Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

ctDNA-analyse voor prognosticatie en bepalen van postoperatief management na curatieve-intentie resectie van CLM (0)
2022-01-09 14:30   ( Nieuws )
Tags:  colorectal liver metastases circulating tumor DNA analysis
Prof. Claus Lindbjerg AndersonIn meer dan 50% van de patiënten die behandeling met curatieve intentie ondergaan voor levermetastasen van colorectaalcarcinoom (CLM) wordt recidief gezien. Standaard-surveillance omvat zowel intensieve CT-imaging als ook CEA-bepalingen, maar desondanks komt detectie van recidief vaak te laat om curatieve behandeling te hervatten. Een longitudinale cohortstudie in het ziekenhuis van de Universiteit van Aarhus (Denemarken) heeft de waarde onderzocht van analyse van circulerend tumor DNA voor het detecteren van postoperatief recidief in CLM-patiënten. Prof. Claus Lindbjerg Andersen en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 115 CLM-patiënten die voorafgaand aan de resectie, en postoperatief op dag dertig en vervolgens gedurende drie jaar elke drie maanden bloedmonsters afstonden waarin ctDNA bepaalde werd (met ddPCR). Detectie van ctDNA tijdens de eerste postoperatieve analyse (HR 7,6; p<0,001) of later tijdens de surveillance (HR 4,3; p<0,001) stratificeerde de patiënten in groepen met hoog en laag risico van recidief. De positief voorspellende waarde van ctDNA voor recidief was 100% in alle postoperatieve analyses. In multivariate analyse was postoperatieve ctDNA-status een significante risicomarker voor recidief (p<0,001). In 30,8% van de patiënten werden inconclusieve CT-resultaten gezien. Alle patiënten die op het moment van de inconclusieve CT-scan ctDNA-positief waren hadden later recidief, in tegenstelling tot de patiënten met ctDNA-negativiteit onder wie 57,4% zonder recidief bleef (p=0,0046).

De onderzoekers concluderen dat ctDNA-status geassocieerd is met vroege detectie van recidief, en dat ctDNA-status mogelijk bij kan dragen aan klinische decision-making in geval van inconclusieve CT-resultaten.

1.Reiners T, Petersen LMS, Vesterman Henriksen T et al. Circulatin tumor DNA for prognosis assessment and postoperative management after curative-intent resection of colorectal liver metastases. Int J Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A longitudinal cohort study at Aarhus University Hospital (Denmark) found that among patients undergoing curative-intent treatment for colorectal liver metastases, ctDNA status was strongly associated with detection of minimal residual disease and early detection of relapse.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van operabiliteit met mortaliteit na behandeling voor vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2022-01-09 13:00   ( Nieuws )
Tags:  early-stage NSCLC operability and post-treatment mortality
Dr. William StokesOperabiliteit is zowel een belangrijke determinant van de behandelkeus als ook een potentiële confounder van analyses die chirurgische en niet-chirurgische benaderingen voor vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom vergelijken. Een analyse van patiëntgegevens in de National Cancer Database heeft de impact van operabiliteit en gekozen interventie op de mortaliteit na behandeling geïnventariseerd. Dr. William Stokes (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Lung Cancer.1


In de NCDB identificeerden de onderzoekers 80.108 patiënten met een diagnose cT1-T2N0M0 NSCLC tussen begin 2010 en eind 2014. De patiënten werden onderscheiden in vier groepen: 0,8% werd beoordeeld als operabel en onderging SBRT; 13,2% werd beoordeeld als niet-operabel en onderging SBRT; 52,4% onderging open chirurgie; en 33,7% onderging minimaal-invasieve chirurgie. De mortaliteitspercentages waren het hoogst onder open-chirurgiepatiënten (2,0% na dertig dagen en 3,7% na negentig dagen) en het laagste onder operabele SBRT-patiënten (0,2% na dertig dagen en 0,7% na negentig dagen); met intermediaire resultaten in de twee andere groepen. Deze bevindingen bleven significant in multivariate analyse: vergeleken met patiënten die minimaal-invasieve chirurgie ondergingen was de mortaliteit significant hoger onder de open-chirurgiepatiënten (30d HR 1,32 en 90d HR 1,36; beide p<0,001) en lager onder de operabele SBRT-patiënten (30d HR 0,09 en 90 d HR 0,46; beide p≤0,016). Deze associaties bleven ook bestaan in propensity score-gematchte analyse.

