Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 3-studie van eerstelijns acalabrutinib plus bendamustine-rituximab voor mantelcellymfoom (0)
2025-05-02 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ECHO trial MCL acalabrutinib
Prof. Michael WangToevoeging van de BTK-remmer ibrutinib aan bendamustine-rituximab als eerstelijns behandeling voor mantelcellymfoom (MCL) resulteerde in verlenging van de progressievrije overleving maar niet van de overall survival. De multinationale fase 3-studie ECHO evalueerde toevoeging van de BTK-remmer acalabrutinib aan bendamustine-rituximab voor niet-eerder behandeld MCL. Prof. Michael Wang (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 598 patiënten in de leeftijd van 65 jaar of ouder. De patiënten werden gerandomiseerd naar acalabrutinib (100 mg tweemaal daags; n=299) of placebo (n=299) tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit, toegevoegd aan zes cycli bendamustine-rituximab, gevolgd door twee jaar rituximab-onderhoud in patiënten met respons. Crossover naar acalabrutinib bij ziekteprogressie was toegestaan. Het primaire eindpunt was centraal onafhankelijk beoordeelde progressievrije overleving. De mediane duur van follow-up was 44,9 maanden. De mediane PFS was 66,4 maanden in de acalabrutinibgroep en 49,6 maanden in de placebogroep (HR 0,73; p=0,0160). Het profijt van acalabrutinib werd gezien in alle onderscheiden subgroepen. Percentages patiënten met overall respons en complete respons waren 91,0% respectievelijk 66,6% in de acalabrutinibgroep en 88,0% respectievelijk 53,5% in de placebogroep. Overall survival was niet significant verschillend tussen beide groepen (HR 0,86; p=0,27). Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor 88,9% van de patiënten in de acalabrutinibgroep en 88,2% van de patiënten in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van acalabrutinib aan eerstelijns bendamustine-rituximab voor MCL resulteerde in significante verlenging van de PFS met manageable toxiciteit.

1.Wang M, Salek D, Belada D et al. Acalabrutinib plus bendamustine-rituximab in untreated mantle cell lymphoma. J Clin Oncol 2025-00690

Summary: The multinational phase 3 ECHO trial found that addition of acalabrutinib to first-line bendamustine-rituximab for mantle cell lymphoma resulted in significant improvement of progression-free survival with manageable toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Model van CT-scans van primaire tumor en metastatische cervicale lymfeklieren voor voorspellen van uitkomsten in p16+ OPSCC (0)
2025-05-02 13:30   ( Nieuws )
Tags:  oropharyngeal squamous cell carcinoma
Prof. Anant MadabhushiKenmerken van de primaire tumor (PT) en metastatische cervicale lymfeklieren (LN) zijn geassocieerd met de prognose van squameus celcarcinoom van de orofarynx (OPSCC). Een retrospectieve analyse van drie studies heeft geresulteerd in een deep learning model dat computed tomography (CT)-scans van PT en LN van p16+ OPSCC integreert en uitkomsten kan voorspellen. Prof. Anant Madabhushi (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De onderzoekers analyseerden pretreament CT-scans van 811 patiënten (mediane leeftijd 59,0 jaar; IQR 47,4-70,6; 84,2% mannen) met p16+ OPSCC die definitieve radiotherapie of chemoradiotherapie kregen. Een van de drie cohorten werd gebruikt voor ontwikkeling en validatie van het model en de twee andere cohorten werden gebruikt voor extern testen van de performance van het model. Op basis van kenmerken van zowel PT als LN werd een imaging risicoscore (‘SwinScore’) opgesteld die uitkomsten voorspelde. In de externe test-set was de risicoscore prognostisch voor ziektevrije overleving, overall survival, en locoregionaal falen. De risicoscore had een hogere C-index (0,63) vergeleken met modellen die alleen gebaseerd waren op PT (0,61) of LN (0,58). Chemotherapie was alleen onder stadium I patiënten met een hoge risicoscore geassocieerd met betere DFS (HR 0,09; p=0,004) maar niet onder patiënten met een lage risicoscore (HR 0,83; p=0,69).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met p16+ OPSCC de SwinScore kan bijdragen aan voorspellen van uitkomsten en identificeren van patiënten die kandidaat zijn voor tailoring van de behandeling.

