Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lange-termijn follow-up van multinationale fase 3-studie CASSIOPEIA (0)
2024-06-17 15:00   ( Nieuws )
Tags:  long-term follow-up of CASSIOPEIA transplantation-eligible NDMM D-VTd versus VTd
Prof. Philippe MoreauDe fase 3-studie CASSIOPEIA, in 111 centra in Europa, randomiseerde (voor transplantatie in aanmerking komend)e patiënten met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) naar pre-transplantatie inductie en post-transplantatie consolidatie met daratumumab, bortezomib, thalidomide, en dexamethason (D-VTd; n=543) of alleen VTd (n=542), gevolgd door re-randomisatie naar daratumumab-onderhoudsbehandeling (n=442) of observatie (n=444) van patiënten met partiële respons of beter. Eerder is gepubliceerd dat in de D-VTd-groep, vergeleken met de VTd-groep, diepte van respons en progressievrije overleving superieur waren, en dat na de tweede randomisatie daratumumab-onderhoudsbehandeling, vergeleken met observatie, resulteerde in significant betere PFS en minimaal residuele ziekte (MRD)-negativiteitspercentages. Prof. Philippe Moreau (Academisch Ziekenhuis Nantes, Frankrijk) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology lange-termijn follow-up resultaten van CASSIOPEIA.1


Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 80,1 maanden (IQR 75,7-85,6) na de eerste randomisatie en 70,6 maanden (66,4-76,1) na de tweede randomisatie. De mediane PFS vanaf de tweede randomisatie was significant langer in de daratumumab-onderhoudsgroep dan in de observatiegroep (niet bereikt versus 45,8 maanden; HR 0,49; p<0,0001). D-VTd gevolgd door daratumumab-onderhoud vergeleken met D-VTd gevolgd door observatie resulteerde in niet-bereikte mediane PFS versus 72,1 maanden (HR 0,76; p=0,048). VTd gevolgd door daratumumab-onderhoud versus VTd gevolgd door observatie resulteerde in niet-bereikte mediane PFS versus 32,7 maanden (HR 0,34; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat deze lange-termijn resultaten van CASSIOPEIA laten zien dat inclusie van daratumumab in de inductie-, consolidatie-, en onderhoudsfase resulteerde in significante verbetering van de PFS van NDMM-patiënten.

1.Moreau P, Hulin C, Perrot A et al. Bortezomib, thalidomide, and dexamethasone with or without daratumumab and followed by daratumumab maintenance or observation in transplant-eligible newly diagnosed multiple myeloma: long-term follow-up of the CASSIOPEIA randomised controlled phase 3 trial. Lancet Oncol 2024-00282-1

Summary: Long-term follow-up of the multinational phase 3 CASSIOPEIA trial found that among transplant-eligible NDMM patients, inclusion of daratumumab in both the induction and consolidation phase and the maintenance phase led to superior PFS outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chemotherapie plus osimertinib na progressie van EGFR-gemuteerd aNSCLC op eerstelijns osimertinib: real-world uitkomsten (0)
2024-06-17 13:30   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-mutated advanced non-small cell lung cancer
Dr. Stephanie SawPatiënten met EGFR-gemuteerd gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) hebben na progressie op eerstelijns osimertinib weinig opties. Een retrospectieve studie in Singapore en Hong Kong heeft real-world uitkomsten met toevoegen van pemetrexed-platina chemotherapie aan voortzetting van osimertinib geïnventariseerd. Dr. Stephanie Saw (National Cancer Centre, Singapore) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 60 patiënten (32 mannen en 28 vrouwen; mediane leeftijd bij diagnose 62 jaar). L858R-mutatie werd gezien in 43,3%. Baseline CNS metastasen waren aanwezig in 66,7%. De mediane tijd tot behandelfalen op osimertinib (TTF1) was 14,4 maanden, en de mediane tijd tot toevoegen van pemetrexed-platina aan voortgezet osimertinib was 41 dagen na progressie (range 0-652). Partiële respons of stabiele ziekte op pemetrexed-platina-osimertinib werd gezien in 81,7%, en intracraniële ziektecontrole in 90,6% van patiënten met meetbare CNS-metastasen.


De figuur laat zien dat de mediane tijd tot behandelfalen op pemetrexed-platina-osimertinib (TTF2) 6,6 maanden was. De mediane TTF1 plus TTF2 was 23,4 maanden. De mediane overall survival was 34,2 maanden. De behandeling was ook effectief onder patiënten met L858R-mutatie en onder patiënten met baseline CNS-metastasen. Duur van TTF1 was niet significant geassocieerd met TTF2 (p=0,76). Patiënten die chemotherapie-osimertinib startten binnen twintig dagen na progressie hadden significant langere TTF2 dan patiënten die pas later chemotherapie-osimertinib startten (mediaan 8,4 versus 6,0 maanden; p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat deze real-world spoedig toevoegen van chemotherapie na progressie op eerstelijns osimertinib steunen.

