Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Transcriptoomsignatuur-gebaseerde verklaring voor obesitasparadox in heldercellig niercelcarcinoom (0)
2019-12-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ccRCC obesity paradox transcriptomic signatures
Dr. Ari HakimiObesitas is geassocieerd met een verhoogd risico van ontwikkeling van heldercellig niercelcarcinoom (ccRCC), maar obesitas is ook geassocieerd met betere oncologische uitkomsten van ccRCC. Een analyse van vijf verschillende onafhankelijke cohorten heeft geresulteerd in een mogelijke verklaring van deze paradox. Dr. Ari Hakimi (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse online in The Lancet Oncology.1

De analyse includeerde volwassen ccRCC-patiënten in de COMPARZ fase 3-studie, een cohort van de Cancer Genome Atlas, en drie cohorten van MSKCC. De onderzoekers excludeerden de patiënten met overgewicht in de vijf cohorten, zodat ze alleen patiënten met normaal gewicht (BMI tot 25 kg/m2) konden vergelijken met de obese patiënten (BMI 30 kg/m2 en hoger). In de vijf cohorten was de overall survival inderdaad langer in de groep obese patiënten dan in de patiënten met normaal gewicht (bijvoorbeeld in het TGCA-cohort gecorrigeerd HR 0,41; 95%-bti 0,22-0,75; en in het COMPARZ-cohort gecorrigeerd HR 0,68; 95%-bti 0,48-0,96). Transcriptoom-analyses wezen uit dat de tumoren van de obese patiënten hogere angiogene scores hadden dan tumoren van patiënten met normaal gewicht, hoewel er geen verschillen waren tussen beide groepen in de mate van immuuncelinfiltratie. De obese patiënten hadden een hogere graad van inflammatie in het vetweefsel om de tumoren dan patiënten met normaal gewicht.

De onderzoekers concluderen dat ze kenmerken van de tumormicroömgeving hebben geïdentificeerd die verschilden tussen obese ccRCC-patiënten en patiënten met normaal gewicht. Deze verschillen zouden kunnen bijdragen aan verschillen in OS tussen beide groepen. De gecompliceerde interactie tussen ccRCC-tumoren en peritumor vetweefsel verdient nadere bestudering.

1.Sanchez A, Furberg H, Kuo F et al. Transcriptomic signature related to the obesity paradox in patients with clear cell renal cell carcinoma: a cohort study. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of five independent cohorts found aspects of the tumor microenvironment that vary by BMI, which might contribute to the apparent survival advantage in obese patients with clear cell RCC compared with patients at normal weight.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van acalabrutinib monotherapie voor Waldenström macroglobulinemie (0)
2019-12-21 15:58   ( Nieuws )
Tags:  Waldenström macroglobulinemia acalabrutinib
Prof. Richard FurmanChemo-immuuntherapie is een standaard-behandeling voor Waldenström macroglobulinemie (WM), maar deze behandeling is geassocieerd met infecties en hematologische toxiciteiten. Acalabrutinib is een selectieve remmer van Bruton tyrosinekinase. Een multinationale fase 2-studie heeft de waarde van acalabrutinib monotherapie voor Wm onderzocht. Prof. Richard Furman (Weill Cornell Medical College, New York) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Haematology.1

De studie werd uitgevoerd in negentien centra in Europa en acht centra in de Verenigde Staten. De 106 patiënten waren achttien jaar of ouder, hadden hetzij niet-eerder behandeld (n=14) of recidiverend/refractair (n=92) WM waarvoor behandeling vereist was, hadden een ECOG performance status 2 of lager, en hadden niet eerder Bruton TKI-therapie gekregen. Ze kregen oraal acalabrutinib 100 mg tweemaal daags tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde overall respons (tenminste mineure respons).

