Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Retrospectieve studie van demografische en klinische kenmerken van patiënten met metastatisch mammacarcinoom en leptomeningeale ziekte (0)
2024-06-20 13:30   ( Nieuws )
Tags:  mBC LMD
Dr. Laura HuppertPatiënten met metastatisch mammacarcinoom (mBC) kunnen leptomeningeale ziekte (LMD) ontwikkelen. Een retrospectieve cohortstudie van de University of California San Francisco heeft demografische en klinische kenmerken van mBC-patiënten met LMD geïnventariseerd. Dr. Laura Huppert en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2000 en eind 2023 werden in USCF 111 mBC-patiënten met LMD behandeld (47,7% HR+/HER2-; 27,0% HER2+; 25,2% TNBC). De mediane tijd tussen de diagnose mBC en de diagnose LMD was 16,4 maanden (range 0-103,3). Na de LMD-diangose kregen de meeste patiënten systemische therapie (59,5%) en/of CNS-gerichte therapie (84,7%) waaronder intrathecale therapie (37,8%) en/of CNS-gerichte radiotherapie (61,3%). De figuur laat overlevingsuitkomsten zien. De mediane overall survival vanaf de LMD-diagnose onder alle patiënten was 4,1 maanden (range 0,1-78,1). Patiënten met HR+/HER2- of HER2+ mBC overleefden langer na de LMD-diagnose dan patiënten met TNBC mBC. Patiënten die CNS-gerichte therapie kregen overleefden langer dan patiënten die deze therapie niet kregen. Patiënten met een LMD-diagnose na 2014 overleefden langer dan patiënten met een LMD-diagnosevoor 2015. In mutlivariate analyse was TNBC versus ander subtype geassocieerd met kortere OS van de de LMD-diagnose (HR 2,03; p=0,004).

De onderzoekers concluderen dat in deze grote serie van patiënten met mBC en LMD de OS overall kort was, hoewel er in de loop van de tijd verbetering in de OS werd gezien.

1.Huppert LA, Fisch S, Tsopurashvili E et al. Demographic and clinical characteristics of patients with metastatic breast cancer and leptomeningeal disease: a single center retrospective cohort study. Breast Cancer Res Treat 2024-07339-1

Summary: A retrospective cohort study at the University of California San Francisco found that among patients with metastatic breast cancer and leptomeningal disease the median overall survival after the LMD diagnosis was short. Patients with LMD diagnosis from 2015 had better OS than patients with LDM diagnosis from 2000 to 2014.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van immuuncheckpointremmers met of zonder denosumab voor NSCLC met botmetastasen (0)
2024-06-20 12:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC with bone metastases ICIs with or without denosumab
Dr. Norio YamamotoEr zijn aanwijzingen voor synergistische werkzaamheid van immuuncheckpointremmers (ICIs) en denosumab in patiënten met botmetastasen van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Een retrospectieve studie van Kanazawa Universiteit (Japan) heeft toevoeging van denosumab aan ICIs in deze patiënten geëvalueerd. Dr. Norio Yamamoto en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1


De studie includeerde 86 patiënten die ICIs kregen voor botmetastasen van NSCLC, onder wie 47 die tevens denosumab kregen (D+ICI groep) en 39 die geen denosumab kregen (ICI-groep). De D+ICI groep had vergeleken met de ICI-groep significant betere response rate van de botmetastasen (40,4% versus 20,5%; p=0,01), disease control rate (67,3% versus 38,7%; p=0,02), mediane progressievrije overleving (7,4 versus 3,6 maanden; p<0,01), en mediane overall survival (14,2 versus 8,6 maanden; p=0,02). Er was geen statistisch significant verschil tussen beide groep in incidentie van immune-related adverse events (irAEs; 29,7% versus 12,8%; p=0,07). De groep die concomitant denosumab kreeg gedurende langer dan vier maanden had vergeleken met de groep die korter dan vier maanden concomitant denosumab kreeg significant betere RR (46,2% versus 17,4%; p=0,03), mediane PFS (10,9 versus 2,8 maanden; p<0,01), en mediane OS (20,3 versus 3,8 maanden; p<0,01).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van denosumab aan ICI voor NSCLC met botmetastasen resulteerde in verbetering van oncologische uitkomsten zonder toename van de incidentie van irAEs.