1.Song B, Leroy A, Yang K et al. Deep learning model of primary tumor and metastatic cervical lymph nodes from CT for outcome predictions in oropharyngeal cancer. JAMA Network Open 2025;8:e258094

Summary: retrospective analysis of three studies of p16+ OPSCC patients resulted in a deep learning model combining pretreatment CT results of primary tumor and metastatic cervical lymph nodes to predict outcomes and identify patients who were suitable candidates for treatment tailoring.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve cohortstudie van antimicrobiële resistentie in ambulante patiënten met maligniteiten (0)
2025-05-02 12:00   ( Nieuws )
Tags:  outpatients with cancer AMR
Dr. Diane FlayhartInfecties zijn de tweede doodsoorzaak van patiënten met maligniteiten, en worden vaak veroorzaakt door resistente bacteriën. Er is geen duidelijkheid over de frequentie van antimicrobiële resistentie (AMR) in ambulante patiënten met maligniteiten. Een multicenter retrospectieve cohortstudie heeft de frequentie van AMR bacteriële pathogenen vergeleken in ambulante patiënten met en zonder een maligniteit. Dr. Diane Flayhart (BD Global Public Health, Franklin Lakes NJ) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie evalueerde antimicrobiële gevoeligheid van bacteriën die tussen 1 april 2018 en 31 december 2022 werden geïsoleerd uit volwassen patiënten van 198 centra in de Verenigde Staten, op basis van gegevens in de BD Insights Research Database. Onder de 1.655.594 geïdentificeerde pathogenen was 3,2% afkomstig van 27.421 patiënten met een maligniteit en 96,8% van 928.128 patiënten zonder een maligniteit. In de isolaten van patiënten met een maligniteiten vergeleken met de isolaten van patiënten zonder een maligniteit was voor Pseudomona aeruginosa carbapenem-ongevoeligheid hoger (14,4% versus 11,3%; OR 1,22; 95%-bti 1,13-1,32), voor Enterobactereales de fluoroquinolon-ongevoeligheid hoger (28,0% versus 21,8%; 1,44; 1,40-1,47) evenals de carbapenem-ongevoeligheid (1,5% versus 0,8%; 1,89; 1,72-2,07), de multidrugresistentie (8,7% versus 4,5%; 2,03; 1,95-2,11), voor Staphylococcus aureus de meticilline-resistentie hoger (53,0% versus 48,3%; 1,20; 1,15-1,25), en voor Enterococcus spp de vancomycineresistentie hoger (18,6% versus 9,1%; 2,20; 2,06-2,34). De incidence rate ratio van AMR pathogene per 1000 isolaten was ook hoger in patiënten met maligniteiten dan in patiënten zonder maligniteiten.

De onderzoekers concluderen dat de frequentie van AMR onder outpatients met maligniteiten tot een factor 3 hoger was dan onder outpatients zonder maligniteiten.

1.Gupta V, Satlin MJ, Yu KC et al. Incidence and prevalence of antimicrobial resistance in outpatients with cancer: a multicentre, retrospective, cohort study. Lancet Oncol 2025;26:620-628

Summary: A multicenter retrospective study in the USA found that among outpatients with cancer antimicrobial resistance proportions in isolates were up to three times higher compared with outpatients without cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn resultaten met vroeg rituximab versus watchful waiting voor gevorderd asymptomatisch folliculair lymfoom (0)
2025-05-01 15:00   ( Nieuws )
Tags:  FL early rituximab versus WW
Dr. Kirit ArdeshnaEen fase 3-studie in 118 centra in vijf landen randomiseerde volwassen patiënten met gevorderd stadium, asymptomatisch, lage tumorbelasting folliculair lymfoom (FL) en een ECOG performance status 0 of 1 naar drie groepen: watchful waiting (WW; n=183), rituximab inductie (vier wekelijkse doses; n=82), of rituximab inductie gevolgd door rituximab onderhoud (twaalf doses iedere acht weken; n=190). In 2014 is gepubliceerd dat met mediaan vier jaar follow-up de tijd tot nieuwe behandeling (TTNT) significant beter was in de groepen met vroeg rituximab dan in de WW-groep. Dr. Kirit Ardeshna (University College London) en collega’s publiceren nu in The Lancet Haematology lange-termijn follow-up resultaten van de studie.1

