Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie van lichaamsvetpercentage met lange-termijn risico van colorectaalcarcinoom (0)
2019-07-07 12:00   ( Nieuws )
Tags:  body fat percentage long-term CRC risk
Prof. Edward GiovannucciHoge body mass index en grote middelomtrek zijn geassocieerd met her risico van colorectaalcarcinoom. De kwantitatieve associatie tussen lichaamsvetpercentage en het lange-termijn risico van CRC is nog niet duidelijk. Een analyse in de cohorten van de Nurses’ Health Study (121.700 vrouwen, follow-up sinds 1976) en de Health Professionals Follow-up Study (51.530 mannen, follow-up sinds 1986) heeft deze associatie onderzocht. Prof. Edward Giovannucci (Harvard School of Public Health, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse online in het International Journal of Cancer.1

Tijdens de follow-up werd CRC gediagnostiseerd in 2017 deelnemers aan de studies. In het tweede tot en met het vijfde kwintiel van lichaamsvetpercentage bij inclusie was vergeleken met het eerste kwintiel, het risico van CRC tijdens de follow-up 1,32; 1,31; 1,53; en 2,09 voor mannen (p trend <0,001) en 0,91; 0,90; 0,98; en 1,15 voor vrouwen ( p trend = 0,03). Lichaamsvetmassa en middelomtrek waren licht-sterker geassocieerd met het risico van CRC dan body mass index.

De onderzoekers concluderen dat lichaamsvetpercentage, evenals middelomtrek en body mass index, geassocieerd waren met het lange-termijn risico van CRC.

1.Hanyuda A, Lee DH, Ogino S et al. Long-term status of predicted body fat percentage, body mass index, and other anthropometric factors with risk of colorectal carcinoma: two large prospective cohort studies in the U.S. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis in the cohorts of the Nurses’ Health Study and the Health Professionals Follow-up Study found that in men and women body fat percentage, waist circumference, and body mass index were associated with long-term risk of colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren die geassocieerd zijn met niet-geplande dertig-dagen rehospitalisatie na HCT in ziekenhuizen in de VS (0)
2019-07-06 15:01   ( Nieuws )
Tags:  hematopoietic cell transplantation unplanned 30-day readmission
Prof. Mehdi HamadaniHematopoïtische celtransplantatie (HCT) kan de uitkomsten van verscheidene typen hematologische maligniteiten verbeteren, maar is geassocieerd met aanzienlijke behandelingsgerelateerde morbiditeit, mortaliteit, en gebruik van bronnen van gezondheidszorg. Een analyse van de Nationwide Readmission Database in de Verenigde Staten heeft de incidentie van en risicofactoren voor dertig-dagen niet-geplande heropname na HCT geïnventariseerd. Prof. Mehdi Hamadani (Medical College of Wisconsin, Milwaukee) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde alle volwassen patiënten die tussen begin 2012 en eind november 2014 autoHCT of alloHCT ondergingen (n=28.356) in 244 ziekenhuizen in de Verenigde Staten. Op basis van tertielen van het HCT-volume werden deze ziekenhuizen geklasseerd als laag-volume (minder dan 58 HCTs per jaar; 191 ziekenhuizen), medium-volume (58-158 HCTs per jaar; 37 ziekenhuizen), of hoog-volume (158 of meer HCTs per jaar; 13 ziekenhuizen). De overall dertig-dagen heropname was 11,6% voor autoHCT en 24,4% voor alloHCT. Het risico van readmissie was hoger in laag-volume ziekenhuizen dan in hoog-volume ziekenhuizen (voor autoHCT gecorrigeerde OR 1,69; 95%-bti 1,08-2,64; voor alloHCT aOR 1,41; 95%-bti 1,09-1,82). Verschillen tussen medium- en hoog-volume ziekenhuizen waren niet significant. Andere factoren die geassocieerd waren met readmissie na autoHCT waren jongere leeftijd, vrouwelijk geslacht, type ziekte, en comorbiditeit. Factoren die geassocieerd waren met heropname na alloHCT waren type ziekte, verzekering, en comorbiditeit. De belangrijkste redenen voor heropname waren infectie, neutropene koort, en maag-darmsymptomen.

