Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 2-studie van idecabtagene vicleucel voor recidiverend of refractair multipel myeloom (0)
2021-02-26 14:00   ( Nieuws )
Tags:  RRMM ide-cel
Prof. Nikhil MunshiOndanks vorderingen in de behandelingen voor multipel myeloom worden vaak relapses gezien. Er is geen standaard-behandeling voor patiënten met ziekteprogressie na immuunmodulerende middelen, proteasoomremmers, en anti-CD38 antilichamen. Een multinationale fase 2-studie heeft de BCMA-gerichte CAR T-celtherapie idecabtagene vicleucel (ide-cel, ook bekend als bb2121) voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Nikhil Munshi (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 128 patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom, die mediaan zes eerdere lijnen therapie hadden gekregen (range drie tot zestien), waaronder een immuunmodulerend middel, een proteasoomremmer, en een anti-CD38 antilichaam. De patiënten kregen target doseringen van 150 x 106 tot 450 x 106 CAR-positieve T-cellen. Het primaire eindpunt van de studie was overall respons.

De mediane follow-up was 13,3 maanden. Partiële respons of beter werd gezien in 94 patiënten (73%) en complete respons in 42 patiënten (33%). Minimaal residuele ziekte (MRD)-negatieve status, met minimale afsnijwaarde 10-5 genucleëerde cellen, werd bevestigd in 33 patiënten (26%). De mediane progressievrije overleving was 8,8 maanden (95%-bti 5,6-11,6). Veel-waargenomen graad 3 of 4 toxische effecten waren neutropenie in 91% van de patiënten, anemie in 70%, en trombocytopenie in 63%. Cytokine release syndroom werd gezien in 84%, inclusief graad 3 of hoger in 5%. CAR-positieve T-cellen werden na zes maanden gedetecteerd in 29 van 49 patiënten (59%) en na twaalf maanden in 4 van 11 patiënten (36%).

De onderzoekers concluderen dat ide-cel respons induceerde in de meerderheid van zwaar-voorbehandelde patiënten met multipel myeloom, en dat MRD-negatieve status werd bereikt in 26%. Vrijwel alle patiënten hadden graad 3 of 4 toxiciteiten.

  • 1.Munshi NC, Anderson LD, Shah N et al. Idecabtagene vicleucel in relapsed and refractory multiple myeloma. N Engl J Med 2021;384:705-716

Summary: A multinational phase 2 study found that the CAR T-cell therapy idecabtagene vicleucel induced responses in a majority of heavily pretreated patients with refractory and relapsed myeloma, while MRD-negative status was achieved in 26% of treated patients. Almost all patients had grade 3 or 4 toxic effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren geassocieerd met lange-termijn non-adherentie aan aromataseremmers onder mammacarcinoompatiënten (0)
2021-02-26 13:00   ( Nieuws )
Tags:  non-adherence to aromatase inhibitors
Prof. Dawn HershmanAdjuvante aromataseremmers (AIs) verlagen het risico van recidief van mammacarcinoom (BC). De adherentie aan AIs is echter niet optimaal. De multicenterstudie SWOG S1105 heeft het effect onderzocht van het tweemaal per week ontvangen van een adherentiestimulerend SMS-bericht (het had geen effect). Prof. Dawn Hershman (Columbia University Medical Center, New York) en collega’s publiceren nu in het Journal of the National Cancer Institute een analyse van factoren die geassocieerd waren met lange-termijn non-adherentie in de studie.1

De studie includeerde 702 patiënten (mediane leeftijd 60,9 jaar) die tenminste 30 dagen adjuvante AI gebruikt hadden. De patiënten beantwoordden bij inclusie vragenlijsten over patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs, waaronder pijn, endocriene symptomen, en overtuigingen met betrekking tot medicatie). Het primaire eindpunt van de studie was niet-adherentie na 36 maanden, gedefinieerd als AI-urinemetabolietgehalte lager dan 10 ng/ml of niet leveren van een urinemonster.

