Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Real-world eerstelijns behandelingen voor aNSCLC met ex20ins vergeleken met amivantamab-chemotherapie in PAPILLON (0)
2025-04-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NECTAR trial
Prof Christos ChouaidIn de multinationale fase 3-studie PAPILLON resulteerde de eerstelijns combinatie van amivantamab plus carboplatine en pemetrexed (ACP) in superieure werkzaamheid vergeleken met carboplatine-pemetrexed in patiënten met gevorderd of metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) met EGFR exon 20 insertiemutaties (ex20ins). De multinationale retrospectieve NECTAR-studie evalueerde real-world (RW) eerstelijns behandelingen voor ex20ins aNSCLC vergeleken met ACP. Prof. Christos Chouaid (Centre Hospitalier Intercommunal de Créteil, Frankrijk) en collega’s publiceren in Lung Cancer resultaten van NECTAR.1

NECTAR includeerd 208 RW-patiënten in Engeland, Frankrijk, en de Verenigde Staten die tussen begin 2012 en eind 2023 eerstelijns behandelingen kregen voor ex20ins aNSCLC. De meest-gebruikte behandelingen waren platina-gebaseerde chemotherapie (33,7%), platina plus immuuntherapie (23,1%), alleen EGFR-TKIs (15,4%), platina plus VEGF-remmers (11,1%), en alleen immuuntherapie (7,7%). Vergeleken met platina-gebaseerde chemotherapie was geen van de genoemde behandelingen geassocieerd met betere overall survival (OS), tijd tot volgende behandeling (TTNT), en progressievrije overleving (PFS) met als uitzondering platina plus VEGF-remmers voor TTNT en PFS, en platina plus immuuntherapie voor TTNT. In indirecte vergelijkingen was ACP geassocieerd met significant betere OS vergeleken met de gepoolde RW-behandelingen (HR 0,,48; p<0,001), platina-gebaseerde chemotherapie (HR 0,48; p=0,003), platina plus immuuntherapie (HR 0,41; p=0,003), en alleen EGFR-TKI (HR 0,48; p=0,055). De resultaten voor TTNT en PFS waren vergelijkbaar met die voor OS.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met EGFR ex201ins aNSCLC eerstelijns ACP superieur was aan gebruikelijke RW-behandelingen.

1.Chouaid C, Bosquet L, Knott C et al. Real-world frontline treatments in patients with advanced non-small-cell lung cancer harboring epidermal growth factor receptor exon 20 insertions and adjusted comparisons versus amivantamab plus chemotherapy from the PAPILLON study. Lung Cancer 2025.108548

Summary: The multinational retrospective NECTAR study found that in patients with EGFR ex20ins mNSCLC, frontline amivantamab-carboplatin-pemetrexed was superior to common real-world treatments, highlighting the need for practice change.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van fase 2-studie van hoge versus standaard RT-dosering voor beperkt-stadium SCLC (0)
2025-04-21 13:30   ( Nieuws )
Tags:  LS-SCLC thoracic radiotherapy
Prof. Bjørn Henning GrønbergChemoradiotherapie is de standaard-behandeling voor beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom (LS-SCLC). In de meerderheid van de patiënten wordt na verloop van tijd recidief gezien. Een gerandomiseerde fase 2-studie in Noorwegen, Denemarken, en Zweden heeft tweemaal daags thorax-radiotherapie (TRT) 60 Gy in 40 fracties vergeleken met het standaard-schema van 45 Gy in 30 fracties. Prof. Bjørn Henning Grønberg (Noorse Universiteit van Wetenschap en Technologie, Trondheim) en collega’s publiceren lange-termijn uitkomsten van de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met een ECOG performance status 2 of beter die 1:1 werden gerandomiseerd naar TRT 60 of 45 Gy, met vier cycli platina-etoposide chemotherapie en optioneel profylactische craniële bestraling in responders. De mediane leeftijd van de 170 gerandomiseerde patiënten (60 Gy, n=89; 45 Gy, n=81) was 65 jaar, 31% was 70 jaar of ouder, 89% had performance status 0 of 1, en 83% had stadium III ziekte. De mediane overall survival was 43,5 maanden in de 60 Gy-groep vergeleken met 22,5 maanden in de 45 Gy-groep (HR 0,68; p=0,037). Acute graad 3 of 4 oesofagitis werd gezien in 21% van de patiënten in de 60 Gy-groep en 18% van de patiënten in de 45 Gy-groep (p=0,83) en graad 3 of 4 pneumonitis in 3% versus 0 (p=0,39). Twee patienten, beiden in de 60 Gy-groep, ontwikkelden oesofagusstricturen. Lange-termijn ernstige slikdysfunctie werd gezien in vijf patiënten n de 60 Gy-groep en zes patiënten in de 45 Gy-groep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met LS-SCLC tweemaal-daags TRT van 60 Gy in 40 fracties goed werd verdragen en resulteerde in langere overleving vergeleken met 45 Gy in 30 fracties.

