Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Drivers van de patiënt-beoordeling van de zorg voor maligniteiten in Zwitserland (0)
2024-08-10 13:30   ( Nieuws )
Tags:  drivers of patients rating of cancer care in Switzerland
Dr. Chantal ArditiDe door patiënten ervaren waarde van de zorg voor maligniteiten is een belangrijk aspect van de kwaliteit van de zorg. De Swiss Cancer Patient Experiences studie was een cross-sectionele studie in Zwitserland, die drivers van de waardering voor de zorg heeft geïnventariseerd. Dr. Chantal Arditi (Universiteit van Lausanne) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 2750 patiënten die tussen september 2021 en maart 2022 werden behandeld in acht ziekenhuizen en een lijst van 71 vragen beantwoordden met betrekking tot de door hen ervaren kwaliteit van de zorg. Overall waardeerden de patiënten de zorg met 8,9 op een schaal van 1 tot en met 10. De zeven items die het sterkst bijdroegen aan deze overall care rating waren ‘professionals worked well together’ (OR 4,81), ‘tests were not repeated’ (OR 2,09), ‘offered support for symptoms during treatment’ (OR 2,11), ‘hospital staff ensured available home support’ (OR 1,99), ‘offered to see health professional for concerns’ (OR 1,91). ‘treatment options were explained’ (OR 1,75), en ‘involved in treatment decisions as desired’ (OR 1,68).

De onderzoekers concluderen dat de studie zeven factoren heeft geïdentificeerd die bijdragen aan de waardering door patiënten voor de zorg voor maligniteiten.

1.Jolidon V, Eicher M, Peytremann-Bridevaux I et al. Identifying the drivers of overall rating of cancer care: insights from the second wave of the Swiss Cancer Patient Experience study. Cancer 2024.35506

Summary: The Swiss Cancer Patient Experiences study identified seven drivers contributing to the overall care rating by cancer patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

National Cancer Database analyse van overlevingsuitkomsten van gelokaliseerd laag-risico prostaatcarcinoom (0)
2024-08-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  LRPC survival outcomes
Dr. Shifeng MaoEr is geen consensus over de optimale behandeling voor laag-risico prostaatcarcinoom (LRPC). Een analyse van de National Cancer Database heeft de overleving van LRPC-patiënten geïnventariseerd na no local treatment (NLT), radicale prostatectomie (RP), external beam radiotherapy (EBRT), of prostate seed implantation (PSI). Dr. Shifeng Mao (Allegheny Health Network, Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de analyse in Cancer Medicine.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 195.452 patiënten met een diagnose LRPC tussen begin 2004 en eind 2015, en een Charlson-Deyo comorbiditeitsscore 0 of 1. Van deze patiënten waren 10% ouder dan 75 jaar, 74% jonger dan 70 jaar, en 29% jonger dan 60 jaar. De NLT –groep maakte 23,26% van de patiënten uit; de RP-groep 29,93%; de EBRT-groep 22,94%; en de PSI-groep 23,87%. Na mediaan 70,8 maanden follow-up waren 13% van de patiënten overleden. In propensity score gematchte analyse was RP geassocieerd met betere overleving dan NLT, vooral onderpatiënten jonger dan 74 jaar. EBRT en PSI waren niet geassocieerd met betere overleving dan NLT onder jongere patiënten, maar wel onder patiënten ouder dan 70 jaar (EBRT) of ouder dan 65 jaar (PSI). EBRT was geassocieerd met slechtere overleving dan NLT onder patiënten jonger dan 65 jaar.

De onderzoekers concluderen dat deze studie impact van leeftijd op verschillen in overleving na verschillende behandelingen voor LRPC heeft laten zien.

1.Mao S, Samlei A, Yin Y et al. The survival outcomes of localized low-risk prostate cancer, a population-based study using NCDB. Cancer 2024;cam4.70060