De onderzoekers concluderen dat een substantieel percentage patiënten binnen dertig dagen na HCT niet-gepland opnieuw worden gehospitaliseerd, en dat het risico van heropname het hoogst was in laag-volume ziekenhuizen.

1.Dhakal B, Giri S, Levin A et al. Factors associated with unplanned 30-day readmission after hematopoietic cell transplantation among US hospitals. JAMA Network Open 2019;2:e196476

Summary: An analysis of the Nationwide Readmissions Database found substantial rates of unplannend 30-day readmission after autologous and allogenic hematopoietic cell transplantation, and an inverse association between hospital HCT volume and 30-day readmission.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Combinatie van targeted therapies versus standaard-behandelingen voor mCRC met BRAF-V600E mutatie (0)
2019-07-06 13:24   ( Nieuws )
Tags:  BEACON CRC study mCRC encorafenib cetuximab binimetinib
Dr. Scott KopetzBRAF V600E-mutaties zijn gezien in tot 15% van de patiënten met metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC), en zijn geassocieerd met slechte prognose. In patiënten die refractair zijn voor initiële therapie is de ORR op standaard-combinaties van chemotherapie en biologische therapie over het algemeen lager dan 10%, met een mediane progressievrije overleving van ongeveer 2 maanden en een mediane overall survival van 4 tot 6 maanden. De multinationale fase 3-studie BEACON CRC vergeleek de combinatie van encorafenib plus cetuximab (doublet-combinatie) of encorafenib plus cetuximab plus binimetinib (triplet-combinatie) met investigator’s choice van chemotherapie (irinotecan of FOLFIRI-cetuximab) voor BRAF V600E-gemuteerd mCRC na falen van één of twee eerdere regimes. Primaire eindpunten waren OS en centraal-beoordeelde ORR. Dr. Scott Kopetz (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) presenteert de studie vandaag op het ESMO World Congress on Gastrointestinal Cancers 2019 in Barcelona.1

De studie includeerde 665 patiënten die werden gerandomiseerd naar de triplet-combinatie (n=224), de doublet-combinatie (n=220) of een van beide controleregimes (n=221). De mediane OS was 9,0 maanden met de triplet-combinatie versus 5,4 maanden met controle (HR 0,52; p<0,001). De ORR was 26% met de triplet-combinatie versus 2% met controle (p<0,001). De mediane OS was 8,4 maanden met de doublet-combinatie (versus controle HR 0,60; p=0,003). Adverse events waren consistent met wat eerder is gerapporteerd voor de verschillende middelen. Graad 3 of hoger AEs werden gezien in 58% van de patiënten in de triplet-arm, 50% van de patiënten in de doublet-arm, en 61% van de patiënten in de controle-arm.

De onderzoekers concluderen dat de studie laat zien dat de triplet-combinatie resulteerde in betere OS en ORR dan standaard-behandelingen voor mCRC met BRAF V600E-mutatie, met een gunstig veiligheidsprofiel.

