De studie includeerde 8145 patiënten met een diagnose mammacarcinoom tussen begin 2004 en eind 2019, en beschikbare informatie over screening voorafgaand aan de diagnose. Screening werd beschouwd als jaarlijks in geval van interval tussen de twee screenings onmiddellijk voorafgaand aan de diagnose 15 maanden of korter, als tweejaarlijks in geval van interval tussen 15 en 27 maanden, en als intermitterend in geval van interval langer dan 27 maanden. Het primaire eindpunt van de studie was laat-stadium mammacarcinoom (TNM-stadium IIB of hoger), en het secundaire eindpunt was overall survival. Het percentage patiënten met laat-stadium ziekte bij diagnose nam toe van 9% bij jaarlijkse screening tot 14% bij tweejaarlijkse screening en 19% bij intermitterende screening (p<0.001). Deze trend werd gezien ongeacht leeftijd, ras, en menopauzestatus. Vergeleken met jaarlijkse screening waren tweejaarlijkse screening (HR 1,42; 95%-bti 1,11-1,82) en intermitterende screening (2,69; 2,11-3,43) geassocieerd met slechtere overall survival.
De onderzoekers concluderen dat jaarlijkse mammografiescreening vergeleken met tweejaarlijkse of intermitterende screening resulteerde in lager risico van laat-stadium ziekte bij diagnose en betere overall survival.
1.Zuley ML, Bandos AI, Duffy SW et al. Breast cancer screening interval: effect on rate of late-stage disease at diagnosis and overall survival. J Clin Oncol 2024.00285
Summary: A retrospective study at the University of Pittsburgh (PA) Medical Center found that annual mammographic screening was associated with lower risk of late-stage cancer and better overall survival across clinical and demographic subgroups when compared with biennial and less frequent screening.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)