Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Meta-analyse van studies van immuunsuppressie voor lager-risico myelodysplastisch syndroom (0)
2019-04-20 11:46   ( Nieuws )
Tags:  immunosuppressive therapy for management of MDS meta-analysis
Dr. Maximilian StahlImmuunsuppressie is een managementoptie voor patiënten met lager-risico myelodysplastisch syndroom (MDS). Er zijn echter weinig gegevens beschikbaar over de uitkomsten van de behandeling, onder meer vanwege het gebruik van uiteenlopende immuunsuppressieve regimes en het gebrek aan gevalideerde predictieve biomarkers. Dr. Maximilian Stahl (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s hebben een meta-analyse uitgevoerd van prospectieve cohortstudies van immuunsuppressie voor MDS. Ze publiceren de meta-analyse online in Haematologica.1

In de literatuur tot en met september 2018 en proceedings van congressen identificeerden de onderzoeker negen prospectieve cohortstudies en veertien klinische studies die voldeden aan de inclusiecriteria van de meta-analyse. De studies telden tezamen 570 patiënten. Overall respons op immuunsuppressie werd gezien in 43% van de patiënten (95%-bti 34,2-52,3) inclusief complete remissie in 12,5% (95%-bti 9,3-16,6). Transfusie-onafhankelijkheid werd bereikt in 30,6% (95%-bti 23,2-39,2). De meest-gebruikte regimes waren anti-thymocyt globuline alleen of in combinatie met cyclosporine A, met een trend van hogere respons met combinatietherapie. Progressie tot AML per patiëntjaar was 8,6%. Overall survival en adverse events werden slechts inconsistent gerapporteerd. De onderzoekers slaagden er niet in biomarkers voor respons op immuunsuppressieve therapie te identificeren.

De onderzoekers concluderen dat immuunsuppressie voor lager-risico MDS kan worden gebruikt voor het verlichten van de transfusiebelasting en geassocieerde sequelae.

1.Stahl M, Bewersdorf JP, Giri S et al. Use of immunosuppressive therapy for management of myelodysplastic syndromes: a systematic review and meta-analysis. Haematologica 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of nine prospective cohort studies and fourteen clinical trials, with a total of 570 patients, found that immunosuppressive therapy for lower-risk MDS can be successful to alleviate transfusion burden and associated sequelae. Progression rate to AML was 8.6% per patient year.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen regelmatig gebruik van NSAIDs en het risico van mammacarcinoom in vrouwen met verhoogd risico (0)
2019-04-19 14:58   ( Nieuws )
Tags:  NSAIDs breast cancer in high-risk women
Prof. Mary Beth TerryEr is een invers verband gezien tussen gebruik van aspirine en andere NSAIDs en het risico van mammacarcinoom, maar het is niet bekend of deze associatie ook geldt voor in vrouwen met verhoogd (familiair of genetisch) risico. Een studie van zeven centra in Australië, Canada, en de Verenigde Staten heeft deze associatie onderzocht. Prof. Mary Beth Terry (Columbia University, New York) publiceren de studie online in Breast Cancer Research.1

De prospectieve studie includeerde 5606 vrouwen met verhoogd risico maar vrij van mammacarcinoom, in de leeftijd van achttien tot tachtig jaar. Bij inclusie, voor juli 2011, beantwoordden de deelneemsters vragen over medicatiegebruik. De follow-up bedroeg 27.923 persoonsjaren. Na correctie voor demografische kenmerken, leefstijlfactoren, familiegeschiedenis, en gebruik van andere medicatie was regelmatig gebruik van aspirine (tenminste tweemaal per week) geassocieerd met 39% verlaagd risico van mammacarcinoom (HR 0,61; 95%-bti 0,33-1,14) en was regelmatig gebruik van COX-2 remmers geassocieerd met 61% verlaagd risico van mammacarcinoom (HR 0,39; 95%-bti 0,15-0,97). Gebruik van andere NSAIDs en acetaminofen was niet geassocieerd met het risico van mammacarcinoom. In een gecombineerd prospectief plus retrospectief cohort (n=8233) werden vergelijkbare resultaten gezien.

