Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 2-studie van eerstelijns nivolumab en relatlimab plus chemotherapie voor gevorderd G/GEJ-adenocarcinoom (0)
2024-05-11 13:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced G GEJ adenocarcinoma nivolumab with chemotherapy with or without relatlimab
Prof. Susanna Hegewisch-BeckerDe vijf-jaars relatieve overleving van patiënten met gevorderd adenocarcinoom van maag of maag-slokdarmovergang (aGC/GEJC) bedraagt 6%. De multinationale fase 2-studie RELATIVITY-060 randomiseerde patiënten met aGC/GEJC 1:1 naar eerstelijns nivolumab (antiPD-1) plus relatlimab (anti-LAG-3) en chemotherapie (n=138) of alleen nivolumab plus chemotherapie (n=136). Dr. Susanna Hegewisch-Becker (Hematology-Oncology Practice Eppendorf, Hamburg) publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De mediane duur van follow-up was 11,9 maanden. Het primaire eindpunt van de studie was objective response rate (centraal geblindeerd beoordeeld) in de groep patiënten met LAG-3 expressie 1% of hoger. Deze bedroeg 48% in de nivolumab-relatlimab-chemotherapiegroep versus 61% in de nivolumab-chemotherapiegroep. Deze figuur toont de progressievrije-overlevingsuitkomsten en deze figuur toont de overall survival uitkomsten. Zowel onder alle patiënten als onder patiënten met LAG-3 expressie 1% of hoger als onder patiënten met LAG-3 expressie lager dan 1% was toevoegen van relatlimab aan eerstelijns nivolumab plus chemotherapie niet geassocieerd met betere PFS of OS. Graad 3 of 4 treament-related adverse events en discontinuering wegens TRAEs werden gezien in 69% respectievelijk 42% in de nivolumab-relatlimab-chemotherapiegroep en 61% respectievelijk 36% in de nivolumab-chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat in RELATIVITY-060 toevoegen van relatlimab aan eerstelijns nivolumab plus chemotherapie niet resulteerde in verbetering van uitkomsten van patiënten met aGC/GEJC.

1.Hegewisch-Becker S, Mendez G, Chao J et al. First-line nivolumab and relatlimab plus chemotherapy for gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma: the phase II RELATIVITY-060 study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 RELATIVITY-060 study found that among patients with advanced adenocarcinoma of stomach or gastroesophageal junction, addition of relatlimab to first-line nivolumab plus chemotherapy did not improve outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvante chemotherapie in PDAC-patiënten die pancreaticoduodenectomie met vasculaire resectie ondergaan (0)
2024-05-11 12:00   ( Nieuws )
Tags:  PDAC patients undergoing PD with vascular resection NAC
Dr. Mark GirgisNeoadjuvante chemotherapie (NAC) wordt in toenemende mate toegepast in patiënten met pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC). Een retrospectieve studie van University of California Los Angeles heeft uitkomsten met NAC versus upfront chirurgie vergeleken onder PDAC patiënten die pancreaticoduodenectomie (PD) met vasculaire resectie ondergingen. Dr. Mark Girgis en collega’s publiceren de studie in het Journal of Surgical Oncology.1

De studie includeerd 81 PDAC-patiënten van UCLA die tussen begin 2013 en eind 2020 PD met vasculaire resectie ondergingen, onder wie 46 patiënten (56%) die NAC kregen en 35 patiënten (44%) die upfront chirurgie ondergingen. Het NAC-cohort had meer frequent pathologische N0-status (47,8% versus 8,6%; p<0,001), hadden minder frequent vasculaire invasie (11% versus 40%;p=0,002), en voltooiden meer frequent adjuvante chemotherapie )80% versus 40%; p<0,01). Het NAC-cohort had significant betere ziektevrije overleving (mediaan 40,5 versus 14,3 maanden; p=0,007). In multivariate analyse bleef NAC onafhankelijk geassocieerd met betere ziektevrije overleving (HR 0,48; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat onder PDAC-patiënten die PD met vasculaire resectie ondergingen, NAC versus upfront chirurgie geassocieerd was met betere klinisch-pathologische uitkomsten en ziektevrije overleving.

