Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 2-studie van capecitabine en bevacizumab met of zonder atezolimumab voor refractair mCRC (0)
2022-02-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  BACCI study refractory metastatic colorectal cancer
Dr. Nihariku MettuHet is denkbaar dat gelijktijdige targeting van VEGF en PD-(L)1 antitumoractiviteit heeft in patiënten met refractair metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC). De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie BACCI evalueerde capecitabine en bevacizumab met of zonder atezolizumab voor refractair mCRC. Dr. Niharika Mettu (Duke University, Durham NC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

BACCI werd uitgevoerd in negen centra in de Verenigde Staten. De studie includeerde 133 volwassen mCRC-patiënten met progressie op chemotherapie, bevacizumab, of anti-EGFR therapie. De mediane leeftijd was 58,0 jaar (IQR 51,0-65,0), en microsatelliet-stabiele (MSS) ziekte werd gezien in 110 patiënten. Honderdachtentwintig patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar capecitabine plus bevacizumab met (n=82) of zonder (n=46) atezolizumab. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 20,9 maanden. De mediane PFS was 4,4 maanden in de atezolizumabgroep versus 3,6 maanden in de controlegroep (HR 0,75; 95%-bti 0,52-1,09) een verschil dat statistisch significant was maar door de onderzoekers niet als klinisch relevant werd beoordeeld. In de subgroep van patiënten met MSS-ziekte was de PFS-HR 0,66 (95%-bti 0,44-0,99). De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger treatment-related adverse events waren hypertensie (7,0% van de patiënten in de atezolizumabgroep en 4,3% in de controlegroep), diarree (7,0% en 4,3%), en hand-voetsyndroom (7,0% en 4,3%). Het PFS-profijt van atezolizumab was hoger in de groep patiënten zonder levermetastasen (HR 0,63) dan in de groep patiënten met levermetastasen (HR 0,77).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met refractair mCRC toevoeging van atezolizumab aan capecitabine en bevacizumab slechts beperkt profijt leverde. Patiënten met MSS-ziekte en patiënten zonder levermetastasen hadden meer baat bij de toevoeging (visual abstract).

1.Mettu NB, Ou F-S, Zemla TJ et al. Assessment of capecitabine and bevacizumab with or without atezolizumab for the treatment of refractory metastatic colorectal cancer. A randomized clinical trial. JAMA Network Open 2022;5:e2149040

Summary: The multicenter randomized phase 2 BACCI study found that among patients with refractory metastatic colorectal cancer, addition of atezolizumab to capecitabine and bevacizumab provided only limited clinical benefit. Patients with MSS and proficient mismatch repair tumors and those without liver metastasis benefited more from dual inhitbiion of VEGF and PD-(L)1 pathways.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving met darolutamide voor metastatisch hormoongevoelig prostaatcarcinoom (0)
2022-02-18 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ARASENS trial mHSPC darolutamide
Dr. Matthew SmithDarolutamide is een androgeenreceptorremmer met bewezen werkzaamheid voor niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom. De multinationale fase 3-studie ARASENS heeft de combinatie van darolutamide, androgeendeprivatietherapie (ADT), en docetaxel geëvalueerd voor metastatisch hormoongevoelig prostaatcarcinoom (mHSPC). Dr. Matthew Smith (Massachusetts General Hospital, Boston) presenteert de studie vandaag op het ASCO Genitourinary Cancers Symposium in San Francisco. De studie is ook gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.1

ARASENS werd uitgevoerd in 300 centra in 23 landen. De studie includeerde 1306 mHSPC-patiënten, onder wie 86,1% met ziekte die metastatisch was op het moment van de initiële diagnose. De patiënten werden1:1 gerandomiseerd naar darolutamide 600 mg tweemaal daags (n=651) of placebo (n=655), beide in combinatie met ADT en zes cycli docetaxel. De behandeling werd voortgezet to progressie van de ziekte of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was overall survival.

Tot het moment van data cutoff voor de nu gepresenteerde analyse was het risico van overlijden in de significant lager in de darolatumidegroep dan in de placebogroep (HR 0,68; p<0,001). De uitkomsten in de darolutamidegroep waren ook beter dan die in de placebogroep voor secundaire eindpunten (tijd tot CRPC, tijd tot initiatie van volgende therapie, skeletgerelateerde-gebeurtenisvrije overleving, tijd tot pijnprogressie, en tijd tot verslechtering van fysieke symptomen). De werkzaamheid van darolutamide werd ook consistent gezien in onderscheiden subgroepen. Adverse events waren similar in de twee groepen, met graad 3 of 4 AEs in 66,1% van de patiënten in de darolutamidegroep en 63,5% van de patiënten in de placebogroep; vooral tijdens de periode van docetaxelbehandeling.