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat regelmatig gebruik van aspirine of COX-2 remmers geassocieerd kan zijn met verlaagd risico van mammacarcinoom onder vrouwen met een genetisch of familiair verhoogd risico.

1.Kehm RD, Hopper JL, John EM et al. Regular use of aspirin and other non-steroidal anti-inflammatory drugs and breast cancer risk for women at familial or genetic risk: a cohort study. Breast Cancer Risk 2019; epub ahead of print

Summary: An international study in a prospective cohort of 5606 women at elevated (familial or genetic) risk of breast cancer and follow-up of 27,923 person-years found that regular use of aspirin was associated with a 39% reduced risk of breast cancer (HR 0.61; 95% CI 0.33-1.14) and that regular use of COX-2 inhibitors was associated with a 61% reduced risk of breast cancer (HR 0.39; 95% CI 0,15-0.97). Other NSAIDs and acetaminophen were not associated with breast cancer risk. The results were confirmed in a combined prospective and retrospective cohort of women at elevated risk (n=8233).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn risico van schildkliermaligniteit na negatieve schildklierbiopsie (0)
2019-04-19 13:56   ( Nieuws )
Tags:  negative thyroid biopsy long-term thyroid cancer risk
Dr. Jesse PasternakSchildkliernoduli worden gezien in meer dan de helft van de algemene bevolking. Benigne beoordeelde schildkliernoduli werden historisch voor onbepaalde tijd gevolgd, vaak met meerdere achtereenvolgende biopsieën. Recente studies hebben na een negatieve biopsie een laag risico van de ontwikkeling van maligne neoplasmen laten zien. Een studie van het University Health Network in Toronto heeft dit risico onderzocht in een grote populatie. Dr. Jesse Pasternak en collega’s publiceren de studie online in JAMA Otolaryngology – Head and Neck Surgery.1

De studie includeerde alle patiënten die in de Canadese provincie Ontario tussen begin 1991 en eind 2010 schildklierbiopsieën ondergingen (n=146.014). De resultaten van 135.676 biopsieën (92,9%) waren benigne. De patiënten met benigne noduli (gemiddelde leeftijd bij biopsie 52,2 ± 13,4 jaar; 81,2% vrouwen) werden gevolgd tot eind 2014. Schildkliermaligniteiten binnen een jaar na de eerste biopsie werden uit de analyses geëxcludeerd. Tijdens de follow-up nam het aantal negatieve schildklierbiopsieën toe van 2280 per jaar in 1991 tot 12.704 per jaar in 2010 (respectievelijk 22,1 en 91,5 per 100.000 inwoners van Ontario). Van de patiënten met benigne noduli kregen tijdens de follow-up 6345 een diagnose schildkliermaligniteit (396 per 100.000 persoonsjaren). Het cumulatieve risico van een schildkliermaligniteit was 4,6% in de eerste tien jaar na een negatieve biopsie en 7,5% in de eerste vierentwintig jaar.

De onderzoekers concluderen dat het lange-termijn risico van een schildkliermaligniteit na een negatieve biopsie laag is. Deze conclusie zet vraagtekens bij de noodzaak van follow-up biopsie voor alle patiënten.

1.Bongers PJ, Kluijfhout WP, Devon K et al. Long-term risk of thyroid cancer after initially negative thyroid biopsy results. JAMA Otolaryngol – Head Neck Surg 2019; epub ahead of print