Na 36 maanden was 35,9% van de patiënten niet-adherent. Jongere patiënten (jonger dan 65 jaar) hadden hogere waarschijnlijkheid van non-adherentie dan oudere patiënten (38,8% versus 28,6%; OR 1,51; p=0,02). Scores op veertien baseline PRO-schalen waren ieder statistisch significant geassocieerd met non-adherentie. In een composiet risicomodel gecategoriseerd in kwartielniveaus was elke toename met één niveau geassocieerd met 47% toename in het risico van niet-adherentie (OR 1,47; p<0,001). De patiënten met het hoogste risico hadden een meer dan driemaal hoger risico van niet-adherentie dan de patiënten met het laagste risico (OR 3,14; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat aanwezigheid van meerdere baseline PRO-gespecificeerde risicofactoren significant geassocieerd was met AI non-adherentie. Deze informatie kan wellicht van waarde zijn voor interventies voor het verbeteren van de adherentie.

  • 1.Hershman DL, Neugut AI, Moseley A et al. Patient reported outcomes and long-term non-adherence to aromatase inhibitors. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the cohort of the SWOG S1105 study investigated factors associated with non-adherence to aromatase inhibitors among breast cancer patients.Younger patients were more non-adherent compared with older patients. Fourteen baseline PRO scales werd each statistically significantly associated with non-adherence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-studie van nabiximols cannabinoïde oromucosale spray met temozolomide voor recidiverend glioblastoom (0)
2021-02-25 16:00   ( Nieuws )
Tags:  recurrent glioblastoma nabiximols oromucosal spray
Prof. Susan ShortDe huidige optimale behandeling voor glioblastoom (GBM) is maximale debunking chirurgie gevolgd door lokale hoge-dosering radiotherapie en temozolomide chemotherapie. In vrijwel alle patiënten wordt na de behandeling recidief gezien, gewoonlijk na zes tot negen maanden. De mediane overleving na recidief is slecht, en er is geen standaard-behandeling. Een fase 1b-studie in het Verenigd Koninkrijk heeft de waarde van nabiximols cannabinoïde oromucosale spray in combinatie met dose-intense temozolomide (DIT) voor recidiverend GBM onderzocht. Prof. Susan Short (University of Leeds) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

Het eerste, open-label, gedeelte van de studie includeerde zes patiënten, die ten hoogste 12 sprays per dag kregen in combinatie met DIT. Met gepersonaliseerde dosering had de behandeling acceptabele veiligheid en tolerabiliteit. Het tweede gedeelte van de studie randomiseerde patiënten naar nabiximols spray (n=12) of placebo (n=9), beide in combinatie met DIT. De meest-voorkomende treatment-emergent adverse events waren braken, duizeligheid, vermoeidheid, misselijkheid, en hoofdpijn. De meeste TEAEs waren graad 2 of 3. Er waren geen waarneembare effecten van de spray op de farmacokinetiek van temozolomide. In deel twee was de progressievrije overleving na zes maanden 33% in beide groepen. De overall survival na één jaar was 83% in de nabiximolsgroep en 44% in de placebogroep (p=0,042).

De onderzoekers concluderen dat met gepersonaliseerde dosering de nabiximols spray acceptabele veiligheid en tolerabiliteit had. De waargenomen overlevingsverschillen maken nadere studie in een gerandomiseerde studie met adequaat statistisch vermogen gewenst.

