Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van cisplatine-gebaseerde chemotherapie voor testiscarcinoom op risico van metachrone contralaterale ziekte (0)
2020-12-25 16:00   ( Nieuws )
Tags:  TC impact of cisplatin-based chemotherapy on risk of metachronous contralateral disease
Prof. Hege HaugnesEr zijn aanwijzingen, maar geen harde evidentie, voor de hypothese dat cisplatine-gebaseerde chemotherapie (CBCT) voor testiscarcinoom (TC) geassocieerd is met verlaging van het risico van metachroon contralateraal TC. Een bevolkings-gebaseerde cohortstudie in Noorwegen heeft deze hypothese getoetst. Prof. Hege Haugnes (Arctische Universiteit van Noorwegen, Tromsø) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De onderzoekers identificeerden in het Noorse KREFT registeret 5620 mannen met een diagnose eerste TC tussen begin 1980 en eind 2009. Gedurende mediaan 18,0 jaar follow-up kregen 218 mannen in het cohort een tweede TC-diagnose, na mediaan 6,2 jaar. De twintig-jaars cumulatieve incidentie van tweede TC was 4,0% (95%-bti 3,5-4,6). De incidentie was lager na CBCT (3,2%; 95%-bti 2,5-4,0) dan na alleen chirurgie (5,4%; 95%-bti 4,2-6,8). De incidentie van tweede TC was ook lager onder mannen met diagnose eerste TC na de leeftijd 29 jaar (2,8%; 95%-bti 2,3-3,4) dan onder mannen met diagnose eerste TC voor de leeftijd 30 jaar (6,0%; 95%-bti 5,0-7,1). Het risico van tweede TC was 13 maal hoger dan het risico van eerste TC in de algemene mannelijke bevolking van Noorwegen (SIR 13,1; 95%-bti 11,5-15,0). Met alleen-chirurgie als referentie was CBCT geassocieerd met significant verlaagd risico van tweede TC (HR 0,55). Iedere additionele CBCT-cyclus na de tweede cyclus verlaagde het risico van tweede TC significant (HR 0,33 na drie cycli, HR 0,41 na vier cycli, en HR 0,21 na meer dan vier cycli).

De onderzoekers concluderen dat leeftijd bij eerste TC-diagnose en intensiteit van de behandeling van invloed waren op het risico van tweede TC.

1.Hellesnes R, Myklebust TȦ, Bremnes RM et al. Metachronous contralateral testicular cancer in the cisplatin era: a population-based cohort study. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A population-based cohort study in Norway found that more than two cycles cisplatin-based chemotherapy for testicular cancer was associated with reduced risk of metachronous contralateral TC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cardiale veiligheid van osimertinib voor niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2020-12-25 14:29   ( Nieuws )
Tags:  osimertinib for NSCLC cardiac safety
Dr. Michael EwerOsimertinib is een orale derde-generatie irreversibele EGFR-TKI met activiteit voor gevorderd NSCLC met EGFR-TKI sensitiserende en T790M-resistentie mutaties. De activiteit is gebleken in de FLAURA-studie (279 patiënten met osimertinib, 277 met comparator EGFR-TKI) en de AURA3-studie (279 patiënten met osimertinib, 140 met chemotherapie). Een analyse van gegevens van deze beide studies en en gepoolde data van 1142 patiënten die osimertinib 80 mg eenmaal daags kregen in andere studies heeft cardiale veiligheid van osimertinib geëvalueerd. Dr. Michael Ewer (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1


Daling van LVEF ten opzichte van baseline met 10% of meer naar een absolute waarde lager dan 50% werd gezien in 3,1% van de FLAURA-patiënten, in 5,5% van de AURA3-patiënten, en in 3,9% van de patiënten in de gepoolde studies. De meeste van deze gebeurtenissen waren asymptomatisch en resolveerden zonder behandeling van de gebeurtenis of discontinuering van osimertinib. Farmacokinetische of farmacodynamische analyse wees niet op een relatie tussen blootstelling aan osimertinib en afname van de LVEF. Ook in de veiligheids-database van Astra-Zeneca werden geen aanwijzingen gezien voor verhoogd cardiaal risico met osimertinib.