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane duur van follow-up 14,7 jaar (IQR 13,3-15,6). Het percentage patiënten die na vijftien jaar geen nieuwe behandeling hadden gestart was 65% (95%-bti 56-72) in de rituximab-onderhoudsgroep, 48% (36-60) in de rituximab-inductiegroep, en 34% (27-42) in de WW-groep. De mediane TTNT was nog niet bereikt (95%-bti 15,6 jaar – NE) in de rituximab-onderhoudsgroep, 14,8 jaar (7,5-NR) in de rituximab-inductiegroep, en 5,6 jaar (3,8-8,4) in de WW-groep. TTNT was langer in de rituximab-inductiegroep dan in de WW-groep (HR 0,55; p=0,0019) en langer in de rituximab-onderhoudsgroep dan in de WW-groep (HR 0,36; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten bevestigen dat vroege rituximab monotherapie vergeleken met WW geassocieerd is met significant langere TTNT onder patiënten met gevorderd stadium asymptomatisch low tumor burden FL.

1.Northend M, Wilson W, Ediriwickrema K et al. Early rituximab monotherapy versus watchful waiting for advanced stage, asymptomatic, low tumour burden follicular lymphoma: long-term results of a randomised, pahse 3 trial. Lancet Haematol 2025;12:E335-E345

Summary: Long-term results of a multinational phase 3 trial found that among patients with advanced stage, asymptomatic, low tumor burden follicular lymphoma, early rituximab monotherapy substantially delayed the need for new treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gebruik van in vitro fertilisatie door overlevers van maligniteiten (0)
2025-05-01 13:30   ( Nieuws )
Tags:  parental cancer history IVF utilization
Abby Chen BScVerbeteringen in diagnose en behandeling van maligniteiten hebben geleid tot een toenemend aantal overlevers die vervolgens kinderen kunnen hebben. Een analyse in de staten New York, Massachusetts, en North Carolina heeft het gebruik van in vitro fertilisatie (IVF) door overlevers van maligniteiten geïnventariseerd. MD-student. Abby Chen (Stanford University School of Medicine, CA) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

De analyse includeerde gegevens van IVF-cycli die resulteerden in geboorte van een levend kind die werden gerapporteerd aan de Society for Assisted Reproductive Technology Clinic Outcome Reporting System tussen begin 2004 en eind 2018. Deze gegevens werden gelinkt aan geboortecertificaten en kankerregistraties in de drie staten. Voor elke IVF-geconcipieerde geboorte werden de tien volgende geboorten gebruikt als vergelijkingsgroep.

Onder de 814.658 geboorten in de analyse waren er 82.544 IVG-geconcipieerd. Onder de natuurlijk-geconcipieerde geboorten had 0,5% van de moeders en 0,4% van de vaders een persoonlijke geschiedenis van een maligniteit, vergeleken met 1,2 % van de moeders en 1,8% van de vaders in geval van IVF-concipieerde geboorten. De prevalentie van geschiedenis van een maligniteit nam toe tijdens de studieperiode. Onder ouders die IVF gebruikten waren er hogere prevalenties van maligniteiten van mannelijke en vrouwelijke genitaliën, mammacarcinoom onder vrouwen, en lymfoïde of hematopoïetische maligniteiten onder vrouwen.

De onderzoekers concluderen dat 1,1% van alle pasgeborenen en 3,0% van IVF-geconcipieerde pasgeborenen tenminste één ouder met een geschiedenis van een maligniteit had, met toenemende prevalentie tijdens de studieperiode.

