Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Retrospectieve studie van eerstelijns chemotherapie met of zonder ICIs voor niet-resectabel thymuscarcinoom (0)
2024-04-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  unresectable TC first-line chemotherapy with or without immunotherapy
Patiënten met thymuscarcinoom (TC) hebben een slechte prognose. Een multicenter retrospectieve studie in China heeft eerstelijns chemotherapie met of zonder immuuncheckpointremmers (ICIs) voor niet-resectabel TC geëvalueerd. Prof. Likun Chen (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 93 patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel TC. Onder deze patiënten kregen 54 patiënten chemotherapie en 39 chemotherapie plus ICIs. De objective response rate was 50% in de chemotherapiegroep en 76,9% in de chemotherapie plus ICI-groep. De mediane progressievrije overleving was 8,8 maanden in de chemotherapiegroep en 34,9 maanden in de chemotherapie plus ICI-groep (p<0,001), en de mediane overall survival was 41,5 maanden respectievelijk niet bereikt (p=0,025). Immuun-gerelateerde adverse events werden gezien in 17 patiënten in de chemotherapie plus ICI-groep, onder wie 15 met graad 1 of 2 irAEs.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-resectabel TC, eerstelijns chemotherapie plus ICIs superieure werkzaamheid heeft vergeleken met alleen chemotherapie, en dat de adverse events manageable zijn.

1.Zhang B, Liu Y, Chen Z et al. Chemotherapy versus chemotherapy plus immune checkpoint inhibitors for the first-line treatment of unresectable thymic carcinoma: a multicenter retrospective study. Int J Cancer 2024.34948

Summary: A multicenter retrospective study in China found that among patients with unresectable thymic carcinoma, first-line chemotherapy plus ICIs had superior efficacy compared with chemotherapy alone, and that the adverse effects of chemotherapy plus ICIs were manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Circulerend tumor DNA als biomarker in sotorasib-behandeld gevorderd NSCLC met KRAS-G12C mutatie (0)
2024-04-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  KRAS G12C-mutated aNSCLC sotorasib ctDNA
Prof. Anne-Marie DingemansSotorasib is een irreversibele remmer van KRAS-G12C. Er is behoefte aan biomarkers om behandelkeuzen te geleiden onder patiënten die sotorasib krijgen voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) met KRAS-G12C mutatie. Een studie van Erasmus MC Kanker Instituut heeft circulerend tumor DNA (ctDNA) als biomarker geëvalueerd. Prof. Anne-Marie Dingemans en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde 66 patiënten die bloedmonsters afstonden voor aanvang van de behandeling, bij de eerste evaluatie van de respons, en bij progressie van de ziekte. Pretreatment KRAS-G12C ctDNA werd gedetecteerd in 50 patiënten (76%). Patiënten met pretreatment detecteerbaar ctDNA hadden inferieure progressievrije overleving (HR 2,13; p=0,031) en overall survival (2,61; p=0,017). Bij de eerste evaluatie van de respons hadden 29 van 40 patiënten (73%) moleculaire respons. Patiënten zonder moleculaire respons hadden inferieure OS (HR 3,58; p<0,00059). KRAS-amplificaties werden geïdentificeerd als potentieel resistentiemechanisme tegen sotorasib.

De onderzoekers concluderen dat KRAS-G12C ctDNA een bruikbare biomarker kan zijn in sotorasib-behandeld aNSCLC met KRAS-G12C mutatie.

