Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Mortaliteit na chirurgie versus radiotherapie voor Gleason score 9-10 prostaatcarcinoom (0)
2018-11-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Gleason score 9-10 prostate cancer MaxRP MaxRT
Dr. Anthony D'AmicoVoor de keus tussen radicale prostatectomie versus radiotherapie voor hoog-risico prostaatcarcinoom bestaat alleen retrospectieve evidentie. Een studie in de Verenigde Staten en Duitsland heeft nu prospectief beide behandelingen vergeleken. Dr. Anthony D’Amico (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

Het studiecohort bestond uit 639 mannen met T1-4,N0M0, Gleason score 9-10 prostaatcarcinoom. De gemiddelde leeftijd was 65,8 jaar. Tussen februari 1992 en mei 2013 kregen 80 achtereenvolgende patiënten MaxRT (EBRT, brachytherapie, en androgeendeprivatietherapie) in het Chicago Prostate Center, en kregen 559 achtereenvolgende patiënten MaxRP (radicale prostatectomie met dissectie van pelvische lymfeklieren, EBRT en/of androgeendeprivatietherapie) in de Martini-Klinik in Hamburg Eppendorf. De follow-up begon op de dag van de prostatectomie of EBRT, en werd voortgezet tot eind oktober 2017. Primaire eindpunten van de studie waren de voor propensiteit gecorrigeerde prostaatcarcinoom-specifieke mortaliteit (PCSM) en all-cause mortaliteit (ACM).

Na mediaan 5,51 jaar follow-up van de MaxRT-groep en 4,78 jaar van de MaxRP-groep waren 161 mannen overleden, onder wie 106 aan prostaatcarcinoom (65,8%). Er was geen statistisch significant verschil tussen beide groepen in PCSM (p=0,58) en ACM (p=0,60). De plausibiliteitsindex van equivalentie was 77% voor het eindpunt risico van PCSM en 78% voor het eindpunt risico van ACM.

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat het plausibel is dat onder mannen met Gleason score 9-10 prostaatcarcinoom MaxRP en MaxRT resulteren in equivalent risico’s van PCSM en ACM.

1.Tilki D, Chen M-H, Wu J et al. Surgery vs radiotherapy in the management of biopsy Gleason score 9-10 prostate cancer and the risk of mortality. JAMA Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: Results of a prospective study in Chicago (USA) and Hamburg (Germany) suggest that it is plausible that in men with Gleason score 9-10 prostate cancer MaxRP (radical prostatectomy, EBRT and/or androgen deprivation therapy) leads to equivalent risk of prostate cancer specific mortality and all-cause mortality as MaxRT (EBRT, brachytherapy and androgen deprivation therapy).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van paclitaxel met of zonder trametinib of pazopanib voor gevorderd BRAF-wt melanoom (0)
2018-11-16 14:00   ( Nieuws )
Tags:  PACMEL trial advanced wild-type BRAF melanoma
In de meeste melanomen, inclusief BRAF-wildtype melanoom, is de MAPK-route geactiveerd. De Brits-Duitse gerandomiseerde fase 2-studie PACMEL onderzocht de waarde van toevoegen van remmers van deze route aan chemotherapie voor gevorderd melanoom. Prof. Mark Middleton (University of Oxford UK) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

De studie randomiseerde patiënten 1:1:1 naar alleen paclitaxel (n=38), paclitaxel plus trametinib (n=36), of paclitaxel plus pazopanib (n=37). Paclitaxel werd toegediend gedurende zes cycli, terwijl oraal trametinib 2 mg eens per dag en oraal pazopanib 800 mg eens per dag werden gegeven tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. Toevoegen van trametinib aan paclitaxel was geassocieerd met significant betere zes-maands PFS (TR 1,47; p=0,04). Secundaire eindpunten waren objective response rate en overall survival. Toevoegen van trametinib aan paclitaxel was geassocieerd met betere ORR (42% versus 13%; p=0,01) maar had geen effect op OS (p=0,25). Toevoeging van pazopanib aan paclitaxel had geen effect op PFS, ORR, of OS. Toxiciteit was hoger in beide combinatie-arm dan in de paclitaxel-monotherapie arm.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van de kinaseremmer trametinib aan paclitaxel chemotherapie resulteerde in betere PFS en ORR maar niet OS in patiënten met gevorderd BRAF-wt melanoom.

