Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van toevoegen van everolimus aan eerstelijns therapie voor premenopauzaal ABC na progressie op SERMs (0)
2021-08-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  everolimus MIRACLE trial premenopausal avanced breast cancer
Prof. Binghe XuEr is geen duidelijkheid over de werkzaamheid van de mTOR-remmer everolimus voor HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (ABC) in premenopauzale vrouwen met ziekteprogressie op selectieve oestrogeenreceptor modulerende middelen (SERMs). De Chinese multicenter gerandomiseerde fase 2-studie MIRACLE vergeleek everolimus plus letrozol versus alleen letrozol als eerstelijns behandeling in deze setting. Prof. Binghe Xu (Chinese Academie van Medische Wetenschap) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 199 vrouwen (gemiddelde leeftijd 44,3 ± 6,3 jaar). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar oraal everolimus 10 mg eenmaal daags plus oraal letrozol 2.5 mg eenmaal daags (n=101) of alleen letrozol (n=98). Patiënten in beide groepen kregen subcutaan gosereline 3,6 mg op dag één van iedere vier-weekse cyclus. Patiënten in de letrozolgroep konden na progressie ook everolimus plus letrozol krijgen. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De mediane PFS was 19,4 maanden in de everolimus plus letrozolgroep versus 12,9 maanden in de alleen-letrozolgroep (HR 0,64; p=0,008). Het aanbod van everolimus-crossover na progressie op alleen letrozol werd geaccepteerd door 56 patiënten. De mediane PFS na crossover was 5,5 maanden (95%-bti 3,8-8,2).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van everolimus aan eerstelijns letrozol voor premenopauzaal HR-positief HER2-negatief ABC na progressie op SERMs resulteerde in significante verlenging van de PFS. Everolimus was ook effectief na ziekteprogressie.

1.Fan Y, Sun T, Shao Z et al. Effectiveness of adding everolimus to the first-line treatment of advanced breast cancer in premenopausal women who experience disease progression while receiving selective estrogen receptor modulators. A phase 2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2021.3428

Summary: The multicenter phase 2 MIRACLE study in China found that addition of everolimus to first-line endocrine therapy for HR-positive, HER2-negative advanced breast cancer in premenopausal women who experienced disease progression during selective estrogen receptor modulator treatment was associated with improvement of PFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van farmacologische cardioprotectie voor anthracycline-behandelde patiënten met niet-metastatisch mammacarcinoom (0)
2021-08-27 12:00   ( Nieuws )
Tags:  anthracyclines for breast cancer cardioprotective strategies SAFE trial
Prof. Icro MeattiniEr is geen consensus over de optimale cardioprotectieve strategie in patiënten met anthracycline-gebaseerde chemotherapie krijgen voor mammacarcinoom. De Italiaanse multicenter fase 3-studie SAFE heeft verschillende strategieën met elkaar vergeleken. Prof. Icro Meattini (Universiteit van Florence) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in JAMA Oncology.1

De studie, uitgevoerd in acht centra, includeerde patiënten met indicatie voor primaire of postoperatieve anthracycline-gebaseerde therapie. Patiënten met een eerdere diagnose cardiovasculaire ziekte werden geëxcludeerd. De patiënten werden voor de duur van twaalf maanden gerandomiseerd naar vier armen, met als cardioprotectie ramipril, bisoprolol, ramipril plus bisoprolol, of placebo. De doseringen werden systematisch opgetritreerd tot 5 mg eenmaal daags, indien verdragen. De nu gepubliceerde interimanalyse heeft betrekking op de eerste 174 patiënten die cardiale bepalingen na twaalf maanden hadden voltooid. Het primaire eindpunt was subklinische verslechtering (tenminste 10% versus baseline) in myocardiale functie en deformatie, bepaald met standaard en driedimensionals echocardiografie, linkerventrikel-ejectiefractie (LVEF), en global longitudinal strain (GLS).

Van de 174 patiënten werden 42 gerandomiseerd naar placebo, 44 naar ramipril, 45 naar bisoprolol, en 43 naar bisoprolol plus ramipril. Na twaalf maanden was de gemiddelde 3D-LVEF verslechterd met 4,4% in de placebogroep; 3,0% in de ramiprilgroep; 1,9% in de bisoprololgroep; en 1,3% in de ramipril plus bisoprololgroep (p=0,01). De GLS verslechterde met 6,0% in de placebogroep; 1,5% in de ramiprilgroep; en 0,6% in de bisoprololgroep; en veranderde niet in de ramipril plus bisoprololgroep (p<0,001). Het aantal patiënten met tenminste 10% verslechtering van 3D-LVEF was acht (19%), vijf (11,5%), vijf (11,4%), en drie (6,8%); en het aantal patiënten met tenminste 10% verslechtering van de GLS was vijftien (37%), zeven (15,9%), zes (13,6%), en zes (13,6%).

