Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van lage-dosering chemotherapie plus blinatumomab inductie voor nieuw-gediagnostiseerd Ph-negatief BCP-ALL (0)
2024-09-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia RDC plus blinatumomab
Blinatumomab is een veelbelovend onderdeel gebleken van eerstelijns therapie voor acute B-cel precursor lymfoblastische leukemie (BCP-ALL). Om de CD19-selectiedruk te verzwakken en de incidentie van blinatumomab-geassocieerde toxiciteiten te verminderen wordt pretreatment chemotherapie aanbevolen alvorens blinatumomab toe te dienen. Een multicenter fase 2-studie in China heeft reduced-dose chemotherapy (RDC) plus blinatumomab inductiebehandeling voor nieuw-gediagnostiseerd Philadelphia chromosoom-negatief (Ph-negatief) BCP-ALL geëvalueerd. Prof. Suning Chen (Soochow Universiteit, Jiangsu) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Hematology & Oncology.1


De studie includeerde patiënten 35 patiënten (mediane leeftijd 42 jaar; range 15-65), die RDC met idarubicine, vindesine, en dexamethason kregen gedurende zeven dagen, gevolgd door twee weken blinatumomab. In 33 patiënten (94%) resulteerde de behandeling in complete remissie, onder wie 30 (86%) met MRD-negativiteit. De twee overige patiënten kregen nog twee weken blinatumomab, waarna ook zij complete remissie hadden. MRD-negativeit na twee of vier weken blinatumomab werd gezien in 31 van 35 patiënten (89%). De mediane tijd tot complete remissie was 22 dagen. Geen van de patiënten overleed binnen vier weken na de start van de inductietherapie; significant lager dan de 2%-10% mortaliteit die is gezien met standaard-dosering chemotherapie. ICANS (alleen graad 1) werd gezien in 14% van de patiënten. Niet-hematologische graad 3 of hoger adverse events waren pneumonie (17%), sepsis (6%), en cytokine release syndrome (9%). De mediane follow-up was 11,5 maanden, met één-jaars percentages voor overall survival en progressievrije overleving 97,1% (95%-bti 91,8-100) respectievelijk 82,2% (69,0-98,0).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten uitwijzen dat RDC gevolgd door blinatumomab een effectief en goed-verdragen inductieregime is voor nieuw-gediagnostiseerd Ph-negatief BCP-ALL.

1.Lu J, Qiu H, Wang Y et al. Reduced-dose chemotherapy and blinatumomab as induction treatment for newly diagnosed Ph-negative B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia: a phase 2 trial. J Hematol Oncol 2024;17:79

Summary: A multicenter phase 2 trial in China found that reduced-dose chemotherapy followed by blinatumomab is an effective and well-tolerated induction regimen for newly-diagnosed Philadelphia chromosome-negative B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van prognostische relevantie van lage HER2-expressie in maagcarcinoom (0)
2024-09-03 13:30   ( Nieuws )
Tags:  gastric cancer HER2-low versus HER2-null
Onder patiënten met maagcarcinoom is onlangs een HER2-laag subtype beschreven. Een retrospectieve studie van het Iwai Ziekenhuis (Iwate prefectuur, Japan) heeft de prognostische betekenis van lage HER2-expressie in maagcarcinoom geïnventariseerd. Dr. Yusuke Gokon en collega’s publiceren de studie in BMC Cancer.1

Tussen begin 2013 en eind 2019 includeerde de studie 129 patiënten met HER2-niet-geamplificeerd maagcarcinoom, onder wie 33 (26%) met HER2-laag-positieve ziekte, en 96 (74%) met HER2-nul ziekte. Baseline klinisch-pathologische kenmerken waren niet significant verschillend tussen beide groepen. De overall survival van de HER2-laag groep was significant beter dan die van de HER2-nul groep, vooral gedreven door patiënten met stadium III ziekte en door patiënten die adjuvante chemotherapie kregen. In multivariate analyse was HER2-nul versus HER2-laag status geassocieerd met significant slechtere overleving (HR 3,01; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat onder patiënten met maagcarcinoom HER2-laag status geassocieerd is met betere overleving dan HER2-nul status.

