Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Systematisch overzicht en meta-analyse van circulerend tumor DNA en overleving in metastatisch mammacarcinoom (0)
2024-09-06 12:00   ( Nieuws )
Tags:  mBC ctDNA
Dr. Julia BurnierOndanks vorderingen in de diagnose en behandeling van metastatisch mammacarcinoom (mBC) blijft mBC een substantiële klinische uitdaging. Weefselbiopten kunnen een snapshot van de ziekte leveren, maar liquide biopten leveren minimaal-invasieve real-time inzicht in de biologie van de tumor. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de associatie tussen circulerend tumor DNA (ctDNA) en overlevingsuitkomsten geïnventariseerd. Dr. Julia Burnier (McGill University, Montreal, Canada) publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In CINAHL, Cochrane Library, Embase, Medline, en Web of Science tot 23 oktober 2023 identificeerden de onderzoekers 37 studies van mBC-patiënten die baseline plasma ctDNA data en overall survival rapporteerden. De studies telden tezamen 4264 vrouwelijke patiënten in de leeftijd van 20 tot en met 94 jaar. In gepoolde analyse was er een significante associatie tussen detectie van ctDNA en slechtere overall survival (HR 1,40; 95%-bti 1,22-1,58). Subgroepanalyses lieten significante associaties zien tussen TP53-veranderingen en slechtere overleving (HR 1,58; 95%-bti 1,34-1,81) en tussen ESR1-veranderingen en slechtere overleving (1,28; 0,96-1,60), terwijl PIK3CA-veranderingen niet geassocieerd waren met overlevingsuitkomsten. Detectie van ctDNA was geassocieerd met slechtere overleving ongeacht de detectietechniek (next-generation sequencing of digital polymerase chain reaction).

De onderzoekers concluderen dat detectie van specifieke genomische veranderingen in ctDNA geassocieerd was met slechter overlevingsuitkomsten van mBC-patiënten.

1.Dickinson K, Sharma A, Venkata Agnihotram R-K et al. Circulating tumor DNA and survival in metastatic breast cancer. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2024;7:e2431722

Summary: Systematic review and meta-analysis of 37 studies (4264 female mBC patients) found that detection of specific genomic alterations in ctDNA was associated with worse survival outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van groeisnelheid van lokaal-recidiverend wekedelensarcoom van extremiteiten of romp met uitkomsten (0)
2024-09-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  locally recurrent STS
Dr. Samuel SingerEr is behoefte aan prognostische tools voor patiënten met lokaal-recidiverend (LR) wekedelensarcoom (STS) van extremiteiten of romp. Een retrospectieve analyse van een prospectief bijgehouden database van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (MSKCC, New York) heeft de associatie tussen gemiddelde LR-groeisnelheid en uitkomsten na resectie geïnventariseerd. Dr. Samuel Singer en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1



Tussen 1 juli 1982 en 31 december 2021 ondergingen in MSKCC 253 patiënten herhaalde resectie van een LR STS van extremiteiten of romp. De mediane leeftijd was 64 jaar (IQR 51-73); 55% waren mannen. De vijf-jaars cumulatieve incidentie van ziekte-specifiek overlijden (DSD) na de herhaalde resectie was 29%. Factoren die in multivariate analyse onafhankelijk geassocieerd waren met hogere incidentie van DSD waren LR groeisnelheid meer dan 0,68 cm per maand (HR 4,31; p<0,001), LR-resectiemarge (R1 of R2 versus R0 1,71; p=0,04), en multifocaliteit (2,92; p<0,001). Alleen R1-marges waren onafhankelijk geassocieerd met hoger incidentie van tweede LR (HR 1,81; p=0,006).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die resectie ondergingen voor LT STS van extremiteiten of romp, de LR groeisnelheid onafhankelijk geassocieerd was met de DSD. Voor deze patiënten dient perioperatieve systemische therapie overwogen te worden.

1.Li GZ, Seier K. Qin L-X et al. Growth rate and outcomes in locally recurrent extremity and truncal soft tissue sarcoma. JAMA Network Open 2024;7:e2431530

Summary: A retrospective study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that among patients undergoig resection of a locally recurrent extremity or truncal soft tissue sarcoma, growth rate of the local recurrence was independently associated with disease-specific death.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van chemotherapie plus EBV-CTL voor recidiverend of metastatisch nasofarynxcarcinoom (0)
2024-09-05 13:30   ( Nieuws )
Tags:  VANCE trial R M NPC Epstein Barr virus-specific autologous cytotoxic T lymphocytes
Prof. Han Chong TohEpstein Barr virus-specific cytotoxic T lymphocyte (EBV-CTL) is een autologe adoptieve T-cel immuuntherapie. De multinationale fase 3-studie VANCE heeft toevoeging van EBV-CTL aan eerstelijns gemcitabine plus carboplatine (GC)-chemotherapie voor lokaal-recidiverend of metastatisch nasofarynxcarcinoom (R/M NPC) geëvalueerd. Prof. Han Chong Toh (National Cancer Centre Singapore) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