De onderzoekers concluderen dat de interimanalyse suggereert dat farmacologische cardioprotectie goed verdragen werd en werkzaam was in patiënten die anthracycline-gebaseerde therapie kregen voor mammacarcinoom.

1.Livi L, Barletta G, Martella F et al. Cardioprotective strategy for patients with nonmetastatic breast cancer who are receiving an anthracycline-based chemotherapy. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2021.3395

Summary: The Italian multicenter phase 3 SAFE trial found that pharmacological cardioprotection (ramipril and/or bisoprolol) was effective and well tolerated by patients receiving anthracycline-based chemotherapy for nonmetastatic breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van radiotherapie voor vulvacarcinoom met schildwachtkliermetastase (0)
2021-08-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GROINSS-V-II RT versus IFL vulvar cancer with SN metastases
Dr. Maaike OonkIntroductie van de schildwachtklier (SN)-procedure is een belangrijke verbetering geweest voor de behandeling van vulvacarcinoom. De Groningen International Study on Sentinel nodes in Vulvar cancer (GROINSS-V) heeft laten zien dat inguinofemorale lymfadenectomie (IFL) veilig achterwege kan worden gelaten in SN-negatieve patiënten. Voor patiënten met SN-metastasen is IFL wel geïndiceerd, met geassocieerde morbiditeit. De multicenter fase 2-studie GROINSS-V-II heeft nu IFL vergeleken met radiotherapie voor deze patiënten. Dr. Maaike Oonk (UMC Groningen) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met vroeg-stadium vulvacarcinoom (diameter kleiner dan 4 cm) zonder imaging-aanwijzingen voor lymfeklierbetrokkenheid, die primaire chirurgie ondergaan hadden (lokale excisie met SN-biopsie). Als SN-metastase werd gezien kreeg de patiënt inguinofemorale radiotherapie (50 Gy). Tussen december 2005 en november 2016 werden 1535 patiënten geregistreerd, onder wie 322 (21%) met SN-metastase. In juni 2010, na inclusie van 91 SN-positieve patiënten, werd de stopping rule van de studie geactiveerd, omdat het percentage patiënten met geïsoleerd liesrecidief de vooraf-gespecificeerde drempelwaarde overschreed. Het studieprotocol werd aangepast, waarna patiënten met SN-macrometastasen (groter dan 2 mm) IFL kregen en patiënten met micrometastasen (2 mm of kleiner) inguinofemorale radiotherapie bleven krijgen. Onder 160 patiënten met SN-micrometastasen kregen 126 radiotherapie, met ipsilateraal geïsoleerd liesrecidief in 1,6% van de patiënten na twee jaar. Onder de 162 patiënten met SN-macrometastasen werd ipsilateraal liesrecidief na twee jaar gezien in 22% van de patiënten die radiotherapie hadden gekregen versus 6,9% van de patiënten die IFL hadden ondergaan (p=0,011).

De onderzoekers concluderen dat inguinofemorale radiotherapie een veilig en goed verdragen alternatief is voor IFL in patiënten met SN-micrometastasen. Voor patiënten met SN-macrometastase resulteerde radiotherapie met totale dosering 50 Gy in hogere frequentie van geïsoleerd liesrecidief dan IFL.