De onderzoekers concluderen dat darolutamide vergeleken met placebo, beide in combinatie met ADT en docetaxel, resulteerde in significant langere OS van patiënten met mHSPC.

1.Smith MR, Hussain M, Saad F et al. Darolutamide and survival in metastatic, hormone-sensitive prostate cancer. N Engl J Med 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 ARASENS study evaluated darolutamide versus placebo, both in combination with androgen-deprivation therapy and docetaxel, in patients with metastatic hormone-sensitive prostate cancer. The risk of death was significantly lower, by 32.5%, in de darolutamide group than in the placebo group (HR 0.68; p<0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voor sociale determinanten gecorrigeerde rasgebonden dispariteit in overleving van HR-positief vroeg mammacarcinoom (0)
2022-02-18 14:30   ( Nieuws )
Tags:  HR-positive early breast cancer racial disparity in survival
Dr. Gelareh SadighIn eedere studies is gezien dat zwarte vrouwen met HR-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC) slechtere overleving hebben dan blanke vrouwen. De impact van sociale determinanten van gezondheid op deze dispariteit is niet duidelijk. Een post-hoc analyse van de Trial Assigning Individualized Options for Treatment (april 2006-oktober 2010) heeft de associatie tussen ras en uitkomsten van EBC geïnventariseerd na correctie voor verzekeringsstatus, deprivatie-index van de woonomgeving (NDI) en andere factoren. Dr. Gelareh Sadigh (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De analyse includeerde 9719 patiënten met HR-positief HER2-negatief kliernegatief EBC. De zelf-gerapporteerde rasdistributie was 4,2% Aziatisch; 7,1% zwart; 84,3% blank; en 4,4% overig of niet-gespecificeerd. De mediane leeftijd was 56 jaar. In multivariate modellen, gecorrigeerd voor verzekeringsstatus, NDI, vroege discontinuering van endocriene therapie, en klinisch-pathologische kenmerken was zwart ras vergeleken met blank ras geassocieerd met significant kortere recidiefvrije overleving (HR 1,39; p=0,02) en overall survival (HR 1,49; p=0,009). Niet-verzekerd zijn was niet geassocieerd met klinische uitkomsten, maar Medicare-verzekering (HR 1,30; p=0,04) en Medicaid-verzekering (HR 1,44; p=0,05) was geassocieerd met kortere OS vergeleken met particuliere verzekering. Deelnemers die woonden in buurten in het hoogste NDI-kwartiel hadden kortere OS vergeleken met deelnemers in het laagste NDI-kwartiel (HR 1,34; p=0,04) ongeacht zelf-gerapporteerd ras.

De onderzoekers concluderen dat zwarte vrouwen met HR-positief HER2-negatief EBC significant kortere RFS en OS hadden dan blanke vrouwen. Deze dispariteit werd niet volledig verklaard door sociale determinanten van gezondheid.