1.Dillon DL, Park JY, Mederos MA et al. Neoadjuvant chemotherapy is associated with improved disease-free survival in pancreatic cancer patients undergoing pancreaticoduodenectomy with vascular resection. J Surg Oncol 2024.27674

Summary: A retrospective study at the University of California Los Angeles found that among PDAC patients undergoing pancreaticoduodenectomy with vascular resection, neoadjuvant chemotherapy compared with upfront surgery was associated with improved clinicopathologic outcomes and disease-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van frontline ponatinib versus imatinib voor Philadelphia chromosoom-positief ALL (0)
2024-05-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PhALLCON trial Ph+ ALL frontline ponatinib versus imatinib
Prof. Elias JabbourOnder patiënten die eerste- of tweedegeneratie BCR::ABL1 tyrosinekinaseremmers krijgen voor nieuw-gediagnostiseerd Phildelphia-chromosoompositief acute lymfatische leukemie (ND Ph+ALL) is ziekteprogressie vanwege verkregen resistentie niet ongebruikelijk. Ponatinib is een derdegeneratie BCR::ABL1 TKI. De multinationale fase 3-studie PhALLCON vergeleek ponatinib versus imatinib (eerstegeneratie TKI), beide in combinatie met gereduceerde-intensiteit chemotherapie (RIC), voor ND Ph+ALL. Prof. Elias Jabbour (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in JAMA.1

PhALLCON werd uitgevoerd in 77 centra. De studie includeerde 245 volwassen patiënten (mediane leeftijd 54 jaar; 54,3% vrouwen) met ND Ph+ALL met p190 of p210 dominante isoforms, die 2:1 werden gerandomiseerd naar ponatinib 30 mg/d plus RIC (n=154) of imatinib 600 mg/d plus RIC (n=78); na 20 cycli gevolgd door ponatinib of imatinib monotherapie. Na bereiken van MRD-negatieve complete remissie (MR4) werd de ponatinib-dosering verlaagd tot 15 mg/d. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met MRD-negatieve complete remissie aan het eind van cyclus drie. Dit percentage was significant hoger in de ponatinibgroep dan in de imatinibgroep (34,4% versus 16,7%; p=0,002). Op het moment van de nu gepubliceerde interimanalyse was het aantal vooraf-gespecificeerde gebeurtenissen voor de analyse van gebeurtenisvrije overleving nog niet bereikt. De mediane EFS was niet bereikt in de ponatinibgroep en was 29 maanden in de imatinibgroep. De meest-voorkomende adverse events waren similar tussen de beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met ND Ph+ALL ponatinib plus RIC voor het eindpunt MRD-negatieve complete remissie superieur was aan imatinib plus RIC. Het veiligheidsprofiel van beide regimes was vergelijkbaar (visual abstract).

1.Jabbour E, Kantarjian HM, Aldoss I et al. Ponatinib vs imatinib in frontline Philadelphia chromosome-positive acute lymphoblastic leukemia. A randomized clinical trial. JAMA 2024.4783