1.Oonk MHM, Slomovitz B, Baldwin PJW et al. Radiotherapy versus inguinofemoral lymphadenectomy as treatment for vulvar cancer patients with micrometastases in the sentinel node: results of GROINS-V II. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase II GROINS-V-II study found that inguinofemoral radiotherapy (50 Gy) is a safe alternative for inguinofemoral lymphadenectomy (IFL) in vulvar cancer patients with sentinel node micrometastases, with minimal morbidity. For patients with SN macrometastases, radiotherapy with a total dose of 50 Gy resulted in more isolated groin recurrences compared with IFL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intraoperative molecular imaging voor lokaliseren van niet-palpabele tumoren en kwantificeren van resectiemarges (0)
2021-08-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  targeted intraoperative molecular imaging
Dr. Sunil SinghalComplete (R0) resectie is een belangrijke prognostische factor voor overleving van patiënten met solide tumoren. Het bereiken van adequate resectie met vereiste marges is vooral moeilijk in geval van niet-palpabele tumoren. Een studie van Perelman School of Medicine (Philadelphia PA) heeft de bruikbaarheid van intraoperative molecular imaging (IMI) voor het lokaliseren van niet-palpabele tumoren en kwantificeren van resectiemarges geïnventariseerd. Dr. Sunil Singhal en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde 40 patiënten (26 vrouwen, mediane leeftijd 66,5 jaar) met een kleine (T1) longlesie verdacht van maligne neoplasme en radiografische suggestie van niet-palpabele lesie. Voorafgaan aan de resectie kregen de patiënten per infuus een folaatreceptor-gerichte near-infrarood tracer. Tijdens de operatie identificeerden de chirurgen de lesies met thoracoscopische visualisatie en palpatie. Ook IMI werd uitgevoerd om de lesie in situ te detecteren. De marges werden met IMI beoordeeld voorafgaand aan vergelijking met de marges die werden gerapporteerd aan de hand van de finale histopathologische analyse. De twee eindpunten van de studie waren of IMI (1) niet-palpabele lesies in situ kon lokaliseren en (2) de marges kon kwantificeren, met vergelijking met de finale pathologie als criterium.

Met conventionele chirurgische methoden konden 22 van 40 lesies gelokaliseerd worden (55%), terwijl met IMI 36 van 40 lesies gelokaliseerd werden (90%).Van de 18 niet-palpabele lesies werden 15 met IMI gelokaliseerd (83,3%). Een IMI-marge kon worden berekend voor 39 van 40 patiënten (95%). De IMI-marges waren bijna identiek aan de marges van de finale pathologie (R2=0,9593), met mediaan verschil van 1,3 mm (IQR 0,7-2,0). IMI detecteerde 2 marges in niet-palpabele tumoren die klinisch niet-acceptabel waren en een hoge waarschijnlijkheid van recidief zouden hebben gehad.

De onderzoekers concluderen dat de studie proof of principle levert van de bruikbaarheid van IMI voor het identificeren van occulte ziekte en tumor-positieve marges.

1.Kennedy GT, Azari FS, Bernstein E et al. Targeted intraoperative molecular imaging for localizing nonpalpable tumors and quantifying resection margin distances. JAMA Surg 2021.3757

Summary: A study at Perelman School of Medicine (Philadelphia, PA) presented the first clinical use of intraoperative molecular imaging for detection of nonpalpable tumors and quantification of resection margin distances.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chirugische complicaties na robot-geassisteerde of laparoscopische of open radicale prostatectomie in Taiwan (0)
2021-08-26 12:00   ( Nieuws )
Tags:  robot-assisted versus laparoscopic versus open radical prostatectomy surgical complications
Dr. Chung-Chien HuangRadicale prostatectomie (RP) is de standaard chirurgische benadering voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom (PC). Er zijn drie gebruikelijke opties voor RP: robot-geassisteerd (RARP), laparoscopisch (LRP), en traditionele open RP (ORP). Een cohortstudie in Taiwan heeft de perioperatieve en postoperatieve chirurgische complicaties van deze drie benaderingen geïnventariseerd. Dr. Chung-Chien Huang (Taipei Medische Universiteit) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

Het cohort bestond uit 1405 patiënten die in 2015 in Taiwan RP ondergingen na een diagnose resectabel PC. De patiënten werden gevolgd tot eind 2018. Er waren 315 patiënten (22,4%) die ORP ondergingen, 276 (19,6%) die LRP ondergingen, en 816 (58,0%) die RARP ondergingen. Er waren geen significante verschillen tussen de groepen in leeftijd (gemiddeld 66 jaar), klinisch tumorstadium, pathologisch tumorstadium, Gleason score, Gleason grade group, preoperatief PSA-niveau, en D’Amico risicoklasse.

RARP-patiënten hadden een korter verblijf in het ziekenhuis dan ORP-patiënten (gemiddeld verschil -1,64 dagen; p<0,001) en LRP-patiënten (-0,57 dagen; p=0,01). RARP-patiënten hadden lagere waarschijnlijkheid van ontvangen van een bloedtransfusie (RARP versus ORP aOR 0,25; 95%-bti 0,17-0,36; RARP versus LRP aOR 0,58; 95%-bti 0,37-0,91). RARP was geassocieerd met lager risico van matige of ernstige pijn gedurende twaalf weken na de RP vergeleken met zowel ORP als LRP. De aORs van RARP versus ORP respectievelijk LRP in het derde jaar na de RP waren: voor erectiedysfunctie 0,74 (95%-bti 0,45-0,92) respectievelijk 0,60 (0,36-0,98), voor urine-incontinentie 0,94 (0,65-0,99) respectievelijk 0,60 (0,42-0,86), en voor hernia 0,51 (0,31-0,84) respectievelijk 0,82 (0,46-0,92).

