De mediane duur van follow-up was 11,9 maanden. Het primaire eindpunt van de studie was objective response rate (centraal geblindeerd beoordeeld) in de groep patiënten met LAG-3 expressie 1% of hoger. Deze bedroeg 48% in de nivolumab-relatlimab-chemotherapiegroep versus 61% in de nivolumab-chemotherapiegroep. Deze figuur toont de progressievrije-overlevingsuitkomsten en deze figuur toont de overall survival uitkomsten. Zowel onder alle patiënten als onder patiënten met LAG-3 expressie 1% of hoger als onder patiënten met LAG-3 expressie lager dan 1% was toevoegen van relatlimab aan eerstelijns nivolumab plus chemotherapie niet geassocieerd met betere PFS of OS. Graad 3 of 4 treament-related adverse events en discontinuering wegens TRAEs werden gezien in 69% respectievelijk 42% in de nivolumab-relatlimab-chemotherapiegroep en 61% respectievelijk 36% in de nivolumab-chemotherapiegroep.
De onderzoekers concluderen dat in RELATIVITY-060 toevoegen van relatlimab aan eerstelijns nivolumab plus chemotherapie niet resulteerde in verbetering van uitkomsten van patiënten met aGC/GEJC.
1.Hegewisch-Becker S, Mendez G, Chao J et al. First-line nivolumab and relatlimab plus chemotherapy for gastric or gastroesophageal junction adenocarcinoma: the phase II RELATIVITY-060 study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print
Summary: The multinational phase 2 RELATIVITY-060 study found that among patients with advanced adenocarcinoma of stomach or gastroesophageal junction, addition of relatlimab to first-line nivolumab plus chemotherapy did not improve outcomes.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)