Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen verbetering van adenoom-detectiepercentage van behandelaars en risico van colorectaalcarcinoom (0)
2024-12-17 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ADR improvement subsequent CRC risk
Dr. Nastazja PilonisPatiënten van behandelaars met hogere adenoom-detctiepercentages (ADRs) tijdens coloscopie hebben een lager risico van colorectaalcarcinoom (CRC) na screening-coloscopie. Een observationele studie in Polen heeft de associatie tussen verbetering van de ADR van behandelaars en de CRC-incidentie van hun patiënten geïnventariseerd. Dr. Nastazja Pilonis (Maria Sklodowska-Curie National Research Institute of Oncology, Warschau) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 789 behandelaars van het Polish Colonoscopy Screening Program, die tussen begin 2000 en eind 2017 tezamen 485.615 coloscopieën uitvoerden. De mediane baseline ADR van de behandelaars was 21,8%; de hoogste ADR was 63,0%. Patiënten van behandelaars met baseline ADR lager dan 26% en verbetering tijdens de follow-up hadden een postcoloscopie CRC-incidentie van 31,8 per 100.000 persoonsjaren, vergeleken met 40,7 per 100.000 persoonsjaren onder patiënten van behandelaars met een baseline ADR lager dan 26% zonder verbetering tijdens de follow-up (p<0,001). Patiënten van behandelaars met een baseline ADR 26% of hoger en verbetering tijdens de follow-up hadden een postcoloscopie CRC-incidentie van 23,4 per 100.000 persoonsjaren, vergeleken met 22,5 per 100.000 persoonsjaren onder patiënten van behandelaars met een baseline ADR van 26% of hoger zonder verbetering tijdens de follow-up (p=0,80).

De onderzoekers concluderen dat verbetering van de ADR van behandelaars alleen in geval van een baseline ADR lager dan 26% geassocieerd was met verlaging van de CRC-incidentie onder patiënten die coloscopie ondergingen.

1.Pilonis ND, Spychalski P, Kalager M et al. Adenoma detection rates by physicians and subsequent colorectal cancer risk. JAMA 2024.22975

Summary: An observational study in Poland found that improved adenoma detection rate of physicians over time was associated with lower CRC risk in patients who underwent colonoscopy compared with absence of ADR improvement, but only among patients whose physician had a baseline ADR of less than 26%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van aantal cycli adjuvante chemotherapie op uitkomsten na neoadjuvante therapie voor kliernegatief maagcarcinoom (0)
2024-12-16 16:00   ( Nieuws )
Tags:  node-negative GC adjuvant chemotherapy
Prof. Chaohui ZhengEr is geen duidelijkheid over het optimale aantal cycli adjuvante chemotherapie na neoadjuvante chemotherapie en chirurgie voor kliernegatief maagcarcinoom (GC). Een retrospectieve studie in vier centra in China heeft uitkomsten met verschillende aantallen cycli adjuvante chemotherapie geïnventariseerd. Prof. Chaohui Zheng (Fujian Medische Universiteit, Fuzhou) en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 219 patiënten die tussen begin 2010 en eind 2020 in de vier centra neoadjuvante chemotherapie kregen en chirurgie ondergingen voor kliernegatief GC, en vervolgens adjuvante chemotherapie kregen. Het primaire eindpunt was drie-jaars overlevingspercentage. Patiënten die tenminste vijf cycli adjuvante chemotherapie kregen hadden een significant beter 3-jaars OS-percentage dan patiënten die minder dan vijf cycli adjuvante chemotherapie kregen (86,8% versus 68,1%; p=0,016). Factoren die in multivariate analyse onafhankelijk geassocieerd waren met 3-jaars OS-percentage waren tenminste vijf cycli adjuvante chemotherapie (HR 0,367; p=0,014), ypT-stadium 2 of hoger (2,779; p=0,017) en slecht-gedifferentieerde tumoren (2.501; p=0,002). In gestratificeerde analyses was vijf of meer versus vier of minder cycli adjuvante chemotherapie geassocieerd met significant beter 3-jaars OS-percentage onder patiënten met ypT2-stadium 2 of hoger (82,5% versus 62,6%; p=0,025) en onder patiënten met slecht-gedifferentieerde tumoren (82,6% versus 53,3%; p=0,021).

