Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Waarde van adjuvante chemotherapie na neoadjuvant FOLFIRINOX en resectie voor pancreascarcinoom (0)
2020-09-11 14:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic cancer evaluation of adjuvant chemotherapy after neoadjuvant FOLFIRINOX
Prof. Marc BesselinkDe huidige standaard-behandeling voor pancreascarcinoom is upfront resectie gevolgd door adjuvante chemotherapie. Na deze behandeling wordt in ongeveer 75% van de patiënten binnen twee jaar recidief gezien, en na vijf jaar is ongeveer 9% van de patiënten nog in leven. Een studie van de European-African Hepato-Pancreato-Biliary Association heeft de waarde onderzocht van adjuvante chemotherapie na neoadjuvant FOLFIRINOX en resectie voor pancreascarcinoom. Het eindpunt van de studie was overall survival. Prof. Marc Besselink (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 520 patiënten van 31 centra in 19 landen. De mediane leeftijd was 61 jaar (IQR 53-66). Het mediane aantal cycli neoadjuvant FOLFIRINOX was 6 (IQR 5-8; minimaal 2). Er waren 343 patiënten (66%) die adjuvante chemotherapie kregen, in de meeste gevallen gemcitabine (58,6%). De mediane OS was 38 maanden na de diagnose (95%-bti 36-46) en 31 maanden na de chirurgie (95%-bti 29-37). Er was geen verschil in OS tussen de groepen patiënten met versus zonder adjuvante chemotherapie (mediaan 29 maanden versus 29 maanden; p=0,93). In multivariate analyse was adjuvante chemotherapie wel geassocieerd met OS-profijt in de 254 patiënten met pathologisch-vastgestelde klierpositieve ziekte (wel versus geen adjuvante chemotherapie mediane OS 26 versus 13 maanden; HR 0,41; p=0,004). In de 256 patiënten met kliernegatieve ziekte was adjuvante chemotherapie niet geassocieerd met OS-profijt (p=0,73).

De onderzoekers concluderen dat adjuvante chemotherapie na neoadjuvant FOLFIRINOX en resectie voor pancreascarcinoom alleen geassocieerd was met overlevingsvoordeel in de groep patiënten met klierpositieve ziekte.

1.Van Roessel S, van Veldhuizen E, Klompmaker S et al. Evaluation of adjuvant chemotherapy in patients with resected pancreatic cancer after neoadjuvant FOLFIRINOX treatment. JAMA Oncol 2020.3537

Summary: A study by the European-African Hepato-Pancreato-Biliary Association found that adjuvant chemotherapy after neoadjuvant FOLFIRINOX and resection of pancreatic cancer was associated with improved survival only in patients with pathology-proven node-positive disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van tumormutatiebelasting van gevorderde solide tumoren met activiteit van pembrolizumab (0)
2020-09-11 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors tumor mutational burdne pembrolizumab activity
Dr. Aurélien MarabelleIn retrospectieve studies zijn associaties gezien tussen tumormutatiebelatsting (TMB) en respons op immuuncheckpointblokkade. In de multinationale fase 2-studie KEYNOTE-158 is de impact van TMB op werkzaamheid van pembrolizumab voor gevorderde solide tumoren onderzocht. Dr. Aurélien Marabelle (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1



KEYNOTE-158 werd uitgevoerd in 81 centra in 21 landen. De studie includeerde volwassen patiënten met gevorderde (niet-resectabel, metastatisch, of beide) incurabele solide tumoren in tien tumortype-specifieke cohorten. De patiënten hadden tenminste één eerdere lijn van behandeling gekregen, ze hadden een ECOG performance status 0 of 1, levensverwachting van tenminste drie maanden en adequate orgaanfunctie, en ze hadden een tumorweefselmonster beschikbaar voor TMB-analyse. Als afsnijwaarde voor hoge tissue TMB (tTMB) werd gekozen voor 10 mutaties per megabase. De patiënten kregen ten hoogste 35 cycli intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken. Het primaire eindpunt van de studie is objectieve respons. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op de associatie tussen hoge tTMB en objectieve respons.