1.Sadigh G, Gray RJ, Sparano JA et al. Assessment of racial disparity in survival outcomes for early hormone receptor-positive breast cancer after adjusting for insurance status and neighborhood deprivation. A post hoc analysis of a randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Post hoc analysis of a randomized clinical trial suggested tht black women with hormone receptor-positive early breast cancer have significantly shorter relapse-free interval and overall survival compared with white women. Early discontinuation of endocrine therapy, clinicopathologic characteristics, insurance coverage, and neighborhood deprivation index did not fully explain the observed disparity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Effect van capecitabine onderhoudstherapie na inductiechemotherapie voor nieuw-gediagnostiseerd mNPC (0)
2022-02-18 13:00   ( Nieuws )
Tags:  newly diagnosed metastatic nasopharyngeal cancer capecitabine maintenance therapy
Capecitabine onderhoudstherapie is geassocieerd met betere overleving in verschillende typen maligniteiten. Een fase 3-studie van Sun Yat-sen Universiteit (Guangzhou, China) heeft de waarde van capecitabine onderhoudstherapie na inductietherapie voor nieuw-gediagnostiseerd metastatisch nasofarynxcarcinoom (mNPC) geïnventariseerd. Prof. Yan-Qun Xiang en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 104 patiënten met nieuw-gediagnosticeerd mNPC die ziektecontrole hadden bereikt met vier tot zes cycli inductiechemotherapie (paclitaxel, cisplatine, en capecitabine). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar capecitabine onderhoudstherapie (oraal 1000 mg/m2 op dagen één tot en met veertien van drie-weekse cycli) plus beste ondersteunende zorg (BSC) of alleen BSC. Beide groepen telden 52 patiënten; de mediane leeftijd was 47 jaar (IQR 38-54). Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 33,8 maanden (IQR 22,9-50,7). Tijdens de follow-up werd progressie of overlijden gezien in 23 patiënten (44,2%) in de capecitabine-BSC groep en in 37 patiënten (71,2%) in de alleen-BSC groep. De mediane PFS was 35,9 maanden met capecitabine-BSC versus 8,2 maanden met alleen BSC (HR 0,44; p=0,002). Objectieve respons werd gezien in 13 versus 6 patiënten (25% versus 11,5%), en de duur van respons was 40,0 maanden versus 13,2 maanden. De meest-waargenomen graad 3 of 4 adverse events tijdens onderhoudsbehandeling waren anemie (12% van de patiënten), hand-voetsyndroom (10%), misselijkheid en braken (6%), vermoeidheid (4%), en mucositis (4%). Geen van de patiënten in de onderhoudsgroep overleed aan met de behandeling samenhangende oorzaak.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd mNPC die ziektecontrole hadden bereikt met inductiechemotherapie, capecitabine-onderhoudsbehandeling resulteerde in significante verlenging van de progressievrije overleving.

1.Liu G-Y, Li W-Z, Wang D-S et al. Effect of capecitabine maintenance therapy plus best supportive care vs best supportive care alone on progression-free survival among patients with newly diagnosed metastatic nasopharyngeal carcinoma who had received induction chemotherapy. A phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 3 study at Sun Yat-sen Cancer Center (Guangzhou, China) found that among patients with newly diagnosed metastatic nasopharyngeal carcinoma who achieve disease control after capecitabine-containing induction chemotherapy, capecitabine maintenance therapy significantly improved progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit na laat recidief van mammacarcinoom in Denemarken (0)
2022-02-17 16:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer mortality after late recurrence
Dr. Deirdre Cronin-FentonLaat recidief van mammacarcinoom (BC) is gedefinieerd als recidief tien jaar of later na de primaire diagnose. Een studie in Denemarken heeft de mortaliteit na laat recidief vergeleken met die na eerder recidief. Dr. Deirdre Cronin-Fenton (Universiteit van Aarhus) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



In Denemarken-brede database identificeerden de onderzoekers vrouwen met vroeg of laat BC-recidief tussen begin 2004 en eind 2018, die tenminste zes maanden na het recidief in leven waren. De vrouwen werden gevolgd tot overlijden aan BC, tot overlijden aan andere oorzaak, tot emigratie, gedurende tien jaar, of tot eind 2018. Onder 2004 patiënten met laat recidief overleden 721 aan BC met een mediane overlevingstijd van 10 jaar (mortaliteitspercentage 84,4 per 1000 persoonsjaren; tien-jaars cumulatieve mortaliteit 50%). Onder 1528 patiënten met vroeger recidief overleden 1092 aan BC met een mediane overlevingstijd van 4 jaar (MR 173,9 per 1000 PY; 10-jaars cumulatieve mortaliteit 72%). De HR van BC-specifiek overlijden in de groep met laat versus vroeg recidief was 0,72 (95%-bti 0,62-0,85). Factoren die geassocieerd waren met hogere mortaliteit na laat recidief waren gevorderd stadium bij primaire diagnose, afstandsmetastase, adjuvante behandeling voor locoregionaal recidief, en systemische behandeling voor afstandsmetastase. Factoren die geassocieerd waren met lagere mortaliteit na laat recidief waren borstsparende chirurgie bij primaire diagnose, locoregionaal recidief, en chirurgie voor recidief.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met laat recidief van BC een meer gunstige prognose hadden dan patiënten meer eerder recidief. De locatie van recidief was de belangrijkste prognostische factor voor overlijden aan BC na laat recidief.

