
De studi includeerde 233 patiënten (51,1% mannen; gemiddelde leeftijd 75,4 ± 7,7 jaar) met niet-resectabel stadium I (≤ 5 cm) die 2:1 werden gerandomiseerd naar SBRT (48 Gy in vier fracties voor perifeer NSCLC; 60 Gy in acht fracties voor centraal NSCLC; n=154) versus CRT (60 Gy in vijftien fracties; n=79). De mediane follow-up was 36,1 maanden (IQR 26,4-52,8). Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met lokale controle na drie jaar. Dit percentage bedroeg 87,6% met SBRT en 81,2% met CRT (HR 0,61; p=0,15). Er waren evenmin significante verschillen tussen de groepen voor de eindpunten gebeurtenisvrije overleving (HR 1,02; p=0,87) en overall survival (1,18; p=0,40). Acute toxische effecten waren minimaal. Late graad 3 of 4 toxische effecten van SBRT vonden plaats in 11% van de patiënten met centraal NSCLC en 1,8% van de patiënten met perifeer NSCLC; late graad 3 of 4 toxische effecten van CRT vonden plaats in 5% van de patiënten met centraal NSCLC en 2% van de patiënten met perifeer NSCLC. Er was één mogelijk behandelings-gerelateerde graad 5 gebeurtenis (hemoptyse) met SBRT voor een ultracentrale lesie met overlap van het target met de proximale bronchus.
De onderzoekers concluderen dat er geen verschil was in lokale controle na drie jaar met SBRT versus hypogefractioneerde CRT voor niet-resectabel stadium I NSCLC. Ernstige toxische effecten waren beperkt (visual abstract).
1.Swaminath A, Parpia S, Wierzbicki M et al. Stereotactic vs hypofractionated radiotherapy for inoperable stage I non-small cell lung cancer. The LUSTRE phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2024.3089
Summary: The multicenter phase 3 LUSTRE trial found no difference in local contral at three years after SBRT versus conventioal radiotherapy for inoperable stage I NSCLC. Severe toxic effects were limited.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)