1.Urbonas V, Schadendorf D, Zimmer L et al. Paclitaxel with or without trametinib of pazopanib in advanced wild-type BRAF melanoma (PACMEL): a multicentre, open-label, randomised, controlled phase II trial. Ann Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized phase 2 study PACMEL found that adding the kinase inhibitor trametinib to paclitaxel chemotherapy for advanced BRAF-wt melanoma increased ORR and improved PFS but not OS. Adding pazopanib to paclitaxel did not benefit ORR, PFS, or OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen lymfeklierratio en uitkomsten van mondholte squameus celcarcinoom (0)
2018-11-16 13:00   ( Nieuws )
Tags:  oral cavity squamous cell carcinoma lymph node ratio
Dr. Sana KaramSquameus celcarcinoom van de mondholte (OCSCC) is geassocieerd met vaak-late diagnose, slechte prognose, en dure behandelingen. Prognostische accuratesse is van belang voor het verbeteren van de uitkomsten van de ziekte. Dr. Sana Karam (University of Colorado, Aurora) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de prognostische relevantie van de lymfeklierratio (LNR; verhouding van positieve versus alle geresecteerde lymfelieren) en andere factoren in patiënten die chirurgie met curatieve intentie al of niet gevolgd door adjuvante behandeling kregen voor OCSCC. Ze publiceren de studie online in JAMA Otolaryngology – Head & Neck Surgery.1

De retrospectieve cohortstudie includeerde 149 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2015 werden behandeld in het ziekenhuis van de universiteit in Denver. Het cohort omvatte 105 mannen (70,5%) en 44 vrouwen, de mediane leeftijd bij diagnose was 59 jaar (range 28 tot 88 jaar). De mediane follow-up was 20 maanden voor alle patiënten en 34,5 maanden voor overlevende patiënten. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De vijf-jaars OS was 40,4 %. De vijf-jaars ziektevrije overleving was 48,6%; de vijf-jaars locoregionale-ziektevrije overleving was 57,7%; en de vijf-jaars afstandsmetastasevrije overleving was 74,7%. Factoren die geassocieerd waren met slechtere OS waren niet-blank ras (HR 2,15; 95%-bti 1,22-3,81), T3-T4 ziekte (HR 1,99; 95%-bti 1,18-3,35), en LNR groter dan 10% (HR 2,71; 95%-bti 1,39-5,27). LNR groter dan 10% was ook geassocieerd met slechtere DFS (HR 2,48; 95%-bti 1,18-5,22) en DMDFS (HR 6,05; 95%-bti 1,54-23,71).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat LNR de meest robuuste prognostische factor was in OCSCC. Locoregionaal falen was het predominante patroon van behandelfalen.

1.Ding D, Stokes W, Eguchi M et al. Association between lymph node ratio and recurrence and survival outcomes in patients with oral cavity cancer. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2018; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Colorado found that in patients with OCSCC lymph node ratio is the most robust prognostic factor after curative-intent surgery with or without postoperative adjuvant therapies. Locoregional treatment failure was the predominant pattern of failure. Advanced pathologic stage and nonwhite race were associated with worse outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerste resultaten van fase 1b-studie van pixatimod plus nivolumab voor gevorderde solide tumoren (0)
2018-11-15 16:03   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors pixatimod plus nivolumab
Dr. James KuoPixatimod (PG545) is een nieuw immuunmodulerend middel dat resulteert in activering van natural killer cellen. In muizen is gezien dat pixatimod in combinatie met anti-PD1 therapie infiltratie van T-cellen in tumoren bevordert. Een fase 1b-studie in Australië onderzoekt de veiligheid en werkzaamheid van de combinatie van pixatimod en nivolumab voor gevorderde solide tumoren. Dr. James Kuo (Scientia Clinical Research, Sydney NSW) presenteert vandaag eerste resultaten van de escalatiefase van de studie op het EORTC-NCI-AACR Symposium on Molecular Targets and Cancer Therapeutics in Dublin.1

Per 19 juni 2018 had de studie negen patiënten geïncludeerd, met metastasisch pancreascarcinoom (n=3), colorectaalcarcinoom (n=2), uterusadenocarcinoom, squameus celcarcinoom, endometriumcarcinoom, en adrenocorticaal carcinoom. Zes patiënten zijn behandeld met pixatimod 25 mg eens per week plus nivolumab 240 mg iedere twee weken, en drie patiënten met pixatimod 50 mg eens per week plus nivolumab 240 mg iedere twee weken. In het 50 mg-cohort hadden twee van de drie patiënten doserings-limiterende toxiciteiten, zodat de aanbevolen dosering voor de expansiefase vastgesteld is op pixatimod 25 mg eens per week plus nivolumab 240 mg eens per twee weken. Onder de zes patiënten die met deze combinatie behandeld zijn was er slechts één met een DLT (pneumonitis) die resulteerde in discontinuering. De meest-frequente adverse events in de overige vijf patiënten waren vermoeidheid, misselijkheid, en transaminitis. Eén patiënt, met microsatelliet-stabiel mCRC had een partiële respons, met 86% reductie van de target-lesie na 26 weken.