Onder de 790 patiënten die tenminste 26 weken voor de nu gepubliceerde analyse waren gerecruteerd en beschikbare tTMB-gegevens hadden waren er 102 met hoge tTMB (13%). De mediane follow-up was 37,1 maanden (IQR 35,0-38,3). Objectieve respons werd gezien in 29% (95%-bti 21-39) van de patiënten in de groep met hoge tTMB versus 6% (95%-bti 5-8) van de patiënten in de groep met niet-hoge tTMB. Elf patiënten (10%) in de groep met hoge tTMB hadden ernstige treatment-related adverse events, en zestien patiënten (15%) hadden graad 3 of hoger TRAEs. Eén patiënt overleed aan als behandelingsgerelateerd beschouwde pneumonie.

De onderzoekers concluderen dat hoge tTMB een subgroep van patiënten met gevorderde solide tumoren kan identificeren met verhoogde kans van robuuste tumorrespons op pembrolizumab monotherapie.

1.Marabelle A, Fakih M. Lopez J et al. Association of tumour mutational burden with outcomes in patients with advanced solid tumours treated with pembrolizumab: prospective biomarker analysis of the multicohort, open-label, phase 2 KEYNOTE-158 study. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Biomarker analyses in the multinational phase 2 KEYNOTE-158 study, in ten tumor-type specific cohorts, showed that high tissue tumor mutational burden identified a subgroup of patients who could have a robust tumor response to pembrolizumab monotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overall survival met darolutamide voor niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2020-09-11 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ARAMIS study nonmetastic castration-resistant prostate cancer darolutamide OS
Prof. Karim FizaziDarolutamide is een remmer van de androgeenreceptor. De multinationale fase 3-studie ARAMIS randomiseerde patiënten met niet-metatatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (CRPC) 2:1 naar darolutamide (600 mg in twee dagelijkse tabletten; n=955) of placebo (n=554), beide toegevoegd aan androgeendeprivatietherapie (ADT). Vorig jaar is gepubliceerd dat de mediane metastasevrije overleving (primair eindpunt) significant langer was in de darolutamidegroep dan in de placebogroep (40,4 maanden versus 18,4 maanden; HR 0,41; p<0,001). Patiënten met progressie in de placebogroep kregen open-label darolutamide aangeboden. Prof. Karim Fizazi (Insitut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren nu in The New England Journal of Medicine een analyse van de drie-jaars overall survival in de studie.1

De mediane duur van follow-up was 29,0 maanden. Op het moment van analyse van het primaire eindpunt gingen alle 170 patiënten die nog placebo kregen over op darolutamide; en 137 patiënten met eerdere discontinuering van placebo hadden tenminste één andere levensverlengende therapie gekregen. Het percentage overlevende patiënten na drie jaar was 83% in de darolutamidegroep versus 77% in de placebogroep, overeenkomend met een 31% lager risico van overlijden met darolutamide dan met placebo (HR 0,69; p=0,003). Darolutamide was ook geassocieerd met significant profijt voor alle andere secundaire eindpunten, waaronder tijd tot eerste symptomatische skeletgebeurtenis en tijd tot eerste gebruik van cytotoxische chemotherapie. De incidentie van adverse events na de start van de behandeling was similar in beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onder mannen met niet-metastatisch CRPC, het percentage overlevende patiënten na drie jaar significant hoger was met darolutamide plus ADT dan met placebo plus ADT (video summary).

1.Fizazi K, Shore N, Tammela TL et al. Nonmetastatic, castration-resistant prostate cancer and survival with darolutamide. N Engl J Med 2020;383:1040-1049

Summary: Overall survival analysis of the multinational phase 3 ARAMIS study found that among men with nonmetastatic, castration-resistant prostate cancer, the percentage of patients who were alive at 3 years was significantly higher among those who received darolutamide plus androgen deprivation therapy than among those who received placebo plus ADT (83% versus 77%; HR 0.69; p=0.003). The incidence of adverse events was similar in the two groups (video summary).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van almonertinib voor eerder-behandeld gevorderd NSCLC met EGFR-mutatie (0)
2020-09-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-mutated advanced NSCLC almonertinib
Prof. James Chih-Hsin YangAlmonertinib (voorheen HS-10296) een een derdegeneratie EGFR-TKI die is gericht op zowel EGFR-sensitiserende als T790M resistentiemutaties. Een multicenter fase -1 studie heeft de veiligheid en werkzaamheid van almonertinib voor eerder-behandeld EGFR-gemuteerd gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom onderzocht. Prof. James Chih-Hsin Yang (Nationale Taiwan Universiteit, Taipei) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