Summary: Analysis of the National Cancer Database investigated the impact of various treatments on survival outcomes of patients with localized low-risk prostate cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van eerstelijns abirateron versus olaparib versus abirateron plus olaparib voor mCRPC met HRR-mutaties (0)
2024-08-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BRCAAway trial metastatic castration-resistant prostate cancer with DNA repair defects
Dr. Maha HussainSchadelijke kiemlijn of somatische homologous recombination-repair mutaties (HRRm) komen voor in ongeveer 25% van de patiënten met metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC). Resultaten van preklinische experimenten suggereren synergie van PARP-remming met androgeenreceptor-route (ARP)-gerichte therapie in deze patiënten. De multicenter fase 2-studie BRCAAway in de Verenigde Staten evalueerde eerstelijns ARP-remming versus PARP-remming versus de combinatie van ARP- en PARP-remming voor mCRPC-patiënten met HRRm. Dr. Maha Hussain (Northwestern University, Chicago IL) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 61 mCRPC-patiënten met BRCA1/2- of ATM-veranderingen. De mediane leeftijd was 67 jaar (IQR 62-73). De patiënten werden 1:1:1 gerandomiseerd naar arm 1 (abirateron/prednison; n=19), arm 2 (olaparib; n=21), of arm 3 (abirateron plus olaparib; n=21). Bij progressie was crossover van patiënten in arm 1 naar olaparib en van patiënten in arm 2 naar abirateron/prednison toegestaan. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De figuur laat zien dat de mediane PFS 8,6 maanden was (95%-bti 2,9-17) met abirateron/prednison versus 14 maanden (8,4-20,0) met olaparib en 39 maanden (22-NR) met de combinatie. Er waren geen graad 4 of 5 adverse events. Crossover van abirateron/prednison naar olaparib (n=8) resulteerde in mediane PFS na crossover van 8,3 maanden (95%-bti 5,5-15,0) en crossover van olaparib naar abirateron/prednison resulteerde in mediane PFS na crossover van 7,2 maanden (2,8-NR).

De onderzoekers concluderen dat onder mCRPC-patiënten met BRCA1/2 of ATM HRRm, de combinatie van abirateron/prednison en olaparib resulteerde in langer PFS dan de beide behandelingen afzonderlijk of sequentieel.

1.Hussain M, Kocherginsky M, Agarwal N et al. Abiraterone, olaparib, or abiraterone ± olaparib in first-line metastatic castration-resistant prostate cancer with DNA repair defects (BCRAAway). Clin Cancer Res 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 BRCAAway trial in the USA found that in mCRPC patients with BRCA1/2 or ATM homologous recombination-repair mutation, the combination of abiraterone/prednisone and olaparib was well tolerated and demonstrated longer progression-free survival versus either agent alone or sequentially.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van IBI351 monotherapie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom met KRAS-G12C mutatie (0)
2024-08-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC with KRAS G12C mutation IBI351
Prof. Yi-Long WuIBI351 is een nieuwe oraal-beschikbare covalente en irreversibele remmer van KRAS-G12C. Een multicenter fase 2-studie in China evalueerde IBI351 voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) met KRAS-G12C mutatie. Prof. Yi-Long Wu (Algemeen Ziekenhuis van Guangdong, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1



De studie includeerde 116 patiënten na falen van standaard-therapie (91,4% ECOG PS 1; 30,2% hersenmetastasen; 84,5% eerder behandeld met anti-PD-1/PD-L1 remmers en platina-gebaseerde chemotherapie). De patiënten kregen oraal IBI351 600 mg tweemaal daags. Het primaire eindpunt was onafhankelijk centraal beoordeelde confirmed objective response rate. Deze cORR bedroeg 49,1% (95%-bti 39,7-58,6); de disease control rate bedroeg 90,5% (83,7-95,2). De mediane duur van respons werd niet bereikt, de mediane progressievrije overleving was 9,7 maanden (95%-bti 5,6-11,0) en de resultaten voor overall survival zijn immatuur. Treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 92,2% van de patiënten; graad 3 of hoger TRAEs voor 41,4%; en discontinuering vanwege TRAEs voor 7,8%.

De onderzoekers concluderen dat IBI153 monotherapie manageable safe was en veelbelovende activiteit had onder patiënten met aNSCLC met KRAS-G12C mutatie.

1.Zhou Q, Meng X, Sun L et al. Efficacy and safety of KRAS G12C inhibitor IBI351 monotherapy in patients with advanced non-small cell lung cancer: results from a phase 2 pivotal study. J Thor Oncol 2024.08.005

Summary: A multicenter phase 2 trial in China found promising and sustained efficacy and manageable safety of the KRAS G12C inhibitor IBI351 monotherapy among patients with advanced NSCLC with KRAS G12C mutation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve cohortstudie van associatie tussen gebruik van cannabis en risico van hoofd-halscarcinoom (0)
2024-08-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  cannabis use HNC risk
Prof. Niels KokotHet is niet duidelijk of gebruik van cannabis een risicofactor is voor hoofd-halscarcinoom (HNC). Een multicenter retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten heeft de associatie tussen gebruik van cannabis en het HNC-risico geïnventariseerd. Prof. Niels Kokot (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s publiceren de studie in JAMA Otolaryngology-Head & Neck Surgery.1

