Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Betrouwbaarheid van detectie van orofarynxcarcinoom op basis van ctHPV DNA in speeksel: meta-analyse (0)
2024-05-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  OPC ctHPV DNA in saliva
Dr. Karthik RajasekaranCirculerend tumor HPV DNA (ctHPV DNA) in patiënten met HPV-geassocieerd orofarynxcarcinoom (OPC) kan worden geïsoleerd uit plasma of uit speeksel. Deze laatste bron heeft het voordeel van verminderde invasiviteit. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de betrouwbaarheid van detectie van OPC op basis van speeksel-ctHPV DNA geïnventariseerd. Dr. Karthik Rajasekaran (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Otolaryngology – Head Neck Surgery.1


In de literatuur tot en met oktober 2023 identificeerden de onderzoekers 440 studies die ctHPV DNA testen ondergingen voor detectie van OPC. Onder deze studies waren er zes die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden en matige heterogeniteit hadden (I2=36%) met laag risico van bias. De studies telden tezamen 263 patiënten (mediane leeftijd 58 jaar; range 39-86; 77% stadium 1 of 2 OPC). De gepoolde sensitiviteit, specificiteit, positive likelihood ratios, negative likelihood ratio, and diagnostic odds ratio waren 64% (95%-bti 36-85) respectievelijk 89% (46-99), 11,70 (0,37-77,00), 1,21 (0,08-7,00), en 139,00 (0,05-837,00). De AUC van de SROC curve was 0,80.

De onderzoekers concluderen dat bepaling van ctHPV DNA in speeksel een acceptabele test is voor het detecteren van OPC.

1.Lakshimipathy D, Prasad A, Fritz CG et al. Accuracy of salivary circulating tumor human papillomavirus DNA in detecting oropharyngeal cancer. A systematic review and meta-analysis. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2024.1067

Summary: Systematic review and meta-analysis of six studies found salivary ctHPV DNA assay is an acceptable specific test for detecting HPV-associated oropharyngeal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van intensiteits-gemoduleerde herbestraling plus nivolumab voor recidiverend of tweede primair HNSCC (0)
2024-05-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  recurrent or second primary HNSCC intensity-modulated reirriation plus nivolumab
Prof. Nabil SabaOnder patiënten met niet-metastatisch recidiverend of tweede primair squameus celcarcinoom van hoofd of hals (HNSCC) resulteert intensiteits-gemoduleerde radiotherapie (IMRT)-herbestraling in slechte progressievrije overleving en overall survival. Een fase 2-studie van Emory University (Atlanta GA), Cleveland Clinic (Cleveland OH) en Medical College of Wisconsin (Pleasant Prairie WI) heeft de combinatie van nivolumab en IMRT-herbestraling voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Nabil Saba (Emory) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1


De studie includeerde 51 HNSCC-patiënten met recidief of tweede primaire HNSCC (82% mannen; mediane leeftijd 62 jaar; range 56-67). De patiënten kregen 60 tot 66 Gy IMRT in dagelijkse fracties van 2 Gy over 6,0 tot 6,5 weken; plus nivolumab 480 mg iedere twee weken, vanaf twee weken voor de IMRT, tijdens de IMRT, en na de IMRT gedurende in totaal 52 weken. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving, met als criterium voor werkzaamheid één-jaars PFS-percentage tenminste 43,8% (gebaseerd op historische controle). Het één-jaars PFS-percentage was 61,7% (p=0,002 versus 43,8%). De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger adverse event was lymfopenie (12% van de patiënten). De FACT-HN QOL-scores bleven stabiel tijdens de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van IMRT-herbestraling met nivolumab resulteerde in verbetering van de PFS in vergelijking met historische controles.

1.Naba NF, Wong SJ, Nasti T et al. Intensity-modulated reirridiation therapy with nivolumab in recurrent of second primary head and neck squamous cell carcinoma. A nonrandomized controlled trial. JAMA Oncol 2024.1143

Summary: A phase 2 trial at three centers in the USA found that among patients with recurring or second primary HNSCC, the combination of IMRT reirradiation and nivolumab resulted in improvement of progression-free survival compared with historical controls.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-2 studie van ruxolitinib met frontline neoadjuvante therapie voor gevorderd ovariumcarcinoom (0)
2024-05-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced ovarian cancer addition of ruxolitinib to neoadjuvant therapy
Dr. Charles LandenEr zijn aanwijzingen dat activering van de Janus kinase (JAK)-route bijdraagt aan resistentie tegen chemotherapie. Een multicenter fase 1-2 studie in de Verenigde Staten heeft toevoeging van de JAK1/2-remmer ruxolitinib aan frontline neoadjuvante chemotherapie voor gevorderd ovariumcarcinoom (aOC) geëvalueerd. Dr. Charles Landen (University of Virgina, Charlottesville) en collega’s publiceren de resultaten in het Journal of Clinical Oncology.1