1.Nørgaard Pedersen R, Mellemkjær L, Ejlertsen B et al. Mortality after late breast cancer recurrence in Denmark. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A population-based study in Denmark investigated the impact of late recurrence (10 years or longer after the primary diagnosis) on mortality. In patients with late recurrence the 10-year cumulative BC mortality was 50%, while in patients with earlier recurrence the 10-year cumulative BC mortality was 72%. The hazard ratio of BC-specific death for late compared with early recurrence was 0,72 (95% CI 0.62-0.85).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

NCDB-analyse van overleving met chemotherapie voor resectabel galblaascarcinoom (0)
2022-02-17 14:30   ( Nieuws )
Tags:  resectable gallbladder cancer survival with chemotherapy
Dr. Syed KazmiGalblaascarcinoom is een zeer agressieve ziekte met vaak een late presentatie en een slechte prognose. Complete chirurgisch excisie is de enige potentieel curatieve behandeling voor vroeg-stadium galblaascarcinoom. De frequentie van gebruik van neoadjuvante en/of adjuvante chemotherapie en uitkomsten met chemotherapie zijn niet bekend. Een analyse van de National Cancer Database heeft gebruik van en uitkomsten met chemotherapie voor resectabel galblaascarcinoom geïnventariseerd. Dr. Syed Kazmi (University of Texas Southwestern Medical Center, Dallas) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1



In de NCDB identificeerden de onderzoekers 6391 volwassen patiënten die tussen begin 2004 en eind 2015 definitieve chirurgische resectie ondergingen voor gelokaliseerd of locoregionaal-gevorderd galblaascarcinoom (cTx-cT4, cN0-2, en cM0). De mediane leeftijd van de 4559 vrouwen en 1832 mannen was 68 jaar (IQR 59-77). Bijna de helft (49,2%) van de patiënten kreeg adjuvante chemotherapie, en 1,6% kreeg neoadjuvante chemotherapie. Gebruik van neoadjuvante chemotherapie was geassocieerd met behandeling in een academisch centrum en met particuliere verzekering. Alleen chirurgie was geassocieerd met hogere leeftijd, en Medicare-verzekering. Adjuvante en neoadjuvante chemotherapie werd meer frequent gebruikt dan alleen chirurgie in patiënten met klierpositieve ziekte.

In 1:3:3 propensity score gematchte analyse was de overleving was het hoogst in de groep met neoadjuvante chemotherapie maar het verschil met de alleen-chirurgiegroep was niet statistisch significant (mediaan 27 versus 18 maanden; HR 0,78; 95%-bti 0,58-1,04). Adjuvante chemotherapie was geassocieerd met significant langere OS dan alleen chirurgie (mediaan 22 versus 18 maanden; HR 0,78; 95%-bti 0,63-0,96). Onder de patiënten met klierpositieve ziekte (n=2447) was neoadjuvante chemotherapie wel geassocieerd met significant OS-profijt (mediaan 30 maanden; 95%-bti 24-36) vergeleken met adjuvante chemotherapie (22 maanden; 19-26) en alleen chirurgie (14 maanden; 11-17), met p=0,002.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van neoadjuvante en adjuvante chemotherapie voor resectabel galblaascarcinoom laag was. Adjuvante chemotherapie was geassocieerd met overlevingsvoordeel vergeleken met alleen chirurgie, en neoadjuvante chemotherapie was geassocieerd met de beste overleving in de groep patiënten met klierpositieve ziekte.

1.Ozer M, Goksu SY, Sanford NN et al. A propensity score analysis of chemotherapy use in patients with resectable gallbladder cancer. JAMA Network Open 2022;5:e2146912

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that use of adjuvant and neoadjuvant chemotherapy was low in patients with resectable gallbladder cancers. Adjuvant chemotherapy was associated with a survival advantage in these patients, and neoadjuvant chemotherapy was associated with increased survival in node-positive disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Veiligheid en werkzaamheid van tisagenlecleucel voor eerder-behandeld primair CNS-lymfoom (0)
2022-02-17 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PCNSL tisagenlecleucel
Dr. Matthew FrigaultCD19-gerichte CAR-T producten zijn goedgekeurd voor de behandeling van grootcellig B-cel lymfoom. Vanwege zorgen over immuuncel-geassocieerd neurotoxiciteitssyndroom (ICANS) zijn patiënten met primair CNS lymfoom (PCNSL) geëxcludeerd uit studies die tot deze goedkeuring hebben geleid. Een fase 1-2 studie van Massachusetts General Hospital (Boston) heeft veiligheid en werkzaamheid van tisagenlecleucel voor eerder-behandeld PCNSL geïnventariseerd. Dr. Matthew Frigault en collega’s publiceren de studie in Blood.1

