Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 3-studie van neoadjuvant nivolumab plus chemotherapie versus alleen chemotherapie voor NSCLC (0)
2021-04-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 816 trial resectable stage IB-IIIA NSCLC neoadjuvant nivolumab plus chemotherapy
Dr. Patrick FordeChirurgie voor niet-metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom kan curatief zijn, maar in tot 80% van de patiënten wordt na verloop van tijd recidief gezien. Neoadjuvante of adjuvante chemotherapie wordt aanbevolen voor patiënten met hoog risico van recidief, maar het profijt is bescheiden. De multinationale fase 3-studie CheckMate 816 heeft de waarde van neoadjuvante combinatie van nivolumab met platina-doublet chemotherapie voor resectabel NSCLC onderzocht. Dr. Patrick Forde (Johns Hopkins Kimmel Cancer Center, Baltimore MD) presenteert de studie vandaag op de virtuele Annual Meeting van AACR.1

De studie includeerde 358 patiënten met stadium IB tot en met IIIA resectabel NSCLC zonder bekende veranderingen in EGFR of ALK, en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden (gestratificeerd naar stadium, PD-L1 expressie, en geslacht) gerandomiseerd naar drie cycli nivolumab 360 mg plus platina-doublet chemotherapie iedere drie weken (n=179) of alleen platina-doublet chemotherapie (n=179), gevolgd door chirurgie. Primaire eindpunten waren centraal geblindeerd beoordeelde pCR, gedefinieerd als geen viabele tumorcellen in geresecteerde long en lymfeklieren, en gebeurtenisvrije overleving. De nu gepresenteerde resultaten hebben betrekking op het eindpunt pCR.

In de ITT-populatie werd pCR gezien in 24,0% van de patiënten in de nivolumab plus chemotherapiegroep versus 2,2% van de patiënten in de alleen-chemotherapiegroep (OR 13,94; p<0,0001). Het pCR-profijt met nivolumab werd gezien in alle subgroepen. Ook majeure pathologische respons (ten hoogste 10% viabele tumorcellen in long en lymfeklieren) was meer frequent met nivolumab plus chemotherapie dan met alleen chemotherapie (36,9% versus 8,9%), evenals ORR (53,6% versus 27,4%) en radiografische downstaging (30,7% versus 23,5%). Definitieve chirurgie kon worden uitgevoerd in 83,2% versus 75,4%. Chirurgie werd gecanceld in twee patiënten in elk van beide groepen wegens adverse events en in 12 versus 17 patiënten wegens progressie. Graad 3 of 4 TRAEs werden gezien in 33,5% versus 36,9%, en graad 3 of 4 chirurgie-gerelateerde AE in 11,4% versus 14,8%.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van nivolumab aan neoadjuvante platina-doublet chemotherapie voor resectabel NSCLC resulteerde in significante verbetering van het percentage patiënten met centraal geblindeerd beoordeelde pCR.

1.Forde PM. AACR Annual Meeting 2021; abstr. CT003

Summary: The multinational phase 3 CheckMate 816 study evaluated neoadjuvant combination of nivolumab plus platinum-doublet chemotherapy versus chemotherapy alone for resectable stage IB-IIIA NSCLC. The study met its primary pCR endpoint, with pCR in 24.0% of patients in the nivolumab plus chemotherapy arm versus 2.2% of patients in the chemotherapy alone arm (OR 13.94; p<0.0001). Addition of nivolumab to chemotherapy did not decrease resectability.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van copanlisib plus rituximab versus placebo plus rituximab voor recidiverend indolent non-Hodgkin lymfoom (0)
2021-04-10 13:29   ( Nieuws )
Tags:  CHRONOS-3 study relapsed indolent non-Hodgkin lymphoma copanlisib
Dr. Matthew MatasarRituximab-gebaseerde behandelingen zijn standaard-therapie voor recidiverend indolent non-Hodgkin lymfoom (iNHL). Copanlisib is een PI3K-remmer die als monotherapie kan worden gebruikt voor recidiverend folliculair lymfoom na tenminste twee eerdere lijnen van systemische behandeling. De multinationale fase 3-studie CHRONOS-3 randomiseerde patiënten met recidiverend iNHL 2:1 naar copanlisib plus rituximab (C+R) versus placebo plus rituximab (P+R). Dr. Matthew Matasar (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) presenteert de studie vandaag op de virtuele Annual Meeting van AACR. De studie wordt vandaag ook gepubliceerd in The Lancet Oncology.1