1.Ernst SM, van Marion R, Atmodimedjo PN et al. Clinical utility of circulating tumor DNA in patients with advanced KRASG12C-mutated non-small cell lung cancer treated with sotorasib. J Thor Oncol 2024.04.007

Summary: A study at Erasmus MC Cancer Institute (Rotterdam, The Netherlands) found that among patients receiving sotarasib for advanced KRAS-G12C mutated non-small cell lung cancer, pretreatment detection of ctDNA was associated with inferior prognosis, while on-treatment ctDNA clearance was a marker of treatment response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dertig-dagen in-hospital mortaliteit in patiënten met versus zonder maligniteiten tijdens de COVID-19 pandemie (0)
2024-04-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ISARIC-CCP-UK
Prof. Carlo PalmieriPatiënten met maligniteiten hebben een hoog risico van overlijden aan COVID-19. Een prospectieve cohortstudie in het Verenigd Koninkrijk heeft de dertig-dagen mortaliteit onder gehospitaliseerde patiënten tijdens de COVID-19 pandemie vergeleken tussen patiënten met versus patiënten zonder maligniteiten. Prof. Carlo Palmieri (University of Liverpool) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De International Severe Acute Respiratory and emerging Infections Consortium (ISARIC) WHO Clinical Characterisation Protocol (CCP) UK studie includeerde patiënten in de leeftijd van twintig jaar of ouder, die tussen 23 april 2020 en 1 maart 2022 met bevestigde SARS-CoV-2 infectie werden opgenomen in 306 ziekenhuizen in het UK. Het cohort omvatte 171.303 patiënten zonder geschiedenis van een maligniteit en 6568 patiënten die werden behandeld voor een maligniteit; 52,4% waren mannen en 47,5% waren vrouwen (248 patiënten zonder geregistreerd geslacht). De patiënten werden mediaan 13 dagen (IQR 6-21) na de opname gevolgd. Dertig dagen na de opname waren 31,7% van de patiënten met maligniteiten en 18,0% van de patiënten zonder maligniteiten overleden. Patiënten jonger dan 50 jaar die behandeld werden voor een maligniteit hadden het hoogste leeftijd-gecorrigeerde relatief risico van overlijden binnen dertig dagen (HR 5,2; p<0,0001); onder patiënten in de leeftijd van 50 tot 70 jaar was de HR 2,4 (p<0,0001), onder patiënten in de leeftijd van 70 tot 80 jaar 1,8 (p<0,0001), en onder patiënten ouder dan 80 jaar 1,5 (p<0,0001). Het absolute risico van overlijden binnen dertig dagen was echter lager in de groep jongere patiënten (6,7% onder de patiënten jonger dan 50 jaar versus 30,2% onder de patiënten ouder dan 80 jaar).

De onderzoekers concluderen dat gehospitaliseerde patiënten met maligniteiten een hoger risico hadden van COVID-19 gerelateerde mortaliteit dan patiënten zonder een maligniteit, met het hoogste relatief risico onder patiënten jonger dan 50 jaar.

1.Turtle L, Elliot S, Drake TM et al. Changes in hospital mortality in patients with cancer during the COVID-19 pandemic (ISARIC-CCP-UK): a prospective, multicentre cohort study. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A prospective multicenter cohort study in the UK found that during the COVID-19 pandemic hospitalized people with cancer had a higher risk of mortality from COVID-19 than those without cancer, with the highest relative risk of death among patients younger than 50 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van lutetium-177-PSMA-617 plus enzalutamide voor metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2024-04-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ENZA-p trial mCRPC
Prof. Louise EmmettZowel enzalutamide als 177Lu-PSMA-617 kunnen overall survival in patiënten met metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) verbeteren. De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie ENZA-p in Australië heeft de combinatie van enzalutamide en 177Lu-PSMA-617 vergeleken met alleen enzalutamide als eerstelijns behandeling voor mCRPC. Prof. Louise Emmett (St Vincent’s Hospital, Sydney) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in The Lancet Oncology.1

ENZA-p, uitgevoerd in 15 centra, includeerde 162 niet-eerder behandelde mCRPC-patiënten met PSMA-PET-CT positieve ziekte, een ECOG performance status 2 of beter, en tenminste twee risicofactoren voor vroege progressie op enzalutamide. De mediane leeftijd was 71 jaar (IQR 64-76). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar enzalutamide 160 mg eenmaal daags plus adaptief-gedoseerd 177Lu-PSMA-617 (twee of vier doses van 7,5 GBq elke zes tot acht weken afhankelijk van het resultaat van een interim PSMA-PET-CT in week twaalf; n=83) of alleen enzalutamide (n=79). Het primaire eindpunt was PSA-progressievrije overleving.