De onderzoekers concluderen dat de 25 mg-dosering van pixatimod in combinatie met nivolumab sufficiently well verdragen werd en voorlopige activiteit had in microsatelliet-stabiel mCRC.

1.Kuo J et al. EORTC-NCI-AACR Symposium on Molecular Targets and Cancer Therapeutics 2018; abstr. 9

Summary: Early results from a phase 1b trial in Australia are presented today at the 30th EORTC-NCI-AACR Symposium in Dublin. The trial combined the immunomodulatory agent pixatimod with nivolumab in the treatment for advanced solid tumors. Of the 5 subjects evaluable for anti-tumor activity, one with microsatellite stable mCRC had a partial response with 86% reduction of the sumor size at 26 weeks.

For the abstract, go to the searchable program of the symposium and search for ‘kuo’.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische impact van expressie van CDX2 in stadium II coloncarcinoom (0)
2018-11-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CDX2 colon cancer
Dr. Torben Frøstrup HansenEr zijn aanwijzingen dat expressie van het eiwit CDX2 in coloncarcinoom prognostische betekenis heeft. Dr. Torben Frøstrup Hansen (Universiteit van Zuid-Denemarken, Odense) en collega’s hebben een analyse van twee bevolkings-gebaseerde cohortstudies uitgevoerd om deze aanwijzingen te valideren voor stadium II coloncarcinoom. Ze publiceren de analyse online in het British Journal of Cancer.1

De twee studies includeerden alle patiënten die in 2002 en 2003 in Denemarken chirurgie ondergingen voor stadium II coloncarcinoom (n=1157). De onderzoekers bepaalden de expressie van CDX2 in gehele-tumorsecties met immunohistochemie, en de patiënten werden ingedeeld in drie groepen, met CDX2-positieve, CDX2-matige, en CDX2-negatieve ziekte. In beide studies was er een significante associatie tussen verlies van CDX2-expressie en slechtere ziektevrije overleving (p=0,0267 en p=0,018). De vijf-jaars ziektevrije overleving in de eerste studie was 66%, 72%, en 74% onder patiënten met CDX2-negatieve, CDX2-matige, en CDX2-positieve ziekte. In de tweede studie was de vijf-jaars ziektevrije overleving in de drie groepen 62%, 65%, en 75%. Regressie-analyse voor de gecombineerde studies liet een onafhankelijke prognostische impact zien van expressie van CDX2 op ziektevrije overleving (p=0,0065).

De onderzoekers concluderen dat de retrospectieve analyse de prognostische impact van expressie van CDX2 in stadium II coloncarcinoom gevalideerd heeft.

1.Frøstrup Hansen T, Kjӕr-Frifeldt S, Eriksen AC et al. Prognostic impact of CDX2 in stage II colon cancer: results from two nationwide cohorts. Br J Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of two population-based cohorts in Denmark validated the prognostic relevance of expression of CDX2 in stage II colon cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van mammacarcinoom in jongere vrouwen op risico van osteopenie of osteoporose (0)
2018-11-15 13:53   ( Nieuws )
Tags:  BOSS cohort bone loss in younger breast cancer patients
Dr. Kala VisvanathanOsteoporose is consistent gerapporteerd in oudere overlevers van mammacarcinoom. Het is niet duidelijk of osteoporose en osteopenie ook vaker voorkomen in jongere overlevers dan in leeftijdsgenoten zonder maligniteiten. Dr. Kala Visvanathan (Johns Hopkins School of Public Health, Baltimore MD) en collega’s hebben dit onderwerp bestudeerd in het cohort van de BOSS-studie, een doorlopende prospectieve cohortstudie die vrouwen en mannen includeert met familiair verhoogd risico van mamma- en ovariumcarcinoom. Ze publiceren de analyse online in Breast Cancer Research.1

De analyse includeerde 211 vrouwen met een diagnose mammacarcinoom op jeugdige leeftijd (gemiddelde leeftijd bij diagnose 47 jaar; gemiddelde leeftijd bij inclusie 48,1 jaar) en 567 vrouwen zonder maligniteit in hetzelfde cohort (gemiddeld leeftijd bij inclusie 44,7 jaar). Gedurende gemiddeld 5,8 jaar follow-up werd een bepaling van de botdichtheid gerapporteerd door 66% van de patiënten en 53% van de vrouwen in de controlegroep. In totaal werden in het cohort 112 incidente gevallen van osteopenie of osteoporose vastgesteld. Het risico van osteopenie en osteoporose was 68% hoger in de overlevers dan in de vrouwen zonder maligniteit (HR 1,68; 95%-bti 1,12-2,50). De associatie was sterker onder patiënten met een recente diagnose (na minder dan twee jaar follow-up) vergeleken met hun controlepersonen (HR 2,74; 95%-bti 1,37-5,47). Het risico van osteopenie of osteoporose, vergeleken met controlevrouwen, was ook verhoogd onder overlevers jonger dan 51 jaar, overlevers met ER-positieve tumoren, en overlevers die waren behandeld met aromataseremmers met of zonder chemotherapie plus enige hormoontherapie.

