Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1b-studie van unesbuline plus dacarbazine voor niet-resectabel of metastatisch leiomyosarcoom (0)
2024-04-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  leiomyosarcoma unesbulin plus dacarbazine
Prof. Brian Van TineLeiomyosarcoom (LMS) is een agressief subtype van wekedelensarcoom. Chirurgische resectie met of zonder bestraling is de standaard-behandeling voor gelokaliseerd LMS, terwijl voor patiënten met lokaal-gevorderd of metastatische ziekte de eerstelijns behandeling uit anthracycline-gebaseerde regimes bestaat. Unesbuline is een oraal beschikbare klein-molecuul destabilsator van tubulinepolymeren en microtubuli. Een multcenter fase 1b-studie in de Verenigde Staten heeft unesbuline in combinatie met dacarbazine geëvalueerd voor de behandeling van lokaal-recidiverend, niet-resectabel of metastatisch LMS. Prof. Brian Van Tine (Washington University in St Louis MO) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten die oplopende doseringen oraal unesbuline (220 tot 400 mg) tweemaal per week kregen in combinatie met intraveneus dacarbazine 1000 mg/m2 iedere drie weken. Op basis van toxiciteiten tijdens de eerste twee cycli werd gekozen voor unesbuline 300 mg tweemaal per week plus dacarbazine eens per drie weken als aanbevolen fase 2-dosering (RP2D). De meest-gerapporteerde graad 3 en 4 treatment-related adverse events waren trombocytopenis en neutropenie. De figuur laat de activiteit van de combinatie van unesbuline en dacarbazine zien. Onder de voor respons evalueerbare patiënten die met de RP2D behandeld werden bedroeg de objective response rate 24,1%.

De onderzoekers concluderen dat unesbuline 300 mg tweemaal per week in combinatie met dacarbazine 1000 mg/m2 iedere drie weken een gunstig profijt/risico-profiel had in een zwaar-voorbehandelde populatie van volwassenen met gevorderd LMS.

1.Van Tine BA, Ingham MA, Attia S et al. Phase 1b study of unesbulin (PTC596) plus dacarbazine for the treatment of locally recurrent, unresectable or metatatic, relapsed or refractory leiomyosarcoma. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1b trial in the USA found that the combination of unesbulin 300 mg twice per week plus dacarbazine 1000 mg/m2 every 21 days had a favorable benefit-risk profile in a heavily pretreated population of adults with advanced leiomyosarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van screening op levercelcarcinoom onder patiënten met verhoogd risico (0)
2024-04-30 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HCC screening in a cohort of at-risk patients
Prof. Amit SingalCohortstudies die een associatie laten zien tussen screening op levercelcarcinoom (HCC) onder patiënten met cirrose of niet-cirrotische HBV-infectie en verlaagde mortaliteit kunnen te kampen hebben met lead-time bias (als screening leidt tot eerdere detectie van HCC, zodat de tijd tussen diagnose en overlijden langer lijkt dan het werkelijke verschil tussen gescreende en niet-gescreende patiënten) en length-time bias (als screening leidt tot detectie van langzaam-groeiende indolente tumoren en zo resulteert in perceptie van verbeterde overleving). Een multicenter retrospectieve studie in de Verenigde Staten heeft het klinisch profijt van HCC-screening in patiënten met verhoogd risico geïnventariseerd na correctie voor beide typen bias (met gebruik van de Duffy parametric formula). Prof. Amit Singal (University of Texas Southwestern Medical Center, Dallas) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1