1.Chen AL, Li S, Baker VL et al. The prevalence of parental cancer history and in vitro fertilization utilization. J Natl Cancer Inst 2025; djaf068

Summary: Analysis in New York State, Massachusetts, and North Carolina found that overall 1.1% of all births and 3.0% of IVF-conceived births had a least 1 parent with a cancer history with an increasing prevalence over the study period.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van risico van volgende maligniteiten onder patiënten met primair cutaan B-cel lymfoom (0)
2025-05-01 12:00   ( Nieuws )
Tags:  pCBCL risk of secondary cancer
Dr. Steven ChenEr is weinig informatie beschikbaar over het risico van volgende primaire maligniteiten onder patiënten met primair cutaan B-cel lymfoom (pCBCL). Een cohortstudie op basis van gegevens in de SEER17-database heeft dit risico geïnventariseerd. Dr. Steven Chen (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De studie includeerde 3757 patiënten met een diagnose pCBCL tussen begin 2000 en eind 2020. De mediane leeftijd bij diagnose was 62,0 jaar (IQR 25,0); 56,7% waren mannen. Tijdens de follow-up werden tenminste één jaar na de pCBCL-diagnose volgende primaire maligniteiten gediagnostiseerd in 343 patiënten (9,1%), vergeleken met 250,6 verwachte diagnosen resulterend in een SIR van 1,37 (95%-bti 1,23-1,52). Significant verhoogde risico’s werden gezien voor prostaatcarcinoom (SIR 1,49; 95%-bti 1,13-1,92), alle hematogische maligniteiten (4,79; 3,94-5,77), en lymfomen (8,01; 6,46-9,81). Patiënten met versus zonder volgende maligniteiten waren frequent blank (90,7% versus 82,3%; p<0,001)), in de leeftijd van 50 tot 75 jaar (68,2% versus 48,4%; p<0,001), en hadden stadium I (62,4% versus 47,5%; p<0,001) of stadium III (5,5% versus 3,4%; p=0,04) lymfoom. Vrouwen hadden kortere latentieperiode tot een volgende maligniteit dan mannen (gemiddeld 9,9 versus 12,2 jaar).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met pCBCL een verhoogd risico hebben van prostaatcarcinoom en hematologische maligniteiten.

1.Shah VK, Behbahani S, Barnes J et al. Secondary cancer risk among patients with primary cutaneous B-cell lymphoma. JAMA Dermatol 2025.0924

Summary: A retrospective cohort study using the SEER17 database found that patients with primary cutaneous B-cell lymphoma have increased second primary hematologic and prostate cancer risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 1-studie van D3S-001 voor gevorderde solide tumoren met KRAS-G12C mutatie (0)
2025-04-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors with KRAS-G12C mutations D3S-001
Prof. Byoung Chul ChoD3S-001 is een volgende-generatie KRAS-G12C-remmer (G12Ci). D3S-001 is geëvalueerd in een fase 1a-doseringsescalatiestudie (50 tot 900 mg eens per dag) in patiënten met gevorderde solide tumoren met KRAS-G12C mutatie (n=42) en een fase 1b expansiecohort van patiënten met NSCLC met ziekteprogressie na eerdere G12Ci-therapie (n=20). Prof. Byoung Chul Cho (Yonsei Cancer Center, Seoel, Zuid-Korea) en collega’s publiceren de resultaten in Nature Medicine.1