De onderzoekers concluderen dat in deze studie RARP geassocieerd was met minder acute en chronische postoperatieve complicaties dan ORP en LRP.

1.Wu S-Y, Chang C-L, Chen C-I, Huang C-C. Comparison of acute and chronic surgical complications following robot-assisted, laparoscopic, and traditional open radical prostatectomy among men in Taiwan. JAMA Network Open 2021;4:e2120156

Summary: A study in Taiwan investigated surgical complications following robot-assisted, laparoscopic, and traditional open radical prostatectomy for localized prostate cancer. RARP was associated with fewer acute and chronic postoperative complications compared to ORP and LRP.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant gemcitabine-cisplatine-pembrolizumab voor spierinvasief blaascarcinoom (0)
2021-08-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  MIBC neoadjuvant gemcitabine-cisplatin-pembrolizumab before radical cystectomy
Prof. Matthew MilowskySpierinvasief blaascarcinoom (MIBC) heeft slechte uitkomsten ondanks agressieve behandeling met cisplatine-gebaseerde neoadjuvante chemotherapie gevolgd door radicale cystectomie (RC). Een fase 2-studie in drie centra in de Verenigde Staten heeft toevoeging van de immuuncheckpointremmer pembrolizumab aan neoadjuvant gemcitabine-cisplatine geëvalueerd. Prof. Matthew Milowsky (University of North Carolina at Chapel Hill) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met klinisch T2-4aN0/XM0 MIBC die in aanmerking kwamen voor RC. De patiënten kregen drie-weekse cycli van pembrolizumab 200 mg op dag één, cisplatine 35 mg/m2 op dagen één en acht, en gemcitabine 1000 mg/m2 op dagen één en acht. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met pathologische downstaging (<T2N0). Onder de 39 geïncludeerde patiënten waren 72% cT2, 23% cT3, en 5% cT4a. Het mediane aantal cycli was vier. Op één patiënt die chirurgie weigerde na ondergingen alle patiënten RC. Downstaging tot <T2N0 werd bereikt door 22 van 39 patiënten (56%; 95%-bti 40-72) en pT0N0 door 14 van 39 (36%, 21-53). De meest-gerapporteerde adverse events (any grade) waren trombocytopenie (74% van de patiënten), anemie (69%), neutropenie (67%), en hypomagnesemie (67%). Een patiënt ontwikkelde type 1 diabetes mellitus met ketoacidose gerelateerd aan pembrolizumab. Geen van de patiënten had steroïden nodig voor immuun-gerelateerde AEs.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant gemcitabine en cisplatine in combinatie met pembrolizumab voor MIBC resulteerde in downstaging tot <T2N0 in meer dan 55% van de patiënten, en over het algemeen veilig was.

1.Rose TL, Harrison MR, Deal AM et al. Phase II study of gemcitabine and split-dose cisplatin plus pembrolizumab as neoadjuvant therapy before radical cystectomy in patients with muscle-invasive bladder cancer. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Muscle-invasive bladder cancer (MIBC) has poor outcomes despite aggressive treatment with cisplatin-based neoadjuvant chemotherapy followed by radical cystectomy (RC). A multicenter phase II study evaluated addition of the immune checkpoint inhibitor pembrolizumab to neoadjuvant gemcitabine and cisplatin before RC. This therapy resulted in a high rate (56%) of pathologic downstaging, meeting its primary end point for improvement over historical controls. The toxicity was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van prostaatcarcinoom in mpMRI-onderzochte mannen na eerdere negatieve biopsie versus biopsie-naïviteit (0)
2021-08-25 14:00   ( Nieuws )
Tags:  mpMRI prostate cancer
Dr. Hiten PatelMannen met eerdere negatieve prostaatbiopsie hebben een lager risico van een diagnose prostaatcarcinoom (PCa) dan biopsie-naïeve mannen. De klinische relevantie van met multiparametrische (mp)MRI gedetecteerde lesies in deze twee settings is niet duidelijk. Een studie in het Prospective Loyola University mpMRI (PLUM) Prostate Biopsy Cohort heeft deze relevantie onderzocht. Dr. Hiten Patel (Loyola University Medical Center, Maywood IL) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 900 mannen, onder wie 420 die eerder een negatieve biopsie hadden ondergaan en 480 die biopsie-naïef waren. Eindpunt van de studie was detectie van any PCa en van klinisch-significant (Gleason score tenminste 3+4) PCa. Mannen met eerdere negatieve biopsie hadden lager risico van enig PCa (27,9% versus 54,4%) en klinisch-significant PCa (20,0% versus 38,3%) dan biopsie-naïeve mannen. Deze associatie bleef bestaan na stratificatie volgens PI-RADS score, bijvoorbeeld voor mannen met PI-RADS3: 13,6% versus 27,4% voor enig PCa en 5,2% versus 15,4% voor klinisch-significant PCa. Onder mannen met eerdere negatieve biopsie en PI-RADS 3 of lager werd slechts in 5,3% klinisch-significant PCa gedetecteerd. Familiegeschiedenis en Aziatische etniciteit waren significante voorspellers van detectie van PCa onder biopsie-naïeve mannen. Toepassing van multivariabele regressiemodellen (PLUM-modellen) vergeleken met PI-RADS cutoffs maakte grotere reductie van biopsieën mogelijk zonder missen van klinisch-significant PCa.