VANCE werd uitgevoerd in dertig centra in Maleisië, Singapore, Taiwan, Thailand, en de Verenigde Staten. De studie includeerde 330 niet-eerder behandelde R/M NPC-patiënten, die 1:1 werden gerandomiseerd naar vier cycli GC plus zes cycli EBV-CTL (n=164) of zes cycli GC (n=166). Het primaire eindpunt was overall survival. Panel A laat zien dat de mediane OS niet verschilde tussen de twee groepen, terwijl panel B laat zien dat de mediane OS niet-significant beter was onder de subgroep van patiënten in Singapore, Taiwan, en de Verenigde Staten. Slechts één patiënt had een met EBV-CTL samenhangend graad 2 adverse event.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van GC plus EBV-CTL voor R/M NPC veilig was maar onder alle patiënten niet resulteerde in verbetering van de OS vergeleken met alleen GC.

1.Toh HC, Yang M-H, Wang M-H et al. Gemcitabine, carboplatin, and Epstein Barr virus-specific autologous cytotoxic T lymphocytes for recurrent or metastatic nasopharyngeal carcinoma: VANCE, an international randomized phase 3 trial. Ann Oncol 2024-03923-1

Summary: The multinational phase VANCE study found that the combination of Epstein Barr virus-specific autologous cytotoxic T lymphocytes (EBV-CTL) with first-line gemcitabine-carboplatin (GC) chemotherapy was safe but did not result in improved overall survival compared with GC alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van blaassparende trimodaliteitentherapie voor hooggradig T1 blaascarcinoom (0)
2024-09-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  NRG Oncology RTOG 0926 T1 bladder cancer bladder-preserving trimodality treatment
Dr. Douglas DahlNa falen van Bacillus Calmette-Guerin (BCG)-therapie wordt onder patiënten met T1-blaascarcinoom vaak radicale cystectomie uitgevoerd. De fase 2-studie NRG Oncology/RTOG 0926, in de Verenigde Staten en Canada, heeft blaassparende trimodaliteitentherapie voor deze patiënten geëvalueerd. Dr. Douglas Dahl (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 37 patiënten met recidiverend hooggradig T1-blaascarcinoom na falen van BCG. De trimodaliteitentherapie omvatte radiotherapie met radiosensitiserende chemotherapie na herhaalde transurethrale resectie. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten die na drie jaar geen cystectomie hadden ondergaan. De mediane follow-up was 5,1 jaar. Onder de 34 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten was de 3-year freedom from cystectomy rate 88%, waarmee voldaan werd aan het vooraf-gespecificeerde criterium voor werkzaamheid. De overall survival percentages waren 69% na drie jaar (95%-bti 54-85) en 56% na vijf jaar (39-74). De percentages voor afstandsmetastase waren 12% na drie jaar (95%-bti 4-26) en 19% na vijf jaar (7-34). Acht patiënten overleden aan urotheelcarcinoom, twaalf hadden lokaal recidief (cumulatieve incidentie na drie jaar 32%), achttien patiënten hadden graad 3 adverse events, vooral hematologisch, en één patiënt had graad 4 neutropenie.

De onderzoekers concluderen dat deze trimodaliteitentherapie een effectief alternatief was voor radicale cystectomie onder patiënten met reciverend hooggradig T1 blaascarcinoom; met 88% van de patiënten cystectomie-vrij na drie jaar.