Op het moment van de nu gepubliceerde interimanalyse was de mediane duur van follow-up 20 maanden (IQR 18-21) en werden 39% van de patiënten in de combinatiegroep en 20% van de patiënten in de alleen-enzalutamidegroep nog volgens studieprotocol behandeld. De mediane PSA-PFS was 13,0 maanden in de combinatiegroep versus 7,8 maanden in de alleen-enzalutamidegroep (HR 0,43; p<0,0001). Graad 3 tot en met 5 adverse events werden gerapporteerd voor 40% van de patiënten in de combinatiegroep en voor 41% van de patiënten in de alleen-enzalutamidegroep. Er waren geen graad 4 of 5 treatment-related adverse events.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met mCRPC en risicofactoren voor vroege progressie op enzalutamide, toevoegen van 177Lu-PSMA-617 aan eerstelijns enzalutamide resulteerde in verlenging van de PSA-PSF.

1.Emmett L, Subramaniam S, Crumbaker M et al. [177Lu]Lu-PSMA-617 plus enzalutamide in patients with metastatic castration-resistant prostate cancer (ENZA-p): an open-label, multicentre, randomised, phase 2 trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized phase 2 ENZA-p trial in Australia found that among patients with metastatic castration-resistant prostate cancer with risk factors for early progression on enzalutamide, addition of 177Lu-PSMA-617 to first-line enzalutamide was associated with improved PSA progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant anlotinib plus chemotherapie voor klinisch stadium II of III triple-negatief mammacarcinoom (0)
2024-04-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  neoALTAL trial stage II or III TNBC neoadjuvant anlotinib plus chemotherapy
Dr. Xiaowei QiAnlotinib is een multi-tyrosinekinaseremmer, met een breed spectrum van remmende effecten op angiogenese en groei van tumoren. De fase 2 neoALTAL studie van de Medische Universiteit van het Leger (Chongqing, China) heeft de veiligheid en werkzaamheid van neoadjuvant anlotinib in combinatie met chemotherapie (taxaan en lobaplatine) voor stadium II of III triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) geëvalueerd. Dr. Xiaowei Qi en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 45 patiënten (mediane leeftijd 48,5 jaar; 71% met nodale betrokkenheid; 80% stadium II en 20% stadium III). De patiënten kregen 5 cycli anlotinib (12 mg per dag op dagen één tot en met veertien van drie-weekse cycli) en zes cycli chemotherapie, gevolgd door chirurgie. Het primaire eindpunt was pathologisch complete respons (pCR). De figuur laat resultaten van de behandeling zien. pCR werd bereikt in 26 patiënten (57,8%; 90%-bti 44,5-70,3) en residual cancer burden 0-1 in 39 patiënten (86,7%; 95%-bti 73,2-94,9). Tijdens de neoadjuvante periode en tijdens mediaan 14,9 maanden follow-up na chirurgie werd geen recidief of metastase gezien. Graad 3 of 4 treatment-emergent adverse events werden gezien in 64% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat combinatie van neoadjuvant anlotinib plus chemotherapie bemoedigende antitumoractiviteit had in patiënten met stadium II of III TNBC. De toxiciteit was manageable.

1.Liang Y, Liu J, Ge J et al. Safety and efficacy of anlotinib combined with taxane and lobaplatin in neoadjuvant treatment of clinical stage II/III triple-negative breast cancer in China (the neoALTAL trial): a single-arm, phase 2 trial. eClinMed 2024.102585