De onderzoekers concluderen dat mannen met eerdere negatieve biopsie lager risico hadden van detectie van prostaatcarcinoom dan mannen die niet eerder biopsie hadden ondergaan, ook in geval van gelijke PI-RADS score. Onder patiënten met eerdere negatieve biopsie kan in veel gevallen nieuwe biopsie veilig achterwege worden gelaten bij gebruik van PLUM modellen of PI-RADS 4 cutoff.

1.Patel DH, Koehne EL, Shea SM et al. Risk of prostate cancer for men with prior negative biopsies undergoing magnetic resonance imaging compared with biopsy-naïve men: a prospective evaluation of the PLUM cohort. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A study among participants of the Prospective Loyola University mpMRI (PLUM) Prostate Biopsy Cohort found that among men with a previous negative biopsy the risk of detection any prostate cancer or clinically significant prostate cancer was lower than among biopsy-naïve men. This association persisted when men were stratified by PI-RADS. Many biopsies could be avoided by the use of PLUM models or a PI-RADS 4 cutoff without any clinically significant cancer being missed.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

microRNA-gebaseerde signatuur voor vroege niet-invasieve detectie van maagcarcinoom (0)
2021-08-25 13:00   ( Nieuws )
Tags:  miRNA-based signature for early detection of gastric cancer
Prof. Ajay GoelEr is behoefte aan methoden voor niet-invasieve detectie van vroeg-stadium maagcarcinoom (GC). Een multinationale studie heeft een microRNA-gebaseerde signatuur voor deze detectie geëvalueerd. Prof. Ajay Goel (City of Hope centrum, Monrovia CA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

In monsters van patiënten van een academisch centrum in Japan (n=598) identificeerden de onderzoekers een 10-miRNA signatuur dat GC-weefsel onderscheidde van normaal weefsel. Dit signatuur werd gevalideerd in serummonsters van 586 patiënten in twee retrospectieve cohorten. De validatie resulteerde in het vaststellen van een 5-miRNA signatuur met AUC 0,90 (95%-bti 0,85-0,94) dat eveneens goede diagnostische performance had in patiënten met stadium 1-ziekte (AUC 0,89; 95%-bti 0,83-0,94). De onderzoekers leidden een risico-scoremodel af en optimaliseerden de assay tot analyse van 3 miRNAs. Dit 3-miRNA signatuur (miR-18a, miR-181b, en miR-335) werd gevalideerd in een prospectief cohort van 349 GC-patiënten. Het signatuur had hoge diagnostische accuratesse in patiënten met alle ziektestadia (AUC 0,86; 95%-bti 0,83-0,90) en in patiënten met stadium 1-ziekte (AUC 0,85; 95%-bti 0,79-0,91). Het signatuur had betere performance dan de gebruikelijke bloed-markers, en was in een kosteneffectiviteitsanalyse superieur aan endoscopische screening (ICER $ 2304,80 per QALY).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat het ontwikkelde en gevalideerde 3-miRNA signatuur kan worden gebruikt voor niet-invasieve kosteneffectieve vroege detectie van GC.

1.Izumi D, Zhu X, Chen Y et al. Assessment of the diagnostic efficiency of a liquid biopsy assay for early detection of gastric cancer. JAMA Network Open 2021;4:e2121129

Summary: A multinational study resulted in a 3-miRNA signature with good performance for noninvasive and costeffective assay for early detection of gastric cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)