In fase 1 kregen 17 patiënten oraal ruxolitinib tweemaal daags gecombineerd met drie drie-weekse cycli neoadjuvant dose dense paclitaxel en carboplatine, gevolgd door interval debulking surgery (IDS) en nog drie cycli ruxolitinib plus chemotherapie en ruxolitinib-onderhoudsbehandeling. De aanbevolen fase 2-dosering (primair eindpunt van fase 1) werd vastgesteld op ruxolitinib 15 mg (doseringsniveau 1).

In fase 2 werden 130 patiënten gerandomiseerd naar drie cycli neoadjuvant paclitaxel-carboplatine met of zonder ruxolitinib gevolgd door IDS en nog drie cycli chemotherapie met of zonder ruxolitinib. Het primaire eindpunt van fase 2 was progressievrije overleving. De mediane duur van follow-up was 24 maanden. Er was een hogere frequentie van graad 3 of 4 anemie (64% versus 27%), graad 3 of 4 neutropenie ( 53% versus 37%), en trombo-embolische gebeurtenissen (12,6% versu 2,4%) in de groep met ruxolitinib. De mediane PFS was 11,6 maanden in de groep zonder ruxolitinib en 14,6 maanden in de groep met ruxolitinib (HR 0,702; p=0,059), met OS-HR 0,785 (p=0,24).

De onderzoekers concluderen dat onder aOC-patiënten toevoeging van ruxolitinib 15 mg tweemaal daags in combinatie met neoadjuvante paclitaxel-carboplatine chemotherapie goed verdragen werd, en resulteerde in verlenging van de PFS.

1.Landen CN, Buckanovich RJ, Sill MW et al. Phase I and randomized phase II study of ruxolitinib with frontline neoadjuvant therapy in advanced ovarian cancer: an NRG Oncology Group study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 and randomized phase 2 study found that among patients with advanced ovarian cancer, addition of ruxolitinib to neoadjuvant paclitaxel-carboplatin chemotherapy was well tolerated and resulted in prolongation of progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ribociclib plus endocriene therapie versus combinatiechemotherapie voor agressief premenopauzaal HR+/HER2- aBC (0)
2024-05-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  RIGHT Choice trial HR+ HER2- aBC ribociclib plus ET vs combination therapy
Prof. Nagi El SaghirEr is tot op heden geen head-to-head vergelijking gerapporteerd van werkzaamheid van een CDK4/6-remmer plus endocriene therapie (ET) met die van combinatie-chemotherapie (cCT) voor klinisch-agressief HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (HR+ HER2- aBC). De multinationale fase 2-studie RIGHT CHOICE heeft eerstelijns ribociclib plus ET vergeleken met cCT voor klinisch-agressief (symptomatische metastasen of snelle ziekteprogressie) HR+HER2- aBC in premenopauzale vrouwen. Prof. Nagi El Saghir (American University of Beirut, Libanon) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



RIGHT Choice includeerde 222 patiënten die 1:1 werden gerandomiseerd naar eerstelijns ribociclib 600 mg eenmaal daags (3 weeks on, 1 week off) plus letrozol/anastrozol en gosereline (n=112) of cCT (docetaxel-capecitabine, paclitaxel-gemcitabine, of capecitabine-vinorelbine; n=110). De mediane follow-up was 37,0 maanden. De mediane PFS was 21,8 maanden in de ribociclib-ET groep versus 12,8 maanden in de cCT-groep (HR 0,61; p=0,003). De overall response rates waren 66,1% versus 61,8%, en de mediane tijden tot respons waren 4,9 maanden en 3,2 maanden. In de ribociclib-ET groep waren symptomatische adverse events minder frequent dan in de cCT-groep.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns ribociclib-ET vergeleken met cCT resulteerde in significant PFS-profijt en vergelijkbare responspercentages, met betere tolerabiliteit.

