Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

CNS-respons op eerstelijns osimertinib versus standaard EGFR-TKIs voor EGFR-gemuteerd gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2018-08-29 11:29   ( Nieuws )
Tags:  FLAURA study osimertinib CNS response
Prof. Johan VansteenkisteDe fase 3-studie FLAURA onderzocht de werkzaamheid van de derdegeneratie EGFR-TKI osimertinib vergeleken met standaard EGFR-TKIs voor niet-eerder behandeld EGFR-gemuteerd gevorderd NSCLC. De studie liet zien dat de mediane progressievrije overleving beter was met osimertinib dan met standaard-TKI (18,9 maanden versus 10,2 maanden; HR 0,46; p<0,001). Prof. Johan Vansteenkiste (Katholieke Universiteit Leuven) en collega’s hebben een analyse uitgevoerd van de CNS-respons in beide armen van de studie. Ze publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1



FLAURA randomiseerde 556 patiënten 1:1 naar osimertinib of standaard-TKI (gefitinib of erlotinib). Onder de 200 patiënten van wie hersenscans beschikbaar waren hadden er 128 CNS-lesies (61 in de osimertinib-arm; 67 in de standaard-TKI arm) inclusief 41 met tenminste één meetbare CNS-lesie (22 osimertinib, 19 standaard-TKI). De mediane CNS-progressievrije overleving was niet-bereikt met osimertinib (95%-bti 16,5 maanden tot niet-berekenbaar) versus 13,9 maanden met standaard-TKI (95%-bti 8,3 maanden tot niet-berekenbaar) resulterend in een CNS-progressie HR 0,48 (p=0,014). De CNS-ORR in de groep patiënten met meetbare lesies was 91% met osimertinib versus 68% met standaard-TKI (OR 4,6; p=0,066).

De onderzoekers concluderen dat osimertinib CNS-werkzaamheid had voor niet-eerder behandeld EGFR-gemuteerd NSCLC. Het risico van CNS-progressie was lager met osimertinib dan met standaard EGFR-TKIs.

1.Reungwetwattana T, Nakagawa K, Cho BC et al. CNS response to osimertinib versus standard epidermal growth factor receptor tyrosine kinase inhibitors in patients with untreated EGFR-mutated advanced non-small-cell lung cancer. J Clin Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of results of the phase III study FLAURA showed that the third generation EGFR TKI osimertinib had CNS efficacy in patients with untreated EGFR-mutated advanced non-small cell lung cancer. The risk of CNS progression was reduced with osimertinib compared to standard EGFR-TKIs (gefitinib or erlotinib).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Heterogeniteit van incidentie van colon- en rectumcarcinoom over 612 SEER counties (2000 tot en met 2014) (0)
2018-08-28 15:05   ( Nieuws )
Tags:  CRC incidence heterogeneity between SEER counties
Dr. Philip RosenbergRecente analyses hebben aanwijzingen laten zien voor afname in de loop van de tijd van de incidentie van colorectaalcarcinoom in patiënten van 55 jaar en ouder maar toename in patiënten van 54 jaar en jonger. Dr. Philip Rosenberg (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de geografische heterogeniteit van de CRC-incidentie in de beide leeftijdsgroepen in de Verenigde Staten over de periode van 2000 tot en met 2014. Ze publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

Op basis van incidentiegegevens in 612 SEER-counties berekenden de onderzoekers het realtief risico (RR) en de leeftijds-gecorrigeerde jaarlijkse procentuele verandering (‘Net Drift’) per county, voor colon- en rectumcarcinoom afzonderlijk, gestratificeerd naar leeftijdsgroep (20 tot en met 54 jaar versus 55 tot en met 84 jaar). Ze zagen dat in alle counties de incidentie van colon- en rectumcarcinoom toenam in de jongere patiëntengroep en afnam in de oudere patiëntengroep. Voor zowel colon- als rectumcarcinoom was er aanzienlijke heterogeniteit in zowel RR als Net Drift tussen staten en counties, met gelokaliseerde clusters van RR en Net Drift in verscheidene staten. Er was in de counties met hoge RR en ongunstige Net Drift een trend van hogere prevalentie van obesitas en diabetes en van lagere sociaal-economische status. Counties met hogere screeningspercentages hadden een tendens van lagere Net Drift voor zowel colon- als rectumcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat toename van CRC-incidentie geografisch wijdverbreid is, hoewel er significante heterogeniteit is is temporele trends en risico, zowel binnen als tussen staten. Deze geografische patronen zijn gecorreleerd met verschillende kenmerken op county-niveau afhankelijk van type maligniteit en leeftijdsgroep.

