Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenterstudie van cardioprotectie door dexrazoxaan in frontlijn-behandelde kinderen met AML (0)
2020-04-30 13:00   ( Nieuws )
Tags:  frontline treatment for pediatric AML dexrazoxane
Dr. Kelly GetzDexrazoxaan kan resulteren in vermindering van anthracycline-geïnduceerde cardiotoxiciteit. Een analyse in het cohort van de multicenterstudie AAML1031 van de Children’s Oncology Group heeft onderzocht of dexrazoxaan effectieve cardioprotectie biedt tijdens frontline behandeling voor pediatrisch AML. Dr. Kelly Getz (Children’s Hospital of Philadelhia, PA) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

AAML1031 includeerde kinderen met niet-eerder behandeld AML tussen begin 2011 en eind 2016. De mediane follow-up was 3,5 jaar. Dexrazoxaan werd aan de behandeling toegevoegd indien de behandelaar dat wenselijk achtte. Na iedere anthracyclinekuur en met regelmatige intervallen tijdens de follow-up werden ejectiefractie (EF) en verkortingsfractie (SF) bepaald. Linkerventrikel systolische dysfunctie (LVSD) werd gedefinieerd als SF < 28% of EF ≤ 55%.


De nu gepubliceerde analyse includeerde 1014 patiënten, onder wie 96 die bij iedere anthracyclinekuur dexrazoxaan hadden gekregen en 918 die nooit dexrazoxaan hadden gekregen. Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in baseline factoren en compliantie met cardiale monitoring. In de groep patiënten die dexrazoxaan kregen was de afname van EF en SF significant kleiner dan in de niet-blootgestelde groep. LSVD werd vastgesteld in 26,5% versus 42,2% (HR 0,55; p=0,009). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in vijf-jaars gebeurtenisvrije overleving (49,0% versus 45,1%; p=0,534) of vijf-jaars overall survival (65,0% versus 61,9%; p=0,613) met een niet-significant lagere behandelingsgerelateerde mortaliteit in de dexrazoxaangroep (5,7% versus 12,7%; p=0,068).

De onderzoekers concluderen dat dexrazoxaan cardioprotectie bood zonder EFS of OS te compromitteren of niet-cardiale toxiciteiten te verhogen.

1.Getz KD, Sung L, Alonzo TA et al. Effect of dexrazoxane on left ventricular systolic function and treatment outcomes in patients with acute myeloid leukemia: a report from the Children’s Oncology Group. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis in the cohort of the multicenter study AAML1031 by the Children’s Oncology Group found that during frontline treatment for pediatric AML dexrazoxane preserved cardiac function without compromising EFS and OS or increasing noncardiac toxicities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Hypogefractioneerde adjuvante borst-radiotherapie in één week versus drie weken: vijf-jaars uitkomsten (0)
2020-04-30 12:00   ( Nieuws )
Tags:  FAST-Foward noninferiority phase 3 study hypofractionated breast RT for 1 week versus 3 weeks
Prof. Adrian Murray BruntDe FAST-Forward noninferioriteits fase 3-studie vergeleek twee vijf-fracties adjuvante radiotherapie (RT)-schema’s met het standaard vijftien-fracties RT-schema na primaire chirurgie voor vroeg-stadium mammacarcinoom. De studie werd uitgevoerd in 97 centra in het Verenigd Koninkrijk. Prof. Adrian Murray Brunt (The Institue of Cancer Research, Londen) en collega’s publiceren vijf-jaars uitkomsten van de studie online in The Lancet.1

De studie includeerde volwassen patiënten na borstsparende chirurgie of mastectomie. De patiënten werden gerandomiseerd naar de standaard-behandeling 40 Gy in vijftien fracties over drie weken (n=1361), 27 Gy in vijf fracties over één week (n=1367), of 26 Gy in vijf fracties over één week (n=1368). De mediane follow-up was 71,5 maanden (IQR 71,3-71,7). Het primaire eindpunt was ipsilateraal recidief. Deze gebeurtenis kwam voor in 31 patiënten in de 40-Gy groep, 27 patiënten in de 27-Gy groep, en 21 patiënten in de 26-Gy groep. De vijf-jaars incidentie van ipsilateraal recidief was 2,1% in de 40-Gy groep en was absoluut 0,3% respectievelijk 0,7% lager in de beide andere groepen. Na vijf jaar waren moderate or marked clinician-assessed normal tissue effects gezien in 9,9% van de patiënten in de 40-Gy groep versus 15,4% van de patiënten in de 27-Gy groep (OR 1,55; p<0,0001) en 11,9 % van de patiënten in de 26-Gy groep (OR 1,12; p=0,20).

