Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen cardiovasculaire ziekte en stadium van mammacarcinoom bij diagnose: patiënt-controlestudie (0)
2025-01-03 14:30   ( Nieuws )
Tags:  CVD BC stage at diagnosis
Dr. Kevin NeadIn bevolkings-gebaseerde studies zijn aanwijzingen gezien voor een effect van cardiovasculaire ziekte (CVD) op versnelling van de tumorgroei en verspreiding, met name in mammacarcinoom (BC). Een case-control study op basis van gegevens in de SEER-Medicare database heeft geïnventariseerd of patiënten met gevorderd-stadium BC bij presentatie een hogere waarschijnlijkheid hebben van prevalent CVD dan patiënten met vroeg-stadium BC op het moment van diagnose. Dr. Kevin Nead (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 19.292 vrouwen in de leeftijd van 66 jaar of ouder, met een BC-diagnose tussen begin 2009 en eind 2020. Cases werden gematcht met controls op basis van BC-stadium bij diagnose en factoren die geassocieerd zijn met vertraagde BC-diagnose. De mediane leeftijd was 73 jaar (IQR 70-79), en 9478 patiënten (49,1%) had prevalente CVD voorafgaand aan de BC-diagnose. De figuur laat zien dat patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch BC een verhoogd risico van prevalente CVD hadden (OR 1,10; p=0,007). Deze associatie werd gezien onder patiënten met HR-positief BC (OR 1,11; p=0,006) maar niet onder patiënten met HR-negatief BC (1,02; p=0,83). De ORs waren directioneel consistent bij afzonderlijke analyse van lokaal-gevorderd BC (OR 1,09; p=0,02) en metastatisch BC (1,20; p=0,15).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met meer-gevorderd BC bij diagnose hogere waarschijnlijkheid van prevalente CVD hadden. De associatie zou specifiek kunnen zijn voor HR-positief BC.

1.Angelov I, Haas AM, Brock E et al. Cardiovascular disease and breast cancer stage at diagnosis. JAMA Network Open (2025) 2024.52890

Summary: A case-control study using data from the SEER-Medicare database found that women with more advanced breast cancer at diagnosis were more likely to have prevalent cardiovascular disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale prospectieve studie van tweedelijns amivantamab plus lazertinib voor EFGR-gemuteerd NSCLC (0)
2025-01-03 13:00   ( Nieuws )
Tags:  CHRYALIS-2 cohort A
Prof. Benjamin BessePatiënten met EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met ziekteprogressie tijdens of na osimertinib plus platina-gebaseerde chemotherapie hebben weinig behandelingsopties. In cohort A van de multinationale prospectieve CHRYSALIS-2 is de combinatie van amivantamab plus lazertinib voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Benjamin Besse (Institut Gustave Roussy, Villejuif, Frankrijk) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

Het cohort bestond uit 162 patiënten met EGFR ex19del of L858R gemuteerd NSCLC, die na progressie de combinatie van amivantamab plus lazertinib kregen. Het primaire eindpunt was objective response rate. De door lokale onderzoekers beoordeelde ORR was 28% (95%-bti 22-36) en de geblindeerde onafhankelijk centraal beoordeelde ORR was 35% (27-39), met mediane duur van respons van 8,3 maanden en clinical benefit rate van 58% (50-66). Duur van respons zes maanden of langer werd gezien in 57% van de responders. De mediane centraal-beoordeelde progressievrije overleving was 4,5 maanden (95%-bti 4,1-5,8) en de mediane overall survival was 14,8 maanden (12,2-18,0). Onder zeven patiënten met baseline hersenmetastasen werden aanwijzingen gezien voor CNS-antitumoractiviteit. De meest-frequente adverse events waren rash (81% van de patiënten), infusiereactie (68%), en paronychie (52%; de meest-frequente graad 3 of hoger AEs waren rash (10%), infusiereactie (9%), en hypoalbuminemie (6%).

De onderzoekers concluderen dat voor patiënten met EGFR-gemuteerd NSCLC en progressie op of na osimertinib plus platina-gebaseerde chemotherapie, de combinatie van amivantamab en lazertinib antitumoractiviteit had met een manageable veiligheidprofiel (graphical abstract).