De onderzoekers concluderen dat deze data geen causale relatie tussen osimertinib en cardiaal falen doen vermoeden.

1.Ewer MS, Tekumalla SH, Walding A, Atuah KN. Cardiac safety of osimertinib: a review of data. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of data of patients receiving osimertinib for NSCLC found no causal relationship between osimertinib treatment and cardiac failure.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Oraal azacitidine onderhoudstherapie voor AML in eerste remissie na intensieve chemotherapie (0)
2020-12-25 13:00   ( Nieuws )
Tags:  QUAZAR AML-001 trial AML oral azacitidine maintenance
Prof. Andrew WeiAcute myeloïde leukemie is een agressieve ziekte die vooral oudere mensen aandoet. Standaard-inductietherapie resulteert in complete remissie in 40% tot 60% van de 60-plussers met AML, maar de meeste patiënten (80% tot 90%) ontwikkelen uiteindelijk recidief. Langere duur van eerste remissie is geassocieerd met betere overlevingsuitkomsten. De multinationale fase 3-studie QUAZAR AML-001 heeft de waarde onderzocht van onderhoudsbehandeling met oraal azacitidine (CC-486) voor AML in eerste complete remissie na intensieve chemotherapie. Prof. Andrew Wei (Alfred Hospital, Melbourne, Australië) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 55 jaar of ouder die geen kandidaat waren voor hematopoïetische stamceltransplantatie, met AML in complete remissie na inductiechemotherapie. De patiënten werden gerandomiseerd naar CC-486 300 mg of placebo eenmaal daags op de eerste veertien dagen van vier-weekse cycli. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

De CC-486 groep telde 238 patiënten en de placebogroep 234. De mediane leeftijd was 68 jaar (range 55-86). De mediane OS was 24,7 maanden met CC-486 versus 14,8 maanden met placebo (p<0,001). De mediane recidiefvrije overleving was 10,2 maanden met CC-486 versus 4,8 maanden met placebo (p<0,001). Het OS- en RFS-profijt van CC-486 werd gezien in de meeste subgroepen die werden onderscheiden op basis van baseline-kenmerken. De meest-waargenomen adverse events in beide groepen waren graad 1 of 2 gastroïntestinale gebeurtenissen. Veel-gerapporteerde graad 3 of 4 AEs waren neutropenie (41% van de patiënten met CC-486 versus 24% met placebo) en trombocytopenie (22% versus 21%). De overall HRQOL bleef gehandhaafd tijdens de CC-486 behandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder oudere patiënten met AML in eerste remissie na chemotherapie, onderhoudsbehandeling met oraal azacitidine vergeleken met placebo resulteerde in langere OS en RFS.

1.Wei AH, Döhner H, Pocock C et al. Oral azacitidine maitenance therapy for acute myeloid leukemia in first remission. N Engl J Med 2020;383:2526-2537

Summary: The multinational phase 3 study QUAZAR AML-001 found that among older (aged 55 year and over) patients with AML in first remission after chemotherapy, oral azacitidine maintenance therapy compared with placebo was associated with significantly longer relapse-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Model voor voorspelling van recidief in vroeg-stadium longadenocarcinoom (0)
2020-12-24 16:00   ( Nieuws )
Tags:  PRecur model prediction of recurrence in early-stage LUAD
Prof. David JonesDe huidige aanbevelingen voor adjuvante therapie na chirurgische resectie van longadenocarcinoom (LUAD) zijn alleen gebaseerd op TNM-klassering, en zijn agnostisch voor genomische en hoog-risico klinisch-pathologische factoren. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft geresulteerd in het opstellen van een model (‘Precur’) dat op basis van genomische en klinisch-pathologische factoren patiënten met hoog-risico van recidief van vroeg-stadium LUAD beter kan identificeren dan alleen op basis van TNM-klassering. Prof. David Jones en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1


De prospectieve cohortstudie includeerde patiënten na resectie van stadium I tot en met III LUAD tussen begin 2008 en eind 2017. Inclusiecriteria waren complete resectie, beschikbaarheid van next-generation sequencing data, en beschikbaarheid van klinisch-pathologische informatie. Neoadjuvante behandeling was een exclusiecriterium. Het eindpunt van de studie was recidiefvrije overleving.