  • 1.Twelves C, Sabel M, Checketts D et al. A phase 1b randomised, placebo-controlled trial of nabiximols cannabinoid oromucosal spray with temozolomide in patients with recurrent glioblastoma. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 1b study in the UK found acceptable safety and tolerability of nabiximols cannaboid oromucosal spray in combination with temozolomide in patients with recurrent glioblastoma. The combination resulted in better overall survival than placebo plus temozolomide.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van associatie van obesitas bij diagnose met uitkomsten van afzonderlijke subtypen mammacarcinoom (0)
2021-02-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  association of obesity with outcomes of breast cancer subtypes
Dr. Ana Elisa LohmannObesitas bij de diagnose mammacarcinoom (BC) is geassocieerd met slechte uitkomsten, maar de magnitude van dit effect in verschillende BC-subtypen is niet bekend. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de associaties van overgewicht (BMI 25-30 kg/m2) of obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m2) met ziektevrije overleving en overall survival geïnventariseerd onder patiënten met HR+HER2- BC, HER2+ BC, en TNBC. Dr. Ana Elisa Lohmann (University of Western Ontario, London) en collega’s publiceren de meta-analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de literatuur vonden de onderzoekers 27 voor het onderwerp relevante studies. In meta-analyse hadden obese vrouwen vergeleken met niet-obese vrouwen slechtere DFS in alle subtypen, met HR 1,26 (p<0,001) voor HR+HER2- BC; HR 1,16 (p<0,001) voor HER2+ BC; en HR 1,17 (p=0,001) voor TNBC. Ook de OS was slechter in obese dan niet-obese vrouwen, met HR 1,39 (p<0,001) voor HR+HER2- BC; HR 1,18 (p=0,006) voor HER2+ BC; en 1,32 (p<0,001) voor TNBC. Overgewicht was niet geassocieerd met DFS of OS in HER2+ BC en TNBC, maar wel met slechtere OS in HR+HER2- BC (HR 1,14; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat obesitas geassocieerd was met slechtere DFS en OS in alle subtypen BC.

  • 1.Lohmann AE, Soldera SV, Pimentel I et al. Association of obesity with breast cancer outcome in relation to cancer subtypes: a meta-analysis. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: Meta-analysis of 27 studies found that obesity was associated with worse disease-free and overall survival in all breast cancer subtypes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 1-studie van BAY1436032 voor IDH1-gemuteerde solide tumoren (0)
2021-02-25 14:00   ( Nieuws )
Tags:  IDH1-mutant solid tumors BAY1436032
Dr. Antje WickBAY1436032 is een remmer van gemuteerd isocitraatdehyrogenase 1 (mIDH1), met in preklinische modellen activiteit voor meerdere IDH1-R132X solide tumoren. Een multinationale first-in-human studie heeft de veiligheid en farmacokinetiek van BAY1436032 onderzocht, en de antitumoreffecten geëvalueerd. Dr. Antje Wick (Universiteitsziekenhuis Heidelberg) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

In het doseringsescalatie-gedeelte van de studie kregen de patiënten BAY1436032-tabletten, in oplopende doseringen van 150 tot 1500 mg tweemaal daags. BAY1436032 had een relatief korte halfwaardetijd, en in de meeste evalueerbare patiënten werd target-remming gezien, aangegeven door mediane maximale reductie van plasma R-2HG-niveaus met 76%. Het middel werd goed verdragen, en de hoogst-verdragen dosering werd niet bereikt. De dosering 1500 mg tweemaal daags werd gekozen voor het expansiegedeelte.


In dit gedeelte werden 52 patiënten behandeld in vier cohorten: laaggradig glioom (LGG), glioblastoom, intrahepatisch cholangiocarcinoom, en een basket cohort van overige tumortypen. De beste klinische uitkomsten werden gezien in het LGG-cohort (n=35), met één patiënt met complete respons en drie met partiële respons, voor een ORR 11%, en stabiele ziekte in vijftien patiënten (43%). Bij data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse werden vier patiënten al langer dan twee jaar behandeld. In de overige cohorten werden geen objectieve responsen gezien.

De onderzoekers concluderen dat BAY1436032 goed verdragen werd en duurzame respons induceerde in een subset van patiënten met IDHI1-gemuteerd LGG.

