Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Behandeling voor sinonasaal niet-gedifferentieerd carcinoom op geleide van respons op inductie-chemotherapie (0)
2019-01-08 14:00   ( Nieuws )
Tags:  SNUC
Dr. Moran AmitMultimodale therapie is gebruikelijk voor sinonasaal niet-gedifferentieerd carcinoom (SNUC), maar de optimale sequentie van de behamdelingsmodaliteiten staat nog niet vast. Dr. Moran Amit (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de rol van de respons op inductietherapie als aanwijzing voor de optimale volgende behandelingen. Ze publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde 95 patiënten met niet-eerder behandeld SNUC, die tussen begin 2001 en eind 2018 in MD Anderson behandeld werden met curatieve intentie. De behandeling begon met inductie-chemotherapie (IC) gevolgd door gevolgd door hetzij definitieve concurrente chemoradiotherapie (CRT) of definieve chirurgie met postoperatieve RT of CRT. Het primaire eindpunt van de studie was ziektespecifieke overleving (DSS). Voor het gehele cohort was de vijf-jaars DSS 59% (95%-bti 53-66). In de groep patiënten met partiële of complete respons op IC was de vijf-jaars DSS 81% (95%-bti 69-88) na definitieve CRT versus 54% (95%-bti 44-61) na definitieve chirurgie (p=0,001). In de groep patiënten zonder tenminste partiële respons op IC was de vijf-jaars DSS 0% (95%-bti 0-4) na definitieve CRT versus 39% (95%-bti 30-46) na definitieve chirurgie.

De onderzoekers concluderen dat definitieve CRT de beste keus is na gunstige respons op IC, terwijl bij achterwege blijven van respons op IC waar mogelijk gekozen dient te worden voor definitieve chirurgie met postoperatieve RT of CRT.

1.Amit M, Abdelmeguid AS, Watcherporn T et al. Induction chemotherapy response as a guide for treatment optimization in sinonasal undifferentiated carcinoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study of patients with sinonasal undifferentiated carcinoma found that after a favorable response to induction chemotherapy, definitive chemoradiotherapy results in improved survival compared to definitive surgery. In patients who do not have an favorable response to IC, surgery when feasible seems to provide a better chance of disease control and improved survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Consolidatie autologe hematopoïetische celtransplantatie voor MCL in jongere patiënten in het rituximab-tijdperk (0)
2019-01-08 12:55   ( Nieuws )
Tags:  mantle cell lymphoma autoHCT
Dr. Stefan BartaEen gebruikelijke behandeling voor mantellymfoom (MCL) in patiënten in de leeftijd tot en met 65 jaar is inductiechemotherapie gevolgd door consolidatie met autologe hematopoïetische celtransplantatie (autoHCT). Het profijt van deze behandeling in het rituximab-tijdperk is echter niet duidelijk. Dr. Stefan Barta (Fox Chase Cancer Center, Philadelphia PA) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van uitkomsten van autoHCT consolidatie in een groot cohort van MCL-patiënten jonger dan 66 jaar. Ze publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1



De retrospectieve studie includeerde 1029 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2015 inductiechemotherapie al of niet gevolgd door consolidatie autoHCT ondergingen in 25 centra in Noord-Amerika. De mediane follow-up was 76 maanden; de mediane progressievrije overleving was 62 maanden, en de mediane overall survival was 139 maanden. Het primaire eindpunt van de studie was PFS. De mediane PFS was 75 maanden met autoHCT versus 44 maanden zonder autoHCT (p<0,01). De mediane OS was 147 maanden met versus 115 maanden zonder autoHCT (p<0,05). In voor propensity score gematchte analyse was autoHCT nog steeds geassocieerd met verbeterde PFS (HR 0,70; p<0,05) maar niet met statistisch significant verbeterde OS (HR 0,87; p=0,2).

De onderzoekers concluderen dat in het rituximab-tijdperk consolidatie met autoHCT resulteerde in betere PFS maar niet statistisch significant betere OS in jongere patiënten met mantelcellymfoom.