De studie is gebaseerd op klinische gegevens in een database van 64 gezondheidszorg-organisaties over een periode van 20 jaar (tot en met april 2024). In de database identificeerden de onderzoekers 116.076 personen met cannabis-related disorder (‘gebruikers’; 44,5% vrouwen; gemiddelde leeftijd 46,4 ± 16,8 jaar) en 3.985.286 niet-gebruikers (54,4% vrouwen; gemiddelde leeftijd 60,8 ± 20,6 jaar). Na propensity score matching voor demografische kenmerken, alcohol-gerelateerde aandoeningen, en tabaksgebruik includeerde de studie twee groepen van elk 115.865 personen. De gebruikers vergeleken met niet-gebruikers hadden verhoogd risico van any HNC (RR 3,49; 95%-bti 2,78-4,39), mondcarcinoom (2,51; 1,81-3,47), orofarynxcarcinoom (4,90; 2,99-8,02), en larynxcarcinoom (8,39; 4,72-14,90). Vergelijkbare resultaten werden gezien bij afzonderlijke analyse van personen jonger dan 60 jaar en 60 jaar of ouder.

De onderzoekers concluderen dat de studie een associatie heeft geïdentificeerd tussen gebruik van cannabis en het HNC-risico in volwassen patiënten.

1.Gallagher TJ, Chung RS, Lin ME et al. Cannabis use and head and neck cancer. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2024.2419

Summary: A multicenter retrospective cohort study in the USA found an association between cannabis-related disorder and the development of head and neck cancer in adult patients.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Discontinuering versus continuering van imatinib voor gevorderd GIST: exploratieve lange-termijn follow-up (0)
2024-08-08 15:26   ( Nieuws )
Tags:  BFR14 trial GIST imatinib
Prof. Jean-Yves BlayEr is geen duidelijkheid over de lange-termijn impact van discontinuering van tyrosinekinaseremmer op resistentie en overleving van patiënten met gevorderd GIST. Exploratieve lange-termijn follow-up van de fase 3-studie BFR14, in zeventien centra in Frankrijk, heeft impact van discontinuering van imatinib voor gevorderd GIST geïnventariseerd. Prof. Jean-Yves Blay (Centre Léon Bérard, Lyon) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met een ECOG performance status 3 of beter. De patiënten kregen oraal imatinib 400 mg eenmaal daags. Patiënten zonder progressieve ziekte na één, drie, en vijf jaar behandeling werden gerandomiseerd naar discontinuering of voortzetting van de behandeling (na één jaar 32 respectievelijk 26 patiënten, na drie jaar 25 respectievelijk 25 patiënten, en na vijf naar 14 respectievelijk 13 patiënten). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 235,2 maanden na de één-jaars randomisatie; 200,9 maanden na de drie-jaars randomisatie; en 164,5 maanden na de vijf-jaars randomisatie. De mediane PFS in de interruptiegroep versus de continueringsgroep na één jaar imatinib was 6,1 maanden versus 27,8 maanden (HR 0,36; p=0,003), na drie jaar imatinib 7,0 versus 67,0 maanden (0,15; p<0,0001), en na vijf jaar imatinib 12,0 maanden versus NR (0,13; p=0,0016). Voor de eindpunten tijd tot resistentie tegen imatinib en overall survival werden vergelijkbare associaties gezien.

De onderzoekers concluderen dat imatinib-interruptie onder GIST-patiënten zonder progressieve ziekte niet aanbevolen kan worden.