De mediane follow-up was 27,4 maanden (IQR 26,0-29,7). Overall respons werd gezien in dertien van veertien niet-eerder behandelde patiënten (93%; 95%-bti 66-100) en 86 van 92 patiënten met R/R-ziekte (93%; 95%-bti 86-98). Zeven (50%) van de niet-eerder behandelde patiënten en 23 (25%) van de patiënten met R/R-ziekte discontinueerden de behandeling tijdens de studie. Graad 3 of 4 adverse events waren neutropenie (16% van de patiënten), pneumonie (7%), atriumfibrilleren (1%), en bloeding (3%). Eén patiënt overleed (intracranieel hematoom).

De onderzoekers concludere dat acalabrutinib voor WM actief was en manageable veiligheid had.

1.Owen RG, McCarthy H, Rule S et al. Acalabrutinib monotherapy in patients with Waldenström macroglobulinemia: a single-arm, multicentre, phase 2 study. Lancet Haematol 2019; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 2 study found activity and acceptable safety of acalabrutinib for treatment-naïve or relapsed/refractory Waldenström macroglobulinemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Plasma celvrij DNA en circulerende tumorcellen als voorspellers van uitkomsten van metastatisch mammacarcinoom (0)
2019-12-21 14:31   ( Nieuws )
Tags:  MBC cfDNA CTCs
Prof. Jacqueline ShawOndanks de introductie van nieuwe screeningsprogramma’s, behandelingen, en monitoringstechnieken in patiënten met mammacarcinoom is er behoefte aan bruikbare testen voor het monitoren van respons op behandeling en als basis voor klinische beslissingen. Een multicenterstudie in het Verenigd Koninkrijk heeft de waarde onderzocht van bepalen van niveaus van plasma-celvrij DNA (cfDNA) en circulerende tumorcellen (CTCs) als voorspellers van uitkomsten van metastatisch mammacarcinoom (MBC). Prof. Jacqueline Shaw (University of Leicester) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research.1

De studie includeerde 194 patiënten met radiologisch bevestigd MBC. cfDNA-niveaus werden bepaald met qPCR; en CTC-counts met CELLSEARCH. In multivariate analyse waren zowel het cfDNA-gehalte als aantal CTC’s voorspellers van overall survival. Gehalten van cfDNA waren ook voorspellend voor progressievrije overleving en ziekterespons. Gecombineerde analyse van CTCs en cfDNA was meer informatief voor het voorspellen van OS dan combinatie van de conventionele biomarkers CA15-3 en AP.

De onderzoekers concluderen dat cfDNA-niveaus en CTC-gehalten prognostische biomarkers zijn in patiënten met MBC.

1.Fernandez-Garcia D, Hills A, Page K et al. Plasma cell-free DNA (cfDNA) as a predictive and prognostic marker in patients with metastatic breast cancer. Breast Cancer Res 2019;21:149

Summary: A multicenter study in the UK found that both cfDNA levels and CTC counts were prognostic markers in patients with metastatic breast cancer. Combined analysis of cfDNA and CTCs was more informative than the combination of the conventional biomarkers CA15-3 and AP.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van vier cycli CHOP plus zes doses rituximab versus zes cycli R-CHOP voor gunstige-prognose B-cel lymfoom (0)
2019-12-21 12:54   ( Nieuws )
Tags:  FLYER study B-cell lymphoma six R-CHOP cycles versus four CHOP cycles plus six doses rituximab
De standaard-behandeling voor agressief B-cel non-Hodgkin lymfoom is zes cycli R-CHOP. De behandeling is geassocieerd met toxiciteiten. De multinationale fase 3-studie FLYER heeft onderzocht of vier cycli CHOP plus zes doses rituximab niet-inferieur is aan zes cycli R-CHOP voor B-cel NHL met gunstige prognose in jongere patiënten (leeftijd tot en met zestig jaar). Dr. Viola Poeschel (Saarland Universität, Duitsland) en collega’s publiceren de studie vandaag in The Lancet.1