1.Gerson JN, Handorf E, Villa D et al. Survival outcomes of younger patients with mantle cell lymphoma treated in the rituximab era. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective study of over 1,000 MCL patients of 25 centers found that in the rituximab era, after induction chemotherapy, autologous hematopoietic cell transplantation consolidation was associated with significantly improved PFS but not OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bevolkings-gebaseerde studie van risico van suïcide binnen een jaar na diagnose van een maligniteit (0)
2019-01-07 15:58   ( Nieuws )
Tags:  cancer diagnosis suicide
Dr. Hesham HamodaEr is geen duidelijkheid over het risico van suïcide na een nieuwe diagnose van een maligniteit. Dr. Hesham Hamoda (Harvard University, Boston MA) en collega’s hebben een bevolkings-gebaseerde studie uitgevoerd van het risico van suïcide in het eerste jaar na een dergelijke diagnose. Ze publiceren deze tot op heden grootste studie van dit onderwerp vandaag online in Cancer.1

In de SEER-database over de periode van begin 2000 tot en met eind 2014 identificeerden de onderzoekers 4.671.989 patiënten met een nieuwe diagnose van een maligniteit. In het eerste jaar na de diagnose pleegden 1585 van deze patiënten suïcide. Vergeleken met de algemene bevolking was in de groep patiënten de observed/expected ratio van suïcide 2,52; het excess risico kwam uit op 2,51 per 10.000 persoonsjaren. De hoogste O/E-ratio werd gezien na diagnoses pancreasmaligniteit (O/E 8,51) en longmaligniteit (O/E 6,05). De O/E-ratio in het eerste jaar na een CRC-diagnose was 2,08. Er was geen significant verhoogde O/E-ratio na diagnoses van maligniteiten van borst en prostaat.

De onderzoekers concluderen dat het risico van suïcide significant toeneemt in het eerste jaar na de diagnose van een maligniteit, en dat de hoogte van deze toename uiteenloopt voor verschillende typen maligniteiten.

1.Saad AM, Gad MM, Al-Husseini MJ et al. Suicidal death within a year of a cancer diagnosis: a population-based study. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER database (2000-2014) found that in the first year after a diagnosis of cancer the risk of suicide increases significantly in comparison with the general population (observed/expected ratio 2.52). This increase varies with the type of cancer.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van BMI, comorbiditeiten, en hormoongebruik met meningioom in een etnisch-gevarieerde populatie (0)
2019-01-07 14:40   ( Nieuws )
Tags:  meningioma risk factors Multiethnic Cohort
Dr. Ivo MuskensDe Multiethnic Cohort Study of Diet and Cancer includeerde van 1993 tot en met 1996 in Hawaii en Los Angeles ruim 215.000 mannen en vrouwen met Afrikaans-Amerikaanse, Japanese, Latijns-Amerikaanse, Native Hawaiian, en Kaukasische etniciteit. Bij inclusie en regelmatig tijdens de follow-up verstrekten de deelnemers informatie over antropometrische en leefstijlfactoren. Dr. Ivo Muskens (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s hebben binnen het cohort een patiënt-controlestudie uitgevoerd van de associatie van comorbiditeiten en leefstijlfactoren met meningioom. Ze publiceren de studie online in Neuro-Oncology.1

De onderzoekers identificeerden in het cohort 894 patiënten met meningioom, en selecteerden voor elke patiënt ten hoogste tien gematchte controlepersonen (n=8918). Uit de analyses blijkt dat toename van BMI (p trend 0,041) en van lichaamsgewicht (p trend 0,0052) na de leeftijd van 21 jaar geassocieerd waren met meningioom. Ook gebruik van orale contraceptiva (OR 1,24; 95%-bti 1,01-1,51) en oestrogeen-hormoontherapie (per vijf jaar gebruik OR 1,07; 95%-bti 1,01-1,15) waren geassocieerd met risico van meningioom. Hypertensie was positief geassocieerd met meningioom (OR 1,26; 95%-bti 1,09-1,47), in het bijzonder in personen die een geschiedenis van hypertensie plus diabetes rapporteerden (OR 1,54; 95%-bti 1,17-2,03). De testen voor heterogeniteit tussen de verschillende etniciteiten waren statistisch niet-significant.

De onderzoekers concluderen dat obesitas, gebruik van sommige typen hormonen, en hypertensie geassocieerd waren met meningioom in een etnisch-gevarieerde populatie.

1.Muskens IS, Wu AH, Porcel J et al. Body mass index, comorbidities, and hormonal factors in relation to meningioma in an ethnically diverse population: the Multiethnic Cohort. Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A case-control study nested in the Multiethnic Cohort found that obesity, hormonal factors, and hypertension were associatied with meningioma in an ethnically diverse population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Leeftijdsspecifieke risico’s van incident, contralateraal en ipsilateraal mammcarcinoom in BRCA1-mutatiedraagsters in Polen (0)
2019-01-07 13:48   ( Nieuws )
Tags:  BRCA1 mutation breast cancer risk Poland
Prof. Steven NarodVrouwen met een kiemlijn BRCA1-mutatie hebben een hoog risico van het ontwikkelen van mammacarcinoom. Er zijn aanwijzingen dat dit risico uiteenloopt tussen BRCA1-mutatiedraagsters in verschillende landen. Prof. Steven Narod (Women’s College Research Institute, Toronto) en collega’s hebben een prospectieve studie uitgevoerd van het risico In BRCA1-mutatiedraagsters in Polen. Ze publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1