De onderzoekers concluderen dat operabele patiënten die SBRT ondergingen lagere mortaliteit na behandeling hadden dan de drie andere groepen.

1.Stokes WA, Xiong N, Liu Y et al. Association of operability with post-treatment mortality in early-stage non-small cell lung cancer. Clin Lung Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of 80,108 early-stage NSCLC patients from the National Cancer Database found that operable patients undergoing SBRT experience minimal post-treatment mortality compared to their inoperable counterparts. These findings illustrate the potential for confounding by operability to bias results in cohort studies that compare surgical versus non-surgical approaches in early –stage NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van tweedelijns camrelizumab plus apatinib voor gevorderd SCC van de slokdarm (0)
2022-01-08 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CAP 02 trial advanced esophageal squamous cell carcinoma second-line camrelizumab-apatinib
Dr. Feng WangHet anti-PD-1 antilichaam camrelizumab heeft matige werkzaamheid voor squameus celcarcinoom van de slokdarm (ESCC). De selectieve VEGFR2-remmer apatinib heeft synergistische activiteit met immuuntherapie. De multicenter fase 2-studie CAP 02 heeft de combinatie van camrelizumab en apatinib als tweedelijns behandeling voor gevorderd ESCC geëvalueerd. Dr. Feng Wang (Zhengzhou Universiteit, Henan) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1

CAP 02 werd uitgevoerd in acht centra. De studie includeerde 52 patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar, met ECOG performance status 0 of 1, die progressie hadden na eerstelijns chemotherapie (of chemotherapie-intolerant waren) voor lokaal-gevorderd of metastatisch ESCC. De patiënten kregen intraveneus camrelizumab 200 mg iedere twee weken plus oraal apatinib 250 mg eens per dag tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde ORR.

Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 7,5 maanden (IQR 4,0-11,2). Objectieve respons werd gezien in 18 patiënten (ORR 34,6%; 95%-bti 22,0-49,1). Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 23 patiënten (44%); met name verhoogde activiteit van aspartaataminotransferase (19%), gamma-glutamytransferase (19%) en alanine-aminotransferase (10%). Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van camrelizumab en apatinib veelbelovende activiteit had als tweedelijns behandeling voor gevorderd ESCC. De toxiciteit was manageable.

1.Meng X, Wu T, Hong Y et al. Camrelizumab plus apatinib as second-line treatment for advanced oesophageal squamous cell carcinoma (CAP 02): a single-arm, open-label, phase 2 trial. Lancet Gastroenterol Hepatol 2022; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 CAP 02 study in China found promising activity and manageable toxicity of the combination of camrelizumab and apatinib as second-line treatment for advanced esophageal squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van koolstofion-radiotherapie versus en bloc resectie voor sacraal chordoom (0)
2022-01-08 14:30   ( Nieuws )
Tags:  sacral chordoma CIRT versus en bloc resection
Prof. Robert FooteMaximale resectie is de geprefereerde behandeling voor sacraal chordoom (SC), maar kan geassocieerd zijn met niet-acceptabele morbiditeit. Uitkomsten met conventionele radiotherapie voor SC zijn slecht. Koolstofion-radiotherapie (CIRT) zou een alternatief kunnen zijn als chirurgie niet wenselijk is. Een retrospectieve cohortstudie heeft oncologische uitkomsten en toxiciteit na CIRT versus en bloc resectie vergeleken. Prof. Robert Foote (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 911 patiënten. Het CIRT-cohort bestond uit 188 patiënten met niet-eerder behandeld SC, die in het QST-Ziekenhuis in Chiba (Japan) tussen begin 1998 en maart 2013 CIRT ondergingen omdat ze chirurgie weigerden of omdat ze niet-resectabele ziekte hadden. Deze patiënten werden volgens nearest-neighbor propensity score gematcht met 54 patiënten die tussen begin april 1994 en eind juli 2017 in de Mayo Clinic en bloc resectie ondergingen en met 669 patiënten in tien cohorten van de National Cancer Database (flow chart). Vergelijking tussen en het CIRT-cohort en en bloc resectie-cohort liet geen statistisch significant verschil in overall survival zien (mediaan 68,1 maanden versus 58,6 maanden; HR 0,71; p=0,53). Het CIRT-cohort had vergeleken met het en bloc resectiecohort significant lagere incidentie van perifere motorneuropathie (OR 0,13; p<0,001). In vergelijking van het CIRT-cohort met de verschillende NCDB-cohorten werd significant betere OS gezien met CIRT dan met margepositieve chirurgie zonder adjuvante radiotherapie (mediaan 64,7 versus 60,7 maanden; p=0,03) en eveneens significant betere OS met CIRT dan met alleen primaire radiotherapie (mediaan 64,9 versus 31,8 maanden; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat CIRT kan worden gebruikt als behandeling SC in patiënten die niet in aanmerking komen voor chirurgie. CIRT zou additioneel profijt kunnen leveren voor patiënten die kandidaat zijn voor margepositieve resectie of primaire radiotherapie.