1.Asano Y, Yamamoto N, Demura S et al. Combination therapy with immune checkpoint inhibitors and denosumab improves clinical outcomes in non-small cell lung cancer with bone metastases. Lung Cancer 2024.107858

Summary: A retrospective study at Kanazawa University (Japan) found that among patients with bone metastases from NSCLC, addition of denosumab to ICIs was associated with improved response rate, disease control rate, and overall survival without increased incidence of adverse events.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsuitkomsten met adjuvante COX-2 remming voor PIK3CA-geactiveerd stadium III coloncarcinoom (0)
2024-06-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CALGB SWOG 80702 PIK3CA-activated stage III colon cancer COX-2 inhibition
Dr. Jonathan NowakDe multinationale fase 3-studie CALGB/SWOG 80702 evalueerde toevoeging van de COX-2 remmer celecoxib versus placebo aan standaard adjuvante chemotherapie na resectie van stadium III coloncarcinoom. Eerder is gepubliceerd dat onder alle patiënten tezamen was het effect van toevoeging van celecoxib niet significant in termen van ziektevrije overleving (DFS). Een vooraf-geplande analyse heeft het effect van toevoeging van celecoxib in de subgroep met PIK3CA gain-of-function mutaties onderzocht. Dr. Jonathan Nowak (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

Onder de 1917 geïncludeerde patiënten met tumoren met beschikbare whole-exome sequencing gegevens hadden 259 PIK3CA functiewinst-mutaties. Patiënten met deze mutaties hadden betere DFS met celecoxib versus placebo (aHR 0,56; 95%-bti 0,33-0,96). In de groep patiënten zonder deze mutaties was het effect van celecoxib versus placebo op de DFS niet significant (aHR 0,89; 95%-bti 0,70-1,14); hoewel de interactietest een niet-significant resultaat had (p=0,13). De aHR voor overall survival met celecoxib versus placebo was 0,44 (95%-bti 0,22-0,85) onder patiënten met de PIK3CA functiewinst-mutaties en 0,94 (0,68-1,30) onder patiënten zonder deze mutaties; met een significant resultaat van de interactietest (p=0,04).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat analyse van PIK3CA mutatiestatus bij kan dragen aan de keuze voor al of niet toevoegen van COX-2 remmers aan standaard adjuvante chemotherapie voor stadium III coloncarcinoom.

1.Nowak JA, Twombly T, Ma C et al. Improved survival with adjuvant cyclooxygenase 2 inhibition in PIK3CA-activated stage III colon cancer: CALGB/SWOG 80702 (Alliance). J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Subgroup analysis of the multinational phase 3 SWOG 80702 trial showed that addition of celecoxib to adjuvant chemotherapy for stage 3 colon cancer resulted in improved DFS and OS among patients with tumors with PIK3CA gain-of-function mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale studie van pathologisch complete respons na preoperatieve chemo(radio)therapie voor pancreasadenocarcinoom (0)
2024-06-19 13:30   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic adenocarcinoma preoperative CRT pCR
Thomas StoopPreoperatieve chemo(radio)therapie wordt in toenemende mate gebruikt onder patiënten met gelokaliseerd pancreasadenocarcinoom. Een multinationale observationele cohortstudie heeft de incidentie van pathologisch complete respons (pCR) en daarmee samenhangende uitkomsten geïnventariseerd. PhD-kandidaat Thomas Stoop (Amsterdam UMC en University of Colorado, Aurora) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1


De studie, in negentien centra in acht landen, includeerde alle achtereenvolgende patiënten die tussen begin 2010 en eind 2018 resectie ondergingen na tenminste twee cycli preoperatieve chemotherapie met of zonder radiotherapie voor gelokaliseerd pancreasadenocarcinoom. De mediane follow-up was 19 maanden. Onder de 1758 geïncludeerde patiënten (gemiddelde leeftijd 64 ± 9 jaar; 50% vrouwen) werd pCR gezien in 85 patiënten (4,8%). De figuur laat zien dat pCR geassocieerd was met overall survival (versus geen pCR: HR 0,46; 95%-bti 0,26-0,83) en recidiefvrije overleving . Eén-, drie-, en vijf-jaars OS-percentages waren 95%, 82%, en 63% onder patiënten met pCR versus 80%, 46%, en 30% in patiënten zonder pCR (p<0,001). Factoren die geassocieerd waren met pCR waren preoperatief chemotherapieregime, type preoperatieve radiotherapie, radiologische respons, en normaal CA 19-9 na preoperatieve therapie.

De onderzoekers concluderen dat preoperatieve chemoradiotherapie resulteerde in pCR in 4,8% van de patiënten, en dat pCR geassocieerd was met betere overleving.