De onderzoekers concluderen dat na neoadjuvante chemotherapie en chirurgie, patiënten met kliernegatief GC baat hadden bij tenminste vijf cycli adjuvante chemotherapie.

1.Yu J, Zheng H, Xue Z et al. Affect of adjuvant chemotherapy cycles on patients with node-negative gastric cancer following neoadjuvant chemotherapy: multicenter cohort study. Ann Surg Oncol 2024-16585-y

Summary: A multicenter retrospective study in China found that after neoadjuvant chemotherapy and surgery for node-negative gastric cancer, adjuvant chemotherapy for five or more cycles was associated with significantly higher 3-year overall survival rate compared with fewer than five cycles. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van klinische relevantie van vroege liquide biopsie onder patiënten met verdenking van metastatisch NSCLC (0)
2024-12-16 14:30   ( Nieuws )
Tags:  LIBELULE trial suspected mNSCLC early liquid biopsy
Dr. Aurélie SwalduzGenomische profilering van patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom is van belang voor behandelkeuzen en tijdige initiatie van behandeling (TTI) of het vermijden van niet-geëigende behandeling. De multicenter fase 3-studie LIBELULE in Frankrijk heeft patiënten met radiologische verdenking van metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) 1:1 gerandomiseerd naar diagnostische procedures volgens de praktijk in de afzonderlijke centra (controlegroep) of liquide biopsie testen bij het eerste bezoek (LB-groep). Dr. Aurélie Swalduz (Centre Léon Bérard, Lyon) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde 161 patiënten in de LB-groep en 158 in de controlegroep. De mediane leeftijd was 68 jaar; 29% waren niet-rokers, 18% had een performance status 2 of hoger, en 57% had adenocarcinoom. Het primaire eindpunt was TTI. In de LB-groep werd in 81% van de patiënten circulerend tumor DNA gedetecteerd. Onder alle patiënten was de gemiddelde TT niet significant lager in de LB-groep dan in de controlegroep (29,0 versus 34 dagen; p=0,26), maar onder patiënten die systemische behandeling kregen was dit wel het geval (29,1 versus 38,8 dagen; p=0,01), evenals in patiënten met niet-squameuze ziekte (29,5 versus 40,3 dagen; p=0,01) en in patiënten met eerstelijns targetable veranderingen (21 versus 37,4 dagen; p=0,004).

De onderzoekers concluderen dat vroege-biopsie testen niet onder alle patiënten met radiologische verdenking van mNSCLC, maar wel in subgroepen, resulteerde in kortere TTI.

1.Swalduz A, Schiffler C, Curcio H et al. LIBELULE: a randomized phase III study to evaluate the clinical relevance of early liquid biopsy in patients with suspicious metastatic lung cancer. J Thor Oncol 2024.12.011

Summary: The multicenter phase 3 LIBELULE trial in France found that early liquid biopsy testing did not significantly shorten the time to treatment initiation (TTI) in unselected patients referred for suspected mNSCLC, but did shorten TTI in patients eligible for systemic treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systematisch overzicht en netwerk meta-analyse van behandelingen voor recidiverend of refractair glioblastoom (0)
2024-12-16 13:00   ( Nieuws )
Tags:  R R glioblastoma
Dr. Francesco SchettiniGlioblastoom is een agressieve primaire tumor van het centraal zenuwstelsel. Een systematisch overzicht en netwerk meta-analyse van vergelijkende fase 2- en fase -3 studies heeft verschillende behandelingen voor glioblastoom met relapse na adjuvante chemotherapie met elkaar vergeleken. Dr. Francesco Schettini (Universiteit van Barcelona, Spanje) en collega’s publiceren de analyse in The Oncologist.1