Het doserings-escalatie gedeelte van de studie includeerde 26 patiënten die oplopende doseringen oraal almonertinib kregen, van 55 tot 260 mg eens per dag. De hoogst-verdragen dosering werd niet gedefinieerd, maar de 260 mg-dosering werd in het doserings-expansie gedeelte niet verder onderzocht vanwege zorgen om veiligheid en verzadiging van de blootstelling. In de doserings-expansie cohorten kregen 94 patiënten almonertinib 55, 110, en 220 mg eenmaal daags. De meest-waargenomen graad 3 of hoger treatment-related adverse events waren verhoogd creatinefosfokinase (10% van de patiënten) en verhoogd alanine-aminotransferase (3%). In de doserings-expansie cohorten was de lokaal-beoordeelde objective response rate 52% (95%-bti 42-63) en de disease control rate 92% (95%-bti 84-96). De mediane progressievrije overleving was 11,0 maanden (95%-bti 9,5-NR).

De onderzoekers concluderen dat almonertinib veilig, tolerabel, en effectief is voor patiënten met eerder-behandeld gevorderd NSCLC met EGFR-T790M mutatie.

1.Yang JC-H, Camidge DR, Yang C-T et al. Safety, efficacy and pharmacokinetics of almonertinib (HS-10296) in pretreated patients with EGFR-mutated advanced NSCLC: a multicenter, open-label, phase I trial. J Thor Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study found that almonertinib was tolerable, sare, and effective for patients with previously treated locally advanced or metastatic NSCLC harboring the EGFR T790M mutation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van immuuntherapie met overleving na resectie van de primaire tumor onder patiënten met hersenmetastasen (0)
2020-09-10 14:00   ( Nieuws )
Tags:  brain metastases immunotherapy after surgery of the primary tumor survival
Prof. Chi LinEr is geen duidelijkheid over de impact van immuuntherapie in combinatie met andere behandelingen na resectie van de primaire tumor op de overleving van patiënten met hersenmetastasen van niet-kleincellig longcarcinoom, mammacarcinoom, melanoom, colorectaalcarcinoom, of niercarcinoom. Een analyse van de National Cancer Database heeft deze impact onderzocht. Prof. Chi Lin (University of Nebraska Medical Center, Omaha) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1



In de NCDB identificeerden de onderzoekers 3112 volwassen patiënten met hersenmetastasen op het moment van diagnose tussen begin 2010 en eind 2016, die definitieve chirurgie van de primaire tumor ondergingen. De behandelgroepen werden in de analyse als volgt gestratificeerd: (1) any treatment met of zonder immuuntherapie, (2) radiotherapie (RT) met of zonder immuuntherapie, (3) chemotherapie (CT) met of zonder immuuntherapie, en (4) chemoradiotherapie (CRT) met of zonder immuuntherapie. Het primaire eindpunt van de analyse was overall survival, gecorrigeerd voor leeftijd bij diagnose, ras, geslacht, woonplaats, inkomen, opleidingsniveau, type behandelcentrum, type primaire tumor, en jaar van diagnose.

De mediane leeftijd bij diagnose was 61 jaar (range 19-90). In multivariate analyse hadden patiënten die immuuntherapie toegevoegd kregen aan een andere behandeling significant betere OS dan patiënten zonder immuuntherapie (HR 0,62; p<0,001). Patiënten die RT plus immuuntherapie kregen hadden significant betere OS dan patiënten die alleen RT kregen (HR 0,59; p=0,003). Toevoegen van immuuntherapie aan CT of CRT was niet geassocieerd met betere OS.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van immuuntherapie aan RT geassocieerd was met betere OS van patiënten met hersenmetastasen die definitieve chirurgie van de primaire tumor hadden ondergaan.