1.Dahl DM, Rodgers JP, Shipley WU et al. Bladder-preserving trimodality treatment for high-grade T1 bladder cancer: results from phase II protocol NRG Oncology/RTOG 0926. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 NRG Oncology/RTOG 0926 trial found that among patients with recurrent high-grade T1 bladder cancer after failure of BCG, trimodality therapy (radiation with radiosensitizing chemotherapy following repeated transurethral resection) was an effective alternative to radical cystectomy, with 88% of patients remaining free of cystectomy at 3 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter dose-ranging fase 2-studie van tweedelijns liposomaal irinotecan voor recidiverend kleincellig longcarcinoom (0)
2024-09-04 15:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed SCLC second-line liposomal irinotecan
Prof. Yuankai ShiEr is geen duidelijkheid over de optimale behandeling van patiënten met kleincellig longcarcinoom (SCLC) na falen van eerstelijns platina-gebaseerde behandeling. Een fase 2-studie in tien centra in China heeft verschillende doseringen liposomaal irinotecan (LY01610) onder deze patiënten geëvalueerd. Prof. Yuankai Shi (Chinese Academie van Medische Wetenschap, Beijing) en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 66 patiënten (45 met een chemotherapievrij interval negentig dagen of korter) in drie groepen: zes patiënten die liposomaal irinotecan 60 mg/m2 iedere twee weken kregen, dertig patiënten die liposomaal irinotecan 80 mg/m2 iedere twee weken kregen, en dertig die liposomaal irinotecan 100 mg/m2 iedere twee weken kregen. De figuur laat zien dat onder alle 66 patiënten de ORR 32% was (95%-bti 21-44), met een mediane duur van respons van 5,2 maanden (3,0-8,3). De mediane progressievrije overleving en overall survival waren 4,0 maanden (95%-bti 2,9-5,5) respectievelijk 9,7 maanden (7,2-12,3). De ORR was 33% in de 60 mg/m2-groep, 33% in de 80 mg/m2-groep, en 30% in de 100 mg/m2-groep, met mediane duur van respons 4,2 respectievelijk 6,9 en 4,0 maanden. De incidentie van graad 3 of hoger treatment-related adverse events was 33% in de 60 mg/m2-groep, 47% in de 80 mg/m2-groep, en 50% in de 100 mg/m2-groep.

De onderzoekers concluderen dat tweedelijns liposomaal irinotecan veelbelovende activiteit en manageable veiligheid had onder patiënten met recidiverend SCLC; de 80 mg/m2-groep had de beste benefit/risk-ratio.

1.Xing P, Wang S, Bi M et al. Phase 2 dose-ranging study to evaluate the efficacy and safety of liposomal irinotecan (LY01610) as second-line treatment for patients with relapsed small cell lung cancer. eClinMed 2024-00370-5

Summary: A multicenter phase 2 study in China found promising clinical efficacy and manageable safety profile of second-line liposomal irinotecan among patients with small cell lung carcinoma, with the best benefit-risk ratio for the 80 mg/m2 every two weeks dose.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van neoadjuvant paclitaxel plus platina versus 5-fluorouracil plus platina voor lokaal-gevorderd slokdarm/GEJ squameus celcarcinoom (0)
2024-09-04 13:30   ( Nieuws )
Tags:  LAEGSC neoadjuvant paclitaxel plus platinum
Dr. Kumar PrabashDe standaard neoadjuvante chemotherapie (NACT) voor lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm of slokdarm-maagovergang (LAEGSC) is 5-fluorouracil (5FU) plus platina. Deze behandeling is geassocieerd met toxiciteiten en is logistiek uitdagend. Er is behoefte aan andere regimes. Een fase 3-studie van Tata Memorial Center (Mumbai, India) heeft 5FU plus platina vergeleken met paclitaxel plus platina als NACT voor LAEGSC. Dr. Kumar Prabash en collega’s publiceren de studie in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie includeerde 420 patiënten die 1:1 werden gerandomiseerd naar drie drie-weekse cycli van cisplatine of carboplatine plus paclitaxel (n=210) of 5FU (n=210). In de paclitaxelgroep kregen significant meer patiënten alle drie de geplande cycli dan in de 5FU-groep (92,3% versus 85,9%; p=0,009). Graad 3 of hoger toxiciteiten waren meer frequent in de 5FU-groep dan in de paclitaxelgroep (69,7% versus 51,9%; p=0,001). Chirurgie werd uitgevoerd in 62,4% van de patiënten in de 5FU-groep versus 66,2% van de patiënten in de paclitaxelgroep (p=0,415). In de paclitaxelgroep werd hogere primaire tumorklaring gezien dan in de 5FU-groep (25,8% versus 15%; p=0,04) en pathologisch complete respons werd gezien in 21,3% van de patiënten in de paclitaxelgroep versus 12,4% van de patiënten in de 5FU-groep (p=0,053). De mediane overall survival was 27,5 maanden in de paclitaxelgroep versus 27,1 maanden in de fFU-groep (p=0,346).

De onderzoekers concluderen dat paclitaxel plus platina de NACT van eerste keus dient te zijn voor resectabel LAEGSC.