De onderzoekers concluderen dat jonge overlevers van mammacarcinoom vergeleken met vrouwen zonder maligniteit een verhoogd risico van osteopenie en osteoporose hadden.

1.Ramin C, May BJ, Roden RBS et al. Evaluation of osteopenia and osteoporosis in younger breast cancer survivors compared with cancer-free women: a prospective cohort study. Breast Cancer Res 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of a cohort of women with familiar risk of breast cancer showed that in survivors of breast cancer at a young age (mean age at diagnosis 47 years) the risk of osteopenia and osteoporosis was higher than in cancer-free women in the same cohort.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van acute nierschade in patiënten die systemische behandeling ondergaan voor maligniteiten (0)
2018-11-15 13:04   ( Nieuws )
Tags:  systemic treatment acute kidney injury
Dr. Ron WaldPatiënten die systemische behandeling krijgen voor maligniteiten hebben een verhoogd risico van acute nierschade (AKI). Er is weinig informatie beschikbaar over incidentie van en risicofactoren voor AKI in deze patiënten. Dr. Ron Wald (University of Toronto) en collega’s hebben een bevolkings-gebaseerde cohortstudie uitgevoerd om de beschikbare kennis uit te breiden. Ze publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie includeerde alle patiënten die in Ontario tussen begin 2007 en eind 2014 begonnen met systemische therapie (chemotherapie of gerichte middelen) voor een nieuw-gediagnostiseerde maligniteit. Het primaire eindpunt van de studie was AKI, gedefinieerd als hospitalisatie voor AKI of acute dialyse. Onder de 163.071 geïncludeerde patiënten waren er 10.880 die aan dit criterium voldeden, overeenkomend met 27 per 1000 persoonsjaren. De cumulatieve incidentie bedroeg 9,3% (95%-bti 9,1% tot 9,6%). De jaarlijkse incidentie van ALI na toe van 18 per 1000 persoonsjaren in 2007 tot 52 per 1000 persoonsjaren in 2014. Maligniteiten met de hoogste vijf-jaars AKI-incidentie waren myeloom (26,0%), blaascarcinoom (19,0%), en leukemie (15,4%).

Factoren die geassocieerd waren met verhoogd risico van AKI waren gevorderd stadium van de maligniteit (gecorrigeerd HR 1,41; 95%-bti 1,28-1,54), chronisch nierziekte (aHR 1,80; 95%-bti 1,67-1,93), en diabetes (aHR 1,43; 95%-bti 1,37-1,50). In patiënten ouder dan 65 jaar was gelijktijdig gebruik van diuretica (aHR 1,20; 95%-bti 1,14-1,28) of ACE-remmer/ARB (aHR 1,30; 95%-bti 1,23-1,38) geassocieerd met verhoogd AKI-risico. Het AKI-risico was verder verhoogd in de negentig dagen na beëindigen van systemische behandeling (aHR 2,34; 95%-bti 2,24-2,45).
.
De onderzoekers concluderen dat met systemische behandeling van maligniteiten samenhangende AKI veel voorkomt, en geassocieerd is met gevorderd stadium, chronische nierziekte, diabetes, en concomitant gebruik van diuretica of ACE-remmers/ARBs. Het risico is verhoogd in de negentig dagen na systemische therapie.

1.Kitchlu A, McArthur E, Amir E et al. Acute kidney injury in patients receiving systemic treatment for cancer: a population-based cohort study. J Natl Cancer Inst 2018; epub ahead of print

Summary: A population-based cohort study in Canada showed that cancer treatment related acute kidney injury is common (cumulative incidence 9,3%) and is associated with advanced stage, chronic kidney disease, diabetes, and concomitant receipt of diuretics or ACE-inhibitors/ARBs. The risk is heightened in the 90 days after systemic therapy.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving na minimaal-invasieve versus open chirurgie voor vroeg-stadium cervixcarcinoom (0)
2018-11-15 11:44   ( Nieuws )
Naar aanleiding van een online publicatie in The New England Journal of Medicine berichtten we vorige maand over een analyse van overleving na minimaal-invasieve versus open chirurgie voor vroeg-stadium cervixcarcinoom. De analyse is vandaag gepubliceerd in de reguliere editite van NEJM (2018;379:1905-1914), en voorzien van een nader-verhelderende video.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)