1.Grønberg BH, Toftaker Killingberg K, Fløtten O et al. High-dose versus standard dose twice-daily thoracic radiotherapy in limited stage small-cell lung cancer: final survival data, long-term toxicity and relapse patterns in a randomised, open-label, phase II trial. J Thor Oncol 2025.04.007

Summary: A randomized phase 2 trial in Scandinavia found that among patients with LS-SCLC, chemoradiotherapy with twice-daily thorax radiotherapy of 60 Gy/40 fractions was well tolerated and prolonged survival compared with 45 Gy/30 fractions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world uitkomsten met eerstelijns osimertinib versus afatinib voor mNSCLC met ongebruikelijke EGFR-mutaties (0)
2025-04-21 12:00   ( Nieuws )
Tags:  mNSCLC with uncommon EGFR mutations first-line osimertinib versus afatinib
Dr. Adam BarsoukEr is weinig informatie beschikbaar over werkzaamheid van verschillende TKIs voor patiënten met metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) met ongebruikelijke EGFR-mutaties gedefinieerd als mutaties anders dan L858R en exon19del. Een retrospectieve studie in twaalf centra in de Verenigde Staten heeft real-world uitkomsten met eerstelijns osimertinib vergeleken met eerstelijns afatinib voor deze patënten geïnventariseerd. Dr. Adam Barsouk (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

Tussen begin 2015 en eind 2021 kregen in de twaalf instituten 52 patiënten met mNSCLC met ongebruikelijke EGFR-mutaties eerstelijn osimertinib (n=32) of afatinib (n=20). Twintig patiënten (38%) hadden G719X-mutatie, twaalf patiënten (23%) hadden L861Q-mutatie, vijf patiënten (10%) hadden S768I-mutatie, en 34 patiënten (65%) hadden compound mutaties. Onder de patiënten met G719X-mutatie was eerstelijns afatinib vergeleken met osimertinib geassocieerd met langere tijd tot discontinuering (mediaan 20,3 maanden versus 9,4 maanden; p=0,047) en langere overall survival (mediaan 42,3 maanden versus 17,4 maanden; p=0,043). Onder patiënten met L861Q-mutatie was osimertinib geassocieerd met langere tijd tot discontinuering dan afatinib (mediaan 7,2 versus 1,3 maanden; p=0,004), zonder significant verschil in overall survival (mediane 18,9 versus 12,7 maanden; p=0,215). Onder de patiënten met compound mutaties was osimertinib geassocieerd met langere tijd tot discontinuering (p=0,037) en overall survival (p=0,042) dan afatinib.

De onderzoekers concluderen dat voor patiënten met ongebruikelijke EGFR-mutaties wellicht specifieke op de mutatie toegesneden behandelingsaanbevelingen zouden moeten krijgen.

