Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1-studie van ROR1-specifieke CAR T-cellen voor gevorderde hematopoïetische en epitheliale maligniteiten (0)
2024-11-21 14:30   ( Nieuws )
Tags:  ROR1-specific CAR-T cells
Prof. Stanley RiddellDe receptor tyrokinase-like orphan receptor 1 (ROR1) wordt tot expressie gebracht in cellen van hematopoïetische en epitheliale maligniteiten maar niet in normaal weefsel van volwassenen. Een fase 1-studie van Fred Hutchinson Cancer Center (Seattle WA) evalueerde ROR1-specifieke CAR T-cellen onder patiënten met ROR1-positieve tumoren. Prof. Stanley Riddell en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1



De studie includeerde 21 patiënten met ROR1-positieve gevorderd maligniteiten: drie patiënten met CLL, tien patiënten met TNBC, en acht patiënten met NSCLC. Na lymfodepletie kregen de patiënten CAR T-cellen in één van vier doseringsniveaus uiteenlopend van 3,3 x 105 tot 1 x 107 cellen per kg lichaamsgewicht. Eén patiënt in het CLL-cohort met residuele ziekte in het beenmerg en drie patiënten in het TNBC-cohort met stabiele ziekte kregen een tweede infusie. De behandeling werd goed verdragen, met slechts één doseringlimiterende toxiciteit in een NSCLC-patiënt die 1 x 107 cellen per kg had gekregen. Twee patiënten in het CLL-cohort (66,7%) hadden robuuste expansie van de CAR T-cellen en snelle antitumor respons. In de beide andere cohorten was er slechts beperkte expansie en tumorinfiltratie door de CAR T-cellen en werd partiële respons gezien in één patiënt (5,5%).

De onderzoekers concluderen dat ROR1-gerichte CAR T-cellen goed verdragen werden door de meeste patiënten, en antitumoractiviteit hadden voor CLL, maar slechts beperkte activiteit voor TNBC en NSCLC.

1.Jaeger-Ruckstuhl CA, Specht JM, Voutsinas JM et al. Phase I study of ROR1-specific CAR-T cells in advanced hematopoietic and epithelial malignancies. Clin Cancer Res 2024-2172

Summary: A phase 1 study at Fred Hutchinson Cancer Center (Seattle, WA) found that ROR1-directed CAR-T cells were well tolerated in most patients with ROR1-positive CLL, TNBC, and NSCLC, but had robust activity in CLL alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in actieve surveillance of watchful waiting voor intermediair-risico prostaatcarcinoom, 2010 tot en met 2020 (0)
2024-11-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  intermediate-risk prostate cancer temporal trends in active surveillance and watchful waiting
Dr. Michael LeapmanActieve surveillance en watchful waiting (AS/WW) worden gezien als het optimale initiële management voor patiënten met niet-agressief prostaatcarcinoom (PrC). Een studie op basis van gegevens in de SEER-database heeft temporele trends in gebruik van AS/WW voor intermediair-risico (GG2 of GG3, PSA 10-20 ng/ml, of stadium cT2b) in de periode van 2010 tot en met 2020 geïnventariseerd. Dr. Michael Leapman (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 147.205 patiënten met intermediair-risico PrC in de studieperiode. Het percentage patiënten met intermediair-risico ziekte nam toe van 41,7% in 2010 tot 47,3% in 2020 (p<0,001). Gebruik van AS/WW voor deze patiënten nam toe van 5,0% in 2010 tot 12,3% in 2020 (p<0,001). Het gebruik nam toe van 13,2% tot 53,8% onder intermediair-risico patiënten met GG1 (p<0,001), van 4,0% tot 11,6% onder patiënten met GG2, en van 2,5% tot 2,8% onder patiënten met GG3 (p=0,85), van 3,4% tot 9,2% onder patiënten met PSA lager dan 10 ng/ml (p<0,001), en van 9,3% tot 20,7% onder patiënten met PSA 10 tot 20 ng/ml (p<0,001). In multivariate analyse waren hogere GGs en hoger PSA-waarden geassocieerd met lagere waarschijnlijkheid van gebruik van AS/WW.

De onderzoekers concluderen dat tussen 2010 en 2020 het gebruik van AS/WW voor intermediair-risico PrC significant is toegenomen.