1.Kopetz S et al. ESMO World GI 2019; abstr. LBA006

Summary: In the multinational phase 3 study BEACON CRC, the combination of encorafenib plus binimetinib plus cetuximab improved OS and ORR in patients with BRAF V600E-mutant mCRC when compared with current standard of care chemotherapy, and had a safety profile consistent with the known safety profile of each agent.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van congenitale hartziekte in kinderen en jongvolwassenen met risico van maligniteiten (0)
2019-07-06 12:01   ( Nieuws )
Tags:  congenital heart disease cancer risk
Dr. Zacharias MandalenakisDe incidentie van maligniteiten in de groep volwassen patiënten met congenitale hartziekte (CHD) is hoger dan in de algemene bevolking. CHD is per definitie aanwezig vanaf de geboorte, maar het is niet bekend op welke leeftijd de verhoging van het risico van maligniteiten waar te nemen is. Een studie van de Universiteit van Gothenburg (Zweden) heeft de associatie van CHD met het risico van maligniteiten in kinderen en jongvolwassenen (geboren tussen 1970 en 1994) onderzocht. Dr. Zacharias Mandalenakis en collega’s publiceren de studie online in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 21982 Zweedse kinderen en jongvolwassenen (tot en met de leeftijd van veertig jaar) met CHD, en voor elk van deze patiënten tien voor geboortejaar, geslacht en provincie (althans county) gematchte controlepersonen zonder CHD (n=219.816). Onder de patiënten met CHD was de gemiddelde leeftijd bij follow-up 26,6 ± 8,4 jaar; en 51,6% waren mannen. Onder de controlepersonen was de gemiddelde leeftijd bij follow-up 28,5 ± 9,1 jaar; en eveneens 51,6% waren mannen. Tijdens de follow-up van 1970 tot en met 2010 werd een maligniteit gediagnostiseerd in 428 CHD-patiënten (2,0%) en 2072 controlepersonen (0,9%). De overall hazard ratio voor een maligniteit (CHD versus controle) was 2,24 (95%-bti 2,01-2,48). Het risico verschilde niet significant tussen mannen en vrouwen. De HR nam wel significant toe met geboortejaar; voor personen geboren in 1990-1994 was de HR 3,37 (95%-bti 2,60-4,35).

De onderzoekers concluderen dat kinderen en jongvolwassenen met CHD vergeleken met gezonde controlepersonen een verhoogd risico hadden van het ontwikkelen van een maligniteit, en dat deze risicoverhoging het grootst was in personen in het meest recente geboortecohort. Systematische screening op maligniteiten voor deze groep patiënten met verhoogd risico zou kunnen worden overwogen.

1.Mandalenakis Z, Karazisi C, Skoglund K et al. Risk of cancer among children and young adults with congenital heart disease compared with healthy controls. JAMA Network Open 2019;2:e196762

Summary: A study in Sweden found that children and young adults with congenital heart disease had an increased risk of developing cancer compared with healthy matched controls, and the risk was highest among patients with CHD from the most recent birth cohort. Systematic screening for cancer could be considered for young patients with congenital heart disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van toevoegen van bevacizumab aan TAS-102 voor chemorefractair mCRC (0)
2019-07-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  chemorefractory metastatic colorectal cancer bevaciumzab TAS-102
Prof. Per PfeifferBehandeling met TAS-102 (trifluridine-tipiracil) verlengt de overleving in patiënten met chemorefractair metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC). Een gerandomiseerde multicenterstudie in Denemarken heeft de overlevingsimpact onderzocht van toevoegen van bevacizumab aan TAS-102 in deze patiënten. Prof. Per Pfeiffer (Universiteit van Odense) presenteerde de studie gisteren op het ESMO World Congress on Gastrointestinal Cancer 2019 in Barcelona.1


De studie includeerde 93 patiënten met mCRC, progressieve ziekte tijdens of na chemotherapie of EGFR-remmer, en ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden gerandomiseerd naar TAS-102 of TAS-102 plus bevacizumab (5 mg/kg op dagen 1 en 15 van vier-weekse cycli). Eindpunten van de studie waren progressievrije overleving, overall survival, en veiligheid.

De mediane PFS was 2,6 maanden met alleen TAS-102 versus 4,6 maanden met TAS-102 plus bevacizumab (HR 0,45; p=0,001). De mediane OS was 6,7 maanden met alleen TAS-102 versus 9,4 maanden met TAS-102 plus bevacizumab (HR 0,55; p=0,03). De therapie werd goed verdragen. Patiënten in de bevacizumab-arm hadden meer frequent graad 3 of 4 neutropenie (67% van de patiënten versus 38%; p<0,05). Febriele neutropenie werd gezien in drie patiënten in de TAS-102 plus bevacizumab arm versus één patiënt in de alleen TAS-102 arm.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van bevacizumab aan TAS-102 voor chemorefractair mCRC resulteerde in statistisch significante en klinisch relevante verlenging van PFS en OS.