De studie includeerde 426 patiënten (67% vrouwen, mediane leeftijd bij chirurgie 69 jaar; IQR 62-75; 75% stadium I LUAD). Factoren die onafhankelijk geassocieerd waren met RFS waren veranderingen in SMARCA4 (klinisch-pathologisch gecorrigeerde HR 2,44; p=0,042) en TP53 (klinisch-pathologisch gecorrigeerde HR 1,73; p=0,02) en de fraction of genome altered (FGA; klinisch-pathologisch gecorrigeerde HR 1,03; p=0,005). Het PRecur-voorspellingsmodel op basis van deze factoren presteerde significant beter voor het voorspellen van RFS dan het TNM-gebaseerde model (concordance probability estimate 0,73 versus 0,61; p<0,001). Externe validatie van het model werd uitgevoerd in de LUAD dataset van The Cancer Genome Atlas (n=360); resulterend in een duidelijk onderscheid tussen risicogroepen (p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat integratie van tumorgenomica en klinisch-pathologische kenmerken verbeterde risicostratificatie mogelijk maakte na resectie voor vroeg-stadium LUAD.

1.Jones GD, Brandt WS, Shen R et al. A genomic-pathologic annotated risk model to predict recurrence in early-stage lung adenocarcinoma. JAMA Surg 2020.5601

Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) resulted in creation of the PRecur model to predict recurrence after surgical resection of early-stage lung adenocarcinoma based on genomic and clinicopathologica features.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van pazopanib met of zonder gemcitabine voor anthracycline- en/of ifosfamide- refractair wekedelensarcoom (0)
2020-12-24 14:29   ( Nieuws )
Tags:  PAPAGEMO trial pretreated STS pazopanib with or without gemcitabine
Prof. Hans-Joachim SchmollIn studies van eerder-behandeld wekedelensarcoom (STS) is goede verdraagbaarheid en matige werkzaamheid gezien van pazopanib en van gemcitabine als monotherapie. De gerandomiseerde fase 2 studie PAPAGEMO in Duitsland heeft de werkzaamheid van de combinatie van beide middelen voor eerder-behandeld STS onderzocht. Prof. Hans-Joachim Schmoll (Martin-Luther-Universität Halle-Wittenberg) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

PAPAGEMO werd uitgevoerd in veertien centra. De studie includeerde patiënten met ECOG performance status 2 of beter, met STS dat progressie vertoonde na tenminste één eerdere behandeling met anthracycline en/of ifosfamide. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar pazopanib plus gemcitabine (arm A) of alleen pazopanib (arm B). Het primaire eindpunt was progression-free survival rate (PFSR) na twaalf weken.

De studie includeerde 90 patiënten, onder wie 86 evalueerbaar waren voor PFSR (50% vrouwen; mediane leeftijd 57 jaar; range 22-84; ECOG PS 0 of 1 in 90%). De predominante histologische subtypen waren leiomyosarcoom (26%) en liposarcoom (19%). De mediane follow-up was 12,4 maanden (range 1-48). De PFSR na twaalf weken was 74% in arm A versus 47% in arm B (HR 1,60; p=0,01) waarmee het primaire eindpunt bereikt werd. De mediane PFS was 5,6 maanden in arm A versus 2,0 maanden in arm B (HR 0,58; p=0,02). De ORR was laag in beide armen (11% in arm A versus 5% in arm B; p=0,10). De mediane overall survival verschilde niet significant tussen de armen (13,1 versus 11,2 maanden; p=0,83). De toxiciteit, met name hematologisch, was hoger in arm A dan in arm B, maar was manageable.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van gemcitabine aan pazopanib voor anthracycline- en/of ifosfamide-refractair STS verdragen werd en resulteerde in significante verhoging van PFSR na twaalf weken.

