Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Cutane toxiciteiten met immuuncheckpointremming voor niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2021-01-23 14:31   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for NSCLC cutaneous toxicities
Dr. Mehmet AltanImmuuncheckpointremmers (ICIs) resulteren in verbetering van de oncologische uitkomsten in sommige patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC), maar zijn ook geassocieerd met immuungerelateerde bijwerkingen (irAEs). Er is relatief veel informatie beschikbaar over cutane irAEs met ICIs voor melanoom, maar slechts beperkte informatie over cutane irAEs met ICIs voor NSCLC. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft kenmerken van deze irAEs geïnventariseerd. Dr. Mehmet Altan en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1

Aan de hand van de dossiers van patiënten die tussen begin 2017 en eind 2018 in het centrum ICI-monotherapie kregen voor NSCLC, en tenminste een jaar gevolgd werden, identificeerden de onderzoekers 40 mannen en 24 vrouwen met cutane irAEs. De mediane tijd tot ontstaan was 3 maanden na start van de ICI-behandeling. De meest-prevalente cutane irAEs waren eczemateuze, morbilliforme, en acneïforme rash. In de meeste patiënten (70%) trad verbetering of resolutie op na behandeling met orale antihistamines en topische steroïden, maar in 13% van de patiënten moest de ICI-dosering verlaagd worden, en 6% van de patiënten discontinueerden de ICI-behandeling.

De onderzoekers concluderen dat cutane irAEs tot de meest-prevalente irAEs met ICIs voor NSCLC behoren. In sommige patiënten kunnen deze cutane irAEs resulteren in doseringsreductie of discontinuering van de behandeling.

1.Keiser MF, Patel AB, Altan M. Cutaneous toxicity in lung cancer patients on immune checkpoint inhibitor therapy. Clin Lung Cancer 2021.01.006

Summary: Retrospective chart review at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that cutaneous adverse events were among the most prevalent irAEs with ICIs for NSCLC. The median time-to-onset was three months. While in most patients these cutaneous irAEs were self-limiting, in some patients they caused treatment interruption and impacted quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van margetuximab versus trastuzumab voor eerder-behandeld HER2-positief ABC (0)
2021-01-23 12:59   ( Nieuws )
Tags:  SOPHIA trial HER2-positive advanced breast cancer margetuximab
Prof. Hope RugoHER2-positief gevorderd mammacarcinoom (ABC) is incurabel, en de optimale therapie in latere lijnen is niet duidelijk. Het chimere anti-HER2 IgG1 monoklonale antilichaam margetuximab heeft vergelijkbare HER2-specificiteit als trastuzumab, en omvat ook een met Fc engineering geconstrueerd domein dat de immuunactivering bevordert. De multinationale fase 3-studie SOPHIA vergeleek margetuximab met trastuzumab, beide met chemotherapie, voor eerder-behandeld HER2-positief ABC. Prof. Hope Rugo (University of California San Francisco) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

SOPHIA werd uitgevoerd in 166 centra in zeventien landen. De studie includeerde patiënten met ziekteprogressie na twee of meer anti-HER2 therapielijnen en tenminste één maar ten hoogste drie lijnen voor gevorderde ziekte. De patiënten kregen chemotherapie die werd gekozen voorafgaand aan 1:1 randomisatie naar margetuximab 15 mg/kg of trastuzumab 6 mg/kg (loading dose 8 mg/kg) iedere drie weken. Sequentiële primaire eindpunten waren centraal geblindeerd beoordeelde progressievrije overleving en overall survival; secundaire eindpunten waren lokaal-beoordeelde PFS en respons.