  • 1.Wick A, Bähr O, Schuler M et al. Phase 1 assessment of safety and therapeutic activity of BAY1436032 in patients with IDH1-mutant solid tumors. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 1 study evaluated the mutant isocitrate dehydrogenase 1 inhibitor BAY1436032 for IDH1-mutant solid tumors. The treatment was well-tolerated. Responses were seen in subjects with lower-grade glioma, with an objective response rate of 11% (1 CR, 3PR) and stable disease in 43%. At data cutoff 4 of 35 patients were in treatment for more than 2 years and still ongoing.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van lorlatinib na tweedegeneratie ALK-TKI voor ALK-positief NSCLC (0)
2021-02-25 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ALK-positive NSCLC lorlatinib after second-generation ALK TKI
Prof. Enriqueta FelipLorlatinib is een brain-penetrant derdegeneratie ALK-tyrosinekinaseremmer, met substantiële activiteit voor ALK-positief niet-kleincellig longcarcinoom. Een multinationale fase 2-studie heeft de intracraniële en extracraniële werkzaamheid van lorlatinib geëvalueerd voor ALK-positief NSCLC na progressie op tweedegeneratie ALK-TKIs. Prof. Enriqueta Felip (Vall d’Hebron Instituto di Oncologia, Barcelona) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 139 patiënten met ALK-positief gevorderd NSCLC die eerder behandeld waren met tenminste één tweedegeneratie ALK-TKI met of zonder chemotherapie. Onder alle patiënten tezamen was de overall ORR op lorlatinib 39,6% (95%-bti 31,4-48,1) met een intracraniële ORR 56,1% (42,4-69,3) en een extracraniële ORR 36,7% (28,7-45,3). De mediane duur van respons was 9,6 maanden (5,6-16,7) met mediane duur van intracraniële respons 12,4 maanden (6,0-37,1) en mediane duur van extracraniële respons 9,7 maanden (6,1-33,3). De mediane progressievrije overleving was 6,6 maanden (5,4-7,4) en de mediane overall survival was 20,7 maanden (16,1-30,3). Onder de 28 patiënten die eerder slechts één tweedegeneratie ALK-TKI gekregen hadden was de ORR 42,9% (24,5-62,8) met intracraniële ORR 66,7% (29,9-92,5) en extracraniële ORR 32,1% (15,9-52,4). Onder de 111 patiënten die eerder twee of drie tweedegeneratie ALK-TKIs gekregen hadden was de ORR 38,7% (29,6-48,5) met intracraniële ORR 54,2% (39,2-68,8) en extracraniële ORR 37,8% (28,8-47,5).

De onderzoekers concluderen dat lorlatinib klinisch relevante intracraniële en extracraniële antitumoractiviteit had voor NSCLC met progressie op tweedegeneratie ALK-TKIs.

  • 1.Filip E, Shaw AT, Bearz A et al. Intracranial and extracranial efficacy of lorlatinib in patients with ALK-positive non-small-cell lung cancer previously treated with second-generation ALK TKIs. Ann Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 2 study found clinically meaningful intracranial and extracranial antitumor activity of lorlatinib for ALK-positive NSCLC that progressed on second-generation ALK TKIs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van plasma EGFR-mutatiedetectie met qPCR in gevorderd longcarcinoom (0)
2021-02-24 16:00   ( Nieuws )
Tags:  clinical utility of qPCR plasma EGFR mutation detection in advanced lung cancer
Dr. Chee Koon LeeInformatie over de EGFR-mutatiestatus van longcarcinoom is vereist voor het bepalen van optimale behandelingen. Testen in tumorweefsel is niet altijd mogelijk, en wel altijd belastend voor de patiënt. Testen van de mutatiestatus in circulerend tumor DNA is wellicht een goed alternatief. Een meta-analyse van gerandomiseerd gecontroleerde studies heeft de klinische bruikbaarheid van ctDNA-testen met kwantitatieve PCR (qPCR)-assays onderzocht. Dr. Chee Koon Lee (The University of Sydney, Australië) en collega’s publiceren de analyse in Lung Cancer.1

In de literatuur vonden de onderzoekers zes voor het onderwerp relevante RCTs, met tezamen 1058 patiënten met een positieve EGFR-mutatietest in het tumorweefsel (tEGFR+) die een baseline EGFR ctDNA-test ondergingen. Onder deze patiënten waren er 460 (43%) met een negatieve ctDNA-test (ctDNA-). De progressievrije overleving was langer met EGFR-TKI dan met chemotherapie onder de ctDNA+ patiënten (HR 0,28; p<0,00001) en onder de ctDNA- patiënten (HR 0,37; p<0,00001). Ook de objective response rates waren beter met EGFR-TKI dan met chemotherapie onder de ctDNA+ patiënten (OR 6,21; p<0,00001) en de ctDNA- patiënten (OR 6,44; p<0,00001). Dit was ook het geval voor de overall survival met EGFR-TKI versus chemotherapie onder de ctDNA+ patiënten (HR 0,82; 95%-bti 0,70-1,04) en onder de ctDNA- patiënten (HR 0,77; 95%-bti 0,59-1,00).