Summary: The multinational phase 3 PhALLCON trial found that among adult patients with newly diagnosed Ph+ALL, ponatinib plus reduced-intensity chemotherapy demonstrated a superior rate of MRD-negative complete remission at the end of induction versus imatinib plus reduced-intensity chemotherapy, while the safety profile of both regimens was comparable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van aangepaste-dosering EPOCH plus inotuzumab ozogamicine voor R/R B-ALL in volwassen patiënten (0)
2024-05-10 13:30   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory B-ALL DA-EPOCH plus InO
Dr. Ryan CassadayVolwassen patiënten met recidiverend of refractair B-cel acute lymfatische leukemie of lymfoom (R/R B-ALL) hebben slechts beperkte therapeutische opties. Een fase 1-doseringsescalatiestudie van de University of Washington (Seattle) heeft de combinatie van inotuzumab ozogamicine (InO) en aangepaste-dosering etoposide, prednison, vincristine, cyclofosfamide, en doxorubicine (DA-EPOCH) voor R/R B-ALL geëvalueerd. Dr. Ryan Cassaday en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 24 patiënten (62% mannen) met R/R B-ALL en tenminste 5% bloed- of beenmerg-blasten of meetbare extramedullaire ziekte (EMD). De mediane leeftijd was 46 jaar (range 28-76). Het mediane aantal eerdere lijnen therapie was 3 (range 1-12). De patiënten kregen DA-EPOCH op dagen één tot en met vijf en drie doseringsniveaus InO op dagen acht en vijftien van vier-weekse cycli. De hoogst-verdragen InO-dosering was 0,6 mg/m2. Geen van de patiënten overleed tijdens de studie, en slechts één patiënt (4%) ontwikkelde sinusoïdaal obstructiesyndroom. Het percentage patiënten met morfologisch complete respons was 84% (95%-bti 60-97) waarvan 88% MRD-negatief was. Vijf van zes patiënten met EMD hadden respons. De overall response rate was 83% (95%-bti 63-95). De mediane overall survival was 17,0 maanden (95%-bti 8,4-NR), de mediane duur van respons was 15,0 maanden (6,7-NR), en de mediane gebeurtenisvrije overleving was 9,6 maanden (4,5-NR).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van InO en DA-EPOCH een veilig, goed-verdragen, en klinisch actief regime is voor R/R B-ALL in volwassenen.

1.Kopmar NE, Quach K, Gooley TA et al. Dose-adjusted EPOCH plus inotuzumab ozogamicin in adults with relapsed or refractory B-cell ALL. A phase 1 dose-escalation trial. JAMA Oncol 2024.0967

Summary: A phase 1 dose escalation study at the University of Washington (Seattle) found that the combination of inotuzumab ozogamicin and dose-adjusted EPOCH was a safe, well-tolerated, and clinically active regimen for R/R B-ALL in adult patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn waarde van EndoPredict als biomarker voor risicostratificatie in HR-positief, HER2-negatief vroeg mammacarcinoom (0)
2024-05-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HR+ HER2- EBC EndoPredict
Dr. Evelyn KleinDe EndoPredict Test (EP) is een genomische test voor risicostratificatie van patiënten met HR-positief HER2-negatief vroeg-stadium mammacarcinoom (HR+HER2-EBC). Een retrospectieve studie van de Technische Universität München heeft de lange-termijn prognostische en (voor adjuvante chemotherapie) predictieve waarde van EP onder patiënten met HR+HER2-EBC geïnventariseerd. Dr. Evelyn Klein en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 386 achtereenvolgende HR+HER2-EBC patiënten met ten hoogste drie positieve lymfeklieren. De EP-test werd uitgevoerd op alle tumormonsters. Volgens EP hadden 238 patiënten (65%) laag-risico ziekte en 130 patiënten (35%) hoog-risico ziekte. Tijdens mediaan 8,2 jaar follow-up was het voorkomen van recidief of overlijden een factor 2 hoger in de hoog-risicogroep dan in de laag-risicogroep (HR 2,08; p=0,004). Het vijf-jaars ziektevrije overlevingspercentage was 95,3% (95%-bti 92,6-98,0) in de laag-risicogroep en 82,4% (75,9-89,3) in de hoog-risicogroep. Ook de ontwikkeling van afstandsmetastase of overlijden was hoger in de hoog-risicogroep dan in de laag-risicogroep (HR 2,21; p=0,005). EP-hoog risico-patiënten die adjuvante chemotherapie kregen hadden een vijf-jaars DFS-percentage van 89,1% (95%-bti 82,7-96,1) vergeleken met 68,9% (56,2-84,5) voor hoog-risicopatiënten die geen adjuvante chemotherapie kregen (HR 0,46; p=0,036). Deze associaties werden zowel onder premenopauzale als onder postmenopauzale patiënten gezien.