De analyse includeerde 24 studies die tezamen 27 verschillende behandelingen voor recidiverend of refractair glioblastoom vergeleken. De studies telden tezamen 3733 patiënten. Er werden 23 verschillende regimes vergeleken voor overall survival (OS), 21 voor progressievrije overleving (PFS), en 26 voor objective response rate (ORR). De meeste studies hadden weinig statistisch vermogen, met uiteenlopende inclusiecriteria. Met lomustine monotherapie als comparator was alleen regorafenib superieur voor OS (HR 0,50; 95%-CrI 0,33-0,75). Regorafenib was voor OS superieur aan zestien andere regimes, waaronder NovoTTF-100A, bevacizumab monotherapie, en verscheiden bevacizumab-gebaseerde combinaties. Voor PFS en ORR was niet een van de behandelingen superieur aan de andere behandelingen.

De onderzoekers concluderen dat op basis van de nu beschikbare informatie regorafenib voor het eindpunt OS superieur is aan veel andere regimes, en dat er behoefte is aan grotere studies naar behandelingen voor recidiverend of refractair glioblastoom.

1.Schettini F, Pineda E, Rocca A et al. Identifying the best treatment choice for relapsing/refractory glioblastoma: a systematic review with multiple Bayesian network meta-analyses. The Oncologist 2024/oyae338

SummaryNetwork meta-analysis of 24 comparative phase 2 and 3 studies (3733 patients) found that for the end point overall survival regorafenib was the best regimen for relapsed glioblastoma, but most studies were underpowered, with varying inclusion criteria.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Nivolumab plus relatlimab voor gevorderd melanoom: drie-jaars follow-up van RELATIVITY-047 (0)
2024-12-15 16:00   ( Nieuws )
Tags:  RELATIVITY-047 advanced melanoma nivolumab plus relatlimab
Prof. Hussain TawbiDe multinationale fase 2-3 studie RELATIVITY-047 randomiseerde patiënten met niet-eerder behandeld metastatisch of niet-resectabel melanoom naar nivolumab (anti-PD-1) plus relatlimab (anti-LAG-3) of alleen nivolumab. In 2022 is gepubliceerd dat met mediaan 13,2 maanden follow-up de progressievrije overleving langer was in de combinatiegroep dan in de nivolumabgroep. Prof. Hussain Tawbi (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren nu in het Journal of Clinical Oncology resultaten van de studie na mediaan 33,8 maanden follow-up.1

RLETIVITY-047 randomiseerde 714 patiënten naar nivolumab plus relatlimab (n=355) of alleen nivolumab (n=350). De figuur laat zien dat de PFS (mediaan 10,22 versus 4,83 maanden; HR 0,79; 95%-bti 0,66-0,95) en de overall survival (mediaan 51,02 versus 34,10 maanden; HR 0,80; 95%-bti 0,66-0,99) significant langer waren met de combinatie dan met nivolumab monotherapie. De objective response rate was 43,7% versus 33,7%. Het profijt van toevoegen van relatlimab aan nivolumab werd gezien in de meerderheid van de vooraf-gespecificeerde subgroepen. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-eerder behandeld metastatisch of niet-resectabel melanoom, toevoegen van relatlimab aan nivolumab geassocieerd was met significant PFS- en OS-profijt, met een veiligheidsprofiel dat consistent was met wat eerder is gepubliceerd.