1.Besse B, Goto K, Wang Y et al. Amivantamab plus lazertinib in patients with EGFR-mutant non-small cell lung cancer (NSCLC) after progression on osimertinib and platinum-based chemotherapy: results from CHRYSALIS-2 cohort A. J Thor Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Cohort A of the multinational prospective CHRYSALIS-2 study found that among patients with EGFR-mutant NSCLC and progression on or after osimertinib plus platinum-based chemotherapy, the combination of amivantamab and lazertinib had antitumor activity with a safety profile that was generally manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van postoperatieve sepsis op uitkomsten na transhiatale resectie voor adenocarcinoom van slokdarm-maagovergang (0)
2025-01-02 16:00   ( Nieuws )
Tags:  EGJ adenocarcinoma sepsis after transhiatal resection
Dr. Marion FaucherTranshiatale oesofagusresectie (THE) is een hoog-risico procedure. Een retrospectieve studie van het Institut Paoli Calmettes (Marseille, Frankrijk) heeft de impact van postoperatieve sepsis na THE voor adenocarcinoom van de slokdarm-maagovergang op de uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Marion Faucher en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

Tuseen januari 2012 en april 2022 ondergingen 118 patiënten in Paoli Calmettes THE, onder wie in 29 (24,6%) postoperatieve sepsis werd gezien. Onder de 118 patiënten was het één-jaars percentage voor mortaliteit 11% (n=13) en voor recidief 23,7% (n=28). De figuur laat zien dat postoperatieve sepsis geassocieerd was met één-jaars mortaliteit (in multivariate analyse OR 7,22; p=0,038). Onafhankelijke risicofactoren voor postoperatieve sepsis waren gebruik van lage-dosering vasopressoren, cervicaal abces, bacteriële pneumonie, en een hoge SOFA-score op dag één. Postoperatieve sepsis was ook geassocieerd met het één-jaars risico van recidief (sHR 6,54; p=0,005).

De onderzoekers concluderen dat de studie uitwijst dan postoperatieve sepsis na THE geassocieerd was met slechtere overleving en hoger risico van recidief.

1.Faucher M, Dahan S, Morel B et al. The effect of postoperative sepsis on 1-year mortality and cancer recurrence following transhiatal esophagectomy for esophageal-gastric junction adenocarcinomas: a retrospective observational study. Cancers 2025;17:109

Summary: A retrospective study at the Paoli-Clamettes Institute (Marseille, France) found that after transhiatal esophagectomy for gastroesophageal junction adenocarcinoma, postoperative sepsis was associated with increased risk of 1-year mortality and cancer recurrence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van associatie van adipositas met risico’s van gastroïntestinale maligniteiten in China (0)
2025-01-02 14:30   ( Nieuws )
Tags:  China Kadoorie Biobank study
Dr. Iona MillwoodEr is geen duidelijkheid over de associatie tussen associatie tussen adipositas en het risico van squameus celcarcinoom van de slokdarm en maagcarcinoom. In de prospectieve China Kadoorie Biobank studie is de associatie tussen adipositas en het risico van gastroïntestinale maligniteiten onderzocht. Dr. Iona Millwood (University of Oxford, UK) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1



De studie includeerde een half miljoen volwassenen (leeftijd dertig tot tachtig jaar) in tien Chinese regio’s. Bij inclusie werden lichaamsmaten en gewicht van de deelnemers bepaald. Na tenminste tien jaar follow-up waren in het cohort 2350 incidente gevallen van slokdarmcarcinoom, 3345 incidente gevallen van maagcarcinoom, en 3059 incidente gevallen van colorectaalcarcinoom gerapporteerd. De figuur laat zien dat baseline adipositas invers geassocieerd was met risico’s van slokdarmcarcinoom en maagcarcinoom, en positief met het risico van colorectaalcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat de associatie van adipositas met het risico van gastroïntestinale maligniteiten invers is voor slokdarm- en maagcarcinoom en positief is voor colorectaalcarcinoom.

1.Chan WC. Millwood I, Kartsonaki C et al. Adiposity and risks of gastrointestinal cancers: a 10-year prospective study of 0.5 million Chinese adults. Int J Cancer 2024-35303

Summary: The prospective China Kadoorie Biobank study found that among 0.5 million Chinese adults with at least 10 years follow-up, adiposity was inversely associated with risks of esophageal and stomach cancers and positively associated with risk of colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van avatar modellen voor gepersonaliseerde behandeling voor pancreas ductaal adenocarcinoom (0)
2025-01-02 13:00   ( Nieuws )
Tags:  AVATAR trial aPDAC
Prof. Manuel HidalgoEr zijn slechts beperkte behandelingsopties voor gevorderd pancreas ductaal adenocarcinoom (aPDAC). De multicenter fase 3-studie AVATAR vergeleek precisiegeneeskunde versus conventionele behandeling voor aPDAC. Prof. Manuel Hidalgo (Weill Cornell Medical College, New York) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

AVATAR includeerde aPDAC-patiënten die 1:2 werden gerandomiseerd naar conventionele behandeling volgens de voorkeur van de behandelaar (arm A) of behandeling volgens precisiegeneeskunde (arm B). Patiënten in arm B ondergingen tumorbiopsie voor whole-exome sequencing (WES) en voor het genereren van avatar-muismodellen en organoïden voor fenotypische drug screening, met uiteindelijke behandeling aanbevolen door de molecular tumor board. Het primaire eindpunt was overall survival.