1.Barsouk A, Elghawy O, Watts A et al. Osimertinib vs afatinib in 1L therapy of atypical EGFR-mutated metastatic non-small cell lung cancer (mNSCLC): a multi-institution, real-world survival analysis. Lung Cancer 2025.108551

Summary: A multicenter study in the USA found that patients with mNSCLC with uncommon EGFR mutations may warrant distinct treatment recommendations based on the specific mutation(s) identified.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van atezolizumab plus chemotherapie voor gevorderd nsqNSCLC in patiënten met nierfunctiestoornis (0)
2025-04-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  RESTART trial advanced nonsquamous NSCLC renal impairment
Dr. Isamu OkamotoDe standaard-behandeling voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) zonder bekende driver oncogenen is platina-gebaseerde chemotherapie plus immuuncheckremming. De meeste fase 3-studies van deze combinatie hebben patiënten met nierfunctiestoornis geëxcludeerd, zodat er weinig prospectieve evidentie is voor de werkzaamheid van de combinatie in deze patiënten. De multicenter fase 2-studie RESTART in Japan heeft atezolizumab plus carboplatine en nab-paclitaxel voor niet-squameus aNSCLC in patiënten met gestoorde nierfunctie geëvalueerd. Dr. Isamu Okamoto (Kyushu Universiteit, Fukuoka) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

RESTART werd uitgevoerd in dertien centra in Japan. De studie includeerde chemotherapie-naïeve patiënten met niet-squameus NSCLC en een creatinineklaring (CCr) tussen 15 en 45 ml/min. De patiënten kregen vier cycli van atezolizumab plus chemotherapie, gevolgd door atezolizumab onderhoud. Het primaire eindpunt was objective response rate. De mediane leeftijd van de 25 geïncludeerde patiënten was 78 jaar (range 63-83) en de mediane CCr was 38,0 ml/min (range 19,0-44,3). Er waren geen patiënten die overleden of hemodialyse nodig hadden. In twee patiënten (8%) verslechterde de chronische nierziekte transiënt tot graad 4. De ORR was 36,0% (60%-bti 28,4-44,4), waarmee niet voldaan werd aan de criteria voor het primaire eindpunt. De mediane progressievrije overleving was 7,1 maanden en de mediane overall survival was 19,9 maanden.

De onderzoekers concluderen dat carboplatine plus nab-paclitaxel en atezolizumab een potientieel feasible optie is voor niet-squameus aNSCLC in patiënten met gestoorde nierfunctie.

1.Shiraishi Y, Shimose T, Tobino K et al. Atezolizumab with carboplatin plus nab-paclitaxel combination therapy for advanced nonsquamous non-small cell lung cancer with impaired renal function: a multicenter, single-arm phase 2 trial (RESTART, LOGiK 2002). Lung Cancer 2025.108543

Summary: The multicenter phase 2 RESTART trial in Japan found that the combinationa of carboplatin plus nab-paclitaxel with atezolizumab is a potentially feasible treatment option for advanced nonsquamous NSCLC in patients with renal impairment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van risico van volgend primair longcarcinoom in overlevers van specifieke maligniteiten (0)
2025-04-20 12:00   ( Nieuws )
Tags:  cancer survivors risk of second primary lung cancer
Dr. Iakovos ToumazisPersoonlijke geschiedenis van een maligniteit is een onafhankelijke risicofactor voor het ontwikkelen van longcarcinoom, hoewel deze geschiedenis geen factor is in de Amerikaanse longcarcinom screening (LCS) richtlijnen. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (MDACC, Houston TX) heeft het risico van longcarcinoom geïnventariseerd onder overlevers van 24 specifieke maligniteiten gestratificeerd naar hun LCS eligibiliteits-status. Dr. Iakovos Toumazis en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

Op basis van gegevens in de Patient History Database van MDACC vonden de onderzoekers dat overlevers van maligniteiten van long, hoofd en hals (H&N), blaas, cervix, borst, en prostaat een significant hoger risico hadden van het ontwikkelen van volgend longcarcinoom dan overlevers van alle typen maligniteiten tezamen. De risico-ratio’s liepen uiteen van 1,14 (95%-bti 1,00-1,28) voor overlevers van prostaatcarcinoom tot 2,9 (2,58-3,26) voor overlevers van H&N carcinoom. Overlevers van andere maligniteiten dan eerste primaire long-, H&N-, en blaascarcinoom die volgens de richtlijnen niet in aanmerking kwamen voor LCS hadden significant hoger risico van het ontwikkelen van longcarcinoom dan overlevers van andere typen maligniteiten.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van maligniteiten van long, H&N, blaas, cervix, borst en prostaat een hoog risico hebben van het ontwikkelen van volgend longcarcinoom. Specifiek, een persoonlijke geschiedenis van H&N en blaascarcinoom, zelfs onder personen die niet in aanmerking komen voor LCS, is geassocieerd met een hoog risico van longcarcinoom.