De studie includeerde patiënten met recidiverend iNHL die tenminste een jaar progressievrij en niet behandeld waren na hun laatste rituximab-gebaseerde therapie. De C+R groep telde 307 patiënten en de P+R groep 151. Het meest-gebruikelijke histologisch subtype was FL (60,0%), gevolgd door MZL (20,7%), SLL (10,9%), en LPL/WM (8,3%). De mediane leeftijd was 63 jaar (range 28-91). Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 19,2 jaar. De mediane PFS was 21,5 maanden in de C+R groep versus 13,8 maanden in de P+R groep (HR 0,52; p=0,00002). PFS-profijt met copanlisib werd gezien in alle onderscheiden subgroepen. De ORR was 80,8% (CRR 33,9%) met C+R versus 47,7% (CRR 14,6%) met P+R. De mediane overall survival werd in beide groepen niet bereikt. Het veiligheidsprofiel van C+R was manageable en consistent met wat bekend is van beide middelen als monotherapie.

De onderzoekers concluderen dat C+R vergeleken met P+R voor recidiverend iNHL superieure werkzaamheid had.

1.Matasar MJ, Capra M, Őzcan M et al. Copanlisib plus rituximab versus placebo plus rituximab in patients with relapsed indolent non-Hodgkin lymphoma (CHRONOS-3): a double-blind, randomised, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print


Summary: The multinational phase 3 CHRONOS-3 study randomized patients with relapsed indolent non-Hodgkin lymphoma 2:1 to copanlisib plus rituximab or placebo plus rituximab. The median PFS was 21.5 months in the copanlisib group versus 13.8 months in the placebo group (HR 0.52; p= 0.00002). The safety profile of the combination was manageable and consistent with copanlisib and rituximab as monotherapies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van aprepitant voor preventie van CINV in jonge vrouwen (0)
2021-04-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy-induced nausea and vomiting aprepitant
Chemotherapie-geïnduceerde misselijkheid en braken (CINV) is een veel-voorkomende bijwerking van chemotherapie. Een gerandomiseerde studie in vier centra in China heeft de waarde van toevoeging van aprepitant aan palonosetron en dexamethason voor preventie van CINV in jonge vrouwen (50 jaar of jonger) voor preventie van CINV onderzocht. Prof. Yu-Hong Li (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde jonge vrouwen die weinig of geen alcohol gebruikten, en FOLFOX of FOLFIRI chemotherapie kregen voor gastroïntestinale maligniteiten naar aprepitant-palonosetron-dexamethason (aprepitantgroep) of placebo-palonosetron-dexamethason (placebogroep). Aprepitant en placebo werden gegeven op dag één, twee en drie van de chemotherapie. Palonosetron en dexamethason werden gegeven op dag één. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met complete respons (CR), gedefinieerd als geen emese of rescue medicatie tijdens de overall fase van de eerste cyclus.

Onder de 248 geïncludeerde vrouwen waren 243 (125 in de aprepitantgroep en 118 in de placebogroep) evalueerbaar voor het primaire eindpunt. De gemiddelde leeftijd was 40,1 jaar (SD 7,3). De figuur laat resultaten van de studie zien. Het CR-percentage was significant hoger in de aprepitantgroep dan in de placebogroep, zowel in de overall fase (87,0% versus 66,7%; p<0,001) als in de acute fase (92,7% versus 75,8%; p=0,001) en in de late fase (88,6% versus 70,0%; p=0,001). De incidentie van adverse events was vergelijkbaar in de twee groepen (80,0% versus 81,3%; p=0,79), en er waren geen graad 3 of 4 adverse events die samenhingen met aprepitant.