1.Pfeiffer P et al. ESMO World GI 2019; abstr. O-014

Summary: A multicenter randomized study in Denmark found that addition of bevacizumab to TAS-102 for chemorefractory metastatic colorectal cancer resulted in statistically significant and clinically relevant improvement in PFS and OS, with a favorable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van tweedelijns pembrolizumab versus chemotherapie voor gevorderd slokdarmcarcinoom (0)
2019-07-05 14:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-181 study advanced esophageal cancer pembrolizumab
Dr. Jean-Philippe MetgesDe multinationale fase 3-studie KEYNOTE-181 vergelijkt tweedelijns pembrolizumab met physician’s choice chemotherapie (single-agent paclitaxel, docetaxel, of irinotecan) voor gevorderd/ metastatisch squameus celcarcinoom (SCC) of adenocarcinoom (ACC) van de slokdarm. Dr. Jean-Philippe Metges (Institut de Cancerologie et d’Hematologie, Brest) presenteerde resultaten van de studie gisteren op het ESMO World Congress on Gastrointestinal Cancer in Barcelona.1 De studie includeerde 401 SCC-patiënten en 227 ACC-patiënten, onder wie 222 met PD-L1 combined positive score (CPS) 10 of hoger. Patiënten in de pembrolizumab-arm kregen pembrolizumab 200 mg eens per drie weken. Het primaire eindpunt was overall survival.

In de groep patiënten met CPS ≥10 was de mediane OS 9,3 maanden met pembrolizumab versus 6,7 maanden met chemotherapie (HR 0,69; p=0,0074) en de twaalf-maands OS 43% met pembrolizumab versus 20% met chemotherapie. Dit OS-voordeel met pembrolizumab werd gezien in zowel SCC als ACC. De mediane PFS was alleen onder SCC-patiënten beter met pembrolizumab dan met chemotherapie. Graad 3 tot en met 5 adverse events waren minder frequent met pembrolizumab dan met chemotherapie. In alle patiënten (inclusief die met CPS lager dan 10) waren er geen significante OS-verschillen tussen beide armen. De HRQOL in de CPS ≥10 groep (exploratief eindpunt) was alleen voor EQ-5D VAS beter met pembrolizumab dan met chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat tweedelijns pembrolizumab vergeleken met chemotherapie voor gevorderd SCC of ACC van de slokdarm resulteerde in significant betere OS onder patiënten met CPS ≥10, met een meer gunstig veiligheidsprofiel en stabiele QOL.

1.Metges JP et al. ESMO World GI 2019; abstr. O-012

Summary: The multinational phase 3 study KEYNOTE-181 compared second-line pembrolizumab versus physician’s choice of chemotherapy for advanced esophageal cancer. The study found better OS in patients with PD-L1 combined positive score 10 or greater and a more favorable safety profile in the pembrolizumab arm, with a stable QOL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pembrolizumab met of zonder chemotherapie of alleen chemotherapie voor gevorderd G/GEJ-adenocarcinoom (0)
2019-07-05 13:01   ( Nieuws )
Tags:  phase 3 KEYNOTE-062 study gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma
Porf. Josep TaberneroDe multinationale fase 3-studie KEYNOTE-062 vergeleek pembrolizumab (P), pembrolizumab plus chemotherapie (P+C), of alleen chemotherapie (C, volgens lokale richtlijnen) als eerstelijns behandeling voor HER2-negatief gevorderd adenocarcinoom van maag of maag-slokdarmovergang (GC) met een PD-L1 combined positive score (CPS) 1 of hoger. Prof. Josep Tabernero (Academisch Ziekenhuis Vall d’Hebron, Barcelona) presenteerde de studie gisteren op het ESMO World Congress on Gastrointestinal Cancer in Barcelona.1 De studie includeerde 763 patiënten, onder wie 281 met CPS 10 of hoger, die werden gerandomiseerd naar P+C (n=257), P (n=256) of C (n=250). Primaire eindpunten waren overall survival en progressievrije overleving (centraal beoordeeld); secundair eindpunt was overall response rate.