De studie includeerde 1776 Poolse vrouwen met een BRCA1-mutatie, zonder geschiedenis van mammacarcinoom of ovariumcarcinoom. Tijdens de follow-up (gemiddeld 6,1 jaar; range 0,0 tot 18,2 jaar) werden in het cohort 191 gevallen van mammacarcinoom gediagnostiseerd. De onderzoekers berekenden de cumulatieve incidentie van mammacarcinoom tot en met leeftijd zeventig jaar op 52%, met een risico van gemiddeld 1,78% per jaar. In een cohort van 941 BRCA1-mutatiedraagsters met een eerdere diagnose mammacarcinoom bedroeg het risico van contralateraal mammacarcinoom 1,96% per jaar en het risico van ipsilateraal recidief 1,03% per jaar.

De onderzoekers concluderen dat de risico’s van early onset incident, contralateraal, en recidiverend mammacarcinoom in Poolse BRCA1-mutatiedraagsters hoog zijn.

1.Lubinski J, Huzarski T, Gronwald J et al. Age-specific risks of incident, contralateral and ipsilateral breast cancer among 1776 Polish BRCA1 mutation carriers. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective study found high rates of early-onset incident, contralateral, and recurrent breast cancer among BRCA1 mutation carriers in Poland (52% cumulative incidence of breast cancer to age 70).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van gebruik van statines of aspirine met risico van VTE in patiënten met endometriumcarcinoom (0)
2019-01-07 12:58   ( Nieuws )
Tags:  endometrial cancer venous thromboembolism statins aspirin
Dr. Koji MatsuoIn patiënten met sommige typen maligniteiten is gezien dat gebruik van statines en/of aspirine geassocieerd was met verlaagd risico van trombo-embolische gebeurtenissen. Deze assocatie is tot op heden niet bestudeerd in patiënten met endometriumcarcinoom. Dr. Koji Matsuo (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s hebben een multicenterstudie uitgevoerd van de associatie van gebruik van statines en/of aspirine met de associatie van veneuze trombo-embolie (VTE) in deze patiënten. Ze publiceren de studie online in Gynecologic Oncology.1

De studie includeerde 2527 vrouwen met een diagnose endometriumcarcinoom tussen begin 2000 en eind 2015. Onder deze vrouwen waren 392 gebruiksters van statines (15,5%) en 219 gebruiksters van aspirines (8,9%). Tijdens vijf jaar follow-up werd een VTE-gebeurtenis gezien in 132 deelneemsters. In multivariate analyse was gebruik van statines vergeleken met niet-gebruk geassocieerd met ongeveer 60% verlaging van het VTE-risico (vijf jaars cumulatief risico 2,5% versus 6,7%; aHR 0,42; p=0,003). Gebruik van aspirines was niet geassocieerd met het VTE-risico. Het VTE-risicoverlagende effect was het sterkst voor simvastatine.

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat gebruik van statines geassocieerd kan zijn met verlaagd VTE-risico in vrouwen met endometriumcarcinoom.

1.Matsuo K, Hom MS, Yabuno A et al. Association of statins, aspirin, and venous thromboembolism jn women with endometrial cancer. Gynecol Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective multicenter study found that use of statins at the diagnosis endometrial cancer was associated with decreased risk of venous thromboembolism during five year follow-up


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiënt-controlestudie van associatie van circulerend hsCRP-concentratie met risico van longmaligniteiten (0)
2019-01-06 16:00   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer high sensitivity C reactive protein
Dr. David MullerBlootstelling aan tabaksrook is een bekende oorzaak van longmaligniteiten, maar er is weinig inzicht in intermediaire factoren die van invloed zijn op de carcinogenese in de long. Inflammatie wordt algemeen gezien als een risicofactor voor maligniteiten, maar de associatie tussen inflammatie en het risico van longmaligniteiten is niet duidelijk. Dr. David Muller (Imperial College London UK) en zijn collega’s van het Lung Cancer Cohort Consortium hebben een studie uitgevoerd van de associatie tussen de circulerende gehalten van het acute-fase inflammatoir eiwit high sensitivity C reactive protein (hsCRP) en het risico van longmaligniteiten. Ze publiceren de studie online in BMJ.1

De onderzoekers voerden een patiënt-controlestudie uit binnen twintig bevolkings-gebaseerde prospectieve cohortstudies van het Consortium, in Australië, Azië, Europa, en de Verenigde Staten. De patiënt-controlestudie includeerde 5299 patiënten met incidente longmaligniteit tijdens de follow-up van de betreffende prospectieve studies, met voor iedere patiënt een gematchte gezonde controlepersoon. De patiënten en controlepersonen werden gematcht voor cohort, geslacht, leeftijd (binnen drie jaar), datum van bloedmonstername, en rookstatus. Onder de 5299 patiënt-controle paren waren 2496 current smoker paren, 1498 former smoker paren, en 1305 never smoker paren. Het eindpunt van de analyse was een diagnose incidente longmaligniteit in relatie tot prediagnostisch hsCRP-concentratie (bepaald in monsters die waren genomen bij inclusie in de betreffende prospectieve studie).