1.Tawbi H, Hodi FS, Lipson EJ et al. Three-year overall survival with nivolumab plus relatlimab in advanced melanoma from RELATIVITY-047. J Clin Oncol 2024-01124

Summary: Three-year follow-up of the multinational phase 2-3 trial RELATIVITY-047 found that among patients with previously untreated metastatic or unresectable melanoma, addition of relatlimab to nivolumab was associated with PFS and OS benefit, with a safety profile consistent with previous reports.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Omega-3 rijk en omega-6 arm voedingspatroon met visolie voor mannen op actieve surveillance voor prostaatcarcinoom (0)
2024-12-15 14:30   ( Nieuws )
Tags:  CAPFISH-3 randomized trial
Prof. William AronsonMannen die actieve surveillance (AS) ondergaan voor prostaatcarcinoom hebben mogelijk baat bij aanpassingen van hun voedingsgewoonten die progressie van de ziekte kunnen tegengaan. Een fase 2-studie van University of California Los Angeles heeft de impact van een voeding die rijk is aan omega-3 vetzuren en arm aan omega-6 vetzuren aangevuld met visolie (D + FO) op de proliferatie (bepaald aan de hand van de Ki-67 index). Prof. William Aronson en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde 100 mannen op AS voor grade group 1 of 2 prostaatcarcinoom. De mannen werden gerandomiseerd naar D + FO of een controlegroep voor de duur van een jaar. Bij baseline en na één jaar werden same-site prostaatbiopten genomen. Het primaire eindpunt van de studie was verandering in Ki-67 index tussen baseline en één jaar. De Ki-67 index nam in de D + FO groep af van gemiddeld 1,34% bij baseline tot 1,14% na een jaar (- 15%), en nam in de controlegroep toe van gemiddeld 1,23% bij baseline tot 1,52% na een jaar (+24%) resulterend in statistisch significant verschil in Ki-67 verandering tussen de groepen (p=0,043). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen in de secundaire eindpunten grade group, tumorlengte, Decipher genomische score, of PSA-niveau. Vier mannen in de D + FO groep discontinueerden de behandeling wegens bijwerkingen van de visolie.

De onderzoekers concluderen dat een voedingspatroon dat rijk is aan omega-3 vetzuren en arm is aan omega-6 vetzuren in combinatie met visolie resulteerde in significante verlaging van de Ki-67 index van mannen op AS voor prostaatcarcinoom.

1.Aronson WJ, Grogan T, Liang P et al. High omega-3, low omega-6 diet with fish oil for men with prostate cancer on active surveillance: the CAPFISH-3 randomized clinical trial. J Clin Oncol 2024.00608

Summary: The randomized phase 2 CAPFISH-3 trial, at the University of California Los Angeles, found that among men on active surveillance for prostate cancer, a high omega-3, low omega-6 diet plus fish oil for one year resulted in a significant reduction in Ki-67 index.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tien-jaars follow-up van neoadjuvant mFOLFOX6 met of zonder bestraling versus fluorouracil met bestraling voor LARC (0)
2024-12-15 13:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 3 FOWARC trial locally advanced rectal cancer
Dr. Yanhong DengDe fase 3-studie FOWARC, in vijftien centra in China, randomiseerde patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar met lokaal-gevorderd rectumcarcinoom (LARC; stadium II of III) in de neoadjuvante setting 1:1:1 naar fluorouracil plus radiotherapie (n=155 evalueerbare patiënten), mFOLFOX6 plus radiotherapie (n=157), of alleen mFOLFOX6 (n=163), gevolgd door chirurgie en adjuvante chemotherapie. In 2016 is gepubliceerd dat mFOLFOX6 plus radiotherapie resulteerde in hoger percentage patiënten met pathologisch complete respons (pCR) dan fluorouracil plus radiotherapie of alleen mFOLFOX6 (27,5% versus 14,0% versus 6,6%). Dr. Yanhong Deng (Sun Yat-sen University, Guangzhou) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology resultaten van FOWARC na mediaan tien jaar follow-up.1