1.Gokon Y, Nakashima Y, Ohki Y et al. Prognostic significance of low HER2 expression in gastric cancer: a retrospective, single-center analysis. BMC Cancer 2024;24:1081

Summary: A retrospective study at Iwai Hospital (Iwate prefecture, Japan) found that among patients with HER2 nonamplified gastric cancer, patients with HER2 low expressing cancers had a significant better prognosis when compared with patients with HER2 null expressing cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van twee belzutifan-doseringen voor eerder-behandeld gevorderd heldercellig niercelcarcinoom (0)
2024-09-03 12:00   ( Nieuws )
Tags:  LITESPARK-013 study accRCC belzutifan
Prof. Neeraj AgarwalBelzutifan is een first-in-class remmer van HIF-2α die is goedgekeurd voor volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom na behandeling met een PD-(L)1 remmer en een VEGF-TKI. De optimale dosering van belzutifan is nog niet duidelijk. De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie LITESPARK-013 in de Verenigde Staten heeft belzutifan 120 mg eenmaal daags vergeleken met belzutifan 200 mg eenmaal daags voor patiënten met eerder-behandeld gevorderd heldercellig niercelcarcinoom (accRCC). Prof. Neeraj Agarwal (Huntsman Cancer Institute, Salt Lake City UT) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 154 patiënten, die werden gerandomiseerd naar belzutifan 120 mg (n=76) of 200 mg (n=78) eenmaal daags. De mediane follow-up was 20,1 maanden (range 14,8-28,4). De objective response rate (primair eindpunt) was 23,7% in de 120-mg groep en 23,1% in de 200-mg groep (p=0,53). De mediane duur van respons werd niet bereikt in de 120-mg groep en was 16,1 maanden in de 200-mg groep. Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor de eindpunten progressievrije overleving en overall survival. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gezien in 46,1% van de patiënten in de 120-mg groep en 46,2% van de patiënten in de 200-mg groep.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat belzutifan 120 mg eenmaal daags de geprefereerde dosering is voor patiënten met eerder-behandeld accRCC.

1.Agarwal N, Brugarolas J, Ghatalia P et al. Randomized phase 2 dose comparison LITESPARK-013 study of belzutifan in patients with advanced clear cell renal cell carcinoma. Ann Oncol 2024-03918-8

Summary: The multicenter randomized phase 2 LITESPARK-013 study found that among patients with advanced clear cell renal cell carcinoma belzutifan 120 mg once daily had similar efficacy and safety as belzutifan 200 mg once daily.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van immuunchemotherapie met of zonder trilaciclib voor ES-SCLC: impact op enstige neutropenie (0)
2024-09-02 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PEA versus PEAT for ES-SCLC severe neutropenia
Dr. Grace DyIn klinische studies is gezien dat toevoegen van trilaciclib (T) aan carboplatine, etoposide, en atezolizumab (PEA) voor extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES-SCLC) resulteerde in significante verlaging van de incidentie van ernstige neutropenie (SN). Een retrospectieve studie van Roswell Park Comprehensive Cancer Center (Buffalo NY) heeft real-world incidentie van SN met PEA versus PEAT geïnventariseerd. Dr. Grace Dy en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1

Tussen februari 2020 en augustus 2022 kregen in Roswell Park 34 ES-SCLC patiënten PEAT en 44 patiënten PEA. De baseline-kenmerken verschilden niet significant tussen de groepen, met uitzondering van de mediane leeftijd (69 jaar in de PEAT-groep versus 64 jaar in de PEA-groep) en het percentage mannen (64,7% versus 38,6%). Het primaire eindpunt van de studie was icidentie van SN na de eerste cyclus en tijdens de gehele behandelperiode. De figuur laat zien dat in multivariate analyse zowel na cyclus 1 als tijdens de gehele behandelperiode de incidentie van SN significant lager was in de PEAT-groep dan in de PEA-groep. Ook graad 3 of 4 anemie, rode bloedcel transfusie, en graad 3 of 4 trombocytopenie waren in multivariate analyse significant minder frequent met PEAT dan met PEA. Er waren geen significante verschillen tussen groepen voor de eindpunten progressievrije overleving en overall survival.

De onderzoekers concluderen dat de studieresultaten suggereren dat toevoegen van trilaciclib aan PEA voor ES-SCLC resulteert in verbetering van de veiligheid zonder verslechtering van de overleving.