De onderzoekers concluderen de toevoegen van aprepitant aan palonosetron en dexamethason resulteerde in verbetering van de CINV-profylaxe en goed verdragen werd door jonge vrouwen die FOLFOX of FOLFIRI kregen voor gastroïntestinale maligniteiten, en weinig of geen alcohol gebruikten.

1.Wang D-S, Hu M-T, Wang Z-Q et al. Effect of aprepitant for the prevention of chemotherapy-induced nausea and vomiting in women. A randomized clinical trial. JAMA Network Open 2021;4:e215250

Summary: A phase 3 study at four centers in China randomized young women (age ≤ 50 years) with a history of little or no alcohol use, who received FOLFOX or FOLFIRI chemotherapy for gastrointestinal cancer, 1:1 to aprepitant-palonosetron-dexamethasone or placebo-palonosetron-dexamethasone. Addition of aprepitant to palonosetron and dexamethasone provided increased anti-emetic efficacy and was well tolerated.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Netwerk meta-analyse van behandelingen voor niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2021-04-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  nmCPRC network meta-analysis of treatments
Prof. Caleb AlexanderVoor de behandeling van niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (nmCRPC) zijn vier middelen beschikbaar: apalutamide, enzalutamide, darolutamide, en abirateronacetaat. De middelen zijn niet head-to-head vergeleken. Een netwerk meta-analyse heeft de relatieve werkzaamheid van de vier middelen geïnventariseerd. Prof. Caleb Alexander (Johns Hopkins University, Baltimore MD) en collega’s publiceren de meta-analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de literatuur vonden de onderzoekers vijf voor het onderwerp relevante studies, met tezamen 4360 deelnemers. Abirateron was geassocieerd met het laagste risico van metastase of overlijden (versus placebo HR 0,22; 95%-cri 0,12-0,41), gevolgd door apalutamide (0,28; 0,23-0,34), enzalutamide (0,30; 0,25-0,36), en darolutamide (0,41; 0,34-0,49). Darolutamide was geassocieerd met het laagste risico van overlijden (versus placebo HR 0,69; 95% cri 0,53-0,90), gevolgd door enzalutamide (0,73; 0,61-0,87) en apalutamide (0,75; 0,59-0,95). Darolutamide was geassocieerd met het laagste risico van ernstige adverse events (versus placebo OR 1,32; 95% cri 1,02-1,70), gevolgd door enzalutamide (1,43; 1,08-1,89), apalutamide (1,58; 1,23-2,03), en abirateron (1,94; 1,17-3,22).

De onderzoekers concluderen dat darolutamide optimale werkzaamheid en veiligheid bood. Terwijl abirateron vergelijkbaar metastasevrije-overlevingsprofijt kan bieden, met kostenvoordeel vanwege generieke beschikbaarheid.

1.Wang L, Paller C, Hong H et al. Comparison of treatments for nonmetastatic castration-resistant prostate cancer: matching-adjusted indirect comparison and network meta-analysis. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: Network meta-analytic comparison comparison of four treatments for nonmetastatic castration-resistant prostate cancer found that among approved drugs darolutamide offered optimal efficacy and safety. Abiraterone acetate may offer comparable metastasis-free survival benefit, with cost-saving from generic availability.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van PD-L1 eiwit expressie tussen primaire en metastatische lesies van longcarcinoom (0)
2021-04-09 14:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC comparison of PD-L1 protein expression between primary and metastic lesions
Prof. David RimmHistochemische bepaling van PD-L1 expressie is de definitieve diagnostische test voor het geleiden van behandeling van patiënten met gevorderd-stadium niet-kleincellig longcarcinoom. Intratumorale heterogeniteit en discrepantie van PD-L1 expressie tussen primaire tumoren en metastatische lesies kan het risico van misclassificatie verhogen. Een retrospectieve studie van de database van Foundation Medicine heeft deze discrepantie geïnventariseerd. Prof. David Rimm (Yale University School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de analyse in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De analyse includeerde 8285 primaire tumoren en 6743 niet-gematchte metastatische lesies. De figuur toont de belangrijkste resultaten van de analyse. Metastatisch lesies waren meer frequent hoog-positief (tumor proportion score tenminste 50%) voor PD-L1 expressie dan primaire lesies (33,8% versus 28,4%; OR 1,28; p<0,001). Hogere expressie in metastasen dan in primaire tumoren werden gezien in monsters van lymfeklieren, pleuravocht, wekedelen, en bijnier, maar niet in monsters van lever, hersenen, en bot. Metastatische lesies van patiënten met niet-squameuze histologie hadden significant hogere waarschijnlijkheid van hoog-positiviteit voor PD-L1 expressie dan primaire tumoren (OR 1,37; p<0,001). Dit was niet het geval onder patiënten met squameuze histologie (OR 0,89; p=0,197).