Summary: A study in Ontario, Canada found that the risk of a thyroid maligant neoplasm after a negative thyroid biopsy was 396 per 100,000 person-years. In patients with a negative biopsy the cumulative risk of being diagnosed with thyroid cancer was 4.6% after 10 years and 7.5% after 24 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van gemcitabine, cisplatine en nab-paclitaxel voor gevorderde galwegmaligniteiten (0)
2019-04-19 12:57   ( Nieuws )
Tags:  advanced biliary tract cancers nab-paclitaxel
Dr. Rachna ShroffDe standaard-behandeling voor gevorderde galwegmaligniteit is gemcitabine plus cisplatine. Met deze behandeling is mediane progressievrije overleving 8,0 maanden en mediane overall survival 11,7 maanden gezien. Een fase 2-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) en Mayo Clinic (Phoenix AZ) heeft de waarde onderzocht van toevoeging van nab-paclitaxel aan deze behandeling. Dr. Rachna Shroff (tegenwoordig University of Arizona, Tucson) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 60 patiënten (gemiddelde leeftijd 58,4±11,0 jaar; 38 met intrahepatisch cholangiocarcinoom, 9 met extrahepatisch cholangiocarcinoom, 13 met galblaascarcinoom, 13 met lokaal-gevorderde en 47 met metastatische ziekte). De eerste 32 patiënten kregen als startdosering gemcitabine 1000 mg/m2, cisplatine 25 mg/m2, en nab-paclitaxel 125 mg/m2 op dagen één en acht van drieweekse cycli. Vanwege een hoge incidentie van hematologische adverse events werden de startdoseringen verlaagd naar 800, 25, en 100 mg/m2 voor de volgende 28 patiënten. Het primaire eindpunt van de studie was lokaal-beoordeelde PFS.

De mediane follow-up was 12,2 maanden. De mediane PFS was 11,8 maanden (95%-bti 6,0-15,6). Partiële respons werd gezien in 45% van de patiënten, en ziektecontrole in 84%. De mediane OS was 19,2 maanden (95%-bti 13,2-not estimable). De 57 patiënten in de veiligheidspopulatie kregen mediaan zes cycli (IQR 3-11); 26 patiënten (46%) bleven gedurende de gehele studie op hun startdosering. Graad 3 of hoger AEs (vooral neutropenie) werden gezien in 58% van de patiënten, en 16% discontinueerde de behandeling wegens AEs.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van nab-paclitaxel aan gemcitabine plus cisplatine resulteerde in verlenging van PFS en OS vergeleken met PFS en OS van historische controles. Deze conclusie zal worden getoetst in een fase 3-studie.

1.Shroff RT, Javle MM, Xiao L et al. Gemcitabine, cisplatin, and nab-paclitaxel for the treatment of advanced biliary tract cancers. A phase 2 clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) and Mayo Clinic (Phoenix, AZ) found that treatment with nab-paclitaxel plus gemcitabine-cisplatin for advanced biliary tract cancer prolonged median progression-free survival and overall survival compared with PFS and OS reported for historical controls treated with gemcitabine-cisplatin alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van subcutaan versus intraveneus trastuzumab voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2019-04-19 11:52   ( Nieuws )
Tags:  HannaH study final analysis subcutaneous versus intravenous trastuzumab
Prof. Christian JackischIntraveneus trastuzumab is een standaard-behandeling voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom. Subcutane toediening van trastuzumab heeft evidente voordelen boven intraveneuze toediening, waaronder kortere behandeltijd, minder beslag op de gezondheidszorg-resources, en grotere convenience voor de patiënten. De multinationale fase 3-studie HannaH heeft de werkzaamheid en veiligheid van intraveneus en subcutaan trastuzumab vergeleken. De primaire analyse van HannaH liet zien dat subcutaan trastuzumab niet-inferieur was vergeleken met intraveneus trastuzumab. Prof. Christian Jackisch (Sana Klinikum Offenbach, Duitsland) en collega’s publiceren nu de finale analyse van de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde patiënten die acht cycli chemotherapie kregen met subcutaan trastuzumab 600 mg vaste dosering (n=294) of intraveneus trastuzumab 8 mg/kg loading dose en 6 mg/kg maintenance dose (n=297) iedere drie weken in de neoadjuvante setting gevolgd door chirurgie en nog tien cyli subcutaan of intraveneus trastuzumab in de adjuvante setting. De eindpunten waren gebeurtenisvrije overleving, overall survival, en adverse events.