Primaire eindpunten waren veiligheid en bepaling van de hoogst-verdragen dosering, en secundaire eindpunten waren farmacokinetiek, bevestigde objective response rate en disease control rate. D3S-001 liet doseringsafhankelijke farmacokinetiek zien, zonder doserings-limiterende toxiciteiten, en de hoogst-verdragen dosering werd niet bereikt. Graad 3 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor zeven patiënten (16,7%) in het G12Ci-naïeve doseringsescalatiecohort en twee patiënten (10,0%) in het G12Ci-voorbehandelde NSCLC-expansiecohort. Er waren geen graad 4 of 5 TRAEs. Op basis van farmacokinetiek werd D3S-001 600 mg eens per dag gekozen als dosering voor nader bestudering. Bevestigde ORR in de G12Ci-naïeve populatie was 74% overall (25 van 34), 67% (14 van 21) onder patiënten met NSCLC, 89% (8 van 9) onder patiënten met colorectaalcarcinoom, en 75% (3 van 4) onder patiënten met pancreas ductaal adenocarcinoom. In het G12Ci-voorbehandelde NSCLC cohort was de ORR 30% (6 van 20) en de DCR 80% (16 van 20).

De onderzoekers concluderen dat de studie veiligheid, tolerabiliteit, en veelbelovende antitumorwerkzaamheid van D3S-001 heeft laten zien.

1.Cho BC, Lu S, Lee MA et al. D3S-001 in advanced solid tumors with KRAS-G12C mutations: a phase 1 trial. Nature Med 2025-03688-6

Summary: A multinational phase 1 trial found safety and tolerability and promising antitumor activity of the next-generation KRAS-G12C inhibitor D3S-001 monotherapy in patients with advanced solid tumors with KRAS-G12C mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van gecombineerde weefsel- en liquide-bioptanalyse in patiënten met gevorderde solide tumoren (0)
2025-04-30 13:30   ( Nieuws )
Tags:  ROME trial
Prof. Paolo MarchettiGenomische profilering wordt gebruikt als onderdeel van precisie-oncologie om veranderingen te detecteren die de keuze van gerichte therapie te geleiden. Het is niet duidelijk wat de relatieve voordelen zijn van genomische profilering van tumorweefsel en liquide biopten. De multicenter fase 2-studie ROME in Italië heeft uitkomsten van patiënten met gevorderde tumoren die gerichte therapie kregen na profilering van weefselmonsters (T) of liquide biopten (L). Prof. Paolo Marchetti (Sapienza Universiteit, Rome) presenteerde op de Annual Meeting van AACR in Chicago een exploratieve analyse van de studie die uitkomsten na profilering van T of L of een combinatie van T en L vergelijkt.1

Deze link leidt naar de slides van de presentatie. De studie includeerde 1794 volwassen patiënten met gevorderde of metastatische solide tumoren die tenminste één eerdere lijn van behandeling hadden gekregen. Actionabele veranderingen werden geïnventariseerd in weefselmonsters (T) of liquide biopten (L), waarna 400 patiënten werden gerandomiseerd naar gerichte therapie (TT) of standaard-behandeling (SoC). In deze studie verbeterde TT vergeleken met SoC de objective response rate en progressievrije overleving (PFS). De concordantie tussen T en L was 49%, met actionabele veranderingen exclusief in T gedetecteerd in 35% en exclusief in L gedetecteerd in 16%. Patiënten in de concordante T+L groep hadden significant betere uitkomsten met TT dan met SoC: mediane overall survival 11,05 versus7,70 maanden (HR 0,74; 95%-bti 0,51-1,07) en mediane progressievrije overleving 4,93 versus 2,80 maanden (0,55; 0,40-0,76) terwijl patiënten in de discordante TT-groep een geringer of in het geheel geen overlevingsvoordeel hadden ten opzichte van SoC. Overall was de mediane OS het hoogst in de T+L groep (11,05 maanden) gevolgd door de alleen T-groep (9,93 maanden), en de alleen L-groep (4,05 maanden) met een vergelijkbaar patroon voor progressievrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat hoewel de concordantie tussen T en L slechts 49% bedroeg, combinatie van T en L resulteerde in significante toename van de detectie van actionabele veranderingen en belangrijke verbetering van de overlevingsuitkomsten.

1.Marchetti P et al. AACR Annual Meeting 2025, abstr. 6372

Summary: Explorative analysis of the multicenter phase 2 ROME trial in Italy found that among patients with advanced solid tumors, targeted therapy based on combined tissue and liquid biopsy analyses resulted in better outcomes compared with the individual approaches.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)