De onderzoekers concluderen dat voor het eindpunt lokale tumorcontrole 26 Gy in vijf fracties over één week niet-inferieur was aan 40 Gy in vijftien fracties over drie weken, en even veilig was in termen van effecten op normaal weefsel gedurende vijf jaar follow-up.

1.Murray Brunt A, Haviland JS, Wheatley DA et al. Hypofractionated breast radiotherapy for 1 week versus 3 weeks (FAST-Forward): 5-year efficacy and late normal tissue effects results from a multicentre, non-inferiority, randomised, phase 3 trial. Lancet 2020; epub ahead of print

Summary: The non-inferiority phase 3 study FAST-Forward found that after breast conservation surgery or mastectomy 26 Gy in five fractions over 1 week was non-inferior to the standard of 40 Gy in 15 fractions over three weeks for local tumor control, and was as safe in terms of normal tissue effects up to 5 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Celvrij DNA-test voor voorspelling van diagnose van een maligniteit en tissue of origin (0)
2020-04-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  cell-free DNA multicancer early detection test
Dr. David ThielDe diagnose van een maligniteit vereist soms analyse van tumorweefsel dat niet altijd beschikbaar is, of beeldvormende technieken die niet altijd eenduidig te interpreteren zijn. De Circulating Cell-free Genome Atlas study heeft de mogelijkheid onderzocht om op basis van gerichte methyleringsanalyse van celvrij DNA (cfDNA) in personen met verdenking van een maligniteit, maar nog geen pathologische diagnose, aan- of afwezigheid van een maligniteit en tissue of orignin (TOO) te voorspellen. Dr. David Thiel (Mayo Clinic Florida, Jacksonville) presenteerde de studie op de virtuele Annual Meeting van AACR.1

De onderzoekers analyseerden cfDNA in bloedmonsters van deelnemers die later op basis van pathologisch onderzoek werden gediagnostiseerd met een maligniteit (meer dan twintig typen maligniteiten, n=164 in de trainingset en n=75 in de validatieset) en deelnemers die later op basis van pathologisch onderzoek maligniteitvrij werden bevonden (n=49 in de trainingset en n=15 in de validatieset). De ontwikkelde classifier voorspelde in de training- en de validatieset van de non-cancer group alle deelnemers correct als vrij van maligniteit (100% specificiteit). In de confirmed-cancer group werden maligniteiten correct gedetecteerd in 40,2% in de trainingset en 46,7% in de validatieset. De detectie van maligniteiten van stadium II en hoger was 70,7% in de trainingset en 78,9% in de validatieset. Onder de gedetecteerde maligniteiten werd de TOO correct voorspeld in 93,9% in de trainingset en 100% in de validatieset.

De onderzoekers concluderen dat ze een cfDNA multi-cancer detection test hebben ontwikkeld die in personen met verdenking van een maligniteit potentie heeft aan- of afwezigheid van de ziekte en de TOO te voorspellen voorafgaand aan de histologische diagnose.

1.Thiel DD et al. AACR Annual Meeting 2020; abstr. CT03-01

Summary: The Circulating Cell-free Genome Atlas study found that cfDNA analysis enables the prediction of presence of cancer and the tissue of origin in individuals with suspicion of cancer ahead of histologic diagnosis, with performance comparable to those with confirmed cancer at the time of blood collection. This was achieved with high specifity and TOO accuracy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Optimale timing van chemoradiotherapie na chirurgische resectie van glioblastoom (0)
2020-04-29 13:55   ( Nieuws )
Tags:  resected glioblastoma optimal timing of chemoradiotherap
Dr. Robert PressChemoradiotherapie (CRT) na resectie van glioblastoom kan de overleving bevorderen, maar er is geen duidelijkheid over de optimale timing van CRT na de resectie. Een analyse van de National Cancer Database heeft de associatie van de timing van CRT met de uitkomsten onderzocht. Dr. Robert Press (New York Proton Center) en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1

De analyse includeerde 30.414 glioblastoom-.patiënten die tussen begin 2004 en eind 2013 resectie en CRT ondergingen. Patiënten die CRT kregen vier en vijf weken na de chirurgie vormden de referentiecategorie. Later begin van CRT was niet geassocieerd met slechtere of betere overleving. In multivariate analyse was de overleving slechter in de groep patiëntendie binnen één week na resectie CRT kregen (HR 1,18; 95%-bti 1,02-1,36), evenals in de groep patiënten die in de tweede week na resectie CRT kregen (HR 1,23; 95%-bti 1,16-1,31) en in de groep patiënten die in de derde week na resectie CRT kregen (HR 1,11; 95%-bti 1,07-1,15).

De onderzoekers concluderen dat kort uitstel van CRT na week vijf geen ongunstige impact op de uitkomsten had, en dat CRT voor de vierde week geassocieerd was met slechtere overleving.