De onderzoekers concluderen dat in ongeveer twee van elke vijf tEGFR+ patiënten de mutatie met qPCR niet werd gedetecteerd in ctDNA, maar dat deze patiënten wel degelijk profijt konden hebben van EGFR-TKI behandeling. Een negatief qPCR ctDNA resultaat is niet voldoende om profijt van EGFR-TKI uit te sluiten.

  • 1.Kok P-S, Lee K, Lord S et al. Clinical utility of plasma EGFR mutation detection with quantitative PCR in advanced lung cancer: a meta-analysis. Lung Cancer 2021.02.027

Summary: A meta-analysis of six randomized clinical trials (1058 advanced lung cancer patients) found that approximately two in five tissue EGFR mutation-positive patients tested negative with a qPCR assay of ctDNA, but could potentially benefit from highly effective EGFR-TKI treatment. A negative EGFR ctDNA result via qPCR testing is therefore insufficient to exclude benefit from EGFR-TKI.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van ibrutinib met of zonder ublituximab voor recidiverend of refractair hoog-risico CLL (0)
2021-02-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GENUINE trial R R high-risk CLL ibrutinib with or without ublituximab
Dr. Jeff SharmanCLL-patiënten met hoog-risico kenmerken hebben slechtere uitkomsten met ibrutinib monotherapie dan patiënten zonder hoog-risico kenmerken. De multicenter fase 3-studie GENUINE heeft toevoeging van het anti-CD20 monoklonaal antilichaam ublituximab aan ibrutinib voor recidiverend of refractair hoog-risico CLL geëvalueerd. Dr. Jeff Sharman (Willamette Valley Cancer Institute, Eugene OR) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

GENUINE werd uitgevoerd in 119 centra in de Verenigde Staten en Israël. De studie includeerde volwassen patiënten die tenminste één eerdere lijn behandeling voor CLL hadden gehad, met tenminste één hoog-risico kenmerk (17p deletie, 11q deletie of TP53 mutatie) en een ECOG performance status 2 of beter. De patiënten werden gerandomiseerd naar ublituximab plus ibrutinib (ublituximabgroep; n=64) of alleen ibrutinib (controlegroep; n=62). Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde respons.

De mediane follow-up was 41,6 maanden (IQR 36,7-47,3). De ORR was 83% in de ublituximabgroep versus 65% in de controlegroep (p=0,020). De meeste adverse events waren graad 1 of 2. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 AEs waren neutropenie (19% van de patiënten in de ublituximabgroep versus 12% in de controlegroep), anemie (8% versus 9%), en diarree (10% versus 5%). Ernstige AEs waren pneumonie (10% versus 7%), atriumfibrilleren (7% versus 2%), sepsis (7% versus 2%), en febriele neutropenie (5% versus 2%). Twee patiënten in de ublituximabgroep en vier in de controlegroep overleden aan niet met de behandeling samenhangende oorzaken. Een vijfde patiënt in de controlegroep overleed aan cardiaal arrest dat wel als behandelingsgerelateerd werd beschouwd.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van ublituximab aan ibrutinib voor recidiverend of refractair hoog-risico CLL resulteerde in significant hogere ORR zonder het veiligheidsprofiel te verslechteren.

  • 1.Sharman JP, Brander DM, Mato AR et al. Ublituximab plus ibrutinib versus ibrutinib alone for patients with relapsed or refractory high-risk chronic lymphocytic leukaemia (GENUINE): a phase 3, multicentre, open-label, randomised trial. Lancet Haematol 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 GENUINE trial found that addition of the anti-CD20 monoclonal antibody ublituximab to ibrutinib for relapsed or refractory high-risk CLL resulted in statistically higher overall response rate without affecting the safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)