De margetuximab-arm telde 266 patiënten en de trastuzumab-arm 270 (267 vrouwen en drie mannen). De mediane leeftijd was 56 jaar (range 27-86). De mediane PFS was 5,8 maanden met margetuximab versus 4,9 maanden met trastuzumab (HR 0,76; p=0,03). Bij een interimanalyse na 270 OS-gebeurtenissen was de mediane OS 21,6 maanden met margetuximab versus 19,8 maanden met trastuzumab (HR 0,89; p=0,33). De lokaal-beoorderde progressievrije overleving was 5,4 maanden met margetuximab versus 4,4 maanden met trastuzumab (HR 0,71; p<0,001), en objectieve respons werd gezien in 25% versus 14% (p<0,001). De veiligheid in beide armen was vergelijkbaar met uitzondering van hogere incidentie van infusiereacties met margetuximab (13,3%) dan met trastuzumab (3,4%), met name in de eerste cyclus.

De onderzoekers concluderen dat na twee eerdere lijnen anti-HER2 therapie voor HER2-positief ABC margetuximab plus chemotherapie vergeleken met trastuzumab plus chemotherapie resulteerde in significant betere PFS (visual abstract) .

1.Rugo HS, Im S-A, Cardoso F et al. Efficacy of margetuximab vs trastuzumab in patients with pretreated ERBB2-positive advanced breast cancer. A phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study SOPHIA compared margetuximab versus trastuzumab, both with chemotherapy, for previously treated HER2-positive advanced breast cancer. The PFS was significantly better in the margetuximab group (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van eerstelijns nivolumab plus ipilimumab voor niet-resectabel MPM (0)
2021-01-22 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 743 trial unresectable malignant pleural mesothelioma
Prof. Paul BaasGoedgekeurde systemische behandelingen voor maligne pleuraal mesothelioom (MPM) zijn bepekrt tot chemotherapie, met slechts matige overlevingswinst. In andere tumortypen, waaronder NSCLC, is klinisch profijt gezien van de combinatie van nivolumab en ipilimumab. De multinationale fase 3-studie CheckMate 743 heeft deze combinatie als eerstelijns behandeling voor niet-resectabel MPM geëvalueerd. Prof. Paul Baas (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

CheckMate 473 werd uitgevoerd in 103 centra in 21 landen. De studie includeerde volwassen patiënten met niet-eerder behandeld histologisch bevestigd niet-resectable MPM en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar ten hoogste twee jaar nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken plus ipilimumab 1 mg/kg iedere zes weken; of zes cycli platina plus pemetrexed chemotherapie. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

De studie includeerde 713 patiënten van wie 605 werden gerandomiseerd naar nivolumab plus ipilimumab (n=303) of chemotherapie (n=302). De mediane leeftijd was 69 jaar (IQR 64-75) en 77% waren mannen. Op het moment van de geprespecificeerde interimanalyse was de mediane follow-up 29,7 maanden (IQR 26,7-32,9). De mediane OS was 18,1 maanden met nivolumab plus ipilimumab versus 14,1 maanden met chemotherapie (HR 0,74; p=0,002). Het twee-jaars OS-percentage was 41% in de nivolumab-ipilimumabgroep versus 27% in de chemotherapiegroep. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 30% versus 32%. In de nivolumab-ipilimumabgroep overleden drie patiënten aan behandelingsgerelateerde oofzaken, versus één in de chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat nivolumab plus ipilimumab vergeleken met standaard-chemotherapie als eerstelijns behandeling voor niet-resectabel MPM resulteerde in statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de OS.