De onderzoekers concluderen dat de studie de lange-termijn prognostische en predictieve waarde van EP onder zowel premenopauzale als postmenopauzale patiënten met HR+HER2-EBC heeft laten zien.

1.Klein E, Kiechle M, Josipovic A et al. Long-term prospective outcome data using EndoPredict as risk stratification and chemotherapy decision biomarker in hormone receptor-positive, HER2-negative early breast cancer. Breast Cancer Research and Treatment 2024-07346-2

Summary: A retrospective study at the Technische Universität München (Germany) found that EndoPredict can guide decisions on adjuvant chemotherapy in early luminal breast cancer. EndoPredict risk stratification is also applicable in premenopausal women.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van prognostische waarde van gecombineerde TIL-status en MSI-status in colorectaalcarcinoom (0)
2024-05-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CRC tumor-infiltrating lymphocytes microsatellite instability
Prof. Michael HoffmeisterMicrosatelliet-instabiliteit (MSI)-status en tumorinfiltrerende lymfocyten (TIL)-status zijn geaccepteerde prognostische factoren in colorectaalcarcinoom (CRC). Een systematisch overzicht en netwerk meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de prognostische waarde van de combinatie van beide factoren geïnventariseerd. Prof. Michael Hoffmeister (Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s publiceren de analyse in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1




In de literatuur tussen begin 1990 en 14 maart 2024 identificeerden de onderzoekers 21 voor het onderwerp relevante studies (tezamen 14.028 patiënten) die in het systematisch overzicht werden opgenomen, waaronder 19 studies (n=13.029) die in de meta-analyse werden opgenomen. De studies rapporteerden overall survival, ziektevrije overleving, en maligniteit-pecifieke overleving voor verschillende combinaties van TIL-status (Hoog versus Laag) en MSI-status (MSI versus MSS). Deze figuur toont de netwerk meta-analyse van OS, deze figuur toont de netwerk meta-analyse van DFS, en deze figuur toont de netwerk meta-analyse van de CSS. Het MSI-TIL-H subtype had de langste OS, DFS, en CSS; gevolgd door MSS-TIL-H, en MSS-TIL-L. Patiënten met MSI-TIL-L hadden vergelijkbare OS en DFS, maar een bescheiden langere CSS vergeleken met patiënten met MSS-TIL-L.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met TIL-H CRC de beste overlevingsuitkomsten hadden, ongeacht de MSI-status. De geïntegreerde MSI-TIL klassering als predictieve tool voor behandelkeuzen in vroeg-stadium CRC verdient nader onderzoek.

1.Wankhede D, Yuan T, Kloor M et al. Clinical significance of combined tumour-infiltrating lymphocytes and microsatellite instabiliby status in colorectal cancer: a systematic review and network-meta-analysis. Lancet Gastroenterol Hepatol 2024-00091-8

Summary: A systematic review and network meta-analysis found that among patients with colorectal cancer, patients with the TIL-H subtype had the best overall survival, regardless of MSI of MSS status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-studie van transarteriële chemo-embolisatie gevolgd door pembrolizumab voor levercelcarcinoom (0)
2024-05-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  PETAL study HCC TACE followed by pembrolizumab
Dr. David PinatoTransarteriële chemo-embolisatie (TACE) zou een primer kunnen zijn voor adaptieve immuniteit en de werkzaamheid van immuuntherapie voor levercelcarcinoom kunnen bevorderen. De fase 1b-studie PETAL van het Imperial College London (UK) heeft TACE gevolgd door pembrolizumab voor HCC geëvalueerd. Dr. David Pinato en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde vijftien patiënten met tot de lever beperkte HCC. De mediane leeftijd was 72 jaar; 73% had niet-virale cirrose; Child-Pugh klasse was A in veertien patiënten, en de mediane grootte van de tumor was 4 cm. De patiënten kregen één (n=10) of twee ronden (n=5) TACE, dertig dagen later gevolgd door pembrolizumab 200 mg iedere drie weken tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit of voor de duur van een jaar. Het primaire eindpunt was veiligheid; het secundaire eindpunt was progressievrije overleving.