1.Blay J-Y, Devin Q, Duffaud F et al. Discontinuation versus continuation of imatinib in patients with advanced gastrointestinal stromal tumours (BFR14): exploratory long-term follow-up of an open-label, multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Explorative long-term follow-up of the French multicenter phase 3 BFR14 trial found that among patients receiving imatinib for advanced GIST, treatment interruption in patients without progressive disease was associated with rapid progression and shorter overall survival when compared with imatinib continuation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Discontinuering versus continuering van imatinib voor gevorderd GIST: exploratieve lange-termijn follow-up (0)
2024-08-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BFR14 trial GIST imatinib
Prof. Jean-Yves BlayEr is geen duidelijkheid over de lange-termijn impact van discontinuering van tyrosinekinaseremmer op resistentie en overleving van patiënten met gevorderd GIST. Exploratieve lange-termijn follow-up van de fase 3-studie BFR14, in zeventien centra in Frankrijk, heeft impact van discontinuering van imatinib voor gevorderd GIST geïnventariseerd. Prof. Jean-Yves Blay (Centre Léon Bérard, Lyon) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met een ECOG performance status 3 of beter. De patiënten kregen oraal imatinib 400 mg eenmaal daags. Patiënten zonder progressieve ziekte na één, drie, en vijf jaar behandeling werden gerandomiseerd naar discontinuering of voortzetting van de behandeling (na één jaar 32 respectievelijk 26 patiënten, na drie jaar 25 respectievelijk 25 patiënten, en na vijf naar 14 respectievelijk 13 patiënten). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 235,2 maanden na de één-jaars randomisatie; 200,9 maanden na de drie-jaars randomisatie; en 164,5 maanden na de vijf-jaars randomisatie. De mediane PFS in de interruptiegroep versus de continueringsgroep na één jaar imatinib was 6,1 maanden versus 27,8 maanden (HR 0,36; p=0,003), na drie jaar imatinib 7,0 versus 67,0 maanden (0,15; p<0,0001), en na vijf jaar imatinib 12,0 maanden versus NR (0,13; p=0,0016). Voor de eindpunten tijd tot resistentie tegen imatinib en overall survival werden vergelijkbare associaties gezien.

De onderzoekers concluderen dat imatinib-interruptie onder GIST-patiënten zonder progressieve ziekte niet aanbevolen kan worden.

1.Blay J-Y, Devin Q, Duffaud F et al. Discontinuation versus continuation of imatinib in patients with advanced gastrointestinal stromal tumours (BFR14): exploratory long-term follow-up of an open-label, multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Explorative long-term follow-up of the French multicenter phase 3 BFR14 trial found that among patients receiving imatinib for advanced GIST, treatment interruption in patients without progressive disease was associated with rapid progression and shorter overall survival when compared with imatinib continuation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns zorg en negentig-dagen mortaliteit onder oudere patiënten die chirurgie voor maligniteiten ondergaan (0)
2024-08-08 13:30   ( Nieuws )
Tags:  older adults undergoing cancer surgery primary care use and 90-day mortality
Dr. Hadiza KazaureOnder oudere patiënten (65 jaar en ouder) die chirurgie voor maligniteiten ondergaan zijn multimorbiditeit en klinische decompenstatie niet ongebruikelijk, hetgeen het belang van eerstelijns zorg voor het optimaliseren van de overleving onderstreept. Een retrospectieve cohortstudie van Duke University Medical Center (Durham NC) heeft de associatie tussen gebruik van eerstelijns zorg en de negentig-dagen mortaliteit na chirurgie voor maligniteiten in oudere patiënten geïnventariseerd. Dr. Hadiza Kazaure en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde 2566 oudere patiënten (gemiddelde leeftijd 72,9 ± 0,1 jaar; 51,5% mannen) die tussen begin 2017 en eind 2019 in één van de ziekenhuizen van de Duke University Health System (DUHS) chirurgie voor één van twaalf veel-voorkomende maligniteiten ondergingen. Op het moment van chirurgie hadden 743 patiënten (28,9%) geen primary care practioner (PCP). Vergeleken met de PCP-groep hadden patiënten in de geen-PCP groep hogere negentig-dagen mortaliteit (2,0% versus 3,6%; p=0,03). Onder de 823 patiënten met een PCP in het DUHS hadden 400 (48,6%) contact met de PCP binnen negentig dagen na de chirurgie (mediaan na 34 dagen; IQR 20-57). Patiënten met een PCP-visit binnen negentig dagen hadden hogere waarschijnlijkheid ouder te zijn, hogere comorbiditeitsbelasting te hebben, een bezoek aan de afdeling spoedeisende hulp te brengen, en heropgenomen te worden. Desondanks hadden ze lagere negentig-dagen postoperatieve mortaliteit dan patiënten zonder PCP-visit binnen negentig dagen (0,3% versus 3,3%; p=0,001).

De onderzoekers concluderen dat contact met de eerstelijns zorg binnen negentig dagen na chirurgie voor maligniteiten geassocieerd was met betere overleving onder oudere patiënten die chirurgie voor maligniteiten ondergingen.

1.Kazaure HS, Neely NB, Howard LE et al. Primary care use and 90-day mortality among older adults undergoing cancer surgery. JAMA Surg 2024.2598

Summary: A retrospective cohort study within Duke University Health System (Durham, NC) found that follow-up with primary care within 90 days after cancer surgery was associated with improved survivorship among older adults.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)