FLYER werd uitgevoerd in 138 centra in vier Europese landen en Israël. De studie includeerde patiënten met stadium I of II ziekte, normaal LDH, ECOG performance status 0 of 1, en maximale tumordiameter kleiner dan 7,5 cm. De patiënten werden gerandomiseerd naar zes cycli R-CHOP (n=295) of vier cycli R-CHOP plus twee extra doses rituximab. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving na drie jaar. Na mediaan 66 maanden follow-up (IQR 42-100) was de drie-jaars PFS 96% (95%-bti 94-99) in de groep met vier cycli R-CHOP plus twee doses rituximab; 3% beter dan de drie-jaars PFS in de groep met zes cycli R-CHOP (de ondergrens van het 95%-bti voor het verschil was 0%). In de vier-cycligroep werden 294 hematologische en 1036 niet-hematologische adverse events gezien, versus 426 hematologische en 1280 niet-hematologische AEs in de zes-cycligroep. Twee patiënten overleden, beiden in de zes-cycligroep.

De onderzoekers concluderen dat in jonge patiënten met agressief B-cel NHL met gunstige prognose, vier cyli R-CHOP plus twee doses rituximab niet-inferieur was aan zes cycli R-CHOP, met relevante vermindering van toxische effecten.

1.Poeschel V, Held G, Ziepert M et al. Four versus six cycles of CHOP chemotherapy in combination with six applications of rituximab in patients with aggressive B-cell lymphoma with favourable prognosis (FLYER): a randomised, phase 3, non-inferiority trial. Lancet 2019;394:2271-2281

Summary: The multinational phase 3 noninferiority study FLYER found that four cycles of CHOP plus six applications of rituximab was non-inferior to six cycles of R-CHOP for aggressive B-cell non-Hodgkin lymphoma with favorable prognosis in young patients, with relevant reduction of toxic effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van gebruik van voedingssupplementen tijdens chemotherapie voor mammacarcinoom (0)
2019-12-20 16:00   ( Nieuws )
Tags:  SWOG S0221 study breast cancer survival dietary supplement use during chemotherapy
Prof. Christine AmbrosoneEr is weinig betrouwbare informatie over veiligheid en werkzaamheid van gebruik van voedingssupplementen tijdens behandeling voor maligniteiten. Sommige supplementen, met name antioxidanten, zouden de cytotoxiciteit van chemotherapie kunnen verminderen. Een prospectieve analyse onder deelnemers aan de SWOG S0221 studie heeft associaties onderzocht tussen gebruik van supplementen en uitkomsten van chemotherapie voor mammacarcinoom. Prof. Christine Ambrosone (Roswell Park Comprehensive Cancer Center, Buffalo NY) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1


SWOG S0221 includeerde patiënten die cyclofosfamide, doxorubicine, en paclitaxel kregen voor mammacarcinoom, onder wie 1134 patiënten die informatie gaven over hun gebruik van voedingssupplementen voor en tijdens de behandeling. De analyse wees uit dat gebruik van any antioxidant supplement (vitamine A, vitamine C, vitamine E, carotenoïden, coënzym Q) zowel voorafgaand aan als tijdens de behandeling geassocieerd was met borderline significant verhoogd risico van recidief (gecorrigeerd HR 1,41; p=0,06) en niet-significant verhoogd risico van overlijden (HR 1,40; p=0,14). Associaties met afzonderlijke antioxidanten waren zwakker; mogelijk vanwege lagere aantallen gebruikers. Onder de niet-antioxidant supplementen was gebruik van vitamine B12 voor en tijdens de chemotherapie geassocieerd met signficant slechtere ziektevrije overleving (HR 1,83; p<0,01) en overall survival (HR 2,04; p<0,01). Gebruik van ijzer tijdens de chemotherapie was geassocieerd met verhoogd risico van recidief (HR 1,79; p<0,01), evenals gebruik van ijzer voor en tijdens de chemotherapie (HR 1,91; p=0,06). Voor OS werden vergelijkbare associaties gezien. Gebruik van multivitaminen was niet geassocieerd met overlevingsuitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat er reden is voor terughoudendheid ten aanzien van gebruik van voedingssupplementen, afgezien van multivitamines, voorafgaand aan en tijdens chemotherapie voor mammacarcinoom.