1.Baas P, Scherpereel A, Nowak AK et al. First-line nivolumab plus ipilimumab in unresectable malignant pleural mesothelioma (CheckMate 473): a multicentre, randomised, open-label, phase 3 trial. Lancet 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study CheckMate 473 compared the combination of nivolumab plus ipilimumab versus standard chemotherapy as first-line treatment for unresectable malignant pleural mesothelioma. The median OS was 18.1 months in the nivo+ipi group versus 14.1 months in the chemotherapy group (HR 0.74; p=0.0020).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen aspirinegebruik en risico van colorectaalcarcinoom in zeventigplussers (0)
2021-01-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  aspirin use and CRC risk in older adults
Prof. Andrew ChanGebruik van aspirine wordt aangeraden voor de preventie van colorectaalcarcinoom (CRC) in personen in de leeftijd van vijftig tot zestig jaar met specifieke cardiovasculair-risicoprofielen. De in 2018 gepubliceerde gerandomiseerde ASPREE-studie liet echter gebrek aan werkzaamheid zien in ouderen in de leeftijd van zeventig jaar of ouder. Een gepoolde analyse van de Nurses’ Health Study (NHS) en de Health Professionals Follow-up Study (HPFS) heeft nu de associatie tussen aspirinegebruik en het CRC-risico nader onderzocht in een grote groep zeventigplussers. Prof. Andrew Chan (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De analyse includeerde 94.540 deelnemers van NHS (1980-2014) en HPFS (1986-2014) in de leeftijd van zeventig jaar of ouder, na exclusie van deelnemers met geschiedenis van een maligniteit (behalve niet-melanoom huidmaligniteit) en inflammatoire darmziekte. De gemiddelde leeftijd was 76,4 jaar onder de vrouwen en 77,7 jaar onder de mannen. Tijdens 996.463 persoonsjaren follow-up werden in het cohort 1431 incidente gevallen van CRC gediagnostiseerd. Na correctie voor andere risicofactoren was regelmatig gebruik van aspirine geassocieerd met significant lager risico van CRC op of na de leeftijd van zeventig jaar (versus niet-regelmatig gebruik HR 0,80; 95%-bti 0,72-0,90). Deze inverse associatie werd echter alleen gezien onder deelnemers die al voor de leeftijd van zeventig jaar begonnen met regelmatig aspirinegebruik (HR 0,80; 95%-bti 0,67-0,95) en was niet statistisch significant onder deelnemers die pas op of na de leeftijd zeventig jaar begonnen met regelmatig aspirinegebruik (HR 0,92; 95%-bti 0,76-1,11).

De onderzoekers concluderen dat onder personen in de leeftijd van zeventig jaar of ouder regelmatig aspirinegebruik geassocieerd was met verlaagd CRC-risico, mits het gebruik begonnen was voor de leeftijd van zeventig jaar.

1.Guo C-G, Ma W, Drew DA et al. Aspirin use and risk of colorectal cancer among older adults. JAMA Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of two large US cohort studies showed that among older adults (n=94,540; aged 70 years or older) initiating regular aspirin use after age 70 years was not associated with lower CRC risk. Those who used aspirin regularly before age 70 years and continued into their 70s or later had a reduced risk of CRC (HR 0.80; 95%-bti 0.67-0.95).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van ras/etniciteit op associatie tussen 21-gene recurrence score en mammacarcinoom-specifieke overleving (0)
2021-01-22 14:00   ( Nieuws )
Tags:  21-gene recurrence score and BCSS impact of race ethnicity
Dr. Kent HoskinsDe 21-gene recurrence score (RS) van patiënten met primair vroeg-stadium ER-positief mammacarcinoom wordt gebruikt voor het identificeren van patiënten die kunnen profiteren van adjuvante chemotherapie. Het is niet duidelijk of ras en etniciteit van invloed zijn op de performance van RS. Een retrospectieve cohortstudie op basis van gegevens in de SEER-database heeft de prognostische accuratesse van RS in groepen vrouwen van verschillende rassen of etniciteiten geïnventariseerd. Dr. Kent Hoskins (University of Illinois, Chicago) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

In de database identificeerden de onderzoekers 86.033 volwassen patiënten met een diagnose eerste primair stadium I tot en met III ER-positief mammacarcinoom en bekende RS. De gemiddelde leeftijd was 57,6 jaar (SD 10,6). Van deze patiënten was 74,4% non-Hispanic White; 7,8% nHB; 9,2% Hispanic; 8,0% Asian/Pacific Islander; en 0,4% American Indian/Alaska Native.