1.Saw SPL, Low YF, Lai GGY et al. Real-world outcomes of pemetrexed-platinum chemotherapy plus osimertinib after progression on first-line osimertinib in advanced EGFR-mutated NSCLC. Lung Cancer 2024.107856

Summary: A retrospective study at three centers in Singapore and Hong Kong found that among real-world patients with progression of EGFR-mutated aNSCLC on first-line osimertinib, addition of pemetrexed-platinum chemotherapy to osimertinib is effective, including patients with L858R disease and patients with baseline CNS metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Secundaire primaire maligniteiten na CD19-gerichte CAR T-celtherapie voor lymfomen (0)
2024-06-17 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CART-SIE study CAR-T for lymphomas SPMs
Dr. Annalisa ChiappellaIn patiënten met hematologische maligniteiten kunnen tweede primaire maligniteiten (SPMs) voorkomen, zowel als gevolg van genetische gevoeligheid als vanwege DNA-beschadigende behandelingen, zoals chemotherapie, radiotherapie en autologe of allogene stamceltransplantatie. Er is geen duidelijkheid over het risico van SPMs na CAR T-celtherapie voor hematologische maligniteiten. De prospectieve observationele CART-SIE studie, in 21 centra in Italië, heeft voorkomen van SPMs na CD19-gerichte CAR T-celtherapie voor recidiverende of refractaire non-Hodgkin lymfomen geïnventariseerd. Dr. Annalisa Chiappella (Istituto Nazionale dei Tumori, Milaan) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Haematology.1

De studie includeerde 651 patiënten die tussen begin 2019 en eind 2023 CAR T-celtherapie kregen en tenminste 30 dagen follow-up hadden. Iets meer dan driekwart (75,1%) van de patiënten had diffuus grootcellig B-cel lymfoom of hooggradig B-cel lymfoom; 12,9% had mantelcellymfoom; 11,7% had primair mediastinaal B-cel lymfoom. De CAR T-celtherapie was axicabtagene ciloleucelcel in 47,9% van de patiënten, tisagenlecleucel in 38,9% en brexucabtagene autoleucel in 13,2%. De mediane follow-up was 12,2 maanden. SPMs werden gediagnostiseerd in 28 patiënten (4,3%) waaronder 25 hematologische SPMs (3,8%) waaronder 21 myeloïde maligniteiten en 4 lymfoïde maligniteiten.

De onderzoekers concluderen dat de frequentie van SPMs na CD19-gerichte CAR T-celtherapie voor lymfomen relatief laag was.

1.Barone A, Chiapella A, Casadei B et al. Secondary primary malignancies after CD-19 directed CAR-T-cell therapy in lymphomas: a report from the Italian CART-SIE study. Br J Haematol 2024.19590

Summary: The multicenter prospective CART-SIE study in Italy found that the frequency of secundary primary malignancies after CD19-directed CAR T-cell therapy in lymphomas was relatively low.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van epcoritamab voor recidiverend of refractair folliculair lymfoom (0)
2024-06-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EPCORE NHL-1 R R FL epcoritamab
Dr. Kim LintonEpcoritamab is een nieuw CD3 x CD20 bispecifiek antlichaam. In een fase 2-cohort van de multicohort EPCORE NHL-1, in 88 centra in vijftien landen, is epcoritamab monotherapie geëvalueerd als derde- of laterelijns behandeling voor recidiverend of refractair folliculair lymfoom (R/R FL). Dr. Kim Linton (University of Manchester, UK) en collega’s publiceren resultaten van het cohort in The Lancet Haematology.1


Het cohort telde 128 patiënten (mediane leeftijd 65 jaar; IQR 55-72) met CD20+ R/R FL en een ECOG performance status 2 of beter die tenminste twee eerdere lijnen behandeling hadden gekregen.De patiënten kregen subcutaar epcoritamab in vier-weekse cycli: wekelijks in de eerste drie cycli, tweewekelijks in cycli vier tot en met negen, en vervolgens elke vier weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Om het risico van cytokine release syndrome te verlagen werd in de eerste cyclus step-up dosing plus profylactisch prednisolon gebruikt. Primaire eindpunten waren centraal onafhankelijk beoordeelde respons en veiligheid.

De overall response rate was 82,0% (95%-bti 74,3-88,3) met complete respons in 62,5% (53,5-70,9). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 treatment-emergent adverse event was neutropenie (25% van de patiënten). Graad 1 of 2 CRS werd gerapporteerd voor 65% van de patiënten en graad 3 CRS voor twee patiënten (2%). Graad 1 of 2 ICANS werd gezien in acht patiënten (6%).

De onderzoekers concluderen dat epcoritamab monotherapie klinisch relevante activiteit en manageable veiligheid had onder patiënten met R/R FL.