Er waren geen significante verschillen tussen de twee armen voor zes-jaars EFS (65% in beide armen) of OS (84% in beide armen). Patiënten die pCR bereikten hadden langere PFS en OS dan patienten met residuele ziekte. Ook de incidentie van AEs (97,6% versus 94,6%), graad 3 of hoger AEs (53,2% versus 53,7%), cardiale gebeurtenissen (14,8% versus 14,1%) en serious AEs (21,9% versus 15,1%) verschilde niet significant tussen beide armen.

De onderzoekers concluderen dat de studie heeft laten zien dat subcutaan trastuzumab een goed alternatief is voor intraveneus trastuzumab.

1.Jakisch C, Stroyakovskiy D, Pivot X et al. Subcutaneous vs intravenous trastuzumab for patients with ERBB2-positive early breast cancer. Final analysis of the HannaH phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase 3 study HannaH randomized patients with HER2-positive early-stage breast cancer to subcutaneous or intravenous trastuzunab. The final analysis of the study has now been published. The study found comparable efficacy and safety of the two treatments.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van prediagnostische telomeerlengte in leukocyten met risico van mammacarcinoom (0)
2019-04-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Singapore Chinese Health Study breast cancer risk prediagnostic telomere length
Dr. Hamed SamavatTelomeren en het telomerase-enzym spelen een belangrijke rol in het onderhoud en stabiliteit van chromosomen. In recente epidemiologische studies is gezien dat langere telomeren geassocieerd zijn met verhoogd risico van verscheidene typen maligniteiten. De Singapore Chinese Health Study heeft de associatie onderzocht van prediagnostische telomeerlengte in leukocyten met het risico van mammacarcinoom. Dr. Hamed Samavat (University of Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research.1

De studie includeerde 14.305 vrouwen met een Chinese etniciteit in Singapore. Bij inclusie stonden de deelneemsters bloedmonsters af, waarin de onderzoekers de lengte van de telomeren in leukocyten bepaalden. Tijdens 12,3 jaar follow-up werd incident mammacarcinoom vastgesteld in 442 deelneemsters, mediaan 6,3 na de bloedmonstername (range 1 maand tot 18,4 jaar). Vergeleken met vrouwen in het laagste kwartiel van de telomeerlengte was na correctie voor mogelijk verstorende variabelen het risico van mammacarcinoom 1,22 (95%-bti 0,91-1,62) in de groep vrouwen in het tweede kwartiel; 1,35 (95%-bti 1,01-1,78) in de groep vrouwen in het derde kwartiel; en 1,47 (95%-bti 1,11-1,94) in de groep vrouwen in het hoogste kwartiel.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de studie suggereren dat langere telomeren in leukocyten een risicofactor kunnen zijn voor mammacarcinoom, en wellicht kunnen worden gebruikt als biomarker voor de voorspelling van het risico van mammacarcinoom.

1.Samavat H, Xun X, Jin A et al. Association between prediagnostic leukocyte telomere length and breast cancer risk: the Singapore Chinese Health Study. Breast Cancer Res 2019; epub ahead of print

Summary: The prospective Singapore Chinese Health Study found that women in the highest quartile of leukocyte telomere length had a statistically significant 47% higher risk of breast cancer compared to women in the lowest quartile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gebruik van vruchtbaarheidsbehandelingen door vrouwen met diagnose van een maligniteit voor de leeftijd veertig jaar (0)
2019-04-18 13:52   ( Nieuws )
Tags:  early onset female cancer survivors use of fertility drugs
Prof. Aila TiitinenVorderingen in multimodale behandelingen voor maligniteiten hebben geresulteerd in een verhoging van het risico van lange-termijn complicaties in overlevers van een vroeg-ontstane maligniteit. Voor vrouwelijk overlevers kan de reproductiefunctie verminderd zijn. Een studie van de Finse Kankerregistratie en de Universiteit van Helsinki heeft de aankoop van vruchtbaarheidsbevorderende middelen vergeleken tussen vrouwelijke overlevers van een vroege maligniteit (diagnose voor de leeftijd veertig jaar) en hun zusters. Prof. Aila Tiitinen en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 8929 nullipare vrouwelijke overlevers van een vroege maligniteit en 9495 nullipare siblings, voor wie gegevens beschikbaar waren over de aanschaf van fertility drugs tussen begin 1993 en eind 2012 in de leeftijd van 16 tot 42 jaar. Aanschaf van vruchtbaarheidsbevorderende middelen was geregistreerd voor 6,1% van de overlevers versus 3,8% van de siblings (na correctie voor leeftijd en kalenderjaar IRR 1,43; 95%-bti 1,25-1,65). Met name het gebruik van assisted reproductive technology was verhoogd in de overlevers vergeleken met de siblings (IRR 2,41; 95%-bti 1,97-2,96); er waren geen significante verschillen tussen de groepen in aanschaf van ovulatie-inducerende middelen. Gebruik van ART was vooral na 2003 verhoogd.