1.Elijah J, Jain P, Holdsworth A et al. Trilaciclib use in extensive-stage small cell lung cancer (ES-SCLC): are clinical benefits seen in the real-world setting? Supp Care Cancer 2024;32:622

Summary: A retrospective studyy at Roswell Park Comprehensive Cancer Center (Buffalo, NY) found that addition of trilaciclib to carboplatin, etoposide, and atezolizumab for ES-SCLC resulted in reduced severe neutropenia, anemia, red blood cell transfusion, and thrombocytopenia without compromising survival outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Temporele trends in testen op en behandeling van oncogene drivers van NSCLC in een gezondheidsnetwerk in Texas (0)
2024-09-02 13:30   ( Nieuws )
Tags:  oncogenic drivers of NSCLC temporal trends in testing and treatment
Dr. Kalyani NarraVorderingen in het testen op oncogene drivers en daarop aangepaste behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) hebben geresulteerd in verbetering van de patiëntuitkomsten. Er is weinig informatie beschikbaar over gebruik van deze testen in de klinische praktijk. Een retrospectieve studie in een multiraciaal/multi-etnisch cohort van patiënten van het John Peter Smith safety net healthcare system (Fort Worth TX) heeft patronen in testen op EGFR- en ALK-veranderingen geïnventariseerd. Dr. Kalyani Narra (John Peter Smith Oncology and Infusion Center) en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1


De studie includeerde 220 patiënten, onder wie 44% non-Hispanic Wite (NHW), 33% Black (B), 13% Hispanic (H), en 10% Asian (A). Tussen 2017 en 2021 nam testen op EGFR toe van 55% van de patiënten tot 87%, en testen op ALK van 52% tot 82%. De frequentie van EGFR-veranderingen was het hoogst onder A-patiënten (45%) en vergelijkbaar in de andere drie groepen (6-13%). De frequentie van ALK-veranderingen was 13% onder H-patiënten en 11% onder A-patiënten, en was 2% onder B-patiënten en 2% onder NHW-patiënten. In een multivariaat model was achterwege blijven van testen geassocieerd met slechtere overleving (aHR 1,6; p=0,003) en was positief testen op EGFR-veranderingen (aHR 0,43; p=0,01) of ALK-veranderingen (aHR 0,28; p=0,04) geassocieerd met betere overleving. Ras en etniciteit waren niet geassocieerd met overlevingsverschillen.

De onderzoekers concluderen dat moleculair testen op oncogene mutaties in NSCLC tussen 2017 en 2021 in alle groepen toenam, geassocieerd met verbeterin van de overleving.

1.Narra K, Ghabach B, Athipatla V et al. Identification and treatment of lung cancer oncogenic drivers in a diverse safety net setting. Clin Lung Cancer 2024-00192-X

Summary: A retrospective study in a safety net facility with a diverse patient population found than among NSCLC patients EFGR and ALK testing increased over time, coinciding with improvement of outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van eerstelijns cediranib plus chemotherapie voor ES-SCLC of metastatisch neuro-endocrien NSCLC (0)
2024-09-02 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ES-SCLC metastatic lung NEC cediranib
Prof. John HeymachIn kleincellig longcarcinoom (SCLC) wordt vaak hoge expressie van VEGF gezien. Cediranib is een oraal beschikbare remmer van VEGF receptor tyrosinekinasen. Een multicenter fase 1-studie in de Verenigde Staten heeft de combinatie van cediranib en etoposide-cisplatine chemotherapie als eerstelijns behandeling voor extensief stadium (ES)-SCLC of metastatisch long-NEC geëvalueerd. Prof. John Heymach (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1



De studie includeerde achttien patiënten met ES-SCLC en vier met NEC. De patiënten kregen ten hoogste zes drie-weekse cycli etoposide-cisplatine plus cediranib 30 mg (n=4) of 20 mg (n=14) eens per dag tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Veel-waargenomen adverse events waren misselijkheid/braken, neutropenie, diarree, graad 1 of 2 hypertensie (n=8), en graad 3 hemoptyse (n=2). Onder de achttien ES-SCLC-patiënten wa de objective response rate 67% en de mediane progressievrije overleving was 7,9 maanden.

De onderzoekers concluderen dat cediranib plus etoposide-cisplatine chemotherapie goed verdragen werd en veelbelovende klinische activiteit had voor ES-SCLC.

