Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Meta-analyse van craniële stereotactische radiochirurgie voor hersentumoren en arterioveneuze malformaties in kinderen (0)
2024-10-12 12:00   ( Nieuws )
Tags:  pediatric cranial SRS
Dr. Erin MurphyEr is slechts beperkte informatie beschikbaar over gebruik en werkzaamheid van craniële stereotactische radiochirurgie (SRS) in pediatrische patiënten. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft lokale controle na craniële SRS voor hersentumoren en arterioveneuze malformaties (AVM) in kinderen geïnventariseerd. Dr. Erin Murphy (Taussig Cancer Center, Cleveland OH) en collega’s publiceren de analyse in Neuro-Oncology.1

In de literatuur tussen begin 1989 en eind 2021 identificeerden de onderzoekers na exclusie van niet-klinische rapporten, expertopinies, commentare, en overzichtsartikelen 68 voor het onderwerp relevante studies met tenminste vijf pediatrische patiënten. Deze studies telden tezamen 400 patiënten met hersentumoren en 5119 patiënten met AVM die craniële SRS ondergingen. De behandeling resulteerde in lokale controle in 89% (95%-bti 82-95) van de patiënten met benigne tumoren, 71% (59-82) van de patiënten met maligne tumoren, en 65% (60-69) van de patiënten met AVM. Er werden geen significante associaties gezien tussen patiënt-, tumor-, of behandelingsgerelateerde variabelen en lokale controle.

De onderzoekers concluderen dat craniële SRS resulteerde in acceptabele percentages lokale controle in hersentumoren en AVM in pediatrische patiënten.

1.Murphy ES, Sahgal A, Regis J et al. Pediatric cranial stereotactic radiosurgery: meta-analysis and International Stereotactic Radiosurgery Society practice guidelines. Neuro-Oncology 2024.noae204

Summary: Meta-analysis of 68 studies (400 patients) found that cranial SRS provided acceptable rates of local control in pediatric patients with brain tumors and arteriovenous malformation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van BMS-986156 met ipilimumab of nivolumab met of zonder SABR voor gevorderde solide maligniteiten (0)
2024-10-11 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BMS-986156 advanced solid malignancies
Prof. David HongBMS-986156 is een agonist van het glucocorticoïde-geinduceerde TNFR-gerelateerd eiwit, en bevordert de activering van T-effectorcellen. Een fase 1-2 studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de combinatie van BMS-986156 met ipilimumab of nivolumab met of zonder stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) voor gevorderde solide maligniteiten geëvalueerd. Prof. David Hong en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde patiënten met histologisch-bevestigde stadium IV maligniteiten die resistent waren tegen standaard-behandelingen. Patiënten in groep 1 (n=20) kregen vier drie-weekse cycli van ipilimumab plus BMS-986156; patiënten in groep 2 (n=10) kregen vier drie-weekse cycli van ipiliumab plus BMS-986156 met SABR; patiënten in groep 3 (n=20) kregen vier vier-weekse cycli van nivolumab plus BMS-986156 met SABR. Alle patiënten kregen tot twee jaar onderhoudsbehandeling met nivolumab. Tumor-responsen werden iedere één tot drie maanden bepaald.

De patiënten kregen mediaan drie (IQR 2-4,25) cycli behandeling. BMS-986156 werd in dosering 100 mg samen met ipilimumab goed verdragen, met 5 patiënten die tot discontinuering leidende treatment-related adverse events hadden. Zes patiënten hadden graad 3 TRAEs; er waren geen graad 4 of 5 TRAEs. De figuur laat de werkzaamheidsuitkomsten zien (A: alle patiënten; B en C: groepen met SABR). Onder de 39 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten hadden negentien (48,7%) stabiele ziekte en drie (7,7%) partiële respons. Abscopale ziektecontrole werd gezien in 38,5% en abscopale respons in 7,7% met de hoogste werkzaamheid in groep 3: abscopale ziektecontrole in 50% en abscopale respons in 11,1%.

De onderzoekers concluderen dat BMS-986156 met ipilimumab of nivolumab met of zonder SABR goed verdragen werd en bemoedigende activiteit had onder patiënten met gevorderde solide maligniteiten.