De studie includeerde 1313 HCC-patiënten (gemiddelde leeftijd 61,7 ± 9,6 jaar; 75,6% mannen). Onder deze patiënten was HCC gedetecteerd door screening in 42,3% en niet door screening in 57,7%. Onder de patiënten met screenings-gedetecteerd HCC had een hoger percentage vroeg-stadium HCC (70,7% versus 45,7%; RR 1,54; 95%-bti 1,41-1,70) en behandeling met curatieve intentie (51,1% versus 33,5%; RR 1,52; 95%-bti 1,34-1,74) dan onder patiënten met niet-screenings gedetecteerd HCC. De groep met screenings-gedetecteerd HCC had significant lagere mortaliteit, een verschil dat bleef bestaan na correctie voor lead-time bias (HR 0,75; 95%-bti 0,65-0,87). Beide groepen hadden vergelijkbare tumorverdubbelingstijd (3,8 versus 5,6 maanden) en percentages indolente tumoren (35,4% versus 38,1%). Correctie voor length-time bias resulteerde in verlaging van de overlevingsuitkomsten, hoewel de drie- en vijf-jaars overlevingspercentages hoger bleven in de groep met screenings-gedetecteerd HCC dan in de groep met niet-screenings gedetecteerd HCC.

De onderzoekers concluderen dat HCC-screening geassocieerd was met verminderde mortaliteit, ook na correctie voor lead-time en length-time bias.

1.Daher D, El Dahan KS, Rich NE et al. Hepatocellular carcinoma screening in a contemporary cohort of at-risk patients. JAMA Network Open 2024;7:e248755

Summary: A retrospective cohort study in the USA found that screening for hepatocellular carcinoma was associated with reduced mortality even after accounting for lead-time and length-time biases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van aspirine versus placebo als adjuvante therapie voor mammacarcinoom (0)
2024-04-30 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Alliance A011502 high-risk nonmetastatic breast cancer adjuvant aspirin
Dr. Wendy ChenObservationele studies onder overlevers van mammacarcinoom en prospectieve studies van aspirine voor cardiovasculaire ziekte hebben aanwijzingen laten zien voor betere overleving van mammacarcinoom onder gebruikers van aspirine, maar er zijn geen prospectieve studies gepubliceerd van aspirine voor preventie van recidief. De fase 3-studie Alliance A011502 heeft deelnemers met hoog-risico niet-metastatisch mammacarcinoom dubbelblind gerandomiseerd naar adjuvant aspirine of placebo. Dr. Wendy Chen (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 3020 patiënten van 534 centra in de Verenigde Staten en Canada. De patiënten werden gestratificeerd voor hormoonreceptorstatus (positief versus negatief), body mass index (≤30 versus >30), en tijd sinds diagnose (<18 versus ≥ 18 maanden) gerandomiseerd naar 300 mg aspirine (n=1510) of placebo (n=1510) eens per dag gedurende vijf jaar. Het primaire eindpunt was invasieve-ziektevrije overleving (IDFS). Bij de eerste interimanalyse was de mediane follow-up 33,8 maanden. Er waren 253 IDFS-gebeurtenissen gezien: 141 in de aspirinegroep en112 in de placebogroep (HR 1,27; p=0,06). Alle IDFS-gebeurtenissen, inclusief overlijden, invasieve progressie, en nieuwe primaire gebeurtenissen, waren numeriek hoger in de aspirinegroep, hoewel de verschillen niet statistisch significant waren. Er was geen verschil in overall survival (HR 1,19; 95%-bti 0,82-1,72) en evenmin in het voorkomen van graad 3 of 4 adverse events.

De onderzoekers concluderen dat onder deelnemers met hoog-risico niet-metastatisch mammacarcinoom dagelijks aspirinegebruik niet geassocieerd was met betere IDFS (visual abstract).