1.Press RH, Shafer SL, Jiang R et al. Optimal timing of chemoradiotherapy after surgical resection of glioblastoma: stratification by validated prognostic classification. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database investigated the optimal timing of chemoradiotherapy after surgical resection of glioblastoma. Short delays beyond 5 weeks did not negatively affect outcomes, whereas early initiation before 3 weeks were associated with worse outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-studie van regorafenib plus nivolumab voor gevorderd maag- of colorectaalcarcinoom (0)
2020-04-29 13:00   ( Nieuws )
Tags:  REGONIVO study advanced gastric or colorectal cancer regorafenib plus nivolumab
Prof. Kohei ShitaraDe fase 1b-studie REGONIVO in het ziekenhuis van het Nationaal Kankercentrum van Japan heeft de combinatie van regorafenib en nivolumab voor gevorderd maag- of colorectaalcarcinoom (GC/CRC) geëvalueerd. Prof. Kohei Shitara en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 In het dose-finding part kregen de patiënten nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken en oplopende doseringen regorafenib (80 tot 160 mg eenmaal daags gedurende de eerste drie weken van vier-weekse cycli).

De studie includeerde 25 patiënten met GC en 25 patiënten met CRC. Alle patiënten hadden tenminste twee eerdere lijnen behandeling gekregen, waaronder antiangiogene therapie in 96% van de patiënten. Zeven van de GC-patiënten hadden eerder immuuncheckpointremmers gekregen. Eén CRC-patiënt had MSI-high ziekte; de andere CRC-patiënten hadden MSS of MMR-proficiënte ziekte.

Er waren drie doseringslimiterende toxiciteiten (graad 3 colonperfoatie, maculopapulaire rash, en proteïnurie). Als aanbevolen fase 2-dosering werd gekozen voor regorafenib 80 mg. Tijdens de expansiefase werden graad 3 en hoger rash (12% van de patiënten), proteïnurie (12%) en palmair-plantaire erythrodysesthesie (10%) gezien. Er waren elf GC-patiënten (44%) en negen CRC-patiënten (36%) met objectieve respons. De mediane progressievrije overleving was 5,6 maanden in het GC-cohort en 7,9 maanden in het CRC-cohort.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van regorafenib (80 mg) plus nivolumab een manageable veiligheidsprofiel een bemoedigende antitumoractiviteit had voor gevorderd GC en CRC.

1.Fukuoka S, Hara H, Takahashi N et al. Regorafenib plus nivolumab in patients with advanced gastric or colorectal cancer: an open-label, dose-escalation, and dose-expansion phase Ib trial (REGONIVO, EPOC1603). J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The Japanese 1b study REGONIVO found that the combination of regorafenib (80 mg once daily; 3 weeks on 1 week off) plus nivolumab (3 mg/kg every two weeks) had a manageable safety profile and encouraging antitumor activity in patients with advanced gastric and colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Olaparib voor mCPRPC in patiënten met mutaties in DNA-schadeherstelgenen (0)
2020-04-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  PROfound study metastatic castration-resistant prostate cancer olaparib
Prof. Johann de BonoVeranderingen in genen die betrokken zijn bij herstel van DNA-schade zijn geassocieerd met respons op PARP-remmers in patiënten met prostaatcarcinoom en sommige andere maligniteiten. De multinationale fase 3-studie PROfound heeft de PARP-remmer olaparib geëvalueerd in mannen met mCRPC die ziekteprogressie hadden tijdens hormoonbehandeling (zoals enzalutamide of abirateron) en veranderingen hadden in geprespecificeerde genen met een rol in homologe recombinatie. Prof. Johann de Bono (Royal Marsden Hospital. Sutton UK) en collega’s publiceren de studie online in The New England Journal of Medicine.1



PROfound includeerde patiënten in twee cohorten. Cohort A telde 245 patiënten met tenminste één verandering in BRCA1, BRCA2, of ATM. Cohort B omvatte 142 patiënten met tenminste één verandering in een van twaalf andere genen met een rol in herstel van DNA-schade door middel van homologe recombinatie. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar olaparib of controle (physician’s choice uit enzalutamide of abirateron). Het primaire eindpunt was imaging-gebaseerde progressievrije overleving in cohort A.

In cohort A was de mediane PFS 7,4 maanden met olaparib versus 3,6 maanden met controle (HR 0,34; p<0,001). De olaparibgroep had eveneens significant profijt met betrekking tot percentage patiënten met bevestigde response en tijd tot pijnprogressie. De mediane overall survival in cohort A was 18,5 maanden in de olaparibgroep versus 15,1 maanden in de controlegroep waarbij dient te worden aangetekend dat 81% van de patiënten met progressie in de controlegroep overging naar behandeling met olaparib. Ook in de cohorten A plus B tezamen was er een significant PFS-profijt van olaparib. Anemie en misselijkheid waren de belangrijkste adverse events in de olaparibgroep.