1.Chang JY, Xu X, Shroff GS et al. Phase I/II study of BMS-986156 with ipilimumab or nivolumab with or without stereotactic ablative radiotherapy in patients with advanced solid malignancies. J ImmunoTher Cancer 2024-009975

Summary: A phase 1-2 trial at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that BMS-986156 with ipilimumab or nivolumab with or without SABR was well tolerated and had encouraging activity among patients with advanced solid malignancies resistant to standard treatments.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid en veiligheid van nadunolimab plus chemotherapie voor gevorderd of metastatisch pancreascarcinoom (0)
2024-10-11 13:30   ( Nieuws )
Tags:  LA M PDAC nadunolimab plus chemotherapy
Prof. Eric van CutsemOpregulering van de interleukine-route speelt een rol bij progressie en therapie-resistentie van pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC). Nadunolimab is een op IL-1 receptor accessory protein (IL1RAP) gericht antilichaam. Een multinationale studie heeft werkzaamheid en veiligheid van eerstelijns nadunolimab plus gemcitabine en nab-paclitaxel (GN)-chemotherapie voor lokaal-gevorderd of metastatisch (LA/M) PDAC geïnventariseerd. Prof. Eric van Cutsem (KU Leuven, België) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 63 patiënten met niet-eerder behandeld LA/M PDAC (mediane leeftijd 63 jaar; range 43-89; 42% vrouwen; 97% metastatische ziekte; 9% na adjuvante chemotherapie). De patiënten kregen nadunolimab in vier doseringen uiteenlopend van 1,0 tot 7,5 mg per kg iedere twee weken met standaard GN. Het primaire eindpunt van de studie was veiligheid. De meest-frequente graad 3 of hoger adverse event was neutropenie (66% van de patiënten; vooral tijdens de eerste cyclus). Infusiereacties werden gezien in 29% (graad 3 in 3%). Slechts één patiënt had graad ≥ 3 perifere neuropathie. Er waren geen opvallende verschillen in veiligheid of werkzaamheid tussen de vier doseringsgroepen. De mediane progressievrije overleving was 7,2 maanden (95%-bti 5,2-8,5) en de mediane overall survival was 13,2 maanden (10,6-15,5) met een één-jaars overlevingspercentage van 58%. De werkzaamheid was beter in patiënten met hoog versus laag baseline Il1RAP-expressie van de tumor (mediane OS 14,2 versus 10,6 maanden; p=0,026).

De onderzoekers concluderen dat nadunolimab in combinatie met GN veelbelovende werkzaamheid en manageable veiligheid had onder patiënten met LA/M PDAC.

1.Van Cutsem E, Collignon J, Eefsen RL et al. Efficacy and safety of the anti-IL1RAP antibody nadunolimab (CAN04) in combination with gemcitabine and nab-paclitaxel in patients with advanced/metastatic pancreatic cancer. Clin Cancer Res 2024; epub ahead of print

Summary: A multinational study found promising efficacy and manageable safety of first-line nadunolimab plus gemcitabine and nab-paclitaxel chemotherapy among patients with locally advanced or metastatic PDAC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van rokers die melanoom ontwikkelen: systematisch overzicht en meta-analyse (0)
2024-10-11 12:00   ( Nieuws )
Tags:  outcomes of melanoma in smokers
Prof. John ThompsonEr is overtuigend bewijs dat de incidentie van melanoom substantieel lager is onder rokers van sigaretten dan onder niet-rokers. De uitkomsten na een diagnose melanoom onder rokers zijn echter niet goed bekend. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft deze uitkomsten geïnventariseerd. Prof. John Thompson (Melanoma Institute Australia, Sydney) en collega’s publiceren de analyse in eClinicalMedicine.1

In de literatuur tot 11 maart 2024 identificeerden de onderzoekers 46 voor het onderwerp relevante studies. De studies telden tezamen 164.166 melanoompatiënten, onder wie 70.766 ever-smokers. De figuur laat zien dat overlijden aan melanoom 33% hoger was onder de current-smokers dan onder de never-smokers (HR 1,33; p=0,0002) terwijl er geen verschil was tussen former-smokers en never-smokers wat betreft het risico van overlijden aan melanoom (HR 1,04; p=0,52). Current-smokers hadden een hoger risico van schildwachtklier-positiviteit dan never-smokers (HR 1,35; p=0,001). Ever-smokers hadden een hoger risico van complicaties van schildwachtklier-biopsie (OR 2,0; p=0,0001) en lymfeklier-dissectie (OR 1,7; p=0,0007) dan never-smokers.