1.Ambrosone CB, Zirpoli GR, Hutson AD et al. Dietary supplement use during chemotherapy and survival outcomes of patients with breast cancer enrolled in a cooperative group clinical trial (SWOG S0221). J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: Among patients in the prospective SWOG S0221 study use of antioxidant dietary supplement during chemotherapy for breast cancer was associated with increased risk of recurrence of borderline significance (adjusted HR 1.41; p=0.06) and a nonsignificant increased risk of death (adjusted HR 1.40; p=0.14).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dose-dense adjuvante chemotherapie plus trastuzumab na resectie van HER2-positief mammacarcinoom (0)
2019-12-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PANTHER trial HER2-positive breast cancer dose-dense adjuvant chemotherapy plus trastuzumab
Prof. Jonas BerghDose-dense (DD) adjuvante chemotherapie verbetert uitkomsten van patiënten met vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC). Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de combinatie van DD-chemotherapie en trastuzumab voor HER2-positief EBC. Een secundaire maar protocol-voorgeschreven analyse van de gerandomiseerde fase 3-studie PANTHER (Pan-European Tailored Chemotherapy) heeft de waarde van DD-chemotherapie plus trastuzumab voor HER2-positief EBC onderzocht. Prof. Jonas Bergh (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

PANTHER includeerde vrouwen in de leeftijd tot en met 65 jaar met klierpositief of hoog-risico kliernegatief EBC. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar geïndividualiseerde (op basis van hematologische nadirs) DD epirubicine en cyclofosfamide gevolgd door docetaxel of standaard 5-FU, epirubicine, cyclofosfamide plus docetaxel. Patiënten met HER2-positieve ziekte (n=342) kregen een jaar lang adjuvant trastuzumab. Het eindpunt van de nu gepubliceerde analyse was recidiefvrije overleving. De combinatie van geïndividualiseerde DD-chemotherapie plus trastuzumab was geassocieerd met 32% lager risico van recidief vergeleken met de combinatie van standaard chemotherapie plus trastuzumab; dit verschil was statistisch niet significant (HR 0,68; p=0,231). Cardiale uitkomsten na vier en zes jaar verschilden niet significant tussen HER2-positieve en HER2-negatieve patiënten, en evenmin tussen beide behandelgroepen.

De onderzoekers concluderen dat na resectie voor HER2-positief EBC de combinatie van DD-chemotherapie en trastuzumab vergeleken met standaard chemotherapie en trastuzumab resulteerde in stastisch niet significante verlaging van het risico van relapse met 32%.

1.Papakonstantinou A, Matikas A, Bengtssson NO et al. Efficacy and safety of tailored dose-dense adjuvant chemotherapy and trastuzumab for resected HER2-positive breast cancer: results from the phase 3 PANTHER trial. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: The phase 3 PANTHER study found that the combination of dose-dense adjuvant chemotherapy and trastuzumab after resection for HER2-positive early breast cancer was associated with a 32% reduced relative risk of relapse, a statistically nonsignificant difference.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Antivirale therapie voor chronische hepatitis C is geassocieerd met verlaagd risico van mondcarcinoom (0)
2019-12-20 14:00   ( Nieuws )
Tags:  oral cancer impact of antiviral therapy for chronic hepatitis C
Prof. Jia-Horng KaoEen studie in Taiwan heeft de associatie onderzocht tussen chronische hepatitis C (CHC) en het risico van mondcarcinoom, alsmede de impact van antivirale therapie voor CHC op het risico van mondcarcinoom. De studie is gebaseerd op gegevens in de onderzoeksdatabase van de Nationale Gezondheidsverzekering van Taiwan. Prof. Jia-Horng Kao (Nationale Taiwan Universiteit, Taipei) en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De onderzoekers vergeleken CHC-patiënten met voor leeftijd, geslacht, en comorbiditeiten gematchte niet-CHC patiënten. De beide cohorten bestonden uit 100.058 patiënten (50% mannen; gemiddelde leeftijd 59 jaar). Na correctie voor confounders was CHC-infectie geassocieerd met significant verhoogd risico van mondcarcinoom (HR 1,677; p<0,001). Een tweede vergelijking betrof CHC-patiënten die anti-HCV therapie kregen (gepegyleerd interferon plus ribavarine) met gematchte CHC-patiënten die geen anti-HCV therapie kregen (n=23.735 patiënten in beide cohorten). Na correctie voor confounders was het risico van mondcarcinoom significant lager in de groep patiënten die anti-HCV therapie kregen (HR 0,652; p=0,007). Ook na exclusie van patiënten met mondcarcinoom in het eerste jaar van CHC of anti-HCV therapie bleven de associaties statistisch significant.