Vergeleken met NHW-vrouwen hadden NHB-vrouwen een significant hogere waarschijnlijkheid van een RS hoger dan 25 (13,7% versus 17,7%; p<0,001). Onder vrouwen met oksel-kliernegatieve tumoren was na correctie voor leeftijd, tumorkenmerken en behandeling binnen elk stratum van RS de mammacarcinoom-specifieke mortaliteit hoger voor NHB dan voor NHW vrouwen (RS 0-11 subdistribution hazard ratio 2,54; RS 11-26 sHR 1,64; en RS 26 en hoger sHR 1,48). De prognostische accuratesse van de RS was significant lager voor NHB dan voor NHW vrouwen (C index 0,656 versus 0,700; p=0,002).

De onderzoekers concluderen dat NHB- vergeleken met NHW-patiënten hogere waarschijnlijkheid hadden van RS 25 of hoger, en vergeleken met NHW-patiënten met vergelijkbare RS hoger risico hadden te overlijden aan okselklier-negatief mammacarcinoom.

1.Hoskins KF, Danciu OC, Ko NY et al. Association of race/ethnicity and the 21-gene recurrence score with breast cancer-specific mortality among US women. JAMA Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study among women with stage I-III ER-positive breast cancer found that, compared with NHW women, black women were more likely to have a high-risk recurrence score. Compared with NHW women with comparable recurrence scores, AA women were more likely to die of axillary node-negative breast cancer. The authors conclude that the recurrence score should be calibrated in population with greater racial or enthnic diversity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Metastaselocaties en overleving van histologische varianten van metastatisch niercelcarcinoom (0)
2021-01-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  mRCC histologic varants metastasis sites association with survival
Dr. Daniel HengEr is aanzienlijke biologische en klinische variatie tussen histologische varianten van metastatisch niercelcarcinoom (mRCC). Een analyse van gegevens van mRCC-patiënten van veertig centra in negen landen heeft metastaselocaties en overlevingsassociaties van deze locaties geïnventariseerd voor heldercellig (ccRCC), papillair (pRCC), en chromofoob (chrRCC) niercelcarcinoom. Dr. Daniel Heng (University of Calgary, Canada) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de database van het International mRCC Database Consortium identificeerden de onderzoekers patiënten die tussen begin 2002 en eind 2019 systemische therapie startten voor mRCC. Patiënten met gemengd histologisch subtype werden geëxcludeerd. Primaire eindpunten van de analyse waren locaties van de metastasen en overall survival vanaf het begin van de systemische therapie. Patiënten met meerdere metastasen werden geïncludeerd in analyses van alle relevante groepen.


Onder de 10.105 patiënten in de analyse (72,4% mannen) was de mediane leeftijd 60 jaar (IQR 53-67) en ondergingen 8526 (85,4%) nefrectomie. De meeste patiënten (92%) hadden ccRCC, 7% hadden pRCC, en 2% hadden chrRCC. De figuur laat zien dat de metastaselocaties sterk uiteenliepen tussen de verschillende histologische subtypen. De locaties waren geassocieerd met OS, uiteenlopend van mediane OS 16 maanden onder patiënten met pleurametastasen tot 50 maanden onder patiënten met pancreasmetastasen. Ongeacht metastaselocatie was er onder patiënten met pRCC vergeleken met ccRCC een trend van slechtere OS.

De onderzoekers concluderen dat metastaselocaties uiteenlopen voor verschillende histologische subtypen van mRCC en geassocieerd zijn met OS.

1.Dudani S, de Velasco G, Wells JC et al. Evaluation of clear cell, papillary, and chromophobe renal cell carcinoma metastasis sites and association with survival. JAMA Network Open 2021;4:e2021869