1.Amin S, Baine MK, Meza JL, Lin C. Association of immunotherapy with survival among patients with brain metastases whose cancer was managed with definitive surgery of the primary tumor. JAMA Network Open 2020;3:e2015444

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that addition of immunotherapy to radiotherapy was associated with improved OS compared with radiotherapy alone in patients with brain metastases from non-small cell lung cancer, breast cancer, melanoma, colorectal cancer, or kidney cancer, who received definitive surgery of the primary tumor.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van associatie van gebruik van bisfosfonaten en risico van maligniteiten (0)
2020-09-10 13:00   ( Nieuws )
Tags:  bisphosphonates and risk of cancers meta-analysis
Het is niet bekend of er een associatie bestaat tussen het gebruik van bisfosfonaten en het risico van maligniteiten. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft deze associatie onderzocht. Prof. Cun-Xian Jia (Shandong Universiteit, Jinan) en collega’s publiceren de meta-analyse in het British Journal of Cancer.1

In de literatuur tot 26 september 2019 vonden de onderzoekers 34 publicaties die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De publicaties hadden betrekking op studies met tezamen 4.508.261 deelnemers, onder wie 403. 196 patiënten die tijdens de follow-up een maligniteit ontwikkelden. In meta-analyse was het gebruik van bisfosfonaten geassocieerd met significant verlaagd risico van colorectaalcarcinoom (RR 0,89; 95%-bti 0,81-0,98), mammacarcinoom (0,87; 0,82-0,93), en endometriumcarcinoom (0,75; 0,61-0,94), maar niet met het risico van alle typen maligniteiten tezamen. Gebruik van stikstofbevattende bisfosfonaten was geassocieerd met verlaagd risico van mammacarcinoom (RR 0,94; 95%-bti 0,90-0,99) en endometriumcarcinoom (0,70; 0,54-0,92). Gebruik van niet-stikstofbevattende bisfosfonaten was geassocieerd met verhoogd risico van levercarcinoom (RR 2,14; 95%-bti 1,23-3,72) en pancreascarcinoom (1,75; 1,32-2,33).

De onderzoekers concluderen dat gebruik van bisfosfonaten, vooral stikstofbevattende bisfosfonaten, significant geassocieerd was met verlaagd risico van colorectaal-, mamma-, en endometriumcarcinoom, terwijl gebruik van niet-stikstofbevattende bisfosfonaten geassocieerd was met verhoogd risico van lever- en pancreascarcinoom.

1.Li Y-Y, Gao L-J, Zhang Y-X et al. Bisphosphonates and risk of cancers: a systematic review and meta-analysis. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 34 publications (studies with 4,508,262 participants; 403,196 cases) found that use of bisphosphonates, especially nitrogen-containing bisphosphonates, was significantly associated with reduced risk of colorectal, breast, and endometrial cancer. Use of non-nitrogen containing bisphosphonates was associated with increased risk of liver and pancreas cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van ADT op lange-termijn uitkomsten van intermediair-risico prostaatcarcinoom (0)
2020-09-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  RTOG 9408 secondary analysis androgen deprivation for FIR versus UIR prostate cancer
Dr. Zachary ZumstegEr is geen consensus over de waarde van toevoegen van androgeendeprivatietherapie (ADT) aan radiotherapie (RT) voor intermediair-risico prostaatcarcinoom. Een secundaire analyse van de RTOG 9408-studie heeft deze impact geïnventariseerd. Dr. Zachary Zumsteg (Cedars-Sinai Medical center, Los Angeles CA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

De studie randomiseerde mannen met prostaatcarcinoom naar RT met of zonder vier maanden ADT. Voor de nu gepubliceerde analyse werden pathologierapporten van 1068 patiënten met intermediair-risico ziekte bestudeerd. Op grond van Gleason score, percentage van positieve biopsie cores, en aantal risicofactoren werden 377 patiënten beoordeeld als favorable intermediate-risk (FIR)-patiënten en 513 als unfavorable intermediate-risk (UIR); de overige 177 patiënten konden niet beoordeeld worden. De gemiddelde leeftijd van de patiënten in de analyse was 70,3 jaar (SD 6,1). Eindpunt van de analyse waren afstandsmetastase (DM), prostaatcarcinoom-specifieke mortaliteit (PCSM), en all-cause mortaliteit (ACM).