1.Chernyavskiy P, Kennerley VM, Jemal A et al. Heterogeneity of colon and rectum cancer incidence across 612 SEER counties, 2000-2014. Int J Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of colorectal cancer incidence in 612 SEER counties found that increasing colorectal cancer incidence in patients younger than 55 years of age is geographically widespread, although there is significant geographic heterogeneity of incidence in younger as well as older patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

PD-L1 expressie, tumor-mutatiebelasting, en respons op immuuntherapie van longcarcinoom met MET-exon 14 verandering (0)
2018-08-28 13:47   ( Nieuws )
Tags:  MET exon 14 altered lung cancer PD-L1 expression TMB
Dr. Alexander DrilonVeranderingen in MET-exon 14 zijn actionabele oncogene drijvers. In prospectieve studies zijn duurzame responsen gezien van MET-exon 14-veranderde longcarcinomen op MET-remmers. De activiteit van immuuntherapie, de expressie van PD-L1, en de tumor-mutatiebelasting (TMB) van deze tumoren zijn echter niet goed beschreven. Dr. Alexander Drilon (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s hebben een studie van deze onderwerpen uitgevoerd. Ze publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

De onderzoekers identificeerden 147 patiënten met any stage MET-exon 14-veranderde longcarcinomen die werden behandeld in Sloan Kettering of Dana-Farber Cancer Insitute (Boston). Van de 111 evalueerbare tumormonsters werd in 37% geen expressie van PD-L1 gezien, in 22% van de monsters expressie uiteenlopend van 1% tot 50%, en in 41% van de monsters expressie van 50% of hoger. In beide onafhankelijk beoordeelde cohorten (Sloan Kettering en Dana-Farber) was de mediane TMB van MET-exon 14-veranderde longcarcinomen lager dan die van niet-geselecteerde NSCLCs: 3,8 versus 5,7 mutaties per megabase in het eerste cohort (p<0,001) en 7,3 versus 11,8 mutaties per megabase in het tweede cohort (p<0,001). Er was geen associatie tussen expressie van PD-L1 en TMB (Spearman rho 0,18; p=0,069). Onder de 24 voor respons evalueerbare patiënten werd objectieve respons gezien in vier (17%); de mediane progressievrije overleving was 1,9 maanden. De responspercentages waren niet verhoogd in tumoren met hoge expressie van PD-L1 of hoge TMB.

De onderzoekers concluderen dat expressie van PD-L1 werd gezien in een substantieel percentage van MET-exon 14-veranderde longcarcinomen, maar dat deze een lagere TMB hebben in vergelijking met niet-geselecteerde NSCLCs. De klinische werkzaamheid van blokkade van PD-L1 is matig.

1.Sabari JK, Leonardi GC, Shu CA et al. PD-L1 expression, tumor mutational burden, and response to immunotherapy in patients with MET exon 14 altered lung cancers. Ann Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center and Dana-Farber Cancer Institute found that a substantial proportion of MET exon 14-altered lung cancers express PD-L1, but the median tumor mutational burden is lower compared with unselected NSCLCs. Occasional responses to PD-L1 blockade can be achieved, but overall clinical efficacy is modest.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Beroepsgebonden variatie in het risico van mammacarcinoom in vrouwen in de Noordse landen (0)
2018-08-28 12:58   ( Nieuws )
Tags:  female breast cancer risk occupational variation NOCCA study
Prof. Eero PukkalaDe Nordic Occupational Cancer Study (NOCCA) inventariseert de associatie tussen beroepen en het risico van maligniteiten in Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden. Prof. Eero Pukkala (Universiteit van Tampere, Finland) en collega’s publiceren online in Cancer Causes & Control een NOCCA-analyse van het risico van mammacarcinoom in relatie tot het beroep van vrouwen.1 De analyse includeerde bijna 7,5 miljoen vrouwen in de leeftijd van 30 tot 65 jaar, die werden gevolgd van begin 1961 tot eind 2005. In deze periode werd mammacarcinoom vastgesteld in 62.000 van de geïncludeerde vrouwen.