Summary: Analysis of data of 10,105 mRCC patients from the IMDC database showed that sites of metastatic involvement differed according to histologic subtype and were associated with overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van toevoeging van focale boost naar de tumor aan EBRT voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom (0)
2021-01-21 16:00   ( Nieuws )
Tags:  FLAME trial EBRT for localized prostate cancer focal boost
Prof. Uulke van der HeideEr is behoefte aan meer-werkzame behandelingen voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom. De fase 3-studie Focal Lesion Ablative Microboost in Prostate Cancer (FLAME) in Nederland en België heeft de waarde onderzocht van toevoeging van een multiparametrisch MRI-geleide focale boost naar de tumor in patiënten die EBRT kregen voor intermediair- of hoog-risico gelokaliseerde ziekte. Prof Uulke van der Heide (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 571 patiënten die tussen begin 2009 en eind 2015 EBRT kregen (77 Gy in fracties van 2,2 Gy) naar de gehele prostaat, met voor de patiënten in de focal boost arm ook simultaan 95 Gy (fracties tot 2,7 Gy) naar de tumor, waarbij risico-organen werden ontzien. Het primaire eindpunt was de vijf-jaars biochemische ziektevrije overleving (bDFS). Na vijf jaar follow-up was 92% van de patiënten in de focal boost arm versus 85% van de patiënten in de controle-arm vrij van biochemische progressie (HR 0,45; p<0,001). Er waren geen verschillen tussen beide armen in prostaatcarcinoom-specifieke overleving (p=0,49) of overall survival (p=0,50). De cumulatieve incidentie van late graad 2 of hoger genito-urinaire toxiciteit was 28% met focal boost versus 23% zonder focal boost, en de incidentie van graad 2 of hoger GI toxiciteit was 13% versus 12%. Deze verschillen waren niet statistisch significant. Dit gold ook voor verschillen in gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van een focal boost naar de lesie geassocieerd was met significante verbetering van bDFS onder patiënten die EBRT kregen voor gelokaliseerd intermediair- en hoog-risico prostaatcarcinoom.

1.Kerkmeijer LGW, Groen VH, Pos FJ et al. Focal boost to the intraprostatic tumor in external beam radiotherapy for patients with localized prostate cancer: results from the FLAME randomized phase III trial. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The randomized phase 3 FLAME study In The Netherlands and Belgium found that addition of a focal boost to the intraprostatic lesion improved the biochemical disease-free survival among patients receiving EBRT for localized intermediate- and high-risk prostate cancer. Prioritizing dose constraints of the organs at risk over the focal boost dose that could be achieved resulted in no increase of toxicity or impact on quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische waarde van Memorial Sloan Kettering Prognostic Score in mPDAC (0)
2021-01-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic pancreatic adenocarcinoma prognostic value of MPS
Dr. Andrew EpsteinDe Memorial Sloan Kettering Prognostic Score (MPS) is een composiet van de neutrofiel/lymfocyt-ratio (NLR) en het albuminegehalte. De MPS is een objectieve prognostische tool, die eenvoudiger beschikbaar is dan de Glasgow Prognostic Score. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center heeft de prognostische waarde van MPS voor metastatisch pancreasadenocarcinoom (mPDAC) geïnventariseerd. Dr. Andrew Epstein en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De MPS is een score van 0, 1 of 2 punten. De score is 0 voor patiënten met albumine 4 g/dl of hoger en NLR 4 of lager, de score is 1 voor patiënten met één van beide kenmerken, en 2 voor patiënten met beide kenmerken. De studie includeerde patiënten die tussen begin 2011 en eind 2014 in MSKCC werden behandeld voor mPDAC. Multivariate analyse liet zien dat hogere MPS bij diagnose geassocieerd was met slechtere overall survival (MPS 2 versus MPS 0: HR1,41; 95%-bti 1,13-1,76), onafhankelijk van performance status, ziektekenmerken, en behandeling. De mediane OS voor patiënten met MPS 0, 1 en 2 was 12,9 respectievelijk 9,0 respectievelijk 5,4 maanden.

De onderzoekers concluderen dat MPS bij diagnose mPDAC een onafhankelijke voorspeller van OS was.

1.Lebenthal JM, Zheng J, Glare PM et al. Prognostic value of the Memorial Sloan Kettering Prognostic Score in metastatic pancreatic adenocarcinoma. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that the MPS, an easily calculated composite of the neutrophil/lymphocyte-ratio and albumin, is an objective tool that may predict survival in mPDAC independently of the performance status, disease characteristics, and cancer therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)