1.Lu Y-S, Mahidin EIBM, Azim H et al. Final results of RIGHT Choice: ribociclib plus endocrine therapy vs combination chemotherapy in premenopausal women with clinically aggressive HR+/HER2- advanced breast cancer. J Clin Oncol 2024.00144

Summary: The multinational phase 2 RIGHT Choice trial found that first-line ribociclib plus endocrine therapy showed a significant PFS benefit, similar response rates, and better tolerability over combination chemotherapy in premenopausal patients with clinically aggressive HR+/HER2- advanced breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1b-2 studie van cadonilimab plus chemotherapie voor HER2-negatief G/GEJ-adenocarcinoom (0)
2024-05-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  COMPASSION-04 trial gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma
Prof. Jiafu JiCadonilimab is een bispecifiek antilichaam gericht op PD-1 en CTLA-4. De multicenter fase 1b-2 COMPASSION-04 studie in China heeft de combinatie van cadonilimab en chemotherapie geëvalueerd als eerstelijns behandeling voor HER2-negatief niet-resectabel gevorderd of metastatisch adenocarcinoom van maag of slokdarm-maagovergang (G/GEJ-adenocarcinoom). Prof. Jiafu Ji (Peking University Cancer Hospital & Institute, Beijing) en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

Het primaire eindpunt van fase 1b was het vinden van een aanbevolen fase 2-dosering (RP2D) en het primaire eindpunt van fase 2 was objective response rate (ORR). Tijdens doseringsescalatie in fase 1b werden geen doserings-limiterende toxiciteiten waargenomen. De RP2D werd vastgesteld op 6 mg/kg iedere twee weken. De ORR was 52,1% (95%-bti 41,6-62,5) met complete respons in 4,3% van de patiënten. De mediane duur van respons, progressievrije overleving, en overall survival waren 13,73 maanden (95%-bti 7,79-19,12); 8,18 maanden (6,67-10,48), en 17,48 maanden (12,35-26,55). Onder patiënten met PD-L1 combined positive score 5 of hoger was de mediane OS 20,32 maanden (95%-bti 4,67-NE); onder patiënten met PD-L1 CPS lager dan 1 was de mediane OS 17,64 maanden (11,63-31,70). Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat de eerstelijns combinatie van cadonilimab plus chemotherapie veelbelovende klinische activiteit en manageable veiligheid had onder patiënten met HER2-negatief niet-resectabel gevorderd of metastatisch G/GEJ-adenocarcinoom, ongeacht PD-L1 expressie.

1.Gao X, Jia Y, Shan F et al. Cadonilimab with chemotherapy in HER2-negative gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma: the phase 1b/2 COMPASSION-04 trial. Nature Med 2024-03007-5

Summary: The multicenter phase 1b-2 COMPASSION-04 trial in China found promising activity and manageable safety of first-line cadonilimab plus chemotherapy for HER2-negative unresectable advanced or metastatic gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma, regardless of PD-L1 expression.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bevolkings-gebaseerde patiënt-controlestudie van tatoeages als risicofactor voor maligne lymfoom (0)
2024-05-23 11:52   ( Nieuws )
Tags:  tattoos malignant lymphoma
Dr. Christel NielsenDe populariteit van tatoeages is de laatste decennia sterk toegenomen. Inkt voor tatoeages kan carcinogene stoffen bevatten. Het tatoeageproces roept een immuunrespons op die translocatie van de inkt van de injectieplaats veroorzaakt. Een bevolkings-gebaseerde patiënt-controlestudie in Zweden heeft de associatie tussen tatoeages en het risico van maligne lymfoom geïnventariseerd. Dr. Christel Nielsen (Universiteit van Lund) en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De onderzoekers identificeerden alle incidente gevallen van maligne lymfoom tussen begin 2007 en eind 2017 in personen in de leeftijd van twintig tot en met zestig jaar in het Swedish National Cancer Register. Per patiënt werden drie voor leeftijd en geslacht gematchte controlepersonen at random gekozen in het Total Population Register. Alle potentiële deelnemers kregen een vragenlijst toegestuurd over hun tatoeagegeschiedenis. Het eindpunt van de studie was de incidence rate ratio (IRR) van maligne lymfoom in getatoeerde deelnemers.

De studiepopulatie bestond uit 11.905 personen, en het responspercentage was 54% onder patiënten (n=1398) en 47% onder controlepersonen (n=4193). De prevalentie van getatoeerd zijn was 21% onder patiënten en 18% onder controlepersonen. Getatoeerde personen hadden een hoger gecorrigeerd risico van lymfoon (IRR 1,21; 95%-bti 0,99-1,48). Het risico van lymfoom was het hoogst in persoenen met minder dan twee jaar tussen hun eerste tatoeage en het indexjaar (IRR 1.81; 95%-bti 1,03-3,20). Het risico nam af tussen drie en tien jaar na de blootstelling, en nam vervolgens weer toe. Er waren geen aanwijzingen voor een toename van het risico met hoger aan tatoering blootgesteld lichaamsoppervlak. Het risico was het hoogst voor diffuus grootcellig B-cel lymfoom (IRR 1,30; 95%-bti 0,99-1,71) en folliculair lymfoom (1,29; 0,92-1,82).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dan blootstelling aan tatoeage geassocieerd was met verhoogd risico van maligne lymfoom.