1.Schmoll H-J, Lindner LH, Reichardt P et al. Efficacy of pazopanib with or without gemcitabine in patients with anthracycline- and/or ifosfamide-refractory soft tissue sarcoma. Final results of the PAPAGEMO phase 2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2020.6564

Summary: The multicenter randomized phase 2 study PAPAGEMO in Germany found that addition of gemcitabine to pazopanib for anthracycline- and/or ifosfamide-refractory soft tissue sarcoma was tolerable and associated with signifcant improvement of the progression-free survival rate.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van histologische regressie met gunstige uitkomsten van stadium 1 en 2 cutaan melanoom (0)
2020-12-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  stage 1 and 2 melanoma histologic regression
Prof. John ThompsonRegressie van meloom is niet ongewoon. Gedeeltelijk of geheel verdwijnen van een melanoom wordt toegeschreven aan immuunrespons van de gastheer tegen de tumorcellen. Het is niet duidelijk of regressie geassocieerd is met gunstige prognose. Een studie in Nederland en Australië heeft de uitkomsten van patiënten met en zonder regressie van melanoom geïnventariseerd. Prof. John Thompson (Melanoma Institute Australia, Sydney) en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De beide cohorten includeerden patiënten met histologisch bewezen stadium 1 of 2 primair invasief cutaan melanoom met bekende regressiestatus tussen begin 2000 en eind 2014. Het Nederlandse cohort bestond uit 17.271 patiënten die mediaan 4,5 jaar gevolgd werden, en het Australische cohort uit 4980 patiënten die mediaan 11,1 jaar gevolgd werden. Regressie werd gezien in 35,4% van de Nederlandse patiënten en 44,1% van de Australische patiënten. In beide cohorten was regressie significant geassocieerd met mannelijk geslacht, geringere Breslow-dikte, afwezigheid van ulceratie, superficial spreading melanoomsubtype (SSM), en locatie op de romp.

Regressie was in beide cohorten geassocieerd met betere prognose. Onder de Nederlandse patiënten was regressie geassocieerd met 45% lager risico van recidief (RFS HR 0,55; p<0,001) en 13% lagere mortaliteit (OS HR 0,87; p<0,001). Onder Australische patiënten was regressie geassocieerd met 39% lager risico van recidief (RFS HR 0,61; p<0,001) en 27% lagere mortaliteit (OS HR 0,73; p<0,001). Subgroepanalyses lieten zien dat in beide cohorten regressie geassocieerd was met betere RFS onder patiënten met dunne en intermediaire Breslow-dikte, en met betere RFS en OS onder patiënten met SSM.

De onderzoekers concluderen dat in deze twee grote cohorten op twee verschillende continenten regressie van stadium 1 en 2 melanoom een gunstige prognostische factor was.

1.El-Sharouni M-A, Aivazian K, Witkamp AJ et al. Association of histologic regression with a favorable outcome in patients with stage 1 and stage 2 cutaneous melanoma. JAMA Dermatol 2020.5032

Summary: A study in The Netherlands and Australia found that among patients with stage 1 or 2 melanomas regression was a favorable prognostic factor (OS HR 0.87 in The Netherlands and 0.73 in Australia).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn oorzaak-specifieke mortaliteit van patiënten met Hodgkin lymfoom (0)
2020-12-23 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HL long-term cause-specific mortality
Simone de VriesEr is geen duidelijkheid over de lange-termijn oorzaak-specifieke mortaliteit onder overlevers van Hodgkin lymfoom (HL). Een multicenter cohortstudie in Nederland heeft standardized mortality ratios (SMRs), absolute excess mortaliteit (AEM) , en oorzaak-specifieke cumulatieve mortalteit van HL-patiënten geïnventariseerd. PhD-student Simone de Vries (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren de studie in het Journal of the National Cancer Institute.1