1.Linton KM, Vitolo U, Jurczak W et al. Epcoritamab monotherapy in patients with relapsed or refractory follicular lymphoma (EPCORE NHL-1): a phase 2 cohort of a single-arm, multicentre study. Lancet Haematol 2024-00166-2

Summary: A phase 2 cohort of the multinational, multicohort EPCORE NHL-1 study found clinically meaningful activity of epcoritamab monotherapy as third or later line therapy for relapsed or refractory follicular lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van ipilimumab, nivolumab, en ipilimumab-nivolumab voor nieuw-gediagnostiseerd GBM (0)
2024-06-16 13:30   ( Nieuws )
Tags:  NRG-BN002 newly diagnosed glioblastoma
Dr. Andrew SloanImmuuncheckpointremmers hebben activiteit voor verscheidene solide tumoren, maar slechts beperkte activiteit in patiënten met glioblastoom (GBM) De fase 1-studie NRG-BN002, in negen centra in de Verenigde Staten, evalueerde de veiligheid en werkzaamheid van ipilimumab (anti-CTLA-4) en nivolumab (anti-PD-1) monotherapie en in combinatie voor nieuw-gediagnostiseerd GBM na voltooiing van resectie en standaard-radiochemotherapie. Dr. Andrew Sloan (Piedmont Healthcare, Atlanta GA) en collega’s publiceren de studie in Neuro-Oncology.1




De studie includeerde 32 patiënten (mediane leeftijd 55 jaar, 67,7% mannen). Het primaire eindpunt was doserings-beperkende toxiciteit. De behandeling werden goed verdragen, met graad 4 gebeurtenissen in 16%; de combinatie had geen onverwacht hogere toxiciteit; er waren geen graad 5 gebeurtenissen. Er waren geen doserings-beperkende toxiciteiten met de combinatie. De mediane follow-up was 19,6 maanden. Onder patiënten die de combinatie kregen was de mediane progressievrije overleving 16,1 maanden en de mediane overall survival 20,7 maanden.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd GBM na resectie en voltooiing van standaard-radiochemotherapie, de combinatie van ipilimumab en nivolumab goed verdragen werd.

1.Sloan AE, Winter K, Gilbert MR et al. NRG-BN002: phase I study of ipilimumab, nivolumab, and the combination in patients with newly diagnose GBM. Neuro-Oncology 2024/noae058

Summary: A multicenter phase 1 trial in the USA found that among patients with newly diagnosed glioblastoma, the combination of ipilimumab and nivolumab after resection and completion of standard radiochemotherapy was safe and tolerable, resulting in median progression-free survival and overall survival of 16.1 months and 20.7 months, respectively. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van SBRT plus nivolumab met of zonder ipilimumab voor eerder-behandeld metastatisch galwegcarcinoom (0)
2024-06-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  mBTC SBRT
Dr. Inna ChenDe optimale behandeling voor metastatisch galwegcarcinoom (mBTC) is niet duidelijk. Een gerandomiseerde fase 2-studie in het Herlev Ziekenhuis (Herlev, Denemarken) heeft stereotactische radiotherapie (SBRT) in combinatie met nivolumab met of zonder ipilimumab voor eerder-behandeld mBTC geëvalueerd. Dr. Inna Chen en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 61 patiënten die 1:1 gerandomiseerd werden naar SBRT 15 Gy op dag één naar een primaire of metastatische lesie en nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken met of zonder ipilimumab 1 mg/kg iedere zes weken. Het primair eindpunt was clinical benefit rate (CBR; complete of partiële respons of stabiele ziekte). Onder de 19 patiënten die SBRT plus alleen nivolumab kregen bedroeg de CBR bij de eerste interimanalyse 10,5% waarna deze arm gesloten werd. Onder de 42 patiënten die SBRT plus nivolumab en ipilimumab kregen bedroeg de CBR 31,0% (95%-bti 17,6-47,1), met partiële respons in vijf patiënten (11,9%). In deze groep werden graad 3 of hoger treatment-related adverse events gezien in 13 patiënten (31%) en één fase 5-gebeurtenis (immuun-gerelateerde hepatitis).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van SBRT, nivolumab, en ipilimumab verdragen werd en respons induceerde onder patiënten met eerder-behandeld mBTC.

