Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Klinische aanwijzingen voor twee ziekte-entiteiten binnen squameus celcarcinoom van de borst (0)
2020-01-22 15:58   ( Nieuws )
Tags:  squamous cell carcinoma of the breast
Dr. Angélica ConversanoSquameus celcarcinoom (SCC) van de borst is een zeldzame entiteit van mammacarcinoom, met een zeer slechte prognose, en een slecht-gedefinieerde pathofysiologie. Het therapeutisch management is zeer heterogeen. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van twee histologische entiteiten van de ziekte: zuiver SCC dichtbij de cutane oorsprong, en metaplastisch squameus mammacarcinoom (MSBC). Een studie van Institut Gustave-Roussy (Villejuif, Frankrijk) heeft klinische kenmerken van beide entiteiten onderzocht. Dr. Angélica Conversano en collega’s publiceren de studie vandaag online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 1985 en eind 2018 werden in het ziekenhuis van Gustave-Roussy 39 patiënten behandeld voor een SCC van de borst. Vijfentwintig patiënten (64%) hadden MSBC, en veertien patiënten (36%) hadden zuiver SCC. De drie-jaars overall survival in de gehele groep van 39 patiënten was 72,3% (95%-bti 56,9-87,0) en de drie-jaars recidiefvrije overleving was 67,2% (51,2-83,2). Binnen de groep MSBC-patiënten waren OS (HR 9,5; p=0,08) en RFS (HR 11,9; p=0,002) significant slechter dan binnen de groep patiënten met zuiver SCC. Er was ook een trend van jeugdigere leeftijd en grotere lesies in de MSBC-groep.

De onderzoekers concluderen dat nadere studie van SCC van de borst vereist is om indien mogelijk het therapeutisch management aan te passen.

1.Pirot F, Chaltiel D, Ben Lakhdar A et al. Squamous cell carcinoma of the breast, are there two entities with distinct prognosis? A series of 39 patients. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Institut Gustave-Roussy (Villejuif, France) investigated clinical characteristics of two types of squamous cell carcinoma of the breast: pure SCC (14 patients since 1985) and metaplastic squameus breast cancer (25 patients since 1985). The 3-year overall survival in the MSBC group was significantly worse compared to the pure SCC group (HR 9.5; p=0.008).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van duvelisib na progressie van CLL of SLL op ofatumumab (0)
2020-01-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DUO Crossover Extension Study CLL SLL duvelisib
Dr. Matthew DavidsDe multinationale fase 3-studie DUO randomiseerde patiënten met recidiverend of refractair CLL of SLL naar de PI3K-δ,γ remmer duvelisib of het CD20-gerichte monoklonaal antilichaam ofatumumab. In 2018 is gepubliceerd dat de mediane progressievrije overleving significant beter was met duvelisib dan met ofatumumab (13,3 maanden versus 9,9 maanden; HR 0,52; p<0,001). De ofatumumab-patiënten in de studie kregen na progressie crossover naar duvelisib aangeboden in de DUO Crossover Extension Study. Dr. Matthew Davids (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de crossover-studie nu online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 90 patiënten met radiografisch bevestigde progressie na ofatumumab-behandeling. In DUO hadden deze patiënten op ofatumumab een objective response rate van 29% gehad, met een mediane duration of response van 10,4 maanden, en een mediane PFS van 9,4 maanden. In de crossover-studie kregen de patiënten duvelisib 25 mg tweemaal daags tot progressie of intolerantie optrad. Het primaire eindpunt van de studie was lokaal-beoordeelde ORR. Deze bedroeg 77% (69 van 90 patiënten) met een mDOR van 14,9 maanden en een mPFS van 15,9 maanden. Vergelijkbare uitkomsten werden gezien in patiënten met del(17)p en/of TP53-mutaties. De meest frequente any grade respectievelijk graad 3/4 TRAEs waren diarree (47%/23%), neutropenie (26%/23%), pyrexie (24%/4%), huidreacties (23%/4%), en trombocytopenie (10%/6%).

De onderzoekers concluderen dat duvelisib een hanteerbaar veiligheidsprofiel had en een hoge ORR met lange DOR induceerde in R/R CLL/SLL na progressie op ofatumumab.