1.Ajjawi I, Loeb S, Cooperberg MR et al. Active surveillance or watchful waiting for intermediate-risk prostate cancer, 2010-2020. JAMA 2024.2826615

Summary: Analysis of the SEER database found a significant increase in the use of active surveillance or watchful waiting for intermediate-risk prostate cancer between 2010 and 2020.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ipilimumab plus nivolumab voor zeldzame tumoren: resultaten in het vulvacarcinoom-cohort (0)
2024-11-20 16:00   ( Nieuws )
Tags:  DART SWOG S1609 vulvar cancers cohort
Prof. Young Kwang ChaeDuale remming van PD-1 en CTLA-4 heeft geleid tot bemoedigende resultaten in verscheidene maligniteiten. De multicenter Dual Anti-CTLA-4 and Anti-PD-1 Blockade in Rare Tumors (DART)-studie evalueert de combinatie van ipilimumab en nivolumab voor zeldzame tumoren. Prof. Young Kwang Chae (Northwestern University, Chicago IL) en collega’s publiceren in Clinical Cancer Research resultaten van de studie in het cohort van patiënten met vulvacarcinoom.1

Het cohort telde zestien patiënten (mediane leeftijd 55,5 jaar; 0 tot 6 eerdere lijnen van behandeling; geen eerdere immuuntherapie) met vulvacarcinoom van squameus celcarcinoom histologie. De patiënten kregen intraveneus ipilimumab 1 mg/kg iedere zes weken plus intraveneus nivolumab 240 mg iedere twee weken. Het primaire eindpunt was objectieve respons. Deze werd gezien in drie patiënten (ORR 18,8%), één andere patiënt had stabiele ziekte (CBR 25%), en één andere patiënt had niet-bevestigde partiële respons (CBR plus unconfirmed PR rate 31%). De progressievrije overleving in deze vijf patiënten was 34,1; 16,7; 15,5; 7,2; en 7,0 maanden. De mediane progressievrije overleving was 2,2 maanden en de mediane overall survival was 7,6 maanden. De meest-waargenomen adverse events waren diarree, vermoeidheid, pruritus, anorexie, en misselijkheid (alle in vier patiënten; 25%). Graad 3 of 4 AEs werden gezien in vier patiënten. Er was één AE resulterend in discontinuering en één graad 5 AE.

De onderzoekers concluderen dat ipilimumab plus nivolumab voor vulvacarcinoom resulteerde in meer dan een jaar aanhoudende objectieve respons in drie van zestien patiënten.

1.Chae YK, Corthell L, Pravin S et al. A phase II basket trial of dual anti-CTLA-4 and anti-PD-1 blockade in rare tumors (DART) SWOG S1609: vulvar cancers. Clin Cancer Res 2024-1957

Summary: In the vulvar cancers cohort of DART SWOG S1609, ipilimumab plus nivolumab treatment resulted in an objective response in three out of 16 patients, all of whom had durable responses lasting of one year, whereas two additional patients experienced durable stable disease and unconfirmed partial response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intralesionaal T-VEC plus topsich imiquimod voor in-transit metastase van melanoom (0)
2024-11-20 14:30   ( Nieuws )
Tags:  in-transit metastatic melanoma T-VEC plus imiquimod
Dr. Jennifer ChoiIn-transit metastase van melanoom vormen een aanzienlijke klinische uitdaging, in het bijzonder in patiënten met contraïndicaties voor systemische behandelingen. Een studie van Northwestern Memorial Hospital (Chicago IL) heeft gelokaliseerde therapie met intralesionaal talimogene laherparepvec (T-VEC) en topisch imiquimod in vijf patiënten met in-transit metastasen van melanoom geëvalueerd. Dr. Jennifer Choi en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De mediane leeftijd van de twee vrouwen en drie mannen op het moment van diagnose van in-transit melanoom was 58 jaar (range 43-85). Vier van vijf patiënten waren eerder systemisch behandeld (drie met adjuvant immuuntherapie en één met adjuvante gerichte therapie). De patiënten kregen mediaan 13 (range 8-20) T-VEC injecties over een periode van mediaan 6 maanden (range 5-9), gedurende 4 maanden concurrent met imiquimod. De behandeling werd goed verdragen, zonder bijwerkingen die tot discontinuering leidden. Vier van vijf patiënten bereikten complete respons; de vijfde patiënt ontwikkelde systemische progressie resulterend in vroeg staken van de behandeling. Alle patiënten met complete respons zetten topisch imiquimod voort als onderhoud na staken van T-VEC. Eén patiënt met complete respons ontwikkelde nodale ziekte 10 maanden na de laatste T-VEC injectie. De drie andere patiënten zijn vrij van cutane en systemische ziekte 2 tot 57 maanden na hun laatste injectie.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van intralesionaal T-VEC en topisch imiquimod een effectieve en veilige behandeling kan zijn van in-transit metastasen van melanoom.