De tien-jaars percentages voor ziektevrije overleving (DFS) waren 52,5% in de groep met fluorouracil plus radiotherapie vergeleken met 62,6% in de groep met mFOLFOX6 plus radiotherapie en 60,5% in de groep met alleen mFOLFOX6 (p=0,56); de tien-jaars percentages voor lokaal recidief (LR waren 10,8% vergeleken met 8,0% en 9,6% (p=0,57); en de tien-jaars percentages voor overall survival (OS) waren 65,9% vergeleken met 72,3% en 73,4% (p=0,90). Subgroepanalyses lieten zien dat ypTNM-stadium een significante prognostische factor was voor DFS, LR, en OS. Patiënten met pCR hadden tien-jaars percentages voor DFS, LR, en OS van 84,3% respectievelijk 3,0% en 92,4%.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten laten zien dat neoadjuvant mFOLFOX6 een therapeutische optie is voor LARC.

1.Zhang J, Chi P, Shi L et al. Neoadjuvant modified infusional fluorouracil, leucovorin, and oxaliplatin with or without radiation versus fluorouracil plus radiation for locally advanced rectal cancer: updated results of the FOWARC study after a median follow-up of 10 years. J Clin Oncol 2024-01676

Summary: Ten-year follow-up of the multicenter phase 3 FOWARC trial in China found that neoadjuvant mFOLFOX6 chemotherapy can be considered as a therapeutic option for locally advanced rectal cancer.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant camrelizumab versus placebo in combinatie met chemotherapie voor vroeg of lokaal-gevorderd TNBC (0)
2024-12-14 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CamRelief trial
Prof. Zhi-Ming ShaoDe geprefereerde neoadjuvante strategie voor vroeg-stadium of lokaal-gevorderd triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) is chemotherapie met anthracyclines, cyclofosfamide, taxanen en platina. Blokkade van de PD-1/PD-L1 route zou de werkzaamheid van deze strategie kunnen verbeteren. Camrelizumab (anti-PD-1) heeft werkzaamheid laten zien voor gevorderd TNBC. De fase 3-studie CamRelief, in veertig centra in China, heeft camrelizumab plus chemotherapie vergeleken met placebo plus chemotherapie voor vroeg-stadium of lokaal-gevorderd TNBC. Prof. Zhi-Ming Shao (Fudan Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

CamRelief includeerde 441 vrouwen (mediane leeftijd 48 jaar) met vroeg-stadium of lokaal-gevorderd TNBC die werden gerandomiseerd naar camrelizumab 200 mg (n=222) of placebo (n=219) met chemotherapie iedere twee weken. De chemotherapie was nab-paclitaxel plus carboplatine in vier-weekse cycli voor de eerste 16 weken, gevolgd door epirubicine en cyclofosfamide iedere twee weken gedurende acht weken. Het primaire eindpunt was pathologische complete respons (geen invasieve tumor in borst en lymfeklieren; ypT0/Tis ypN0).

De mediane duur van follow-up na randomisatie was 14,4 maanden (range 0,0-31,8). Pathologisch complete respons werd bereikt door 56,8% van de patiënten in de camrelizumab-chemotherapiegroep en 44,7% van de patiënten in de placebo-chemotherapiegroep (p=0,004). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 89,2% van de patiënten in de camrelizumab-chemotherapiegroep en 83,1% van de patiënten in de placebo-chemotherapiegroep; ernstige AEs werden gezien in 34,7% versus 22,8%; fatale AEs werden gezien in twee patiënten (0,9%) in de camrelizumab-chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met vroeg of lokaal-gevorderd TNBC toevoegen van camrelizumab aan neoadjuvante chemotherapie resulteerde in significante verbetering van het percentage patiënten met pathologisch complete respons (visual abstract).

1.Chen L, Li H, Zhang H et al. Camrelizumab vs placebo in combination with chemotherapy as neoadjuvant treatment in patients with early or locally advanced tripla-negative breast cancer. The CamRelief randomized clinical trial. JAMA 2024.23560

Summary: The phase 3 CamRelief trial, at 40 centers in China, found that addition of camrelizumab to neoadjuvant chemotherapy for early or locally advanced triple-negative breast cancer significantly improved pathological complete response rate.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)