1.Yolcu YU, Zreik J, Wahood W et al. Comparison of oncologic outcomes and treatment-related toxicity of carbon ion radiotherapy and en bloc resection for sacral chordoma. JAMA Network Open 2022;5:e2141927

Summary: A retrospective cohort study including 911 patients with sacral chordomas found that carbon ion radiotherapy provided similar tumor control and survival outcomes compared with en bloc surgery, but with a lower rate of peripheral neuropathy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van adverse events van radiotherapie in patiënten die immuuntherapie krijgen (0)
2022-01-08 13:00   ( Nieuws )
Tags:  risk of adverse events with RT in patients receiving immunotherapy
Dr. Julia BeaverImmuuncheckpointremmers (ICIs) en radiotherapie (RT) worden frequent gebruikt voor de behandeling van verscheidene typen maligniteiten. Er is geen duidelijkheid over de veiligheid van sequentieel gebruik van RT en ICIs. Een gepoolde analyse van individuele patiëntgegevens (IPD) van prospectieve studies in de database van de FDA (Silver Spring, MD) heeft het risico van ernstige adverse events (AEs) geïnventariseerd in patiënten die ICIs kregen binnen negentig dagen na RT. Dr. Julia Beaver (FDA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De analyse includeerde IPD van 68 prospectieve studies die tot eind 2019 werden opgenomen in de FDA-database. De studies telden tezamen 25.469 patiënten van wie na exclusie om uiteenlopende redenen 16.835 in de analyse werden opgenomen. Alle patiënten kregen een ICI (atezolizumab, avelumab, cemiplimab, durvalumab, ipilimumab, nivolumab, of pembrolizumab). Er waren 1733 die RT kregen binnen negentig dagen voor de start van de ICI; de overige patiënten vormden de controlegroep. Er waren geen belangrijke verschillen tussen beide groepen in de incidentie van AEs. Het gemiddelde absolute verschil in percentage patiënten met alle AEs was 1,2%; de verschillen liepen uiteen van 0% voor neurologische AEs tot 8% voor vermoeidheid. Er waren geen verschillen in de incidentie van graad 3 of 4 AEs (absoluut verschil van 0,01% tot 2%). Deze resultaten bleven bestaan na propensity score matching.

De onderzoekers concluderen dat ICIs veilig kunnen worden gebruikt binnen negentig dagen na voltooiing van RT. Deze conclusie dient te worden bevestigd in toekomstige studies.

1.Anscher MS, Arora S, Weinstock C et al. Association of radiation therapy with risk of adverse events in patients receiving immunotherapy. A pooled analysis of trials in the US Food and Drug Administration database. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van pembrolizumab voor MSI-H gevorderd endometriumcarcinoom (0)
2022-01-07 16:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-158 study microsatellite instability-high advanced endometrial cancer pembrolizumab
Prof. David O'MalleyDe multinationale fase 2-studie KEYNOTE-158 evalueerde pembrolizumab voor eerder-behandelde gevorderde MSI-H/dMMR tumoren. In 2020 is gepubliceerd dat objectieve respons werd gezien in 34,3% van de patiënten. Prof. David O’Malley (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren nu in het Journal of Clinical Oncology resultaten in het cohort van patiënten met endometriumcarcinoom.1