1.Davids MS, Kuss BJ, Hillmen P et al. Efficacy and safety of duvelisib following disease progression on ofatumumab in patients with relapsed/refractory CLL or SLL in the DUO Crossover Extension Study. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: The DUO Crossover Extension Study found high response rates with good durability and a manageable safety profile of duvelisib for R/R CLL/SLL after progression on ofatumumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van discontinueren van eerstelijns dasatinib voor CML (0)
2020-01-22 13:58   ( Nieuws )
Tags:  first-line DADI trial discontinuation of first-line dasatinib for CML
Prof. Shinya KimuraDe Japanse dasatinib discontinuation (DADI)-studie heeft laten zien dat 31 van 63 patiënten (49%) die tweede- of laterelijns dasatinib kregen voor CML de behandeling veilig konden discontinueren. De mogelijkheid van veilig discontinueren van eerstelijns dasatinib voor CML is echter nog niet duidelijk. De Japanse multicenter fase 2 ‘first-line DADI trial’ heeft deze mogelijkheid onderzocht. Prof. Shinya Kimura (Universiteit van Saga) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Haematology.1

First-line DADI werd uitgevoerd in 23 centra in Japan. De studie includeerde CML-patiënten die tenminste 24 maanden eerstelijns dasatinib hadden gekregen en diepe moleculaire respons hadden behouden (gedefinieerd als vier achteenvolgende monsters over twaalf maanden BCR-ABL1/ABL1 ≤0,0069%). De patiënten waren tenminste vijftien jaar oud, en hadden een ECOG performance status 2 of beter. De patiënten kregen gedurende twaalf maanden dasatinib consolidatiebehandeling, en discontinueerden vervolgens de behandeling. Het primaire eindpunt was behandelingsvrije remissie zes maanden na discontinuering. Onder de 58 voor het eindpunt evalueerbare patiënten waren er 32 (55%; 95%-bti 43,7-69,6) die na zes maanden in behandelingsvrije remissie waren

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns dasatinib veilig kon worden gediscontinueerd in ruim de helft van de patiënten die tenminste drie jaar behandeld waren en diepe moleculaire respons hadden behouden.

1.Kimura S, Imagawa J, Murai K et al. Treatment-free remission after first-line dasatinib discontinuation in patients with chronic myeloid leukaemia (first-line DADI trial): a single-arm, multicentre, phase 2 trial. Lancet Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: The Japanese multicenter phase 2 'first-line DADI trial' showed that dasatinib could safely be discontinued after first-line treatment in patients with CML who had received at least 36 months of therapy and sustained deep molecular response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-2 studie van lenvatinib plus pembrolizumab voor geselecteerde gevorderde solide maligniteiten (0)
2020-01-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors lenvatinib plus pembrolizumab
Dr. Matthew TaylorMet immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten zijn veelbelovende resultaten geboekt, maar slechts in een minderheid van de patiënten. Het is denkbaar dat remming van de tumor-angiogenese en modulatie van VEGF-gemedieerde immuunsuppressie de werkzaamheid van ICIs kan versterken. Een fase 1b-2 studie in zeven centra in de Verenigde Staten heeft de werkzaamheid onderzocht van de combinatie van de angiogeneseremmer lenvatinib plus de ICI pembrolizumab voor geselecteerde gevorderde solide maligniteiten. Dr. Matthew Taylor (Oregon Health and Science University, Portland) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde patiënten met metastatische maligniteiten: niercelcarcinoom, endometriumcarcinoom, squameus celcarcinoom van hoofd en hals, melanoom, niet-kleincellig longcarcinoom, of urotheelcarcinoom. Na fase 1b (13 patiënten) werd gekozen voor lenvatinib 20 mg eenmaal daags plus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken als fase 2-dosering. In fase 2 werden nog 124 patiënten met deze dosering behandeld. Het primaire eindpunt van fase 2 was percentage patiënten met objectieve respons na 24 weken.

De ORR na 24 weken was 63% onder de RCC-patiënten (95%-bti 43,9-80,1), 52% onder de patiënten met endometriumcarcinoom (30,6-73,2), 48% onder de melanoompatiënten (25,7-70,2), 36% onder de HNSCC-patiënten (17,2-59,3), 33% onder de NSCLC-patiënten (14,6-57,0), en 25% onder de UC-patiënten (8,7-49,1). De meest-gerapporteerde treatment-related adverse events waren vermoeidheid (58% van de patiënten), diarree (52%), hypertensie (47%), en hypothyreoïdie (42%).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van lenvatinib plus pembrolizumab een acceptabel veiligheidsprofiel had en veelbelovende activiteit voor geselecteerde gevorderde maligniteiten.