1.Stoop TF, Oba A, Wu A et al. Pathological complete response in patients with resected pancreatic adenocarcinoma after preoperative chemotherapy. JAMA Network Open 2024;7:e2417625

Summary: A multinational, observational cohort study found that preoperative chemo(radio)therapy for pancreatic adenocarcinoma resulted in a pCR rate of 4.8%. pCR was associated with longer overall survival compared with no pCR.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van overleving met verlengde postgastrectomie follow-up voor maagcarcinoom (0)
2024-06-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  gastric cancer extended postgastrectomy follow-up
Prof. Ju-Hee LeeDe meeste tot op heden gepubliceerde studies en richtlijnen van postgastrectomie follow-up voor patiënten met maagcarcinoom zijn beperkt tot de eerste vijf jaar na de gastrectomie. Een bevolkings-gebaseerde retrospectieve studie in Zuid-Korea heeft de associatie van langere follow-up met overall survival en overleving na recidief geïnventariseerd. Prof. Ju-Hee Lee (Hanyang Universiteit, Seoel) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1


De studie is gebaseerd op gegevens in de database van de Korean National Health Insurance, betreffende 40.468 patiënten met een diagnose maagcarcinoom tussen begin 2005 en eind 2014, met follow-up tot eind 2021. Patiënten die vijf jaar na gastrectomie geen recidief of andere maligniteiten hadden werden verdeeld in twee groepen: patiënten met verlengde regelmatige follow-up en patiënten zonder verlengde regelmatige follow-up. Laat recidief of gastric remnant cancer (GRC) werd gezien in 7,8% van de patiënten. Verlengde regelmatige follow-up was geassocieerd met significant lagere overall mortaliteit (vijftien-jaars postgastrectomie mortaliteit (36,9% versus 49,4%; p<0,001) en significante verbetering van de vijf-jaars postrecidief of post GRC-diagnose overleving (71,5% versus 32,7%; p<0,001). Vergelijking van verschillende follow-up methoden liet zien dat de combinatie van endoscopie en abdominopelvische CT tot betere overlevingsresultaten leidde dan elk van beide methoden afzonderlijk.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat verlengde regelmatige follow-up na vijf jaar postgastrectomie de overlevingsuitkomsten verbetert.

1.Lee J-H, Kim J, Choi JY. Feasibility of extended postoperative follow-up in patients with gastric cancer. JAMA Surg 2024.1753

Summary: A retrospective study in South Korea found that among patients with gastric cancer, continuing follow-up after 5 years postgastrectomy was associated with improved postrecurrence survival rate.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-2a studie van duvelisib plus romidepsine voor recidiverend of refractair T-cel lymfoom (0)
2024-06-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  R R TCL duvelisib plus romidepsin
Dr. Santosha VardhanaIn eerdere studies is activiteit gezien van PI3K-δ remmers voor lymfoïde maligniteiten, die echter ook resulteerde in verhoogd risico van inflammatie. Een fase 1b-2a studie in Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York NY) en Dana-Farber Cancer Institute (Boston MA) heeft de impact van toevoeging van de HDAC-remmer romidepsine of de proteasoomremmer bortezomib aan de PI3K-δγ remmer duvelisib voor recidiverend of refractair T-cel lymfoom (R/R TCL) geïnventariseerd. Dr. Santosha Vardhana (MSKCC) en collega’s publiceren publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie includeerde 98 patiënten die hetzij duvelisib plus romidepsine kregen (n=66) of duvelisib plus bortezomib (n=32). Het primair eindpunt van fase 1b was identificeren van de hoogst-verdragen dosering van duvelisib, die 75 mg tweemaal daags bleek te zijn in combinatie met romidepsine en 25 mg tweemaal daags in combinatie met bortezomib. De met deze doseringen meest-gerapporteerde adverse events (primair eindpunt van fase 2a) waren neutropenie (42%) en vermoeiheid (37%) met duvelisib plus romidepsine en diarree (48%) en neutropenie (30%) met duvelisib plus bortezomib. Duvelisib plus romidepsine resulteerde in minder hepatotoxiciteit (14%) dan duvelisib monotherapie in een eerdere studie (40%).

Secundaire eindpunten van fase 2a waren overall response rate (ORR) en complete response rate (CRR). ORR en CRR waren 55% respectievelijk 34% onder patiënten die werden behandeld met duvelisib plus romidepsine en 34% respectievelijk 13% onder patiënten die werden behandeld met duvelisib plus bortezomib. Onder patiënten met perifeer T-cel lymfoom die duvelisib plus romidepsine kregen waren ORR en CRR 56% respectievelijk 44%, met in exploratieve analyses hogere responspercentages in patiënten met folliculair helper T-cel subtype.