De mediane duur van de follow-up was 17,8 jaar. Vergeleken met FIR-patiënten hadden UIR-patiënten hoger risico van DM (HR 2,36; p=0,001), PCSM (HR 1,84; p=0,001) en ACM (HR 1,19; p=0,03). De figuur toont de resultaten van de analyse van toevoegen van ADT aan RT. In de groep FIR-patiënten resulteerde toevoegen van ADT aan RT niet in betere DM (HR 1,55; p=0,33), PCSM (HR 0,63; p=0,13), of ACM (HR 1,02; p=0,90). In de groep UIR-patiënten resulteerde toevoegen van ADT aan RT wel in betere DM (HR 0,48; p=0,008) en PCSM (HR 0,40; p<0,001) maar niet ACM (HR 0,84; p=0,09).

De onderzoekers concluderen dat binnen de groep patiënten met intermediair-risico prostaatcarcinoom twee subgroepen kunnen worden onderscheiden, met versus zonder profijt van toevoegen van ADT aan RT.

1.Zumsteg ZS, Spratt DE, Daskivich TJ et al. Effect of androgen deprivation on long-term outcomes of intermediate-risk prostate cancer stratified as favorable or unfavorable. A secondary analysis of the RTOG 9408 randomized clinical trial. JAMA Network Open 2020.15083

Summary: A secondary analysisof the RTOG 9408 randomized trial found that addition of androgen deprivation therapy ro radiotherapy for intermediate-risk prostate cancer did not improve distant metastasis, prostate cancer-specific mortality, and all-cause mortality in the subgroup with favorable intermediate-risk disease but did improve DM and PCSM in the subgroup with unfavorable intermediate-risk disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van Immunoscore voor voorspelling overleving en chemotherapierespons van stadium III coloncarcinoom (0)
2020-09-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  stage III colon cancer prognostic and predictive value of Immunoscore
Dr. Jérôme GalonDe Immunoscore is een in vitro test die het risico van recidief van vroeg-stadium coloncarcinoom voorspelt op basis van de immuunrespons van de patiënt op de plaats van de tumor. Een multinationale studie heeft de waarde van de Immunoscore onderzocht voor het voorspellen van overleving en respons op chemotherapie van patiënten met stadium III coloncarcinoom. Dr. Jérôme Galon (Sorbonne Universiteit, Parijs) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 763 patiënten met stadium III coloncarcinoom. Het primaire eindpunt van de studie was relatie tussen Immunoscore en tijd tot recidief (TTR). Het percentage recidiefvrije patiënten na drie jaar was 56,9% in de groep met lage Immunoscore; 65,9% in de groep met intermediaire Immunoscore; en 84,3% in de groep met hoge Immunoscore (hoog versus laag HR 0,48; p=0,0003). In de groep met hoge Immunoscore hadden de patiënten langere TTR, overall survival, en ziektevrije overleving dan in de andere groepen (p<0,001 voor alle associaties). De associatie tussen Immunoscore en TTR was onafhankelijk van geslacht, T-stadium, N-stadium, sidedness, en MSI-status. Hoge Immunoscore was ook geassocieerd met langere TTR in patiënten met microsatellietstabiele ziekte (hoog versus laag HR 0,36; p=0,0003). Chemotherapie was significant geassocieerd met overleving in de groep met hoge Immunoscore in zowel de groep met laag-risico ziekte (chemotherapie versus geen chemotherapie HR 0,42; p=0,0011) als in de groep met hoog-risico ziekte (HR 0,5; p=0,0015). Deze associatie werd niet gezien in de groep met lage Immunoscore.

De onderzoekers concluderen dat een hoge Immunoscore in stadium III coloncarcinoom geassocieerd was met langere overleving en hoogste profijt van chemotherapie.

1.Mlecnik B, Bifulco C, Bindea G et al. Multicenter International Society for Immunotherapy of Cancer study of the Consensus Immunoscore for the prediction of survival and response to chemotherapy in stage III colon cancer. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational study found that a high Immunoscore was significantly associated with prolonged survival in stage III colon cancer, and that patients with a high Immunoscore will benefit the most from chemotherapy in terms of recurrence risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)