1.Nofal S, Ostrin EJ, Zhang J et al. Risk of second primary lung cancer among cancer survivors stratified by the site of first primary cancer and the lung cancer screening eligibility status. Int J Cancer 2025.35452

Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that survivors of lung, head and neck, bladder, cervical, breast, and prostate cancer have a higher risk of developing primary lung cancer compared with survivors of other cancer types.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van factoren geassocieerd met ziekteprogressie na discontinuering van ICIs wegens irAEs in aNSCLC (0)
2025-04-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced non-small cell lung cancer long-term disease control after discontinuation of ICIs
Dr. Mark AwadEr is geen duidelijkheid over factoren die geassocieerd zijn met ziekteprogressie onder patiënten die immuuncheckpointremmers (ICIs) discontinueren vanwege immuun-gerelateerde bijwerkingen (irAEs). Een retrospectieve studie van Dana-Farber Cancer Institute (Boston, MA) en Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) heeft deze factoren onder patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) geïnventariseerd. Dr. Mark Awad (MSKCC) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

Onder 2794 patiënten van beide instituten die ICIs kregen voor aNSCLC waren er 271 (10%) die ICIs discontinueerden wegens irAEs, na mediaan 5,9 maanden (range 0,03-73,5) behandeling. Langere duur van behandeling voor discontinuering was geassocieerd met betere post-discontinuering uitkomsten: onder patiënten met ICI-behandeling korter dan 3 maanden (n=89), 3 tot 6 maanden (n=49), en langer dan 6 maanden was de mediane post-discontinuering PFS 6,2 respectievelijk 13,9 en 25,8 maanden (p<0,001) en de mediane post-discontinuering OS 21,7 respectievelijk 42,7 en 86,9 maanden (p<0,001). In multivariabele analyses waren voorspellers van langere post-discontinuering PFS PD-L1 ≥ 50%, complete of partiële respons, en duur van behandeling voor discontinuering langer dan 3 maanden; voorspellers van langere post-discontinuering OS waren niet-squameuze histologie, complete of partiële respons, en duur van behandeling voor discontinuering langer dan 6 maanden. Gebruik van immuunsuppressie voor management van toxiciteit was niet van invloed op uitkomsten na discontinuering.

De onderzoekers concluderen dat de studie factoren heeft geïdentificeerd die geassocieerd zijn met langere ziektecontrole na discontinuering van ICIs wegens irAEs onder aNSCLC-patiënten.

1.Pecci F, Thummalapalli R, Alden SL et al. Factors associated with disease control after discontinuation of immune checkpoint inhibitors for immune-related toxicity in patients with advanced non-small cell lung cancer. Clin Cancer Res 2025; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at two US centers found that among aNSCLC patients discontinuing ICIs due to irAEs, a longer treatment duration before discontinuation, a best objective response of CR/PR, PD-L1 ≥ 50%, and nonsquamous histology might help identify patients who may experience long-term disease control.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

CD22-gerichte CAR T-celtherapie voor recidiverend B-cel acute lymfatische leukemie na CD19-gerichte immuuntherapie (0)
2025-04-19 13:30   ( Nieuws )
Tags:  B-ALL CD22-targeted CAR T-cell therapy
Dr. Regina MyersPatiënten met recidiverend B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) na CD19-gerichte CAR T-celtherapie hebben een slechte prognose. Twee fase 1-studies van Children’s Hospital of Philadelphia (PA) heeft een anti-CD22/4-1BB CAR T-cel construct (‘CART22-65s’) voor deze patiënten geëvalueerd. Dr. Regina Myers en collega’s publiceren de studies in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1