De onderzoekers concluderen dat combinatie van PI3K- en HDAC-remming veelbelovende activiteit had onder patiënten met R/R TCL.

1.Horwitz SM, Nirmal AJ, Rahman J et al. Duvelisib plus romidepsin in relapsed/refractory T cell lymphomas: a phase 1b/2a trial. Nature Med 2024-03076-6

Summary: A phase 1b-2a trial at two centers in the USA found promising activity and acceptable toxicity of the combination of duvelisib and romidepsin in patients with relapsed or refractory T cell lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van skelet-gerelateerde gebeurtenissen in patiënten met botmetastasen van melanoom (0)
2024-06-18 13:30   ( Nieuws )
Tags:  bone metastatic melanoma SREs
Dr. Joseph SchwabMetastische botziekte wordt gezien in tot 17% van de patiënten met melanoom. Een retrospectieve studie heeft de incidentie van skelet-gerelateerde gebeurtenissen (SREs) en voorspellers daarvan na de diagnose botmetastase geïnventariseerd. Dr. Joseph Schwab (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 481 patiënten met een diagnose botmetastase van melanoom tussen 2008 en 2018. Het primaire eindpunt was incidentie van SRE. Eén jaar na de diagnose hadden 258 patiënten (52%) een SRE doorgemaakt, en was pathologische botfractuur gezien in 137 patiënten (28%). Baseline-voorspellers van SREs na negentig dagen en één jaar waren lytische lesies, botpijn, verhoogd calcium, verhoogd lymfocytengetal, en afgenomen albumine- en hemoglobineniveaus. Dezelfde factoren met uitzondering van hemoglobine voorspelden SREs na een jaar.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met botmetastasen van melanoom een hoog risico van SREs en fracturen hebben.

1.Shimizu MR, de Groot TM, Twining PK et al. Factors associated with skeletal-related events in patient with bone metastatic melanoma: a retrospective study of 481 patients. J Surg Oncol 2024.27731

Summary: A retrospective study at Massachusetts General Hospital found that among patients with bone metastatic melanoma, the incidence of skeletal-related events and pathological fracture was 52% and 28% at one year, respectively.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-2 studie van linvoseltamab voor recidiverend of refractair multipel myeloom (0)
2024-06-18 12:00   ( Nieuws )
Tags:  RRMM linvoseltamab
Prof. Madhav DhodapkarLinvoseltamab is een BCMA x CD3 bispecifiek antilichaam. Een multicenter fase 1-2 studie in de Verenigde Staten heeft linvoseltamab geëvalueerd voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) met progressie na tenminste drie lijnen behandeling of triple-refractair tegen proteasoomremmer, immuunmodulerend agens, en een anti-CD38 monoklonaal antilichaam. Prof. Madhav Dhodapkar (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren fase 2-resultaten van de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

Fase 2 includeerde 117 patiënten die linvoseltamab 200 mg kregen (eens per week tot en met week veertien, en vervolgens eens per twee weken; patiënten met tenminste zeer goede partiële respons na 24 weken kregen vanaf dat moment linvoseltamab 200 mg eens per vier weken. De mediane leeftijd van de patiënten was 70 jaar, 39% had high-risk cytogenetics, en 28% had penta-refractaire ziekte. Het primaire eindpunt van fase 2 was overall response rate (ORR). Na mediaan 14,3 maanden follow-up was de ORR 71%, met complete respons in 50%. De mediane duur van respons onder de 83 patiënten met respons was 29,4 maanden (95%-bti 19,2-NE). De meest-gerapporteerde adverse events waren cytokine release syndrome (35,0% graad 1; 10,3% graad 2; 0,9% graad 3), neutropenis 0,9% graad 2; 18,8% graad 3; 23,1% graad 4), en anemie (3,4% graad 1; 4,3% graad 2; 30,8% graad 3). ICANS werd gezien in 7,7% (2,6% elk graad 1, 2, en 3). Infecties werden gerapporteerd voor 74,4% (33,3% graad 3; 2,6% graad 4), met afnemende frequentie en ernst van de infecties in de loop van de tijd.

De onderzoekers concluderen dat linvoseltamab 200 mg onder RRMM-patiënten diepe en duurzame responsen induceerde, met een mediane duur van respons van 29,4 maanden, en een acceptabel veiligheidsprofiel had.

1.Bumma N, Richter J, Jagannath S et al. Linvoseltamab for treatment of relapsed/refractory multiple myeloma. J Clin Oncol 2024.01008

Summary: A multicenter phase 1-2 trial in the United States found an acceptable safety profile and promising activity of linvoseltamab for relapsed or refractory multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)