De studie includeerde 12 patiënten die tisagenlecleucel kregen voor recidiverend PCNSL en gevolgd werden gedurende mediaan 12,2 maanden (range 3,64-23,5). Graad 1 cytokine release syndrome (CRS) werd gezien in 7 van 12 patiënten (58,3%) en laaggradig ICANS in 5 van 12 (41,6%) maar slechts één patiënten had graad 3 ICANS. Respons werd gezien in 7 van 12 patiënten (58,3%) onder wie 6 met complete respons (50%) die in 3 patiënten nog steeds aanhield op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse. Geen van de patiënten overleed aan behandelings-gerelateerde oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat tisagenlecleucel goed verdragen werd en resulteerde in complete remissie in de helft van de patiënten met recidiverend PCNSL.

1.Frigault MJ, Dietrich J, Gallagher KME et al. Safety and efficacy of tisagenlecleucel in primary CNS lymphoma: a phase I/II clinical trial. Blood 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 1-2 study at Massachusetts General Hospital (Boston) found that among patients with refractory primary CNS lymphoma, tisagenlecleucel was well tolerated and resulted in complete remission in 50% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter first-in-human studie van adagrasib voor gevorderde solide tumoren met KRAS G12C-mutatie (0)
2022-02-16 16:00   ( Nieuws )
Tags:  KRYSTAL-1 study advanced solid KRAS G12C-mutated tumors adagrasib
Prof. Sai-Hong Ignatius OuIn veel maligniteiten worden mutaties gezien in het KRAS-gen. De KRAS G12C-mutatie komt voor in 3% tot 4% van de CRCs, in 2% van de PDACs, en in lagere percentages van andere solide tumoren. Adagrasib is een covalente remmer van G12C-gemuteerd KRAS. De multicenter multicohort fase 1-studie KRYSTAL-1 in de Verenigde Staten evalueert adagrasib voor gevorderde maligniteiten met KRAS G12C-mutatie. Prof. Sai-Hong Ignatius Ou (University of California Irvine, Orange) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 25 patiënten die oplopende doseringen oraal adagrasib kregen, tussen 150 mg eenmaal daags en 600 mg tweemaal daags. De hoogste dosering werd goed verdragen, zodat werd gekozen voor 600 mg tweemaal daags als aanbevolen fase 2-dosering. De met deze dosering samenhangende adverse events van any grade waren misselijkheid (80% van de patiënten), diarree (70%), braken (50%), en vermoeidheid (45%); de meest-gerapporteerde graad 3 of 4 TRAEs was vermoeidheid (15%).

Met de R2PD werden vijftien patiënten met gevorderd NSCLC en twee patiënten met gevorderd CRC behandeld. De mediane follow-up was 19,6 maanden. De figuur laat zien dat er partiële respons was gezien in acht NSCLC-patiënten (ORR 53,3%; 95%-bti 26,6-78,7) met mediane duur van respons 16,4 maanden (3,1-NE) en met mediane progressievrije overleving in de NSCLC-groep 11,1 maanden (2,6-NE). Er was ook partiële respons in één van twee CRC-patiënten (mediane duur van respons 4,2 maanden). Er waren geen responsen in twee patiënten met appendixcarcinoom en één patiënt met duodenumadenocarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat adagrasib 600 mg tweemaal daags goed verdragen werd en antitumor-activiteit had voor gevorderde solide tumoren met KRAS G12C-mutatie.

1.Ou S-HI, Jänne PA, Leal TA et al. First-in-human phase I/IB dose-finding study of adagrasib (MRTX849) in patients with advanced KRASG12C solid tumors (KRYSTAL-1). J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The https://ascopubs.org/doi/abs/10.1200/JCO.21.02752 multicenter phase 1/1b KRYSTAL-1 study found that adagrasib 600 mg twice a day was well tolerated and exhibited antitumor activity for advanced solid tumors harboring the KRAS G12C mutation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)