1.Nielsen C, Jerkeman M, Jöud AS. Tattoos as a risk factor for malignant lymphoma: a population-based case-control study. eClinMed 2024.102649

Summary: A population-based case-control study in Sweden found that tattoo exposure was associated with an increased risk of malignant lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde gecontroleerde studie van infrarood laser-moxibustie voor vermoeidheid in overlevers van mammacarcinoom (0)
2024-05-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BC survivors CRF infrared laser moxibustion
Prof. Xueyong ShenCancer-related fatigue (CRF) is een persistent symptoom dat wordt ervaren door overlevers van verschillende typen maligniteiten. Een gerandomiseerde gecontroleerde studie van Shanghai University of Traditional Chinese Medicine heeft infrarood laser moxibustie (ILM) voor CRF in overlevers van mammacarcinoom (BC) geëvalueerd. Prof. Xueyong Shen en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research.1

Tussen juni 2018 en augustus 2021 includeerde de studie 140 volwassen patiënten tenminste twaalf weken na primaire behandeling voor BC, die een score van 4 of hoger hadden of een 10-punten schaal van vermoeidheid. De patiënten werden 2:2:1 gerandomiseerd naar ILM (n=56), sham ILM (SILM; geen laser-emissie na aanschakelen van het moxibustie-instrument; n=56), of wachtlijst controle (WLC; n=28). ILM en SILM werden gegeven in twee sessies per week gedurende zes weken. De patiënten werden gedurende achttien weken gevolgd. Het primaire eindpunt van de studie was verandering in score op de Brief Fatigue Inventory (BFI) na zes weken.

De figuur laat zien dat vergeleken met WLC, ILM resulteerde in verlaging van de gemiddelde BFI-score met 0,9 punten (p=0,07) tussen baseline en eind van week zes, met een verschil tussen de groepen van 1,1 punten (p=0,002) aan het eind van week achttien. Vergeleken met SILM, resulteerde ILM ook in verlaging van de BFI-score; dit verschil was niet statistisch significant (0,4; p=0,206) na zes weken maar wel na achttien weken (0,7; p=0,014). Er waren geen ernstige adverse events.

De onderzoekers concluderen dat ILM veilig was en CRF significant verlaagde vergeleken met WLC; de werkzaamheid versus SILM dient te worden gevalideerd in toekomstige studies met adequaat statistisch vermogen.

1.Mao H, Jin M, Xie L et al. Infrared laser moxibustion for cancer-related fatigue in breast cancer survivors: a randomized controlled trial. Breast Cancer Res 2024;26:80

Summary: A randomized controlled trial at Shanghai University of Traditional Chinese Medicine found infrared laser moxibustion to be effective for cancer-related fatigue in breast cancer survivors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve observationele studie van prognostische relevantie van lymfovasculaire invasie in mammacarcinoom (0)
2024-05-22 13:30   ( Nieuws )
Tags:  invasive breast cancer LVI
Er is geen consensus over de prognostische relevantie van lymfovasculaire invasie (LVI) in mammacarcinoom (BC). Een grote retrospectieve observationele studie van het Eerste Geaffilieerde Ziekenhuis van Dalian Medische Universiteit (Liaoning, China) heeft de associatie tussen LVI en uitkomsten van verschillende typen BC geïnventariseerd. Prof. Hongjiang Wang en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 2124 patiënten die tussen begin 2012 en eind 2020 in het ziekenhuis van de universiteit behandeld werden. Onder deze patiënten waren 397 (18,7%) LVI-positief en 1727 (81,3%) LVI-negatief. Er was een sterke correlatie tussen LVI en T-stadium en N-stadium. De figuur aat zien dat LVI geassocieerd was met significant slechtere overall survival en ziektevrije overleving. Deze figuur laat de impact van LVI zien op OS in BC-subgroepen, en deze figuur laat de impact van LVI zien op DFS in subgroepen.

De onderzoekers concluderen dat LVI geassocieerd is met agressieve klinisch-pathologische kenmerken en een onafhankelijke ongunstige prognostische factor is in invasief BC.

1.Zhang Y, Wang H, Zhao H et al. Prognostic significance and value of further classification of lymphovascular invasion in invasive breast cancer: a retrospective observational study. Breast Cancer Res Treat 2024-07318-6

Summary: A retrospective study at Dalian Medical University (China) found that lymphovascular invasion is associated with aggressive clinicopathological features and is an independent poor prognostic factor in invasive breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)