1.Noronha V, Maruti Patil V, Menong N et al. Phase III randomized trial comparing neoadjuvant paclitaxel + platinum to 5-fluorouracil + platinum in esophageal/GEJ squamous cell carcinoma. J Natl Cancer Inst 2024.djae214

Summary: A phase 3 trial at Tata Memorial Center (Mumbai, India) found that among patients with resectable locally advanced esophageal/gastroesophageal junction squamous carcinoma, neoadjuvant paclitaxel plus platinum was safer than 5FU plus platinum, while there was no significant difference in overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fratricide-resistente CD7 CAR T-cellen in T-cel acute lymfoblastische leukemie (0)
2024-09-04 12:00   ( Nieuws )
Tags:  T-ALL anti-CD7 CAR T cells with anti-CD7 PEBL
Prof. Dario CampanaT-cel acute lymfoblastische leukemie (T-ALL) is moeilijk te behandelen als het recidiveert na behandeling of chemoresistent is; de prognose van patiënten met recidiverend of refractair (R/R) T-ALL is over het algemeen slecht. In een studie van het National University Cancer Institute (Singapore) kregen zeventien patiënten met R/R T-ALL autologe CAR T-cellen met expressie van anti-CD7 CAR en een anti-CD7 protein expression blocker (PEBL) die CAR T-cel fratricide tegenging. Prof. Dario Campana en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1




Ondanks hoge leukemiebelasting en lage CAR T-celdosering bereikten zestien van de zeventien patiënten binnen een maand MRD-negatieve complete remissie. De zeventiende patiënt had voorafgaand aan de infusie CD7- T-ALL cellen, die persisteerden na de infusie. De toxiciteiten waren mild: cytokine release syndrome graad 1 in tien patiënten en graad 2 in drie patiënten, en ICANS graad 1 in twee patiënten. Gedurende mediaan 15 maanden follow-up bleven elf patiënten recidiefvrij. Eén patiënt is al 55 maanden in remissie zonder verdere therapie; circulerende CAR T-cellen waren gedurende twee jaar detectabel.

De onderzoekers concluderen dat autologe anti-CD7 PEBL-CART T-cellen een effectieve optie waren voor R/R T-ALL.

1.Oh BLZ, Shimasaki N, Coustan-Smith E et al. Fratricide-resistant CD7-CAR T cells in ALL. Nature Med 2024-03228-8

Summary: In a case series case series of 17 patients with relapsed or refractory T-ALL, autologous anti-CD7 protein expression blocker-CAR T cells had powerful antileukemic activity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van lage-dosering chemotherapie plus blinatumomab inductie voor nieuw-gediagnostiseerd Ph-negatief BCP-ALL (0)
2024-09-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia RDC plus blinatumomab
Blinatumomab is een veelbelovend onderdeel gebleken van eerstelijns therapie voor acute B-cel precursor lymfoblastische leukemie (BCP-ALL). Om de CD19-selectiedruk te verzwakken en de incidentie van blinatumomab-geassocieerde toxiciteiten te verminderen wordt pretreatment chemotherapie aanbevolen alvorens blinatumomab toe te dienen. Een multicenter fase 2-studie in China heeft reduced-dose chemotherapy (RDC) plus blinatumomab inductiebehandeling voor nieuw-gediagnostiseerd Philadelphia chromosoom-negatief (Ph-negatief) BCP-ALL geëvalueerd. Prof. Suning Chen (Soochow Universiteit, Jiangsu) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Hematology & Oncology.1


De studie includeerde patiënten 35 patiënten (mediane leeftijd 42 jaar; range 15-65), die RDC met idarubicine, vindesine, en dexamethason kregen gedurende zeven dagen, gevolgd door twee weken blinatumomab. In 33 patiënten (94%) resulteerde de behandeling in complete remissie, onder wie 30 (86%) met MRD-negativiteit. De twee overige patiënten kregen nog twee weken blinatumomab, waarna ook zij complete remissie hadden. MRD-negativeit na twee of vier weken blinatumomab werd gezien in 31 van 35 patiënten (89%). De mediane tijd tot complete remissie was 22 dagen. Geen van de patiënten overleed binnen vier weken na de start van de inductietherapie; significant lager dan de 2%-10% mortaliteit die is gezien met standaard-dosering chemotherapie. ICANS (alleen graad 1) werd gezien in 14% van de patiënten. Niet-hematologische graad 3 of hoger adverse events waren pneumonie (17%), sepsis (6%), en cytokine release syndrome (9%). De mediane follow-up was 11,5 maanden, met één-jaars percentages voor overall survival en progressievrije overleving 97,1% (95%-bti 91,8-100) respectievelijk 82,2% (69,0-98,0).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten uitwijzen dat RDC gevolgd door blinatumomab een effectief en goed-verdragen inductieregime is voor nieuw-gediagnostiseerd Ph-negatief BCP-ALL.

1.Lu J, Qiu H, Wang Y et al. Reduced-dose chemotherapy and blinatumomab as induction treatment for newly diagnosed Ph-negative B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia: a phase 2 trial. J Hematol Oncol 2024;17:79

Summary: A multicenter phase 2 trial in China found that reduced-dose chemotherapy followed by blinatumomab is an effective and well-tolerated induction regimen for newly-diagnosed Philadelphia chromosome-negative B-cell precursor acute lymphoblastic leukemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)