1.Taylor MH, Lee C-H, Makker V et al. Phase Ib/II trial of lenvatinib plus pembrolizumab in patients with advanced renal cell carcinoma, endometrial cancer, and other selected advanced solid tumors. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 1b-2 study at seven centers in the US found manageable safety and promising activity of the combination of the VEGFR TKI lenvatinib plus the ICI pembrolizumab for selected advanced solid malignancies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in overleving van CLL gediagnostiseerd tussen begin 1989 en eind 2016 in Nederland (0)
2020-01-21 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CLL survival trends in The Netherlands
Lina van der StratenVerbeteringen in de diagnostische procedures hebben geleid tot toename van de detectie van CLL in vroegere stadia. Het is denkbaar dat deze trend heeft geresulteerd in verbeteringen in de overleving van de ziekte. Een studie van het IKNL heeft trends in de overleving van Nederlandse CLL-patiënten geïnventariseerd. Lina van der Straten en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Hematology.1

De analyse includeerde 20.468 patiënten met een diagnose CLL tussen begin 1989 en eind 2016. De mediane leeftijd van de patiënten was 69 jaar (range 21-101; 61% mannen). De patiënten werden gevolgd tot eind 2018. De onderzoekers berekenden relatieve overlevingspercentages van de patiënten met diagnose in vier perioden (1989 tot en met 1995, 1996 tot en met 2002, 2003 tot en met 2008, en 2009 tot en met 2016) en vier leeftijdsgroepen bij de diagnose (18 tot en met 59 jaar, 60 tot en met 69 jaar, 70 tot en met 79 jaar, en ouder dan 80 jaar). Vergeleken met de algemene bevolking hadden de patiënten hogere mortaliteit, maar de overleving verbeterde in de loop van de tijd voor alle leeftijdsgroepen.

De onderzoekers concluderen dat sinds 1989 de relatieve overleving van CLL-patiënten in Nederland verbeterd is.

1.Van der Straten L, Levin M-D, Visser O et al. Survival continues to increase in chronic lymphocytic leukaemia: a population-based analysis among 20 468 patients diagnosed in the Netherlands between 1989 and 2016. Br J Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: A population-based analysis among 20,468 CLL patients diagnosed in The Netherlands between 1989 and 2016 found that survival of CLL patients in all age groups improved over time.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvante sequentiële radiotherapie en chemotherapie voor glioblastoom in patiënten met slechte performance status (0)
2020-01-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  glioblastoma in poor perfomance status patients sequential radiotherapy and chemotherapy
Dr. Chi ZhangDe standaard behandeling na maximale veilige resectie voor glioblastoom in concomitante radiotherapie en chemotherapie. Deze behandeling wordt niet goed verdragen door sommige patiënten met slechte performance status. Een analyse van de National Cancer Database heeft de waarde onderzocht van sequentiële radiotherapie en chemotherapie voor deze patiënten. Dr. Chi Zhang (University of Nebraska Medical Center, Omaha) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Neuro-Oncology.1

In de NCDB-2015 identificeerden de onderzoekers 84 patiënten met een Karnofski performance status tussen 10 en 70, die resectie ondergingen voor glioblastoom, gevolgd door alleen radiotherapie (n=62; 73,8%) of sequentiële radiotherapie en chemotherapie (n=22; 26,2%). Er was tussen deze twee groepen geen significant verschil in overleving (p=0,84). Er waren 31 patiënten in de leeftijd 70 jaar of ouder; onder deze patiënten was hogere leeftijd geassocieerd met slechtere overleving (HR 1,06 per jaar; p<0,0001) ongeacht KPS.


De onderzoekers concluderen dat sequentiële radiotherapie en chemotherapie vergeleken met alleen radiotherapie na resectie voor glioblastoom in patiënten met slechte performance score geen overlevingsvoordeel biedt.

1.Parr E, Sleightholm RL, Baine MJ et al. Efficacy of sequential radiation and chemotherapy in treating glioblastoma with poor performance status. J Neuro-Onol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found no survival advantage of adding sequential chemotherapy to radiotherapy (compared with radiotherapy only) after maximal safe resection for glioblastoma in patients with a Karnofsky performance score 70 or less.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van uitkomsten van alloHCT in 2003-2008 versus 2013-2018 (0)
2020-01-21 13:58   ( Nieuws )
Tags:  allogeneic hematopoietic cell transplantation outcomes 2003-2007 versus 2013-2017
Prof. George McDonaldAllogene hematopoïetische celtransplantatie (alloHCT) is geïndiceerd voor refractaire hematologische maligniteiten en sommige niet-maligne aandoeningen. De overleving van alloHCT wordt beperkt door recidief van de maligniteit en door toxiciteit van de behandeling. Een analyse van alloHCTs die werden uitgevoerd in Fred Hutchinson Cancer Research Center (Seattle WA) heeft de uitkomsten vergeleken voor de periode 2003 tot en met 2007 versus 2013 tot en met 2017. Prof. George McDonald en collega’s publiceren de analyse vandaag online in Annals of Internal Medicine.1