1.Chen WY, Ballman KV, Partridge AH et al. Aspirin vs placebo as adjuvant therapy for breast cancer. The Alliance A011502 randomized trial. JAMA 2024.4840

Summary: The randomized phase 3 Alliance A011502 trial found that among participants with high-risk nonmetastatic breast cancer, daily aspirin therapy did not improve risk of breast cancer recurrence or survival in early follow-up.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Progressievrije overleving als surrogaat-eindpunt voor overall survival in recidiverend of refractair multipel myeloom (0)
2024-04-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  RRMM PFS OS
Prof. Shaji KumarOnderzoek op het gebied van behandeling van multipel myeloom heeft geresulteerd in de introductie van succesvolle geneesmiddelen, die de overall survival (OS) van de patiënten hebben verlengd. Patiënten ontwikkelen echter vrijwel onveranderlijk recidiverende of refractaire ziekte (RRMM), waarna nieuwe therapie vereist is. Een systematisch overzicht van gepubliceerde gerandomiseerde gecontroleerde studies heeft geïnventariseerd of de progressievrije overleving (PFS) op middelen voor RRMM een geschikt surrogaat-eindpunt is voor OS. Prof. Shaji Kumar (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren het overzicht in BMC Cancer.1

In de literatuur tussen begin 2006 en eind 2022 identificeerden de onderzoekers 31 RCTs (56 behandelarmen, 10.450 patiënten) die in de analyse werden opgenomen. Elke behandelarm includeerde 22 tot 465 patiënten (56% mannen; gemiddelde mediane leeftijd 65 jaar). De gemiddelde mediane PFS was 7,1 maanden (range 1,7-26,1) en de gemiddelde OS was 28,1 maanden (range 8,1-53,6). De figuur laat zien dat er een consistente positieve correlatie was tussen mediane PFS en mediane OS. In afzonderlijke behandelarmen was iedere toename van mediane PFS met 1 maand geassocieerd met een toename van mediane OS met 1,72 maanden (95%-bti 1,26-2,17).

De onderzoekers concluderen dat PFS kan worden gebruikt voor het voorspellen van OS onder patiënten die behandeld worden voor RRMM.

1.Dimopoulos M, Sonneveld P, Manier S et al. Progression-free survival as a surrogate endpoint for overall survival in patients with relapsed or refractory multiple myeloma. BMC Cancer 2024;24:541

Summary: Systematic review of published randomized controlled trials found that among patients with relapsed or refractory multiple myeloma progression-free survival was predictive of overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van toevoegen van bortezomib aan R-HAD voor recidiverend of refractair mantelcellymfoom (0)
2024-04-29 13:30   ( Nieuws )
Tags:  R R MCL R-HAD with or without bortezomib
Prof. Martin DreylingDe behandeling van patiënten met recidiverend of refractair mantelcellymfoom (R/R MCL) vormt een majeure klinische uitdaging. Een fase 3-studie van het European Mantle Cell Lymphoma Network heeft toevoeging van bortezomib (B) aan rituximab, hoge dosering cytarabine, en dexamethason (R-HAD) voor R/R MCL geëvalueerd. Prof. Martin Dreyling (Ludwig-Maximilians Universität, München) en collega’s publiceren de studie in Leukemia.1



De studie includeerde 128 MCL-patiënten die niet in aanmerking kwamen voor autologe stamceltransplantatie of relapse hadden na autoSCT. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar B+R-HAD (n=64) of alleen R-HAD (n=64). Het primaire eindpunt was tijd tot falen van de behandeling (TTF). De figuur laat zien dat zowel in het intention to treat-cohort als in het per protocol-cohort de TTF langer was in de B+R-HAD groep dan in de alleen R-HAD groep. Objectieve respons werd gezien in 63% versus 45% (p=0,049), en complete respons in 42% versus 19% (p=0,0062). Een significant effect van behandeling werd gezien onder patiënten ouder dan 65 jaar (aHR 0,48; 95%-bti 0,29-0,79) en patiënten die niet eerder autoSCT hadden gekregen (0,52; 0,28-0,96). De toxiciteit was voornamelijk hematologisch en toe te schrijven aan de chemotherapie-backbone.

De onderzoekers concluderen dat bortezomib in combinatie met chemotherapie effectief kan zijn voor R/R MCL.