De patiënten, met eerder-behandeld gevorderd MSI-H/dMMR endometriumcarcinoom, kregen ten hoogste 35 cycli pembrolizumab 200 mg eens per drie weken. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met centraal-beoordeelde objectieve respons. Op het moment van de nu gepubliceerde analyse hadden 18 van 90 geïncludeerde patiënten (20%) 35 cycli pembrolizumab voltooid en hadden 52 (58%) de behandeling gediscontinueerd. In de voor werkzaamheid evalueerbare populatie (die tenminste één dosis pembrolizumab had gekregen en tenminste 26 weken follow-up had) was de mediane tijd van eerste dosis tot data cutoff 42,6 maanden (range 6,4-56,1). De ORR was 48% (95%-bti 37-60) en de mediane duur van respons werd niet bereikt (range 2,9 tot meer dan 49,7 maanden). De mediane progressievrije overleving was 13,1 maanden (95%-bti 4,3-34,4) en de mediane overall survival werd niet bereikt (95%-bti 27,2-NR). Treatment related adverse events van alle graden werd gezien in 76% van de patiënten, en graad 3 of 4 TRAEs in 12%; er waren geen graad 5 TRAEs. Immuun-gerelateerde TRAEs werden gezien in 28% (graad 3 of 4 in 7%).

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab robuuste en duurzame werkzaamheid had voor eerder-behandeld gevorderd MSI-H/dMMR endometriumcarcinoom, met manageable toxiciteit.

1.O’Malley DM, Mendonca Bariani G, Cassier PA et al. Pembrolizumab in patients with microsatellite instability-high advanced endometrial cancer: results from the KEYNOTE-158 study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 KEYNOTE-158 study found robust and durable antitumor activity and encouraging survival outcomes with manageable toxicity of pembrolizumab in patients with previously treated, advanced MSI-H/dMMR endometrial cancer.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van sedentair gedrag met overleving onder Amerikaanse overlevers van maligniteiten (0)
2022-01-07 14:30   ( Nieuws )
Tags:  cancer survivors association of sedentary behaviors with survival
Dr. Lin YangSedentair gedrag, in het bijzonder langere daily sitting time en gebrek aan fysieke activiteit, zou van invloed kunnen zijn op de overleving na een maligniteit. Een studie in het prospectieve cohort van de Amerikaanse NHANES-studie heeft deze veronderstelling getoetst. Dr. Lin Yang (Cancer Care Alberta, Calgary, Canada) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 1535 overlevers van een maligniteit in de leeftijd van veertig jaar of ouder, die tussen begin 2007 en eind 2014 in NHANES werden opgenomen en informatie verstrekten over hun dagelijkse zittend doorgebrachte tijd (DST) en vrijetijds fysieke activiteit (LPTA) door het beantwoorden van de Global Physical Activity Questionnaire. Het cohort was een nationaal-representatieve steekproef van overlevers van maligniteiten. De deelnemers werden gevolgd tot eind 2015.

De gemiddelde leeftijd van de overlevers was 65,1 ± 0,4 jaar; 60,1% waren vrouwen, en 83,1% waren non-Hispanic white. Er waren 950 deelnemers (56,8%) die LTPA van 0 minuten over de voorafgaande week rapporteerden (‘inactieve’ groep), 226 (15,6%) met LPTA minder dan 150 min/wk (‘onvoldoende actief’), en 359 met LPTA tenminste 150 min/wk (‘actief’); 553 (35,4%) rapporteerde zes tot acht uur per dag zittend door te brengen, en 328 (24,9%) rapporteerden DST van meer dan acht uur.

De mediane follow-up na het beantwoorden van de vragenlijst was 4,5 jaar (6980 persoonsjaren). Tijdens follow-up overleden 293 deelnemers (114 aan een maligniteit, 41 aan hartziekten, 138 aan overige oorzaken). In multivariate analyse was behoren tot de fysiek actieve groep versus de inactieve groep geassocieerd met lager risico van all-cause mortaliteit (HR 0,34; 95%-bti 0,20-0,60) en maligniteit-specifieke mortaliteit (0,32; 0,15-0,70) en was DST meer dan acht uur per dag versus minder dan vier uur per dag geassocieerd met hoger risico van all-cause mortaliteit (1,81; 1,05-3,14) en maligniteit-specifieke mortaliteit (2,27; 1,08-4,79). Combinatie van inactiviteit en DST meer dan acht uur per dag vergeleken met combinatie van activiteit en DST minder dan vier uur per dag was geassocieerd met de hoogste all-cause mortaliteit (5,38; 2,99-9,67) en maligniteit-specifieke mortaliteit (4,71; 1,60-13,9).