De onderzoekers concluderen dat current smokers een hoger risico hebben van overlijden na een diagnose melanoom dan never smokers, terwijl dit risico niet verhoogd is onder former-smokers.

1.Friedman EB, Williams GJ, Lo SN, Thompson JF. Outcomes for smokers who develop melanoma: a systematic review and meta-analysis. eClinMed 2024.102872

Summary: Systematic review and meta-analysis of 46 studies found that current smokers are more likely to die from their melanoma, while former-smokers appear to have similar risks to never-smokers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van toevoegen van perioperatief camrelizumab en rivoceranib aan chemotherapie voor lokaal-gevorderd G/GEJ-carcinoom (0)
2024-10-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DRAGON IV CAP 05 trial
Prof. Chen LiStandaard-behandeling voor lokaal gevorderd adenocarcinoom van maag of slokdarm-maagovergang (LA G/GEJ adenocarcinoom) is perioperatieve chemotherapie. De multicenter fase 3-studie DRAGON IV/CAP 05 in China heeft toevoegen van camrelizumab (anti-PD-1) en rivoceranib (VEGFR2-remmer) aan S-1 en oxaliplatine (SOX)-chemotherapie geëvalueerd. Prof. Li Chen (Shanghai Jiao Tong Universiteit) en collega’s publiceren resultaten van de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met LA G/GEJ adenocarcinoom die perioperatief 1:1:1 werden gerandomiseerd naar camrelizumab plus lage-dosering rivoceranib plus SOX (SOXRC), hoge-dosering rivoceranib plus SOX (SOXR), of alleen SOX. De SOXR-groep werd voortijdig gesloten op grond van waargenomen toxiciteit in de eerste behandelde patiënten. De nu gepubliceerde analyse betreft de pathologische respons in de SOXRC-groep (n=180) en de SOX-groep (n=180).


In de SOXRC-groep en de SOX-groep kregen 99% respectievelijk 98% van de patiënten neoadjuvante therapie, voltooiden 91% respectievelijk 94% de geplande neoadjuvante therapie, en ondergingen 86% respectievelijk 87% chirurgie. De figuur laat zien dat het percentage patiënten met pathologisch complete respons 18,3% was in de SOXRC-groep versus 5,0% in de SOX-groep (OR 4,5; p<0,0001). Chirurgische complicaties werden gezien in 27% van de patiënten in de SOXRC-groep en 33% in de SOX-groep, en graad 3 of hoger met de neoadjuvante behandeling samenhangende adverse events in 34% respectievelijk 17%.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van camrelizumab plus lage dosering rivoceranib aan neoadjuvante SOX-chemotherapie voor LA G/GEJ adenocarcinoom resulteerde in significante verhoging van het percentage patiënten met pathologisch complete respons.

1.Li C, Tian Y, Zheng Y et al. Pathologic response of phase III study: perioperative camrelizumab plus rivoceranib and chemotherapy versus chemotherapy for locally advanced gastric cancer (DRAGON IV/CAP 05). J Clinc Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 DRAGON IV/CAP05 trial in China found that addition of camrelizumab plus low-dose rivoceranib to neoadjuvant S-1 plus oxaliplatin chemotherapy resulted in significant improvement of the pCR-rate, with a tolerable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn genezingspercentages met adjuvant nivolumab of ipilimumab na resectie van stadium III of IV melanoom (0)
2024-10-10 13:30   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 238 and EORTC 18071 resected stage III IV melanoma NIVO or IPI
Dr. Peter MohrStandaard-behandelingen na resectie van stadium III of IV melanoom zijn adjuvant nivolumab (NIVO) en adjuvant ipilimumab (IPI). Een gecombineerde analyse van de multinationale fase 3-studies CheckMate 238 (NIVO versus IPI) en EORTC 18071 (IPI versus placebo) heeft met mixture cure models (MCMs) genezingspercentages met NIVO of IPI geïnventariseerd. Dr. Peter Mohr (Elbe Kliniken Buxtehude, Duitsland) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1




In de nu gepubliceerde analyses werden genezen patiënten gedefinieerd als patiënten zonder recidief en met een mortaliteitsrisico gelijk aan dat in de algemene bevolking, en niet-genezen patiënten als patiënten met verhoogd risico van recidief en mortaliteit. De figuur toont de estimated cure rates in de twee studies. In CheckMate 238 waren de geschatte genezingspercentages 48,3% (95%-bti 41,8-54,0) met NIVO en 38,2% (32,7-44,1) met IPI. In EORTC 18071 waren de geschatte genezingspercentages 38,0% (95%-bt 32,1-44,2) met IPI en 29,2 (24,4-34,6) met placebo. In indirecte vergelijk van de twee studies was de kans op genezing significant hoger met NIVO dan met placebo (OR 2,33; 95%-bti 1,49-3,65).