De mediane follow-up was 11,3 maanden. Onder alle patiënten was de mediane OS 12,5 maanden met P+C; 10,6 maanden met P; en 11,1 maanden met C. Daarmee was P niet-inferieur aan C volgens vooraf-gespecificeerde criteria. De mediane PFS was 6,9 maanden met P+C; 2,0 maanden met P; en 6,4 maanden met C. Daarmee was P inferieur aan C. De ORR was 48,6% met P+C; 14,5% met P; en 36,8% met C. Onder de patiënten met CPS 10 of hoger was de mediane OS 12,3 maanden met P+C; 17,4 maanden met P; en 10,8 maanden met C. Daarmee was de OS significant langer met P dan met C (HR 0,69; 95%-bti 0,49-0,97) hoewel een formele superioriteitsanalyse nog niet is uitgevoerd. De ORR was 52,5% met P+C; 25,0% met P; en 36,7% met C. Graad 3 tot en met 5 adverse events werden gezien in 73% met P+C; 17% met P; en 69% metC.

De onderzoekers concluderen dat als behandeling voor gevorderd GC eerstelijns P niet-inferieur was aan C in termen van OS voor alle patiënten met CPS 1% of hoger, en vergeleken met C resulteerde in significante verlenging van de OS in patiënten met CPS 10% of hoger. Het veiligheidsprofiel was gunstiger met P dan met C.

1.Tabernero J et al. ESMO World GI 2019; abstr. LBA002

Summary: The multinational phase 3 study KEYNOTE-062 compared first-line pembrolizumab versus pembrolizumab plus chemotherapy versus chemotherapy alone for advanced G/GEJ adenocarcinoma with PD-L1 combined positive score at least 1%. For OS, there were no significant differences between the arms. In the subgroup of patients with CPS 10% or greater the median OS was prolonged in the pembrolizumab arm (17.4 months) versus the chemotherapy arm (10.8 months; HR 0.69; 95% CI 0.49-0.97). The safety profile was more favorable with P than with C.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van 2-cm versus 4-cm excisiemarges voor cutaan melanoom dikker dan 2 mm (0)
2019-07-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  thick melanoma surgical excision margin
Dr. Peter GillgrenEr is geen duidelijkheid over de optimale chirurgische excisiemarges voor dik (meer dan 2 mm) gelokaliseerd cutaan melanoom. Een studie in 53 centra in Denemarken, Estland, Noorwegen en Zweden randomiseerde patiënten met dik melanoom naar excisiemarges van 2 versus 4 cm. Dr. Peter Gillgren (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren lange-termijn resultaten van de studie online in The Lancet.1

Tussen januari 1992 en juni 2004 includeerde de studie 936 patiënten jonger dan 75 jaar, die gestratificeerd naar geografische regio werden gerandomiseerd naar 4-cm excisie (n=465) of 2-cm excisie (n=471). Na mediaan 19,6 jaar follow-up (IQR 200-260 maanden) waren 621 deelnemers overleden, onder wie 304 (49%) in de 2-cm groep versus 317 (51%) in de 4-cm groep (HR 0,98; p=0,75). Van de 397 patiënten die overleden aan cutaan melanoom behoorde 48% tot de 2-cm groep en 52% tot de 4-cm groep (HR 0,95; p=0,61).

De onderzoekers concluderen dat een 2-cm excisiemarge veilig was voor patiënten met dik melanoom tijdens mediaan 19,6 jaar follow-up.

1.Utjés D, Malmstedt J, Teras J et al. 2-cm versus 4-cm surgical excision margins for primary cutaneous melanoma thicker than 2 mm: long-term follow-up of a multicentre, randomised trial. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: A randomized trial in Denmark, Estonia, Norway, and Sweden compared 2-cm versus 4-cm excision margins for thick (>2 mm) melanoma. Afte a follow-up of median 19.6 years there were no significant differences between the two groups for overall survival or melanoma-specific survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)