Ten opzichte van de land-specifieke achtergrondbevolking werden de grootste risicoverhogingen gezien voor militairen (SIR 1,58; 95%-bti 1,03-2,32), tandartsen (SIR 1,43; 95%-bti 1,31-1,56), en artsen (SIR 1,35; 95%-bti 1,26-1,46). De laagste risico’s werden gezien in tuinders (SIR 0,76; 95%-bti 0,74-0,78) en boeren (SIR 0,80; 95%-bti 0,78-0,82). Lassers, tabakswerkers, en schilders hadden verhoogde SIRs voor mammacarcinoom gediagnostiseerd voor de leeftijd vijftig jaar. Onder vrouwen die in laboratoria werkten was het risico van mammacarcinoom significant hoger in de periode 1991 tot en met 2005 vergeleken met eerdere perioden. De SIRs varieerden niet substantieel met histologie van mammacarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat het risico van mammacarcinoom uiteenloopt tussen verschillende beroepen.

1.Katuwal S, Martinsen JI, Kjaerheim K et al. Occupational variation in the risk of female breast cancer in the Nordic countries. Cancer Causes Control 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the Nordic Occupational Cancer Study data found that the risk of female breast cancer varies by occupation. The highest risk was found among military personnel, dentists, and physicians, while the lowest risk was observed among gardeners and farmers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische impact van dissectie van 4L-lymfeklieren in linkszijdig longcarcinoom (0)
2018-08-28 11:58   ( Nieuws )
Tags:  left lung cancer 4L lymph node dissection
Dr. Zhen-Fa Zhang (Medische Universiteit van Tianjin, China) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de prognostische impact van dissectie van het 4L lymph node (LN) station in patiënten met linkszijdig longcarcinoom, en van relatief-risicofactoren voor 4L LN-metastase. Ze publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 De retrospectieve studie is gebaseerd op gegevens van 657 patiënten die tussen begin 2005 en eind 2009 pulmonaire resectie ondergingen voor linkszijdig longcarcinoom. Onder deze patiënten waren er 139 die 4L LN-dissectie ondergingen (4LD+ groep); de 4LD- groep bestond uit de overige 518 patiënten. De eindpunten van de studie waren ziektevrije overleving (DFS) en overall survival (OS).


Het metastasepercentage van station 4L was 20,9%; significant hoger dan van station 7 (14,0%; p=0,048) en station 9 (9,8%; p<0,001). Station 4L-metastase was in univariate analyse geassocieerd met metastase van de meeste ander LN-stations, maar in multivariate analyse was alleen station 10 LN-metastase een onafhankelijke risicofactor voor 4L LN-metastase (OR 0,253; p=0,001). De 4LD+ groep had significant betere uitkomsten dan de 4LD- groep: vijf-jaars DFS 54,8% versus 42,7% (p=0,0376) en vijf-jaars OS 58,9% versus 47,2% (p=0,0200). In multivariate analyse bleef dissectie van 4L LN onafhankelijk voorspellend voor gunstige DFS (HR 1,502; p=0,002) en OS (HR 1,585; p=0,001). Ook in voor propensiteit gecorrigeerde analyses was dissectie van 4L LN geassocieerd met gunstige DFS (p=0,0014) en OS (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat betrokkenheid van station 4L LN niet zeldzaam is in linkszijdig longcarcinoom, en dat dissectie geassocieerd was met verbeterde prognose.