De onderzoekers concluderen dat vrouwelijke overlevers van een maligniteit voor de leeftijd van veertig jaar een verhoogd risico hebben van subfertiliteit.

1.Melin J, Madanat-Harjuoja L, Hirvonen E et al. Use of fertility drugs in early onset female cancer survivors – a Finnish register-based study on 8,929 survivors. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study in Finland compared purchase of fertility drugs by female early onset cancer survivors with the purchase by their sisters. The study found that cancer survivors had an increased risk for subfertility.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van rituximab met of zonder idelalisib gevolgd door open-label idelalisib voor recidiverend CLL (0)
2019-04-18 13:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed CLL idelalisib rituximab
Idelalisb (IDELA) is een PI3K-δ-remmer. Een multinationale fase 3-studie randomiseerde patiënten met recidiverend CLL naar IDELA plus rituximab (R) of placebo plus R. In 2014 is gepubliceerd dat de mediane progressievrije overleving 5,5 maanden was in de placebo/R-groep versus niet-bereikt in de IDELA/R-groep (HR 0,15; p<0,001). De studie werd voortijdig beëindigd vanwege de superieure werkzaamheid van IDELA, waarna de patiënten van beide armen deelname aangeboden kregen aan een extensiestudie van IDELA-monotherapie. Dr. Jeff Sharman (Willamette Valley Cancer Institute, Springfield OR) en collega’s publiceren nu online in het Journal of Clinical Oncology lange-termijn werkzaamheids- en veiligheidsgegevens van de IDELA-behandelde patiënten in de primaire en extensiestudie.1

De lange-termijn werkzaamheid en veiligheid van IDELA werd beoordeeld in 110 patiënten in de IDELA/R-groep van de primaire studie, van wie er 75 deelnamen aan de extensiestudie. Na mediaan 18 maanden follow-up (range 0,3-67) was de mediane PFS in de IDELA/R-naar-IDELA groep 20, 3 maanden (95%-bti 17,3-26,3). De ORR in deze groep was 85,5% (94 van 110 patiënten onder wie één met complete respons). De mediane overall survival was 40,6 maanden (95%-bti 28,5-57,3) in de IDELA/R-groep versus 34,6 maanden (95%-bti 16,0 tot niet-bereikt) in de placebo/R-groep. Verlenging van de blootstelling aan IDELA was geassocieerd met verhoogde incidentie van diarree, colitis, en pneumonitis maar niet van verhoogde werkzaamheid van lever-transaminasen.

De onderzoekers concluderen dat IDELA/R vergeleken met alleen R de PFS en OS van patiënten met recidiverend CLL verbeterde. Lange-termijn IDELA was effectief en had het verwachte veiligheidsprofiel, zonder nieuwe adverse events.

1.Sharman JP, Coutre SE, Furman RR et al. Final results of a randomized, phase III study of rituximab with or without idelalisib followed by open-label idelalisib in patients with relapsed chronic lymphocytic leukemia. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: Long-term results of an international phase 3 and extension study confirm that in patients with relapsed CLL idelalisib plus rituximab improved PFS and OS compared with rituximab alone. Long-term idelalisib monotherapy was effective and had an expected safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)