1.Fischer L, Jiang L, Dürig J et al. The addition of bortezomib to rituximab, high-dose cytarabine and dexamethasone in relapsed or refractory mantle cell lymphoma – a randomized, open-label phase III trial of the European mantle cell lymphoma network. Leukemia 2024-02254-2

Summary: A randomized phase 3 trial found that among mantle cell lymphoma patients ineligible for or relapsed after autologous stem cell transplantation, addition of bortezomib to rituximab-cytarabine-dexamethasone was associated with prolonged time to treatment failure

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Veiligheid en uitvoerbaarheid van chemotherapie gevolgd door levertransplantatie voor patiënten met niet-resectabele colorectale levermetastasen (0)
2024-04-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  TransMet trial unresectable colorectal liver metastases
Prof. René AdamHet vijf-jaars overlevingspercentage van patiënten met niet-resectabele levermetastasen (CLM) is ongeveer 10%. Levertransplantatie zou een curatieve benadering voor deze patiënten kunnen zijn. De multicenter gerandomiseerde TransMet studie vergelijkt resultaten van chemotherapie gevolgd door levertransplantatie versus alleen chemotherapie onder patiënten met CLM zonder andere metastasen. Prof. René Adam (Université Paris-Saclay) en collega’s publiceren een beschouwing van de veiligheid en uitvoerbaarheid van levertransplantatie voor CLM-patiënten in eClinicalMedicine.1


TransMet wordt uitgevoerd in twintig centra in Frankijk, België, en Zwitserland. Tussen februari 2016 en augustus 2021 werden 157 patiënten door lokale tumor boards aangemeld voor de studie, die tijdens maandelijkse videoconferenties door een validatiecommissie werden beoordeeld. Drieënzestig patiënten (40%) werden afgewezen, vanwege tumorprogressie (n=50) of potentiële resectabiliteit (n=13). Van de 94 geaccepteerde patiënten werden 47 gerandomiseerd naar levertransplantatie. De mediane tijd tussen randomisatie en levertransplantatie was 51 dagen (IQR 30-65). Negen patiënten (19%; 95%-bti 9-33) die waren gerandomiseerd naar de levertransplantatie-arm ondergingen geen transplantatie wegens progressie van de ziekte tijdens de periode op de wachtlijst. Van de 38 patiënten die transplantatie ondergingen werden drie (8%) opnieuw getransplanteerd, onder wie één postoperatief overleed aan multi-orgaanfalen. De resultaten van de studie zullen naar verwachting in 2027 gepubliceerd worden.

De onderzoekers concluderen dat het proces van selectie van potentiële kandidaten voor levertransplantatie de kritieke rol van een onafhankelijke multidisciplinaire validatiecommissie onderstreept. De feasibiliteit van levertransplantatie was 81%.

1.Adam R, Badrudin D, Chichle L et al. Safety and feasibility of chemotherapy followed by liver transplantation for patients with definitely unresectable colorectal liver metastases: insights from the TransMet randomised clinical trial. eClinMed 2024.102608

Summary: The TransMet randomized trial compares chemotherapy followed by liver transplantation versus chemotherapy alone for patients with colorectal liver metastases. Among patients randomized to transplantation 19% did not undergo transplantation because of disease progression while on the waiting list.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Circulerend celvrij HPV-DNA als biomarker voor prognose en vroege detectie van relapse in lokaal-gevorderd cervixcarcinoom (0)
2024-04-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  LACC ctHPV DNA
Dr. Kristina HellmanHumaan papillomavirus (HPV) is de oorzaak van de meerderheid van cervixcarcinomen. Een prospectieve studie van het Karolinska Instituut (Stockholm, Zweden) heeft de waarde van celvrij HPV tumor-DNA (ctHPV DNA) als prognostische biomarker en voor het detecteren van relapse in patiënten met lokaal-gevorderd cervixcarcinoom (LACC) geïnventariseerd. Dr. Kristina Hellman en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1