De analyse includeerde 1148 patiënten die tussen 2003 en 2008 een eerste alloHCT ondergingen, en 1131 die tussen 2013 en 2018 een eerste alloHCT ondergingen. Uitkomsten waren dag-200 nonrelapse mortaliteit (NRM), recidief of progressie van de maligniteit, relapse-gerelateerde mortaliteit, en overall mortaliteit; gecorrigeerd voor comorbiteitsscores, donotype, leeftijd, ernst van de ziekte, conditioneringsregime, geslacht van patiënt en donor, en cytomegalovirus-serostatus.

In de latere vergeleken met de eerdere periode was er een significant lagere dag-200 NRM (HR 0,66; 95%-bti 0,48-0,89), significant lagere relapse van onderliggende maligniteit (0,76;0,61-0,94), significant lagere relapse-gerelateerde mortaliteit (0,69;0,54-0,87), en significant lagere overall mortaliteit (0,66; 0,56-0,78). De mate van mortaliteitsreductie was vergelijkbaar voor patiënten die myeloablatieve versus gereduceerde-intensiteits conditionering kregen, en eveneens voor patiënten met gematchte sibling versus niet-verwant als donor. Er waren tussen de eerdere en latere periode ook significante verbeteringen in transplantatie-gerelateerde complicaties.

De onderzoekers concluderen dat uitkomsten van alloHCT in Fred Hutch significant verbeterd zijn tussen 2003-2008 en 2013-2018.

1.McDonald GB, Sandmaier BM, Mielcarek M et al. Survival, nonrelapse mortality, and relapse-related mortality after allogeneic hematopoietic cell transplantation: comparing 2003-2007 versus 2013-2017 cohorts. Ann Intern Med 2020; epub ahead of print

Summary: Outcomes of allogeneic hematopoietic cell transplantation at Fred Hutchinson Cancer Research Center (Seattle, WA) were significantly better after alloHCT in 2013-2017 than in 2003-2007.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

SEER-analyse van trends in incidentie en overleving van stadium IA pancreascarcinoom (0)
2020-01-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  stage IA PDAC trends in incidence and survival
Prof. Michael GogginsTijdige detectie zou kunnen resulteren in betere uitkomsten van pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC). Een analyse van de SEER-database heeft recente trends geïnventariseerd in stadium van nieuw-gediagnostiseerde PDACs, leeftijd van de patiënten bij diagnose, en overleving. Prof. Michael Goggins (Johns Hopkins Medical Institution, Baltimore MD) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De analyse liet zien dat tussen begin 2004 en eind 2016 onder de nieuw-gediagnostiseerde PDACs de proportie van stadium IA toenam, met een annual percent change 14,5 (p<0,001). Tijdens deze periode nam de gemiddelde patiëntenleeftijd bij diagnose stadium IA en IB PDAC af met 3,5 jaar (p=0,004) respectievelijk 5,5 jaar (p<0,001), terwijl de gemiddelde leeftijd bij diagnose van hogere stadia toenam, met 0,6 tot 1,4 jaar. De vijf-jaars overall survival van stadium IA PDAC nam toe van 44,7% van de patiënten met diagnose in 2004 tot 83,7% van de patiënten met diagnose in 2012. De tien-jaars OS nam toe van 36,7% van de patiënten met diagnose in 2004 tot 49,0% van de patiënten met diagnose in 2007.

De onderzoekers concluderen dat tussen 2004 en 2017 onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd PDAC het percentage patiënten met diagnose stadium IA is toegenomen, terwijl hun gemiddelde leeftijd afgenomen is en hun OS verbeterd is.

1.Blackford AL, Canto MI, Klein AP et al. Recent trends in the incidence and survival of stage 1A pancreatic cancer: a Surveillance, Epidemiology, and End Results analysis. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER database (2004-2016) found that in recent years the proportion of newly-diagnosed PDAC patients diagnosed with stage IA disease has increased, while their average age at diagnosis has decreased, and their overall survival has improved



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)