1.Wang Y-N, Yao S, Wang C-L et al. Clinical significance of 4L lymph node dissection in left lung cancer. J Clin Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Tianjin (China) found that station 4L lymph node involvement is not rare in left lung cancer. Dissection of the 4L lymph node station in patients with left lung cancer seemed to be associated with an improved prognosis.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns pembrolizumab plus platina-gebaseerde chemotherapie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2018-08-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-021 study advanced NSCLC
Platina-gebaseerde chemotherapie heeft slechts bescheiden werkzaamheid voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom, maar kan wellicht immuunresponsen versterken. De fase 1/2-studie KEYNOTE-021 heeft de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van van platina-doublet chemotherapie in combinatie met de immuuncheckpointremmer pembrolizumab als eerstelijns behandeling voor gevorderd NSCLC. Dr. Shirish Gadgeel (Wayne State University, Detroit MI) en collega’s publiceren de studie online in Lung Cancer.1

De studie includeerde 74 patiënten, met niet-eerder behandeld gevorderd NSCLC zonder EGFR/ALK-veranderingen, in drie cohorten. Patiënten in cohort A (any histology) kregen pembrolizumab 2 of 10 mg/kg iedere drie weken plus carboplatine AUC 6 mg/ml/min plus paclitaxel 200 mg/m2. Patiënten in cohort B (niet-squameus NSCLC) kregen pembrolizumab plus carboplatine AUC 6 mg/ml/min plus paclitaxel 200 mg/m2 plus bevacizumab 15 mg/kg. Patiënten in cohort C (niet-squameus NSCLC) kregen pembrolizumab plus carboplatine AUC 5 mg/ml/min plus pemetrexed 500 mg/m2. Na vier cycli kregen de patiënten onderhoudsbehandeling met pembrolizumab (cohort A), pembrolizumab plus bevacizumab (cohort B), of pembrolizumab plus pemetrexed (cohort C).

De mediane follw-up was 21,4 maanden in cohort A; 16,4 maanden in cohort B; en 17,4 maanden in cohort C. In geen van de cohorten werden pembrolizumab-doseringslimiterende toxiciteiten gezien. De meest-frequente behandelings-gerelateerde adverse events waren alopecie, vermoeidheid, en misselijkheid. Graad 3 of 4 AEs werden gezien in 40% van de patiënten in cohort A, 42% in cohort B, en 46% in cohort C. De geblindeerd centraal-beoordeelde ORRs in de drie cohorten waren 48%, 56%, en 75%.

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab in combinatie met carboplatine-paclitaxel of pemetrexed-carboplatine voor gevorderd NSCLC resulteerde in bemoedigende antitumor-activiteit met toxiciteit die consistent was met bekende toxiciteit van pembrolizumab monotherapie en platina-gebaseerde chemotherapie.

1.Gadgeel SM, Stevenson JP, Langer CJ et al. Pembrolizumab and platinum-based chemotherapy as first-line therapy for advanced non-small-cell lung cancer: phase 1 cohorts from the KEYNOTE-021 study. Lung Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: The KEYNOTE-021 study showed that in patients with previously untreated advanced NSCLC without EGFR/ALK aberrations pembrolizumab in combination with carboplatin-paclitaxel or pemetrexed-carboplatin yielded encouraging antitumor activity and toxicity consistent with known toxicity of pembrolizumab monotherapy or platinum-based chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van georganiseerde mammografie-gebaseerde screening op mammacarcinoom-mortaliteit in Noorwegen (0)
2018-08-27 13:59   ( Nieuws )
Tags:  mammography screening breast cancer mortality
Dr. Mette Holm MøllerDr. Mette Holm Møller (Universiteit van Aarhus, Denemarken) en collega’s hebben een bevolkings-gebaseerde studie uitgevoerd van de impact van georganiseerde mammografie-screening op de incidentie-gebaseerde mammacarcinoom-mortaliteit (BCM). Ze publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1 De onderzoekers vergeleken veranderingen van BCM in geboortecohorten (1896-1982) in Noorse vrouwen die in aanmerking kwamen voor screening met die in jongere en oudere vrouwen die niet in aanmerking kwamen voor screening.