Arm A telde 44 patiënten en arm B 81. WES werd uitgevoerd in 65 patiënten in arm B (80,3%), resulterend in de detectie van potentieel actionabele mutaties in 14 patiënten (21,5%). Experimentele modellen werden gegenereerd in 16 van 81 patiënten (19,8%). Negendertig patiënten in arm B werden behandeld, onder wie slechts vier (10,2%) gepersonaliseerde behandeling kregen, terwijl 35 geen gematchte therapie kregen vanwege snelle klinische verslechtering, vertraging in het verkrijgen van studieresultaten, of afwezigheid van actionabele targets. De mediane progressievrije overleving was 3,8 maanden in arm A en 4,3 maanden in arm B (p=0,563) en de mediane overall survival was 8,7 maanden in arm A en 8,6 maanden in arm B (p=0,849). Onder de vier patiënten die gepersonaliseerde behandeling kregen was de mediane overall survival 19,3 maanden.

De onderzoekers concluderen dat gepersonaliseerde behandeling lastig te implementeren is onder aPDAC-patiënten, en dat de overleving beter was onder patiënten die gematchte behandeling kregen.

1.Sarno F, Tenorio J, Perea S et al. A phase III randomized trial of integrated genomics and avatar models for personalized treatment of pancreatic cancer: the AVATAR trial. Clin Cancer Res 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 AVATAR trial found that personalized therapy was challenging to implement in most patients with PDAC, and that survival was improved in the subset of patients who did receive matched therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van avelumab voor hooggradige neuro-endocriene neoplasie met progressie na chemotherapie (0)
2025-01-01 16:00   ( Nieuws )
Tags:  AveNEC trial
Dr. Christian FottnerPatiënten met graad 3 neuro-endocriene neoplasie (NEN) hebben een slechte prognose en geen vastgestelde tweedelijns therapie na chemotherapie. De rol van immuuncheckpointremming voor deze agressieve tumoren is nog niet duidelijk. De multicenter fase 2-studie AveNEC in Duitsland heeft avelumab voor patiënten met graad 3 NEN na chemotherapie geëvalueerd. Dr. Christian Fottner (Universität Mainz) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 22 patiënten met goed-gedifferentieerde hooggradige neuro-endocriene tumoren (NET) en 38 patiënten met slecht-gedifferentieerde neuro-endocriene carcinomen (NEC) met progressie na één of meer lijnen chemotherapie. De patiënten kregen intraveneus avelumab 10 mg/kg eens per twee weken. De beste overall respons (iRECIST) was partiële respons in drie patiënten en stabiele ziekte in negen patiënten, voor een disease control rate na zestien weken van 15% en mediane duur van respons van 4,3 maanden. Zes patiënten (10%) hadden respons of stabiele ziekte langer dan zes maanden, en twee patiënten (3,3%) langer dan een jaar. De mediane progressievrije overleving was 1,9 maanden en de mediane overall survival was 6,6 maanden. De één- en tweejaars overall survival percentages waren 33% respectievelijk 17%. Patiënten met respons hadden significant langere overall survival dan patiënten zonder respons (mediaan 30,2 versus 4,8 maanden). Avelumab werd goed verdragen, en de kwaliteit van leven bleef stabiel tijdens de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met progressieve hooggradige neuro-endociene neoplasie, avelumab goed verdragen werd en leidde tot ziektecontrole in 15% van de patiënten.

