arm (HR 0,79; 95%-bti 0,59-1,09). De toxiciteit was licht hoger in de galunisertib-arm dan in de controle-arm.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van galunisertib aan eerstelijns gemcitabine voor niet-resectabel pancreascarcinoom resulteert in verbetering van de OS met minimale extra toxiciteit.

1.Melisi D, Garcia-Carbonero R, Macarulla T et al. Galunisertib plus gemcitabine vs. gemcitabine for first-line treatment of patients with unresectable pancreatic cancer. Br J Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: An international phase 1b/2 study showed that adding galunisertib to first-line gemcitabine for unresectable pancreatic cancer resulted in better overall survival, with minimal added toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in geslachtsspecifieke overleving van maligniteiten in Amerikaanse AYAs vergeleken met andere leeftijdsgroepen (0)
2018-10-16 13:01   ( Nieuws )
Tags:  AYA cancer survival trends
Dr. Lihua LiuDr. Lihua Liu (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s hebben een analyse uitgevoerd van trends in de vijf-jaars relatieve overleving van Amerikaanse kinderen (leeftijd tot vijftien jaar), adolescents and young adults (AYAs; vijftien tot veertig jaar) en oudere volwassenen met een diagnose van een maligniteit tussen 1973 en 2010, met follow-up tot eind 2014. Ze publiceren de analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1 De analyse is uitgevoerd met en zonder Kaposi sarcoom (KS) en lymfomen, en in twee tijdsperioden: 1973 tot en met 1977 (voor de HIV/aids-epidemie) en 2005 tot en met 2009 (na het uitdoven van de epidemie).

De analyse, gebaseerd op het SEER 9-programma, includeerde 27.646 kinderen, 213.930 AYAs, en 2.968.145 oudere volwassenen (met inbegrip van KS/lymfomen) of 24.803 kinderen, 178.741 AYAs, en 2.844.062 oudere volwassenen (na exclusie van KS/lymfomen). De vijf-jaars relatieve overleving van AYAs was beter dan die van kinderen en oudere volwassenen voor 1973 t/m 1977, nam substantieel af tussen 1983 en 1997, en kwam tegen het eind van de jaren negentig weer terug op het niveau hoger dan voor andere leeftijdsgroepen nadat effectieve behandelingen voor HIV/aids beschikbaar waren gekomen. Desondanks liet vergelijking tussen verbetering van de overleving tussen 1973 t/m 1977 en 2005 t/m 2009 zien dat er minder vorderingen waren geboekt in AYAs dan in de beide andere leeftijdsgroepen, hetgeen toe te schrijven was aan betere baseline overleving in AYAs en grotere overlevingswinst in beide andere groepen in recentere perioden.

De onderzoekers concluderen dat afgezien van de tijdelijke impact van HIV/aids, de overleving van AYA-patiënten met maligniteiten voortdurende verbetering heeft laten zien, en superioriteit ten opzichte van andere leeftijdsgroepen.

1.Liu L, Moke DJ, Tsai K-Y et al. A reappraisal of sex-specific cancer survival trends among adolescents and young adults in the United States. J Natl Cancer Inst 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER 9 program analysis of the SEER 9 program found that, apart form the temporary impact of HIV/AIDS, survival among AYA cancer patients has shown sustained improvement and superiority relative to other age groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kwaliteit van leven twee jaar na postmastectomie-radiotherapie voor intermediair-risico mammacarcinoom (0)
2018-10-16 12:05   ( Nieuws )
Tags:  SUPREMO trial postmastectomy radiotherapy quality of life
Prof. Galina VelikovaPostmastectomie-radiotherapie (PMRT) voor mammacarcinoom met vier of meer positieve axillaire lymfeklieren verlaagt de ziektespecifieke mortaliteit. Er is geen consensus over de waarde van PMRT in patiënten met één tot en met drie positieve klieren. De multinationale SUPREMO studie (‘Selective Use of Postoperative Radiotherapy after Mastectomy’) randomiseerde patiënten met intermediair-risico mammacarcinoom naar al of niet PMRT. De patiënten worden nog gevolgd voor het primaire eindpunt van de studie, tien-jaars overall survival. Prof. Galina Velikova (University of Leeds UK) en collega’s publiceren online in The Lancet Oncology uitkomsten voor het eindpunt kwaliteit van leven twee jaar na randomisatie in de Britse deelneemsters van de studie.1

De analyse includeerde patiënten van 111 centra in het Verenigd Koninkrijk na mastectomie voor intermediair-risico mammacarcinoom (pT1-2N1; pT3N0; of pT2N0 indien ook graad III of met lymfovasculaire invasie). Ze werden gerandomiseerd naar PMRT (50 Gy in 25 fracties of radiobiologisch equivalente dosering; n=487) of geen PMRT (n=502). De QOL werd bepaald met vragenlijsten (QLQ-C30; QLQ-BR23, Body Image Scale, HADS, EQ-5D-3L) voor randomisatie en na één en twee jaar. De vragenlijsten werden beantwoord door 471 vrouwen in de PMRT-groep en 476 vrouwen in de niet-PMRT groep. Na twee jaar waren de chest wall symptomen slechter in de PMRT-groep dan in de niet-PMRT groep (gemiddelde score 14,1 versus 11,6; p=0,016). Er was echter in beide groepen een verbetering tussen de bepalingen na één jaar en na twee jaar (gemiddelde verbetering -1,34; p=0,010). Er waren geen verschillen tussen beide groepen in arm- en schoudersymptomen, body image, vermoeidheid, overall QOL, fysiek functioneren, of angst/depressie.

De onderzoekers concluderen dat PMRT vergeleken met niet-PMRT resulteerde in meer lokale klachten twee jaar na randomisatie, maar dat het verschil tussen beide groepen klein was

1.Velikova G, Williams LJm Willis S et al. Quality of life after postmastectomy radiotherapy in patients with intermediate-risk breast cancer (SUPREMO): 2-year follow-up results of a randomised controlled trial. Lancet Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The SUPREMO trial randomised women after mastectomy (and if node positive axillary surgery) for intermediate-risk breast cancer to chest wall radiotherapy (50 Gy in 25 fractions) or no radiotherapy. The primary endpoint is 10-years overall survival. An analysis of the QOL two years after randomisation found that the patients in the radiotherapy group had more chest wall symptoms than the patients in the control group; although the difference between groups was small.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)