De onderzoekers concluderen dat PD-L1 expressie van NSCLC over het algemeen hoger was in metastatische lesies dan in primaire tumoren.

1.Moutafi MK, Tao W, Huang R et al. Comparison of programmed death-ligand 1 protein expression between primary and metastatic lesions in patients with lung cancer. J ImmunoTher Cancer; epub ahead of print

Summary: Retrospective analysis of the Foundation Medicine, Inc clinical database investigated discrepancy of PD-L1 protein expression between primary NSCLC tumors and unmatched metastatic lesions. Metastatic lesions werd more frequently high positive (tumor proportion score at least 50%) for PD-L1 expression than primary lesions among patients with non-squamous histology (OR 1.37; p<0.001) but not among patients with squamous histology (OR 0.89; p=0.197).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter placebo-gecontroleerde fase 2b-studie van anlotinib voor gevorderd medullair schildkliercarcinoom (0)
2021-04-09 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ALTER 01031 study advanced metastatic medullary thyroid carcinoma anlotinib
Prof. Ming GaoVergeleken met gedifferentieerd schildkliercarcinoom is medullair schildkliercarcinoom (MTC) geassocieerd met een slechte prognose. Anlotinib is een nieuwe multitarget (VEGFR, PDGFR, FGFR, en c-Kit) tyrosinekinaseremmer. De multicenter dubbelblinde placebogecontroleerde fase 2b-studie ALTER 01031 in China heeft anlotinib voor lokaal-gevorderd of metastatisch MTC geëvalueerd. Prof. Ming Gao (Medische Universiteit van Tianjin) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1



De studie includeerde 91 patiënten met niet-resectabel gevorderd MTC. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar anlotinib 12 mg eenmaal daags gedurende de eerste twee van elke drie weken, of placebo. Patiënten in de placebogroep konden na progressie overgaan op anlotinib. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De mediane PFS was 20,7 maanden in de anlotinibgroep versus 11,1 maanden in de placebogroep (HR 0,53; p=0,029). De ORR in de anlotinibgroep was 48,4%. De incidentie van treatment-related adverse events was 100% in de anlotinibgroep en 89,7% in de placebogroep. De meest-gerapporteerde TRAEs (any grade) waren palmair-plantair erythrodysesthesiesyndroom (62,9% van de patiënten), proteïnurie (61,3%), en hypertriglyceridemie (48,4%).

De onderzoekers concluderen dat anlotinib werkzaam was voor lokaal-gevorderd of metastatisch MTC. De veiligheid was manageable.

1.Li D, Chi Y, Chen X et al. Anlotinib in locally advanced or metastatic medullary thyroid carcinoma: a randomized, double-blind phase IIB trial. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter placebo-controlled phase 2b ALTER 01031 study in China found efficacy and safety of the multitarget tyrosine kinase inhibitor anlotinib for locally advanced or metastatic medullary thyroid carcinoma. The toxicity was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Management en uitkomsten van mannen met een diagnose primair mammacarcinoom (0)
2021-04-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  male breast cancer management and outcomes
Dr. Rachel JimenezMinder dan 1% van alle mammacarcinomen wordt gezien in mannen. Dit resulteert in gebrek aan gegevens over management en uitkomsten van male breast cancer (MaBC). Een studie van Massachusetts General Hospital en Brigham and Women’s Hospital/Dana Farber Cancer Institute en geaffilieerde ziekenhuizen in Boston heeft management en uitkomsten van MaBC geïnventariseerd. Dr. Rachel Jimenez en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1