Pembrolizumab na TACE veroorzaakte geen synergistische toxiciteit en geen doserings-limiterende toxiciteit. Treatment-related adverse events werden gezien in 93% van de patiënten, vooral rash, vermoeidheid, en diarree. De mediane follow-up was 38,5 maanden. De objective response rate twaalf weken na TACE was 53%. Het PFS-percentage na twaalf weken was 93%, en de mediane PFS was 8,95 maanden (95%-bti 7,30-NE). De mediane duur van respons was 7,3 maanden (95%-bti 6,3-8,3) en de mediane overall survival was 33,5 maanden (11,6-NE).

De onderzoekers concluderen dat TACE gevolgd door pembrolizumab voor HCC verdragen werd zonder aanwijzingen voor synergistische toxiciteit, en veelbelovende werkzaamheid liet zien.

1.Pinato DJ, D’Alessio A, Fulgenzi CAM et al. Safety and preliminary efficacy of pembrolizumab following transarterial chemoembolization for hepatocellular carcinoma: the PETAL phase 1b study. Clin Cancer Res 2024-0177/745214

Summary: The phase 1b PETAL study found that among patients with liver-confined hepatocellular carcinoma, transarterial chemoembolization followed by pembrolizumab was tolerable and had promising activity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van fysieke activiteit op chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie in overlevers van mammacarcinoom (0)
2024-05-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CIPN in breast cancer survivors exercise
Dr. Ting BaoChemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie (CIPN) is een debiliterende bijwerking van neurotoxische chemotherapie. Fysieke activiteit activeert het neuromusculair functioneren, en zou CIPN kunnen verbeteren. Een multicenter retrospectieve cross-sectionele studie heeft de associatie tussen exercise en CIPN-symptomen in overlevers van mammacarcinoom geïnventariseerd. Dr. Ting Bao (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2017 en eind 2022 includeerde de studie 5444 overlevers die de chemotherapie voltooid hadden (mediane leeftijd 62 jaar; mediaan 4,7 jaar na de chemotherapie). De patiënten beantwoordden een survey over duur en intensiteit van exercise (gekwantificeerd als MET-h/week) en over CIPN-symptomen. Exercisers werden gedefinieerd als overlevers die voldeden aan de criteria van de National Physical Activity Guidelines. De overall prevalentie van CIPN was 34% (95%-bti 33-36); 33% voor niet-taxaan chemotherapie en 37% voor taxaan-gebaseerde chemotherapie. De prevalentie van CIPN was 28% (95%-bti 26-30) onder exercisers en 38% (37-40) onder non-exercisers (p<0,001). Vergeleken met patiënten die minder dan 6 MET-h/wk rapporteerden (42% van de patiënten) hadden 11% minder patiënten met meer dan 6 MET-h/wk activiteit CIPN-symptomen. Exercise was geassocieerd met lagere prevalentie van alle CIPN-symptomen ongeacht type chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat CIPN verscheidene jaren na voltooiing van chemotherapie voor mammacarcinoom kan persisteren, en significant doserings-afhankelijk afneemt door fysieke activiteit.

1.Saint K, Nemirovsky D, Lessing A et al. Impact of exercise on chemotherapy-induced peripheral neuropathy in survivors with post-treatment primary breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2024-07342-6

Summary: A multicenter retrospective cross-sectional study found that among survivors of breast cancer, chemotherapy-induced peripheral neuropathy may persist several years, and is significantly reduced by exercise in a dose-dependent manner.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)