1.Concannon KF, Glisson BS, Doebele RC et al. A phase I open-label study of cediranib plus etoposide and cisplatin as first-line therapy for patients with extensive-stage small-cell lung cancer or metastatic neuroendocrine non-small-cell lung cancer. Clin Lung Cancer 2024-00193-1

Summary: A multicenter phase 1 trial found tolerability and clinical activity of cediranib for extensive-stage small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn overleving in de fase 2-studie EC-CRT-001 van toripalimab plus CRT voor slokdarm squameus celcarcinoom (0)
2024-09-01 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EC-CRT-001 ESCC toripalimab
Dr. Mian XiDe fase 2-studie EC-CRT-001, van Sun Yat-sen University Cancer Center, heeft met mediaan 14,9 maanden follow-up veelbelovende werkzaamheid laten zien van de combinatie van toripalimab (anti-PD-1) en definitieve chemoradiotherapie (CRT) onder patiënten met lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (LA ESCC). Dr. Mian Xi en collega’s publiceren nu in eClinicalMedicine lange-termijn resultaten van de studie.1

De studie includeerde 42 patiënten met niet-resectabel stadium I-IVA ESCC, die paclitaxel-cisplatine chemotherapie kregen met concurrente radiotherapie en toripalimab 240 mg eens per drie weken voor de duur van ten hoogste een jaar. De mediane follow-up was 44,3 maanden (IQR 40,8-46,1). De figuur laat overlevingsuitkomsten zien. Het drie-jaars OS-percentage was 44,8% (95%-bti 31,9-62,6) met mediane OS 26,9 maanden; het drie-jaars PFS-percentage was 35,7% (23,8-53,7) met mediane PFS 12,2 maanden. De drie-jaars percentages voor LRFFS en DMFS waren 43,6% (95%-bti 32,9-65,1) respectievelijk 67,8% (54,1-85,0). Deze figuur laat zien dat de uitkomsten significant beter waren onder patiënten die complete respons hadden dan onder patiënten zonder complete respons. Exploratieve analyses lieten zien dat onder patiënten die immuun-gerelateerde bijwerkingen hadden vergeleken met patiënten zonder irAEs het percentage met complete respons hoger was (72% versus 39%; p=0,082) en de PFS langer was (HR 0,43; p=0,027).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten de werkzaamheid van toripalimab plus definitieve CRT voor LA ESCC bevestigen.

1.Wang R, Ling Y, Chen B et al. Long-term survival and post-hoc analysis of toripalimab plus definitive chemoradiotherapy for oesophageal squamous cell carcinoma: insights from the EC-CRT-001 phase II trial. eClinMed 2024;75:102806

Summary: Long-term follow-up of the phase 2 EC-CRT-001 trial confirmed the efficacy of toripalimab plus definitive chemoradiotherapy in locally advanced ESCC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van plantaardig voedingspatroon en overleving onder patiënten met metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2024-09-01 12:00   ( Nieuws )
Tags:  mCRC plant-based diet and survival
Dr. En ChengEr zijn aanwijzingen voor een associatie tussen een plantaardig voedingspatroon en betere overleving onder patiënten met niet-metastatisch colorectaal carcinoom. Een secundaire analyse van de CALGB/SWOG 80405 studie heeft onderzocht of deze associatie ook bestaat onder patiënten met metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC). Dr. En Cheng (Albert Einstein College of Medicine, Bronx NY) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1


Tussen november 2005 en maart 2012 randomiseerde de fase 3-studie 80405 KRAS-wildtype mCRC-patiënten naar FOLFIRI of mFOLFOX6 met bevacizumab of cetuximab. De nu gepubliceerde analyse includeerde 1284 patiënten die voor aanvang van de behandeling een gevalideerde voedselfrequentievragenlijst beantwoordden. Tijdens mediaan 6,1 jaar follow-up overleden 1100 deelnemers en werd een progressiegebeurtenis waargenomen in 1204 deelnemers. Vergeleken met patiënten in het laagste kwintiel van de plant-based diet index (PDI) hadden patiënten in het hoogste kwintiel significant betere overall survival HR 0,76; p voor trend 0.004) en progressievrije overleving (HR 0,81; p voor trend 0,09). Vergelijkbare uitkomsten werden gezien met gebruik van de healthful plant-based diet index (OS-HR 0,81; p voor trend 0.053; PFS-HR 0,80; p voor trend 0,04), terwijl de unhealthful plant-based diet index niet geassocieerd was met slechtere overlevinguitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat onder mCRC-patiënten een plantaardig voedingspatroon geassocieerd was met betere overlevingsuitkomsten.

1.Cheng E, Ou F-S, Gatten C et al. Plant-based diet and survival among patients with metastatic colorectal cancer. J Natl Cancer Inst 2024; djae213

Summary: Secondary analysis of the CALGB/SWOG 80405 trial found that plant-based diet is associated with better survival among patients with metastatic colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)