De onderzoekers concluderen dat de analyse laat zien dat zowel adjuvant NIVO als adjuvant IPI resulteerde in hogere genezingspercentages dan placebo, en dat NIVO resulteerde in het hoogste genezingspercentage.

1.Weber JS, Middleton MR, Yates G et al. Estimating long-term survivorship rates among patients with resected stage III/IV melanoma: analyses from CheckMate 238 and European Organisation for Research and Treatment of Cancer 18701 trials. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Combined analyses of CheckMate 238 and EORTC 18071 found that after resection of stage III or IV melanoma, both adjuvant nivolumab and adjuvant ipilimumab resulted in higher estimated cure rates than placebo, whereas adjuvant nivolumab provided the highest cure rate.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen luchtverontreiniging en incidentie van mammacarcinoom in de Multiethnic Cohort Study (0)
2024-10-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  MEC air pollution and breast cancer incidence
Prof. Anna WuRecente studies suggereren dat blootstelling aan fijnstof (PM2.5) een risicofactor is voor mammacarcinoom (BC), maar het is niet duidelijk in hoeverre dit het geval is onder vrouwen van uiteenlopende rassen en etniciteiten. Een analyse in het cohort van de MultiethnicCohort (MEC) Study heeft de associatie tussen PM2.5-blootstelling en het BC-risico geïnventariseerd. Prof. Anna Wu (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1


Het cohort bestaat uit 58.358 vrouwen in Californië onder wie 70% Afrikaans-Amerikanen en Latinas. Tijdens gemiddeld 19,3 jaar follow-up werd BC gediagnostiseerd in 3524 deelnemers. Time-varying blootstelling aan PM2.5 werd bepaald aan de hand van satelliet-waarnemingen van de woonplaatsen van de deelnemers. Deze blootstelling was geassocieerd met statistisch significant verhoogd BC-risico: per toename met 10 μg/m3 HR 1,28 (95%-bti 1,08-1,51). Er waren geen aanwijzingen voor heterogeniteit in de associaties tussen verschillende rassen/etniciteiten en hormoonreceptorstatus. Familiegeschiedenis van BC liet wel aanwijzingen voor heterogeniteit in de PM2.5-associaties zien (p voor heterogeniteit 0,046). In meta-analyse van MEC en tien andere prospectieve cohorten was blootstelling aan PM2.5 eveneens geassocieerd met verhoogd BC-risico: per toename met 10 mg/m3 HR 1,05 (p=0,064).

De onderzoekers concluderen dat blootstelling aan PM2.5 een risicofactor is voor BC, zonder impact van ras/etniciteit op de associatie.

1.Wu AH, Wu J, Tseng C et al. Air pollution and breast cancer incidence in the Multiethnic Cohort Study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Analysis among participants of the Multiethnic Cohort Study found that PM2.5 exposure is a risk factor for breast cancer among women, with no evidence of heterogeneity in associations by race and ethnicity and hormone receptor status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prof. Willem Fibbe eerste hoofdredacteur van Blood Immunology and Cellular Therapy (0)
2024-10-09 15:29   ( Nieuws )
Tags:  Blood ICT
Prof. WIllem FibbeBlood Immunology and Cellular Therapy (Blood ICT) is een nieuwe uitgave van de American Society of Hematology (ASH), die vanaf 2025 zal verschijnen. ASH maakte vandaag bekend dat prof. Willem Fibbe (emeritus hoogleraar Hematologie, in het bijzonder stamcelbiologie, van het Leids Universitair Medisch Centrum) de eerste editor-in-chief van Blood ICT wordt. Een andere nieuw uitgave is Blood Red Cells and Iron (Blood RCI), met als eerste editor-in-chief prof. Patrick Gallagher (The Ohio State University, Columbus). ASH-president Mohandas Narla betoont zich excited to welcome two new journals led by Drs. Fibbe and Gallagher who will bring their unique expertise and vision to the Blood journals.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)