De studie includeerde 100 MaBC-patiënten die tussen begin 2000 en eind 2017 in Boston werden behandeld. Ongeveer één op de drie patiënten had tenminste drie maanden delay to presentation, niet geassocieerd met slechtere overleving. Drieëntachtig patiënten ondergingen mastectomie als definitieve chirurgische behandeling, 46 patiënten kregen adjuvante radiotherapie, en 37 patiënten kregen chemotherapie. Van de 82 patiënten met hormoon-receptor positieve ziekte kregen 77 (94%) endocriene therapie. Achtenvijftig patiënten ondergingen genetisch-testen, met positieve uitslag in 15 (26%). De mediane follow-up was 112 maanden (range 1-220). De vijf-jaars OS-, BCSS-, DFS-, en LRF-percentages waren 91,5%; 96,2%; 86%, en 4,8%.

De onderzoekers concluderen dat de meerderheid van de patiënten in deze studie standard of care therapie kregen, en goede oncologische uitkomsten hadden.

1.Johnson AE, Coopey SB, Spring LM et al. Management and outcomes of men diagnosed with primary breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A study in Boston found that the majority of men diagnosed with primary breast cancer received standard of care therapy and experienced excellent oncologic outcomes. Penetration for genetic testing improved over time.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

CNS-ziektecontrole met craniële bestraling en ICIs versus chemotherapie voor hersenmetastasen van NSCLC (0)
2021-04-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC BMs CNS disease control with cranial radiotherapy and ICIs versus chemotherapy
Dr. Sally LauImmuuncheckpointremmers (ICIs) hebben goede systemische activiteit als eerstelijns behandeling voor metastatisch EGFR/ALK-wildtype niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC). De rol van ICIs voor hersenmetastasen (BMs) van NSCLC is echter niet duidelijk. Een retrospectieve studie van Princess Margaret Cancer Centre (Toronto) heeft eerstelijns ICIs vergeleken met chemotherapie voor patiënten die craniële radiotherapie kregen voor BMs van EGFR/ALK-wildtype NSCLC. Dr. Sally Lau en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 36 ICI-behandelde en 33 chemotherapie-behandelde patiënten met baseline CNS-metastasen. Op twee patiënten in de chemotherapiegroep na kregen alle patiënten baseline craniële radiotherapie. De CNS-ziektelast was hoger in de ICI-groep dan in de chemotherapiegroep: 22% versus 0% had meer dan tien lesies (p=0,02) . Op het moment van progressie werd CNS-betrokkenheid gezien in 30% van de patiënten in de ICI-groep versus 64% van de patiënten in de chemotherapiegroep (p=0,02). De intracraniële progressievrije overleving was beter in de ICI-groep dan in de chemotherapiegroep (mediaan 13,5 versus 8,4 maanden); het verschil bleef significant in multivariate analyse (HR 1,9; 95%-bti 1,1-3,4). De superieure CNS-uitkomsten met ICIs werden gedreven door patiënten met NSCLC met hoge PD-L1-expressie: de twaalf-maands cumulatieve incidentie van CNS-progressie was 19% in de ICI-behandelde patiënten met NSCLC met PD-L1 expressie 50% of hoger, 50% in de ICI-behandelde patiënten met NSCLC met lagere PD-L1 expressie, en 58% in de patiënten die chemotherapie kregen (p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat baseline craniële radiotherapie plus ICI-behandeling resulteerde in opmerkelijke CNS-ziektecontrole in patiënten met BMs van NSCLC met hoge expressie van PD-L1.

1.Lau SCM, Poletes C, Le LW et al. Durability of CNS disease control in NSCLC patients with brain metastases treated with immune checkpoint inhibitors plus cranial radiotherapy. Lung Cancer 2021.04.006

Summary: A retrospective study in Canada compared ICIs versus chemotherapy for CNS disease control in patients receiving baseline cranial radiotherapy for brain metastases from NSCLC. The 12-month cumulative incidence rate of CNS progression was 19% in ICI-treated patients with NSCLC with PD-L1 expression 50% or higher, 50% in ICI-treated patients with lower PD-L1 expression, and 58% in patients receiving chemotherapy (p=0,03).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)