1.Markussen A, Johansen JS, Larsen FO et al. Nivolumab with or without ipilimumab combined with stereotactic body radiotherapy in patients with metastatic biliary tract cancer: a randomized phase 2 study. Clin Cancer Res 202-0286

Summary: A phase 2 trial at Herlev Hospital (Herlev, Denmark) found tolerability, safety, and activity of nivolumab plus ipilimumab combined with SBRT among patients with previously treated metastatic biliary tract cancer.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter prospectieve studie van impact van sarcopene obesitas op uitkomsten van solide maligniteiten (0)
2024-06-15 16:00   ( Nieuws )
Tags:  sarcopenic obesity and outcomes of solid cancers
Prof. Hanping ShiIn 2022 publiceerden de European Society for Clinical Nutrition en de European Association for the Study of Obesity (ESPEN-EASO) een consensus definitie van sarcopene obesitas (SO). Een multicenter prospectieve studie in China heeft de impact van SO op de uitkomsten van patiënten met solide maligniteiten geïnventariseerd. Prof. Hanping Shi (Beijing Shijitan Ziekenhuis) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 6790 patiënten met een solide maligniteit. De mediane leeftijd bij diagnose was 59,6 ± 10,7 jaar; 51,4% waren vrouwen. De prevalentie van SO was 4,36%. Tijdens mediaan 6,83 jaar follow-up (IQR 5,67-7,04) overleden 2103 patiënten. De figuur laat zien dat SO geassocieerd was met lagere overall survival (HR 1,54; 95%-bti 1,23-1,92), zowel onder mannen (1,51; 1,09-2,10) als onder vrouwen (1,53; 1,12-2,07). SO was ook geassocieerd met slechtere kwaliteit van leven, en met hoger risico van opname op afdelingen intensieve zorg (OR 2,39; 95%-bti 1,06-5,29). Van de diagnostische componenten van SO was lage handgreepkracht op zichzelf ook geassocieerd met lagere OS (HR 1,15; 95%-bti 1,04-1,28).

De onderzoekers concluderen dat de studie uitwijst dat onder patiënten met solide maligniteiten SO geassocieerd was lagere OS, slechtere QOL, en hoger risico van ICU-opname.

1.Liu C, Liu T, Deng L et al. Sarcopenic obesity and outcomes for patients with cancer. JAMA Network Open 2024;7:e2417115

Summary: A multicenter prospective study in China found that among patients with solid tumor cancers, sarcopenic obesity (according to ESPEN-EASO criteria) was associated with poor overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve cohortstudie van associatie tussen kiemlijn CDH1-varianten en levenslang risico van maligniteiten (0)
2024-06-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  germline CDH1 variants and lifetime cancer risk
Dr. Jeremy DavisOngeveer 1% tot 3% van de gevallen van maagcarcinoom en 5% van de gevallen van lobulair mammacarcinoom hebben een erfelijke oorzaak. Loss of function CDH1 gene variants zijn de meest-voorkomende genetische varianten die met deze maligniteiten samenhangen. Eerdere studies lieten zien dat in dragers van deze varianten het levenslange risico van maagcarcinoom 25% tot 83% bedroeg en het levenlange risico van mammacarcinoom 39% tot 55%. Een multicenter retrospectieve cohortstudie heeft deze risico’s nader geïnventariseerd. Dr. Jeremy Davis (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 7323 leden van 213 families met tenminste één familielid met een CDH1 pathogene of waarschijnlijk pathogene (P/LP) variant. Onder deze 7323 personen waren 883 dragers van een variant. De mediane leeftijd van deze probands was 53 jaar (IQR 42-62), 85% waren non-Hispanic White, 50% waren vrouwen. Onder dragers van een variant was de prevalentie van maagcarcinoom 13,9% en de prevalentie van mammacarcinoom in vrouwen 26,3%. De HRs van gevorderd maagcarcinoom onder dragers (versus niet-dragers) was 33,5 (95%-bti 9,8-112) op leeftijd dertig jaar en 3,5 (0,4-30,3) op leeftijd zeventig jaar. Het levenslange cumulatieve risico van gevorderd maagcarcinoom was 10,3% in mannelijke dragers en 6,5% in vrouwelijke dragers. De HRs van mammacarcinoom onder vrouwelijke dragers waren 5,7 (95%-bti 2,5-13,2) op leeftijd dertig jaar en 3,9 (1,1-13,7) op leeftijd zeventig jaar. Het levenslange cumulatieve risico van mammacarcinoom onder vrouwelijke dragers was 36,8%.

De onderzoekers concluderen dat onder leden van families met een kiemlijn CDH1 P/LP variant het cumulatieve risico van maagcarcinoom 7% tot 10% bedroeg, lager dan wat eerder is gerapporteerd, terwijl het risico van mammacarcinoom 36,8% bedroeg, vergelijkbaar met eerdere resultaten.

1.Ryan CE, Fasaye G-A, Gallanis AF et al. Germline CDH1 variants and lifetime cancer risk. JAMA 2024.10852

Summary: A multicenter, retrospective cohort study in the USA found that among carriers of germline CDH1 pathogenic or likely pathogenic variants, the cumulative risk of gastric cancer was 7% to 10%, which was lower than previously described, whereas the cumulative risk of breast cancer was 37%, which was similar to prior estimates.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)