De studie includeerde 74 LACC-patiënten, onder wie 66 die positief waren voor 13 hoog-risico HPV-typen. De patiënten stonden tezamen 418 bloedmonsters af, zowel voor aanvang van de behandeling als longitudinaal tijdens mediaan 37 maanden follow-up. Van de baseline plasmamonsters was 92,4% positief voor ctHPV DNA. Persistent ctHPV DNA aan het eind van de behandeling, vroege follow-up (één tot twee maanden na het eind van de behandeling), en bij evaluatie van de tumor (drie tot vier maanden na het eind van de behandeling) was gecorreleerd met slechtere progressievrije overleving vergeleken met klaring van ctHPV DNA (p<0,001). De positieve voorspellende waarde van ctHPV-status bij vroege follow-up voor het voorspellen van ziekteprogressie was 87,5%, en de negatieve voorspellende waarde was 89,3%. ctHPV DNA werd met mediaan 315 dagen lead time gedetecteerd in plasma van patiënten met radiologisch waargenomen relapse.

De onderzoekers concluderen dat ctHPV DNA een veelbelovende prognostische biomarkers is in patiënten met LACC, en zowel kan worden gebruikt voor analyse van respons op behandeling als voor vroege detectie van relapse.

1.Sivars L, Jylhä C, Guterstam YC et al. Cell-free human papillomavirus (HPV) DNA is a sensitive biomarker for prognosis and for early detection of relapse in locally advanced cervical cancer. Clin Cancer Res 2024; epub ahead of print

Summary: A prospective study at Karolinska Institute (Stockholm, Sweden) found that among patients with locally advanced cervical cancer, circulating tumor HPV DNA was a promising biomarker for prognosis and early detection of relapse.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Obinutuzumab versus rituximab voor mantelcellymfoom in patiënten die in aanmerking komen voor transplantatie (0)
2024-04-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  transplant-eligible MCL obinutuzumab versus rituximab
Dr. Clémentine SarkozyObinutuzumab (O) en rituximab (R) zijn tot op heden nog niet head-to-head vergeleken in een prospectieve studie van mantelcellymfoom (MCL). De Franse multcenterstudie LYMA-101 evalueerde O plus chemotherapie gevolgd door transplantatie en O-onderhoud. Dr. Clémentine Sarkozy (Institut Curie, Saint Cloud) publiceren in Blood lange-termijn resultaten van de studie en vergelijken deze resultaten met die van MCL-patiënten die R plus chemotherapie kregen gevolgd door transplantatie en R-onderhoud, na propensity score matching (PSM).1


In LYMA-01 (n=85) waren de vijf-jaars percentages 83,4% (95%-bti 73,5-89,8) voor progressievrije overleving en 86,9% (77,6-92,5) voor overall survival. Aan het eind van de inductie hadden patiënten in LYMA-01 vaker beenmerg MRD-negatieve ziekte dan in het R-vergelijkingscohort (83,1% versus 63,4%; p=0,007). PSM resulteerde in twee groepen van 82 patiënten met vergelijkbare kenmerken bij inclusie. Patiënten in de O-groep hadden significant langere PFS (na vijf jaar 82,8% versus 66,6%; p=0,029) en OS (86,4% versus 71,4%; p=0,039) dan patiënten in de R-groep.

De onderzoekers concluderen dat onder voor transplantatie in aanmerking komende MCL-patiënten obinutuzumab-inductie en -onderhoud resulteerde in betere uitkomsten dan rituximab-inductie en –onderhoud.

1.Sarkozy C, Callanan MB, Thieblemont C et al. Obinutuzumab versus rituximab in transplant-eligible mantle cell lymphoma patients. Blood 2024.023944

Summary: Analysis of prospective data found that among transplant-eligible mantle cell lymphoma patients, obinutuzumab prior to transplantation and in maintenance provided better disease control and enhanced PFS and OS as compared to rituximab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)