
De studie includeerde patiënten die niet in aanmerking kwamen voor standaard locoregionale therapie (resectie, ablatie, of TACE). Onder de 177 patiënten die in de analyse werden opgenomen kregen 85 SBRT (27,5 tot 50 Gy in vijf fracties over vijf tot vijftien dagen) gevolgd door sorafenib 200 mg met escalatie tot 400 mg tweemaal daags vanaf één tot vijf dagen na voltooiing van SBRT, en 92 alleen sorafenib 400 mg tweemaal daags. Honderdvijftig patiënten (84,7%) waren mannen; de mediane leeftijd was 66 jaar (IQR 60-72). Honderdeenendertig patiënten (74%) hadden macrovasculaire invasie. Het primaire eindpunt was overall survival.
De mediane OS was 12,3 maanden in de sorafenibgroep versus 15,8 maanden in de SBRT-sorafenibgroep (HR 0,77; p=0,06). De mediane progressievrije overleving was 5,5 maanden in de sorafenibgroep versus 9,2 maanden in de SBRT-sorafenibgroep (HR 0,55; p<0,001). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 42% van de patiënten in de sorafenibgroep en 47% van de patiënten in de SBRT-sorafenibgroep. Eén patiënt in de SBRT-sorafenibgroep en twee patiënten in de alleen-sorafenibgroep overleden aan met de behandeling samenhangende oorzaken.
De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met LA-HCC, SBRT gevolgd door sorafenib vergeleken met alleen sorafenib resulteerde in klinisch belangrijke maar statistisch niet significante verbetering van de OS (visual abstract).
1.Dawson LA, Winter KA, Knox JJ et al. Stereotactic body radiotherapy vs sorafenib alone in hepatocellular carcinoma. The NRG Oncology/RTOG 1112 phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2024.5403
Summary: The multicenter phase 3 RTOG 1112 trial found that among patients with locally advanced hepatocellular carcinoma, SBRT followed by sorafenib was associated with a clinically important but not statistically significant improved overall survival compared with sorafenib alone.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)