Summary: The phase 2 neoALTAL trial at the Army Medical University (Chongqing, China) found encouraging activity and manageable safety of the neoadjuvant combination of anlotinib and chemotherapy for stage II or III triple-negative breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Metformine voor preventie van alpelisib-gerelateerde hyperglycemie in HR+/HER2-/PIK3CA-gemuteerd gevorderd mammacarcinoom (0)
2024-04-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 2 METALLICA trial advanced breast cancer
Prof. Antonio Llombart-CussacHyperglycemie is een frequente bijwerking van alpelisib-behandeling. De multicenter fase 2-studie METALLICA in Spanje heeft preventie van alpelisib-gerelateerde hyperglycemie in patiënten met HR+/HER2-/PIK3CA-gemuteerd gevorderd mammacarcinoom (aBC) geëvalueerd. Prof. Antonio Llombart-Cussac (Arnou de Vilanova Ziekenhuis, Valencia) en collega’s publiceren een interimanalyse van de doorlopende studie in eClinicalMedicine.1




De studie includeerde 68 volwassen patiënten in twee cohorten: cohort A bestond uit 48 patiënten met voor aanvang van de behandeling normaal serumglucose en HbA1c, en cohort B telde 20 patiënten met prediabetes (nuchter glucose 5,6-7,8 mmol/l en/of HbA1c 5.7-6.4%). De patiënten hadden een ECOG performance status 0 of 1, en hadden ten hoogste twee eerdere lijnen endocriene therapie (ET) gekregen. Vanaf één week voor de start van alpelisib plus ET kregen de patiënten profylactisch metformine (startdosering 500 mg tweemaal daags, na drie dagen opgehoogd naar 1000 mg tweemaal daags). Het primaire eindpunt van de studie was incidentie van graad 3-4 hyperglycemie in de eerste acht weken.

Op het moment van de nu gepubliceerde interimanalyse was de mediane follow-up 7,8 maanden (IQR 1,4-19,6). In de eerste acht weken werd graad 3 of 4 hyperglycemie gezien in één patiënt (2,1%; 95%-bti 0,5-11,1) in cohort A en drie patiënten (15%; 5,6-37,8) in cohort B. Ernstige treatment-related adverse events werden gezien in zeven patiënten (10,3%). Negen patiënten (13,2%) discontinueerden alpelisib wegens AEs maar niet wegens hyperglycemie. De mediane progressievrije overleving was 7,3 maanden (95%-bti 5,9-NR), de objective response rate was 20,6% (11,7-32,1), en de clinical benefit rate was 52,9% (40,4-65,2).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met HR+/HER2-/PIK3CA-gemuteerd aBC profylactisch metformine voor aanvang van alpelisib plus ET resulteerde in lage incidentie van alpelisib-geïnduceerde hyperglycemie.

1.Lombart-Cussac A, Pérez-Garcia JM, Ruiz Borrego M et al. Preventing alpelisib-related hyperglycaemia in HR+/HER2-/PIK3CA-mutated advanced breast cancer using metformin (METALLICA): a multicentre, open-label, single-arm, phase 2 trial. eClinMed 2024.102520

Summary: The multicenter phase 2 METALLICA trial in Spain found that among patients with HR+/HER2-/PIK3CA-mutated advanced breast cancer, prophylactic metformin before alpelisib plus endocrine therapy resulted in low incidence and severity of alpelisib-induced hyperglycemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische index voor patiënten die systemische behandeling nodig hebben voor marginale zone lymfoom (0)
2024-04-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  MZL-IPI
Dr. Luca ArcainiMarginale zone lymfoom (MZL) maakt ongeveer 7% van alle non-Hodgkin lymfomen uit. MZLs worden onderscheiden in drie typen, en worden gekenmerkt door trage groei, en vereisen vaak niet onmiddellijke behandeling. De prospectieve Fondazione Italiana Linfomi (FIL) NF10 studie heeft geresulteerd in de ontwikkeling van een prognostische index voor MZL-patiënten voor wie systemische behandeling wordt overwogen (MZL International Prognostic Index; MZL-IPI). Dr. Luca Arcaini (IRCCS Policlinico San Matteo, Pavia) en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 501 patiënten, die tussen juli 2010 en juni 2019 in 65 centra in Europa en Zuid-Amerika systemische behandeling kregen voor nieuw-gediagnostiseerd MZL (hetzij bij diagnose of na observatie). De patiënten kregen chemotherapie, immuuntherapie, of beide. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving gemeten vanaf de start van de behandeling. Baseline factoren die in multivariate analyse onafhankelijk geassocieerd waren met slechtere PFS waren LDH boven de upper limit of normal, Hb lager dan 12 g/dl, absoluut lymfocytengetal lager dan 1 x 109/l, trombocytengetal lager dan 100 x 109/l, en MZL-subtype nodaal of gedissemineerd. In de MZL-IPI worden deze vijf factoren gecombineerd. MZL-IPI onderscheidt patiënten in een laag-risicogroep (0 factoren; 27% van de NF10-patiënten), intermediair-risicogroep (1 of 2 factoren; 57%), en een hoog-risicogroep (3 of meer factoren; 16%). Panel A laat zien dat de vijf-jaars PFS-percentages in de drie groepen 85% respectievelijk 66% en 37% bedroegen. Panel B toont de resultaten van MZL-IPI in een multicenter validatiecohort in de Verenigde Staten. MZL-IPI was zowel in het ontwikkelingscohort als in de validatiecohort ook prognostisch voor overall survival.