De studies includeerden zeventien pediatrische en twee volwassen patiënten met relapse van B-ALL na CD19-gerichte immuuntherapie. Na lymfodepletie werd CAR22-65s geïnfundeerd in een drie-daags schema, met de optie de tweede en derde dosis achterwege te laten in geval van vroeg cytokine release syndrome (CRS). Veertien patiënten (74%) bereikten complete remissie (CR), inclusief vier van zes (67%) die eerder refractair waren tegen inotuzumab. Vijf van veertien patiënten in CR kregen consoliderende hematopoïetische celtransplantatie (HCT). Met mediaan 38 maanden follow-up waren de twaalf-maands percentages voor relapsevrije overleving en overall survival 384% (95%-bti 19,3-76,5) respectievelijk 52,6% (34,3-80,6). Twee patiënten kregen additionele CART22-65s behandeling na volgende CD22-positieve relapse; één van deze twee bereikte opnieuw CR. Alle gevallen van CRS (n=17; 89%) en neurotoxiciteit (n=4; 21%) na de initiële infusie waren graad 1 of 2.

De onderzoekers concluderen dat CART22-65s een gunstig veiligheidsprofiel had en renissie induceerde in een hoog percentage van B-ALL patiënten met relapse na CD19-gerichte CAR T-celtherapie.

1.Meyers RM, DiNofia AM, Li Y et al. CD22-targeted chimeric antigen receptor-modified T cells for children and adults with relaps of B-cell acuted lymphoblastic leukemia after CD19-directed immunotherapy. J ImmunoTher Cancer 2025-011549

Summary: Two phase 1 studies at the Children’s Hospital of Phidelphia (PA) found a favorable safety profile and promising efficacy of a novel CD22-targeted CAR T-cell construct for relapsing B-ALL after CD19-directed immunotherapy in children and adults.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale retrospectieve studie van stereotactische radiochirurgie voor hersenmetastasen van blaascarcinoom (0)
2025-04-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  BCBM SRS
Dr. David MathieuMetastase van blaascarcinoom naar de hersenen is infrequent. Een multinationale retrospectieve studie van de International Radiosurgery Research Foundation (IRRF) heeft stereotactische radiochirurgie (SRS) voor hersenmetastasen van blaascarcinoom (BCBM) geëvalueerd. Dr. David Mathieu (Université de Sherbrooke, Canada) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

In de database van de IRRF identificeerden de onderzoekers 103 patiënten die SRS kregen voor 301 BCBM. De mediane leeftijd was 68 jaar en 73,8% van de patiënten waren mannen. De mediane Karnofsky Performance Status (KPS) was 80%. De mediane tijd tussen de diagnose blaascarcinoom en de diagnose BCBM was 18 maanden. Op het moment van SRS hadden 50% van de patiënten extracraniële metastasen. Het mediane aantal behandeld BCBM was 1, en het mediane cumulatieve SRS-volume was 1,16 cc. De meeste patiënten kregen een enkele fractie SRS. De mediane overleving na SRS was 7 maanden. Lokale controle werd bereikt in 89,3% van de metastasen. 42% van de patiënten ontwikkelden niet afstands-hersenmetastasen, en 4,9% hadden leptomeningeale disseminatie. Volgend management omvatte herhaalde SRS in 22%, chirurgische resectie in 9%, en whole brain radiotherapy in 8%. Op het moment van de laatste follow-up hadden 32% van de patiënten verbetering van hun symptomen, terwijl 39% stabiel bleven. Ongunstige effecten van bestraling vonden plaats in 4% van de behandelde metastasen. In multivariate analyse voorspelden KPS 80%of hoger en niet-urotheliale histologie betere overleving, en voorspelde achterwege blijven van corticosteroïdinname langer tumorcontrole.

De onderzoekers concluderen dat BCBM veilig kunnen worden gemanaged met SRS.

1.Perron R, Iorio-Morin C, Chytka T et al. International multicenter study of stereotactic radiosurgery for bladder cancer brain metastases. J Neuro-Oncol 2025-05039-4

Summary: A multinational retrospective study by the International Radiosurgery Research Foundation found that bladder cancer brain metastases can be safely managed with SRS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)