De onderzoekers concluderen dat in deze cohortstudie van een nationaal-representatieve steekproef van Amerikaanse overlevers van maligniteiten, de combinatie van hoge DST en gebrek aan fysieke activiteit zeer prevalent was en geassocieerd was met hoge all-cause en maligniteit-specifieke mortaliteit.

1.Cao C, Friedenreich CM, Yang L. Association of daily sitting time and leisure-time physical activity with survival among US cancer survivors. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A cohort study of a nationally representative sample of US cancer survivors found that the combination of prolonged sitting with lack of physical activity was highly prevalent and was associated with the highest risks of death from all causes and cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van profylactische intraveneuze-antibioticaregimes na reconstructie voor femur- of tibia-tumoren (0)
2022-01-07 12:57   ( Nieuws )
Tags:  endoprosthetic reconstruction for lower extremity bone tumors prophylactic antibiotics
Prof. Michelle GhertOperaties voor het verwijderen van maligne tumoren van femur of tibia en omliggend weefsel kunnen gevolgd worden door complexe endoprostetische reconstructie, met een hoog risico van surgical site infection (SSI) die in bijna de helft van de patiënten amputatie noodzakelijk maakt. Intraveneuze toediening van antibiotica kan het SSI-risico verlagen, maar er is geen duidelijkheid over het optimale antibioticaregime. De multinationale gerandomiseerde PARITY-studie (‘Prophylactic Antibiotic Regimens in Tumor Surgery’) heeft een vijf-daags postoperatief profylactische intraveneus-antibioticaregime vergeleken met een één-daags regime. Prof. Michelle Ghert (McMaster University, Hamilton, Canada) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

PARITY werd uitgevoerd in 48 centra in twaalf landen. De studie includeerde patiënten met primaire bottumor van femur of tibia of wekedelensarcoom met invasie van femur of tibia, met een verwachte overleving van tenminste een jaar, die excisie en endoprostetische reconstructie ondergingen. De patiënten werden gerandomiseerd naar een één- (controlegroep) of vijf-daags (experimentele groep) regime van intraveneus cefalosporine vanaf acht uur na het sluiten van de huid en vervolgens iedere acht uur. Patiënten in de één-daagse groep kregen vanaf dag twee iedere acht uur intraveneuze zoutoplossing. Patiënten, zorgverleners, en uitkomsten-beoordelaars waren geblindeerd voor het behandelregime. Primaire uitkomst van de studie was optreden van SSI binnen een jaar na de operatie.

De studie includeerde 361 mannen en 243 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 41,2 ± 21,9 jaar. De experimentele groep telde 293 patiënten en de controlegroep 311. De figuur laat het voorkomen van SSIs in beide groepen zien. SSIs werden gezien in 44 patiënten (15,0%) in de experimentele groep versus 52 patiënten (16,7%) in de controlegroep (p=0,73). Klinisch relevante antibiotica-gerelateerde complicaties werden gezien in vijftien patiënten (5,1%) in de experimentele groep versus vijf patiënten (1,6%) in de controlegroep (HR 3,24; p=0,02). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor andere secundaire eindpunten (ongeplande extra ingrepen, oncologische en functionele uitkomsten, en mortaliteit).

De onderzoekers concluderen dat een vijf-daags postoperatief intraveneus-antibioticaregime niet superieur was aan een één-daags regime voor de preventie van SSIs na chirurgie met endoprosthese voor bottumoren van de benen (visual abstract).

1.The Prophylactic Antibiotic Regimens in Tumor Surgery (PARITY) Investigators. Comparison of prophylactic intravenous antibiotic regimens after endoprosthetic reconstruction for lower extremity bone tumors. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational randomized PARITY trial found that among patients with a lower extremity bone tumor undergoing complex endoprosthetic reconstruction, prolonging us of postoperative intravenous antibiotics beyond one day did not reduce the risk of surgical site infection but increased the risk of clinically significant antibiotic-related complications (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)