De onderzoekers concluderen dat olaparib vergeleken met controle resulteerde in significant langere PFS en betere respons en patiënt-gerapporteerde uitkomsten in mannen met mCRPC en veranderingen in genen die betrokken zijn bij homologe recombinatie.

1.de Bono JS, Mateo J, Fizazi K et al. Olaparib for metastatic castration resistant prostate cancer. N Engl J Med 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study PROfound showed that in men with metastatic castration-resistant prostate cancer who had disease progression while receiving enzalutamide or abiraterone, and who had alterations in genes with a role in homologous recombination repair, olaparib was associated with longer progression-free survival and better measures of response and patient-reported end points than either enzalutamide or abiraterone.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dabrafenib plus trametinib voor BRAF-gemuteerd melanoom: continue versus intermittente toediening (0)
2020-04-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BRAF-mutated melanoma continuous versus intermittent dosing of dabrafenb-trametinib
Dr. Alain AlgaziBehandeling met BRAF- en MEK remmers resulteert in objectieve respons in de meeste patiënten met BRAF-V600E/K gemuteerd melanoom, maar de duur van de respons is vaak beperkt. Het is denkbaar dat intermittente toediening van de de BRAF- en MEK-remmers zal resulteren in minder frequent ontstaan van verkegen resistentie vanwege deselectie van tumorcellen die optimaal groeien in aanwezigheid van deze middelen. De fase 2-studie SWOG S1320 heeft deze hypothese getoetst. Dr. Alain Algazi (University of California San Francisco) presenteert de studie online op de virtuele Annual Meeting van AACR.1

De studie includeerde 242 patiënten met BRAF-V600E/K gemuteerd melanoom, die gedurende acht weken continue toediening van dabrafenib plus trametinib kregen. De 206 patiënten die na acht weken progressievrij waren werden gerandomiseerd naar voortzetting van de continue behandeling (n=105) of intermittente behandeling (3-week-off 5-week-on; n= 101). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in termen van baseline patiëntkenmerken. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De mediane follow-up na randomisatie was twee jaar. De mediane PFS na randomisatie was 9,0 maanden met continue toediening versus 5,5 maanden met intermittente toediening (p=0,064). De mediane overall survival was 29,2 maanden in beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat continue vergeleken met intermittente toediening van dabrafenib plus trametinib voor melanoom met BRAF-V600E/K mutatie resulteerde in superieure PFS.

1.Algazi A et al. AACR Annual Meeting 2020; abstr CT013

Summary: The multicenter randomized phase 2 study SWOG S1320 found that continuous compared with intermittent dosing of dabrafenib plus trametinib resulted in superior PFS among patients with BRAF-V600E/K mutated melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Veranderingen in immuun micro-omgeving in vroege ontwikkeling van multipel myeloom (0)
2020-04-28 14:00   ( Nieuws )
Tags:  precursor stages of multiple myeloma compromised immune microenvironment
Dr. Irene GhobrialDe veranderingen die plaats vinden bij de ontwikkeling van multipel myeloom (MM) worden niet goed begrepen. Een studie van Dana-Farber Cancer Institute, Massachusetts Institute of Technology, Harvard University, en Massachusetts General Hospital (alle in Boston) heeft veranderingen in de immuun micro-omgeving van de zich ontwikkelende tumor geïnventariseerd. Dr. Irene Ghobrial (DFCI) en collega’s publiceren de studie online in Nature Cancer.1

De onderzoekers voerden single-cell RNA sequencing uit van beenmergcellen van gezonde donoren, patiënten met MGUS, smeulend MM, en full-blown MM. De analyses laten zien dat in de vroege stadia van de ontwikkeling van MM de abundantie van natural killer cellen toeneemt, geassocieerd met veranderingen in de expressie van chemokinereceptoren. Al in het smeulend MM-stadium wordt verlies van granzyme K+ memory cytotoxische T-cellen gezien. In muismodellen toonden de onderzoekers de belangrijke rol aan van deze cellen in de MM-immuunsurveillance. In CD14+ monocyten werd dysregulatie gezien van MHC klasse II, die in vitro resulteerde in suppressie van T-cellen.

De onderzoekers concluderen dat de studie inzicht geeft in veranderingen in de immuun micro-omgeving van de tumor tijdens de ontwikkeling van MM.

1.Zavidij O, Haradhvala NJ, Mouhieddine TH et al. Single-cell RNA sequencing reveals compromised immune microenvironment in precursor stages of multiple myeloma. Nature Cancer 2020; epub

Summary: A study at 4 centers in Boston investigated changes in the immune microenvironment in precursor stages of multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)