Het cohort omvatte 4919 HL-patiënten die tussen begin 1965 en eind 2000 behandeld werden voor de leeftijd 51 jaar. De mediane follow-up was 20,2 jaar. De patiënten hadden een 5,1 maal verhoogd risico van overlijden aan niet-HL oorzaken, met een AEM van 123 per 10.000 persoonjaren. Dit risico bleef verhoogd in veertig-jaar overlevers (SMR 5,2; 95%-bti 4,2-6,5; AEM 619 per 10.000 persoonsjaren). De cumulatieve niet-HL mortaliteit op leeftijd 54 jaar onder HL-patiënten was 20%; vergelijkbaar met de algemene bevolking op de leeftijd 71 jaar. De HL-mortaliteit nam in de loop van de tijd significant af, maar de mortaliteit aan solide tumoren bleef ongewijzigd in de meest-recente behandelperiode. Patiënten die werden behandeld in de periode 1989 tot en met 2000 hadden een lagere 25-jaars cardiovasculaire mortaliteit dan patiënten die werden behandeld in 1965 tot en met 1976 (4,3% versus 5,7%; subdistributie HR 0,65; 95%-bti 0,46-0,93). Onder patiënten met stadium I of II ziekte was primaire behandeling met alleen chemotherapie geassocieerd met significant hogere HL-mortaliteit dan radiotherapie (p<0,001) of chemotherapie plus radiotherapie (p=0,04), maar met lagere dertig-jaar mortaliteit van niet-HL mortaliteit (15,8%) vergeleken met alleen radiotherapie (36,9%; p=0,001) of chemotherapie plus radiotherapie (29,8%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat HL-overlevers vergeleken bij de algemene bevolking een substantieel verlaagde levensverwachting hebben.

1.De Vries S, Schaapveld M, Janus CPM et al. Long-term cause-specific mortality in hodgkin lymphoma patients. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter cohort study in The Netherlands found that compared to the general population, survivors of Hodgkin lymphoma had a substantially reduced life expectancy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

PTEN-verlies voorspelt slechte prognose van TKI-behandeld EGFR-gemuteerd gevorderd NSCLC (0)
2020-12-23 14:29   ( Nieuws )
Tags:  TKIs for EGFR-mutant aNSCLC PTEN loss predicts poor prognosis
Prof. Emilio BriaIn recente studies in populaties van patiënten met gevorderd EGFR-gemuteerd NSCLC is gezien dat tumorheterogeniteit (TH), als mogelijke reflectie van tegelijk bestaande verschillende mutaties, geassocieerd was met snelle ziekteprogressie. Een multicenterstudie in Italië heeft de correlatie onderzocht tussen PTEN-functieverlies en de werkzaamheid van tyrosinekinaseremmers (TKIs) in deze patiënten. Prof. Emilio Bria (Fondazione Policlinico Agostino Gemelli, Rome) en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1

De onderzoekers analyseerden retrospectief gearchiveerde tumorblokken van 51 patiënten die upfront TKIs hadden gekregen voor EGFR-gemuteerd aNSCLC. In de tumorblokken bepaalden ze met immuunhistochemie de status van vier genen (PTEN, TP53, c-MET en IGFR). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met kortere progressievrije overleving waren PTEN-verlies (HR 3,46; p=0,002), IGFR-overexpressie (HR 2,22; p=0,04), aanwezigheid van levermetastasen (HR 3,55; p=0,005), en ECOG performance status anders dan 0 (HR 2,57; p=0,04). Patiënten met PTEN-verlies hadden een mediane PFS van 6 maanden en twee-jaars PFS 11,6%; patiënten zonder PTEN-verlies hadden mediane PFS 18 maanden en twee-jaars PFS 43,6% (p<0,005). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met kortere overall survival waren PTEN-verlies (HR 5,92; p<0,005), levermetastasen (HR 2,63; p=0,037), en ECOG PS anders dan 0 (HR 2,80; p=0,024). Patiënten met PTEN-verlies hadden mediane OS 6 maanden en twee-jaars OS 12,2%; patiënten zonder PTEN-verlies hadden niet-bereikte mediane OS en twee-jaars OS 63,9% (p<0,0005).

De onderzoekers concluderen dat IHC-bepaald PTEN-verlies geassocieerd was met slechte prognose in upfront TKI-behandeld EGFR-gemuteerd aNSCLC.

1.Ferrara MG, Martini M, D’Argento E et al. PTEN loss as predictor of tumor heterogeneity and poor prognosis in EGFR-mutant advanced non-small-cell lung cancer patients receiving tyrosine kinase inhibitors. Clin Lung Cancer 2020.12.008

Summary: A study in Italy found that in patients with TKI-treated mutated advanced NSCLC, concomitant PTEN loss was associated with poor prognosis (2-year OS 12.2% versus 63.9% in patients without PTEN loss). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)