De onderzoekers concluderen dat MZL-IPI een nieuwe prognostische score is voor alle typen MZL.

1.Arcaini L, Bommier C, Alderuccio JP et al. Marginal zone lymphoma international prognostic index: a unifying prognostic index for marginal zone lymphomas requiring systemic treatment. eClinMed 2024.102592

Summary: The FIL NF10 trial resulted in development of a prognostic score for patients with all types of marginal zone lymphomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van tweede primair mammacarcinoom in jonge overlevers (0)
2024-04-12 13:30   ( Nieuws )
Tags:  young breast cancer survivors risk of second primary breast cancer
Prof. Ann PartridgeEr zijn aanwijzingen dat onder vrouwen met mammacarcinoom (BC) gediagnostiseerd voor de leeftijd van 41 jaar het risico van een tweede primair mammacarcinoom (SPBC) hoger is dan onder vrouwen die pas op latere leeftijd een eerste BC ontwikkelen. De multicenter prospectieve Young Women’s Breast Cancer Study in de Verenigde Staten heeft het risico van SPBC in jonge overlevers gekwantificeerd. Prof. Ann Partridge (Harvard School of Public Health, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 685 vrouwen die tussen augustus 2006 en juli 2015 lumpectomie of mastectomie ondergingen voor stadium 0 tot en met III BC gediagnostiseerd voor de leeftijd 41 jaar. De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 36 ± 4 jaar. Tijdens mediaan 10,0 jaar follow-up (IQR 7,4-12,1) werd SPBC gezien in 17 patiënten (2,5%). De mediane tijd tussen primaire BC diagnose en SPBC was 4,2 jaar (IQR 3,3-5,6). Onder 577 vrouwen die genetisch getest werden was het tien-jaars risico van SPBC 2,2% voor vrouwen zonder pathogene variant (12 van 544) en 8,9% voor vrouwen met een pathogene variant (3 van 33). In multivariate analyse was het risico van SPBC hoger onder PV-dragers dan onder niet-PV dragers (sHR 5,27; 95%-bti 1,43-19,43) en onder vrouwen met primair in situ BC versus invasief BC (5,61; 1,52-20,70).

De onderzoekers concluderen dat jonge overlevers van BC die geen dragers zijn van een kiemlijn PV een laag risico hebben van SPBC in de eerste tien jaar na de diagnose. Kiemlijn genetisch testen na een primaire BC-diagnose is van belang om het risico van SPBC in te kunnen schatten.

1.Brantley KD, Rosenberg SM, Collins LC et al. Second primary breast cancer in young breast cancer survivors. JAMA Oncol 2024.0286

Summary: The multicenter prospective Young Women's Breast Cancer Study found that young BC survivors without a germline pathogenic variant have a low risk of developing a second primary BC in the first 10 years after diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)