1.Lenga M, Choi E, Sosman J et al. Successful treatment of in-transit metastatic melanoma with combiniation intralesional T-VEC and topical imiquimod immunotherapy. J ImmunoTher Cancer 2024-009581

Summary: A case series of five patients with in-transit metastatic melanoma found tolerability and activity of the combination of intralesional T-VEC and topical imiquimod.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van botmetastase in stadium IV NSCLC behandeld met durvalumab en tremelimumab met of zonder chemotherapie (0)
2024-11-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  CCTG BR.34 trial bone metastasis in stage IV NSCLC
Prof. Allan LiptonDe multinationale fase 2-studie CCTG BR.34 randomiseerde 301 patiënten met metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom naar eerstelijns durvalumab plus tremelimumab (DT) met of zonder doublet chemotherapie (CT). In 2020 is gepubliceerd dat toevoeging van CT aan DT niet resulteerde in verlenging van de overall survival. Een retrospectieve analyse van de studie evalueerde de impact van aanwezigheid van botmetastase op de uitkomsten. Prof. Allan Lipton (Penn State University, Hershey PA) en collega’s publiceren de analyse in JCO Oncology Advances.1

Onder de gerandomiseerde patiënten waren er 129 met baseline botmetastase en 172 zonder botmetastase. De aanwezigheid van hersenmetastasen (p=0,34) en levermetastasen (p=0,51) verschilde niet significant tussen beide groepen. Deze figuur laat zien dat de overall survival significant slechter was in de groep met botmetastase dan in de groep zonder botmetastase, en deze figuur laat zien dat dit ook het geval was voor de progressievrije overleving. De overall response rate was lager in de groep patiënten met botmetastase (29,5% versus 45,9%; OR 0,52; p=0,01). De impact van botmetastase op de uitkomsten werd gezien in de DT plus CT groep en in de DT zonder CT groep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met mNSCLC behandeld met DT met of zonder CT aanwezigheid van botmetastase geassocieerd was met verslechtering van de uitkomsten.

1.Annageldiyev C, Gaudreau P-O, Leitzel K et al. Impact of bone metastasis in stage IV non-small cell lung cancer treated with durvalumab and tremelimumab with or without chemotherapy: a retrospective analysis of the CCTG BR.34 trial. JCO Oncology Advances 2024.00017

Summary: Retrospective analysis of the multinational phase 2 CCTG BR.34 trial found that among stage IV NSCLC patients treated with first-line durvalumab and tremelimumab with or without chemotherapy, presence of bone metastasis was associated with worse outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit door levercelcarcinoom in de Verenigde Staten: trends voor 2006-2023 en projecties tot en met 2040 (0)
2024-11-19 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC mortality trends and projections
Prof. Mindie NguyenPrimair levercarcinoom was in 2020 wereldwijd de derde leidende oorzaak van overlijden aan maligniteiten. Levercelcarcinoom (HCC) maakt 75% tot 85% uit van primaire levermaligniteiten. Een studie in de Verenigde Staten heeft trends in HCC-mortaliteit in de periode tussen begin 2006 en eind 2022 geïnventariseerd met projecties voor de periode tot eind 2040. Prof. Mindie Nguyen (Stanford University Medical Center, Palo Alto CA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

In de database van het National Vital Statistics System identificeerden de onderzoekers 188.280 HCC-gerelateerde gevallen van overlijden onder personen van 25 jaar en ouder, waarvan 77,4% onder mannen. De annual percentage change was 4,1% (95%-bti 2,2-7,7) voor de periode 2006 tot 2009 en 1,8% (0,7-2,0) voor 2009 tot en met 2022. De figuur laat de waargenomen en geprojecteerde leeftijdsgestandaardiseerde mortaliteitspercentages (ASMRs) zien. De overall ASMR was 5,03 per 100.000 personen in 2022, en zal naar verwachting toenemen tot 6,39 per 100.000 in 2040, met consistente trends onder mannen en vrouwen. De ASMRs namen af voor hepatitis B- en C- virus (HBV/HCV) gerelateerde etiologie, maar namen toe voor met alcohol samenhangende leverziekte (ALD) geassocieerd HCC en met metabool dysfunctioneren samenhangende steatotische leverziekte (MASLD) geassocieerd HCC. Er waren aanzienlijke dispariteiten in de HCC-gerelateerde ASMRs per leeftijd, geslacht, en ras/etniciteit.

De onderzoekers concluderen dat ASMRs voor ALD- en MASLD-gerelateerd HCC snel toenamen tussen 2006 en 2022, en dat ALD-gerelateerd HCC per 2026 de voornaamste oorzaak van HCC-mortaliteit zal zijn, met MASLD als tweede leidende oorzaak per 2032.