De figuur laat de odds ratios van longmaligniteiten zien bij verdubbeling van de hsCRP-concentratie, overall en naar patiëntkenmerken. Er was een positieve associatie tussen de hsCRP-concentratie en het risico van longmaligniteiten onder current smokers (per verdubbeling van de concentratie OR 1,09; 95%-bti 1,05-1,13) en former smokers (1,09;1,04-1,14) maar niet onder never smokers (p voor interactie <0,01). Deze associatie was sterk en consistent over alle histologische subtypen met uitzondering van adenocarcinoom. De associatie tussen circulerend hsCRP en het risico van longmaligniteit was het sterkst in de eerste twee jaar follow-up van current en former smokers.

De onderzoekers concluderen dat former en current smokers met hogere circulerende hsCRP-concentraties een verhoogd risico hadden van longmaligniteiten maar niet van adenocarcinoom. Circulerend hsCRP-concentratie zou een prediagnostische marker van longmaligniteit kunnen zijn, eerder dan een causale risicofactor.

1.Muller DC, Larose TL, Hodge A et al. Circulating high sensitivity C reactive protein concentrations and risk of lung cancer: nested case-control study within Lung Cancer Cohort Consortium. BMJ 2019;364:k4981

Summary: A case-control study nested in 20 population-based cohort studies in four continents found that former and current smokers with higher circulating hsCRP concentrations had a higher risk of lung cancer overall, but not of lung adenocarcinoma. Circulating hsCRP concentration could be a prediagnostic marker of lung cancer rather than a causal risk factor.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Netwerk meta-analyse van werkzaamheid van eerstelijns behandeling voor niet transplant-eligible multipel myeloom (0)
2019-01-06 14:28   ( Nieuws )
Tags:  not transplant-eligilbe MM
Dr. Hedwig BlommesteinEr zijn geen studies uitgevoerd die directe head-to-head vergelijkingen maakten tussen verschillende eerstelijns behandelingen voor multipel myeloom in patiënten die niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie. Om toch op evidentie gebaseerde keuzes mogelijk te maken hebben dr. Hedwig Blommestein (Erasmus School of Health Policy & Management, Rotterdam) en collega’s een netwerk meta-analyse van deze behandelingen uitgevoerd. Ze publiceren de meta-analyse online in Haematologica.1

In de literatuur van begin 1999 tot en met maart 2016 vonden de onderzoekers 24 studies van 21 verschillende behandelingen. In de netwerk meta-analyse was de PFS-HR voor alle behandelingen beter in vergelijking met alleen dexamethason (HRs tussen 0,19 en 0,90). De meeste effectieve behandelingen waren daratumumab-bortezomib-melfalan-prednison en bortezomib-melfalan-prednison-thalidomide met bortezomib-thalidomide onderhoud (versus dexamethason PFS-HR 0,19; 95%-bti 0,08-0,45; en 0,22; 95%-bti 0,10-0,51). De PFS-HRs voor bortezomib-lenalidomide-dexamethason, bortezomib-melfalan-prednison, en lenalidomide-dexamethason versus alleen dexamethason waren 0,31 (95%-bti 0,16-0,59); 0,39 (95%-bti 0,20-0,75); en 0,44 (95%-bti 0,29-0,65).

De onderzoekers concluderen dat ze de meest werkzame eerstelijns behandelingen voor niet transplant eligible MM hebben geïdentificeerd, en de klinische bruikbaarheid van netwerk meta-analyse hebben laten zien.

1.Blommestein HM, van Beurden-Tan CHY, Franken MG et al. Efficacy of first-line treatments for multiple myeloma patients not eligible for stem cell transplantation – a network meta-analysis. Haematologica 2019; epub ahead of print

Summary: A network meta-analysis of first-line treatments for multiple myeloma in patients not eligible for stem cell transplantation found that daratumumab-bortezomib-melphalan-prednisone and bortezomib-melphalan-prednisone-thalidomide with bortezomib-thalidomide maintenance were the most effective treatments.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)