Tussen begin 1987 en eind 2010 overleden 4903 van de geïncludeerde vrouwen aan mammacarcinoom. In zowel de groep screening eligible vrouwen als de groep screening ineligible vrouwen nam de BCM af tijdens de studieperiode, maar de afname van de BCM was niet significant verschillend tussen eligible en ineligible vrouwen (relatieve incidentie-gebaseerde mortality rate ratio 1,05; 95%-bti-0,94-1,18).

De onderzoekers concluderen dat mammografiescreening niet geassocieerd was met sterkere afname van BCM in de groep vrouwen die in aanmerking kwamen voor screening vergeleken met de groep vrouwen die niet in aanmerking kwamen voor screening.

1.Møller MH, Lousdal ML, Kristiansen IS, Støvring H. Effect of organised mammography screening on breast cancer mortality: a population-based cohort study in Norway. Breast Cancer Res Treat 2018; epub ahead of print

Summary: A population-based cohort study in Norway found that mammography screening was not associated with a larger breast cancer mortality reduction in the group of women eligible for sreening relative to the group of women not eligible for screening.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Initiële resultaten van een multicenter fase 2-studie van stereotactische ablatieve radiotherapie voor oligometastatische maligniteiten (0)
2018-08-27 13:10   ( Nieuws )
Tags:  SABR oligometastatic cancer
Oligometastatische ziekte is in sommige gevallen in potentie curabel, en agressieve lokale therapie zoals stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) kan wellicht oncologische uitkomsten verbeteren. Dr. Dwight Heron (University of Pittsburgh PA) en collega’s hebben een multicenter fase 2-studie uitgevoerd van SABR voor maligniteiten met één tot en met vijf metastasen. Ze publiceren initiële oncologische uitkomsten en kwaliteit van leven resultaten online in het International Journal of Radiation Oncology.1

De prospectieve studie includeerde 147 patiënten met een diagnose recidiverende oligometastische ziekte tussen begin 2011 en eind 2017. SABR-dosering en fractionering was afhankelijk van grootte en locatie van de lesies. De mediane leeftijd van de patiënten was 66,4 jaar (IQR 59,9-74,6 jaar). De meest-voorkomende primaire tumoren waren long- (21,8%), colorectaal- (21,1%), en hoofd-hals (10,9%) carcinoom.

De mediane follow-up was 41,3 maanden (IQR 14,6-59,0 maanden). De mediane overall survival was 42,3 maanden, met vijf-jaars OS 43%. De vijf-jaars lokale-progressievrije overleving was 74%, en de vijf-jaar afstands-progressievrije overleving was 17%. Acute graad 2 of hoger toxiciteit werd gezien in 7,5% van de patiënten, acute graad 3 of hoger toxiciteit in 2,0%, en late graad 2 en 3 toxiciteit beide in 1,4%. Kwaliteit van leven (FACT-G vragenlijst) veranderde niet significant tussen voltooiing van de behandeling en negen maanden na behandeling. Patiënt-gerapporteerde QoL verbeterde significant tussen voltooiing van de behandeling en zowel zes als negen maanden later.

De onderzoekers concluderen dat SABR voor recidiverende oligometastatische ziekte feasible is met minimale acute en late graad 3 toxiciteit, zonder ongunstige impact op de kwaliteit van leven.

1.Sutera P, Clump DA, Kalash R et al. Initial results of a multicenter phase II trial of sterotactic ablative radiation therapy for oligometastatic cancer. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2018; epub ahead of print


Summary: A multicenter prospective phase II study (147 patients) demonstrated that stereotactic ablative radiotherapy for oligometastatic disease (1-5 metastases) is a feasible and tolerable treatment option with minimal acute and late grade 3 toxicity. Patient-reported QoL was not adversely affected.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)