1.Qiu S, Cai J, Yang Z et al. Trends in hepatocellular carcinoma mortality rates in the US and projections through 2040. JAMA Network Open 2024;7:e2445525

Summary: A cross-sectional study in the USA investigated trends in hepatocellular carcinoma mortality rates, with projections through 2040.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intensivering van behandeling na niet bereiken van MRD-negativiteit met eerste inductie in oudere patiënten met AML (0)
2024-11-19 14:30   ( Nieuws )
Tags:  NCRI AML18 trial
Prof. Nigel RussellAML-patiënten die geen MRD-negativiteit bereiken met inductiechemotherapie hebben een slechte prognose. De multicenter NCRI AML 18 studie in het Verenigd Koninkrijk en Denemarken evalueerde intensivering van de chemotherapie voor deze patiënten. Prof. Nigel Russell (Guy’s and St Thomas’ NHS Foundation Trust, London) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

NCRI AML 18 includeerde 523 patiënten met AML (mediane leeftijd 67 jaar, range 51-79) zonder flow-cytometrisch vastgestelde MRD-negatieve remissie na een eerste inductiekuur met daunorubicine en AraC (DA) onder wie 165 niet in remissie. De patiënten werden gerandomiseerd naar twee extra kuren DA (n=193) of intensivering van de behandeling met FLAG-Ida (n=191) of DA plus cladribine (DAC; n=139). De figuur toont de resultaten van de studie. Onder alle patiënten was de overall survival niet significant beter met intensificatie, met drie-jaars OS-percentage 34% in de DA-groep, 46% in de DAC-groep, en 42% in de FLAB-Ida groep (DAC versus DA HR 0,74; p=0,054; LFA-Ida versus DA HR 0,86; p=0,270). Vroege mortaliteit of andere adverse events waren meer frequent met FLAG-Ida (eerste 60 dagen 9%) dan met DA of DAC (beide 4%). Onder de gerandomiseerde patiënten waren er 131 met onbekende MRD-status. Na exclusie van deze patiënten zonder flow-cytometrische evidentie voor residuele leukemie, was intensivering van de behandeling wel geassocieerd met overlevingsvoordeel: DAC versus DA HR 0,66 (p=0,018) en FLAG-Ida versus DA HR 0,72 (p=0,35) met drie-jaars OS-percentages 30%, 46%, en 46% voor DA, DAC, en FLAG-Ida.

De onderzoekers concluderen dat onder oudere AML-patiënten met aanwijzingen voor residuele ziekte na eerste inductie, intensivering van de chemotherapie resulteerde in verbetering van de overleving, en dat DAC-intensivering beter werd verdragen dan FLA-Ida.

1.Russell NH, Thomas A, Hills RK et al. Treatment intensification with either fludarabine, AraC, CSF and idarubicin, or cladrabine plus daunorubicine and AraC on the basis of residual disease status in older patients with AML: results from the NCRI AML 18 trial. J Clin Oncol 2024; epub ahaed of print

Summary: The multicenter randomized NCRI AML 18 trial in the UK found that among older patients with AML with evidence of residual disease after first induction, chemotherapy intensification was associated with improved survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Database-studie van trends in incidentie en mortaliteit van pancreascarcinoom onder jonge Amerikanen (0)
2024-11-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  US men and women aged 15-39 years pancreatic cancer incidence and mortality
Dr. Vishal PatelEr zijn aanwijzingen voor een wereldwijde toename van de incidentie van pancreascarcinoom onder jonge mannen en vrouwen, die samen zou kunnen hangen met de toename van het percentage personen met obesitas. Een studie op basis van gegevens van U.S. Cancer Statistics en het National Vital Statistics System heeft trends in incidentie en mortaliteit van pancreascarcinoom onder ‘jonge’ mannen en vrouwen (leeftijd van vijftien tot veertig jaar) over de periode van begin 2001 tot eind 2019 geïnventariseerd. Dr. Vishal Patel (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in Annals of Internal Medicine.1



Tussen begin 2001 en eind 2019 nam de incidentie van pancreascarcinoom onder jonge vrouwen toe van 3,3 per miljoen toe tot 6,9 per miljoen (average annual percent change 4,8%; 95%-bti 4,1-5,6) en onder jonge mannen van 3,9 per miljoen tot 6,2 per miljoen (2,7%; 2,0-3,5). Het merendeel van deze toename betrof vroeg-stadium ziekte: onder vrouwen AAPC 11,7% (95%-bti 10,4-13,6) en onder mannen 11,1% (9,7-13,1). De mortaliteit tengevolge van pancreascarcinoom was stabiel, met onder vrouwen AAPC -0,5% (95%-bti -1,4 tot 0,5%) en onder mannen -0,1% (-0,8 tot 0,6).

De onderzoekers concluderen dat onder jonge Amerikanen in de periode van 2001 tot en met 2019 de incidentie van pancreascarcinoom toenam terwijl de mortaliteit stabiel bleef.

1.Patel VR, Adamson AS. Liu JB, Welch HG. Increasing incidence and stable mortality of pancreatic cancer in young Americans. Ann Intern Med 2024; epub ahead of print

Summary: A database study found that among US men and women aged 15-39 years from 2001 to 2019 the incidence of pancreatic cancer increased, while the mortality due to pancreatic cancer was stable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)