1.Fottner C, Apostolidis L, Krug S et al. Activity and safety of avelumab in high-grade neuroendocrine tumors and poorly differentiated neuroendocrine carcinomas progressive after chemotherapy (AveNEC trial). Clin Cancer Res 2024-2461

Summary: The multicenter phase 2 AveNEC trial in Germany found that among patients with high-grade neuroendocrine neoplasias progressive after chemotherapy, avelumab was well tolerated and provided disease control with significant clinical benefit in 15% of heavily pretreated patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tweede primaire niet-myeloïde maligniteiten na intensieve behandeling voor AML in volwassen patiënten (0)
2025-01-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  SPMs following intensive treatment for adult AML
Dr. Marianne Tang SeverinsenTweede primaire maligniteiten (SPMs) vormen een bekende lange-termijn complicatie van anti-neoplastische behandeling. Een Denemarken-brede cohortstudie inventariseerde het risico van niet-myeloïde SPMs na intensieve chemotherapie en in sommige gevallen allogene stamceltransplantatie (alloSCT) voor acute myeloïde leukemie (AML) in volwassen patiënten. Dr. Marianne Tang Severinsen (Aalborg Universiteitsziekenhuis) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Regional Health Europe.1


De studie includeerde 750 tenminste twee-jaar overlevers van AML die tussen begin 2000 en eind 2018 intensieve behandeling hadden ondergaan, 1:10 voor geslacht, leeftijd, en Nordic Multimorbidity Index gematcht met leukemievrije controlepersonen in de algemene bevolking (n=7500). De mediane duur van follow-up was 10,6 jaar. De HR van niet-myeloïde SPMs was 1,55 (95%-bti 1,27-1,89) voor AML-overlevers versus controle, gedreven door non-melanoma skin cancer (NMSC; 2,52; 1,90-3,35) maar niet door solide maligniteiten (1,14; 0,87-1,49). De tien-jaars cumulatieve incidentie van niet-myeloide SPM was 13,5% (95%-bti 10,6-16,5) onder de AML-overlevers en 11,9% (11,1-12,8) onder de controlepersonen. AML-overlevers die alloSCT hadden ondergaan hadden een verhoogd risico van niet-myeloïde SPMs dan AML-overlevers die geen alloSCT hadden ondergaan (HR 1,50; 95%-bti 1,00-2,26).

De onderzoekers concluderen dat het verhoogde risico van niet-myeloïde SPMs na intensieve behandeling voor AML vrijwel volledig werd gedreven door NMSC, en geen reden dient te zijn om af te zien van intensieve chemotherapie.

1.Nielsen NN, Jensen JF, Baech J et al. Second primary non-myeloid malignancies following intensive treatment for adult myeloid leukaemia: a Danish population-based study. Lancet Regional Health Europe 2024.101204

Summary: A Danish population-based cohort study found an increased rate of non-myeloid second primary malignancies after intensive treatment for adult AML, which was almost entirely driven by non-melanoma skin cancer. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale studie van odronextamab monotherapie na CAR T-celtherapie voor R/R DLBCL (0)
2024-12-31 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ELM-1 study R R DLBCL odronextamab
Prof. Max ToppPatiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cel lymfoom (R/R DLBCL) en progressie na CAR T-celtherapie (CAR T) hebben een slechte prognose. In het vooraf-gespecificeerde post-CAR T expansiecohort van de multinationale ELM-1 studie is het CD20xCD3 bispecifieke antilichaam odronextamab voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Max Topp (Universität Würzburg, Duitsland) en collega’s publiceren in Blood resultaten van het cohort.1

Het cohort includeerde 60 patiënten die mediaan 3 eerdere lijnen behandeling hadden gekregen (range 2-9); 71,7% waren refractair tegen CAR T, en 48,3% recidiveerde binnen 90 dagen na CAR T. De patiënten kregen vier cycli intraveneus odronextamab eens per week gevolgd door onderhoudstherapie tot progressie. De mediane follow-up was 16,2 maanden. Het primaire eindpunt was centraal onafhankelijk beoordeelde objective response rate. De ORR bedroeg 48,3%, met complete respons in 31,7%. De ORR verschilde niet significant met eerdere verschillende CAR T producten of tijd tot relapse op CAR T. De mediane duur van respons was 14,8 maanden, en de mediane duur van complete respons werd niet bereikt. De mediane progressievrije overleving was 4,8 maanden en de mediane overall survival was 10,2 maanden. CRS (alleen graad 1 en 2) werd gezien in 48,3% van de patiënten; in geen van de patiënten werd ICANS gezien. Graad 3 of hoger infecties werden gezien in twaalf patiënten (20,0%).

De onderzoekers concluderen dat odronextamab monotherapie bemoedigende werkzaamheid en veiligheid heeft laten zien onder R/R DLBCL-patiënten na progressie op CAR T.

1.Topp MS, Matasar MJ, Allan JN et al. Odronextamab monotherapy in R/R DLBCL after progression with CAR T-cell therapy: primary analysis of the ELM-1 study. Blood 2024-027044

Summary: In the post-CAR T expansion cohort of the multinational ELM-1 study, odronextamab monotherapy showed activity and tolerability for R/R DLBCL after progression on CAR T-cell therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)