De onderzoekers concluderen dat CHC het risico van mondcarcinoom significant verhoogde, en dat antivirale therapie voor CHC het risico van mondcarcinoom significant verlaagde.

1.Su T-H, Tseng T-C, Liu C-J et al. Antiviral therapy against chronic hepatitis C is associated with a reduced risk of oral cancer. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study in Taiwan found that patients with chronic hepatitis C had a significantly increased risk of oral cancer, and that PegIFN/RBV antiviral therapy significantly reduced the risk of HCV-related oral cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Olaparib plus bevacizumab als eerstelijns onderhoudsbehandeling voor gevorderd ovariumcarcinoom (0)
2019-12-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PAOLA-1 study ovarian cancer olaparib plus bevacizumab maintenance
Prof. Isabelle Ray-CoquardEr is aanzienlijk klinisch profijt gezien van olapararib-onderhoudstherapie voor nieuw-gediagnostiseerd gevorderd ovariumcarcinoom in vrouwen met een BRCA-mutatie. De multinationale placebo-gecontroleerde studie PAOLA-1 heeft de waarde onderzocht van gecombineerde onderhoudsbehandeling met olaparib en bevacizumab ongeacht de BRCA-mutatiestatus. Prof. Isabelle Ray-Coquard (Centre Léon Bérard, Lyon) en collega’s publiceren de studie online in The New England Journal of Medicine.1

PAOLA-1 werd uitgevoerd in centra in elf landen. De studie includeerde vrouwen met nieuw-gediagnostiseerd gevorderd hooggradig ovariumcarcinoom met respons op eerstelijns platina-taxaan chemotherapie plus bevacizumab. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar oraal olaparib 300 mg tweemaal daags (n=537) of placebo (n=269) gedurende ten hoogste 24 maanden; alle patiënten kregen bevacizumab 15 mg/kg iedere drie weken gedurende ten hoogste 15 maanden. Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 22,9 maanden. De mediane progressievrije overleving was 22,1 maanden met olaparib plus bevacizumab versus 16,6 maanden met placebo plus bevacizumab (HR 0,59; p<0,001). Deze figuur toont de waarde van toevoeging van olaparib aan bevacizumab in patiënten met HRD-positieve tumoren met of zonder BRCA-mutaties. Adverse events waren consistent met bekende veiligheidsprofielen van olaparib en bevacizumab.

De onderzoekers concluderen dat in patiënten met gevorderd ovariumcarcinoom die standaard eerstelijns therapie kregen, toevoeging van olaparib aan de onderhoudsbehandeling resulteerde in significant PFS-profijt, dat substantieel was in patiënten het HRD-positieve tumoren, inclusief patiënten zonder BRCA-mutatie.

1.Ray-Coquard I, Pautier P, Pignata S et al. Olaparib plus bevacizumab as first-line maintenance in ovarian cancer. N Engl J Med 2019;381:2416-2428

Summary: The multinational study PAOLA-1 found that in patients with advanced ovarian cancer receiving first-line standard therapy including bevacizumab, the addition of maintenance olaparib provided a significant progression-free survival benefit, which was substantial in patients with HRD-positive tumors, including those without a BRCA mutation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)