Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Preventie van taxaan-geïnduceerde nagelveranderingen en perifere neuropathie door koeling van handen en voeten (0)
2024-07-29 13:30   ( Nieuws )
Tags:  taxane-induced nail changes and peripheral neuropathy extremity cooling
Prof. Richard Cathomas

Prof. Richard Cathomas

Nageltoxiciteit en perifere neuropathie zijn frequente bijwerkingen van taxaan-chemotherapie. Een prospectieve studie in het Kantonsspital Graubünden (Chur, Zwitserland) heeft cryotherapie voor preventie van deze bijwerkingen geëvalueerd. Prof. Richard Cathomas en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1

De studie includeerde 69 patiënten die taxaan-chemotherapie kregen in de adjuvante of palliatieve setting van verschillende typen maligniteiten. Er waren 21 patiënten die docetaxel kregen (geplande dosering tenminste 300 mg/m2) en 48 patiënten die paclitaxel kregen (≥ 720 mg/m2). Vanaf dertig minuten voor begin van de chemotherapie-infusie tot dertig minuten na het eind van de infusie werden de dominante hand en voet met de Hilotherapy machine gekoeld tot 10 tot 12oC; de contralaterale hand en voet werden niet gekoeld als intrapatient control. Primaire eindpunten van de studie waren nageltoxiciteit vanwege docetaxel en chemotherapy-induced peripheral neuropathy (CIPN) vanwege paclitaxel. ▩ Deze figuur laat zien dat de koeling resulteerde in lager risico van nageltoxiciteit in de docetaxel-behandelde patiënten (OR 0,42; p=0,045). ▩ Deze figuur laat zien dat de koeling ook resulteerde in lager risico van CIPN in de paclitaxel-behandelde patiënten (OR 0,28; p=0,001). De koeling werd goed verdragen.

De onderzoekers concluderen dat koeling van handen en voeten resulteerde in een klinisch relevante verlaging van het door taxaan-chemotherapie geïnduceerde risico van nageltoxiciteit en CIPN.

1.Johnson K, Stoffel B, Schwitter M et al. Prevention of taxane chemotherapy-induced nail changes and peripheral neuropathy by apllication of extremity cooling: a prospective single-centre study with intrapatient comparison. Supp Care Cancer 32:554

Summary: A single-center prospective study in Switzerland found that cooling of hands and feet has a clinically meaningful impact on reducing occurrence of taxane chemotherapy-induced nail toxicity and peripheral neuropathy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van preoperatieve ureteroscopie op recidief in de blaas na nefro-ureterectomie voor UTUC (0)
2024-07-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  UTUC RNU URS
Dr. Jeremy Teoh

Dr. Jeremy Teoh

Ureteroscopie (URS) kan worden gebruikt voor het stellen van de diagnose upper tract urotheelcarcinoom (UTUC). Het is niet duidelijk of URS geassocieerd is met verhoogd risico van recidief in de blaas na radicale nefro-ureterectomie (RNU) voor UTUC. Een retrospectieve analyse van een prospectief bijgehouden database heeft de impact van preoperatieve URS op intravesicaal recidief in UTUC-patiënten geïnventariseerd. Dr. Jeremy Yuen-Chun Teoh (The Chinese University of Hong Kong) en collega’s publiceren de analyse in Cancers.1


Het CROES-UTUC Registry (‘Clinical Research Office of the Endourology Society Urothelial Carcinomas of the Upper Tract’) is een prospectieve database van patiënten van 125 centra in 37 landen. In de database identificeerden de onderzoekers 137 volwassen niet-metastatisch UTUC-patiënten die upfront RNU ondergingen en 132 patiënten die pre-RNU URS ondergingen. Er waren geen belangrijke demografische of klinische verschillen tussen beide groepen. De mediane duur van follow-up was 16,8 maanden in de upfront RNU groep en 15,7 maanden in de pre-RNU URS groep. ▩ De figuur laat zien dat de intravesical recurrence-free survival significant slechter was in de pre-RNU URS groep (HR 1,705; p=0,020).

De onderzoekers concluderen dat diagnostische URS voorafgaand aan RNU geassocieerd was met verhoogd risico van intravesicaal redicief na RNU voor UTUC.

1.Wong Ch-M, Ko IC-H, Leung DK-W et al. Impact of pre-operative ureteroscopy on bladder recurrence following nephroureterectomy for UTUC. Cancer 2024;16:2683

Summary: Retrospective analysis of a prospectively maintained database found that diagnostic ureteroscopy in patients with non-metastatic upper tract urothelial carcinoma was associated with increased risk of intravesical recurrence after radical nephroureterectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvante anthracycline gevolgd voor toripalimab en nab-paclitaxel voor vroeg triple-negatief mammacarcinoom (0)
2024-07-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NeoTENNIS trial early-stage TNBC
Prof. Jiong Wu

Prof. Jiong Wu

De voorkeursbehandeling voor stadium II en III triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) is neoadjuvante chemotherapie (NAC) gevolgd door chirurgie. De fase 2 NeoTENNIS-studie van Fudan Universiteit (Shanghai, China) heeft toripalimab (anti-PD-1) geïncludeerd in een NAC-regime voor stadium II en III TNBC geëvalueerd. Prof. Jiong Wu en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 70 patiënten (mediane leeftijd 51 jaar; 62,9% stadium III), die neoadjuvant vier twee-weekse cycli epirubicine-cyclofosfamide kregen, gevolgd door twaalf weken toripalimab 240 mg iedere drie weken plus wekelijks nab-paclitaxel. Zesenzestig patiënten voltooiden de behandeling zonder progressie en ondergingen chirurgie. Het primaire eindpunt was totale pathologisch complete respons. Deze werd gezien in 39 van 70 patiënten (tpCR 55,7%; 95%-bti 43,3-67,7) en borst-pCR werd gezien in 41 van 70 patiënten (58,6%; 46,2-70,2). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 22,9% van de patiënten. De meest-waargenomen immuungerelateerde AE was hypothyreoïdie (7,1%; alleen graad 1 of 2).

De onderzoekers concluderen dat twaalf weken toripalimab geïncludeerd in een NAC-regime voor vroeg-stadium TNBC veelbelovende werkzaamheid en manageable toxiciteit had.

1.He M, Hao S, Ma L et al. Neoadjuvant anthracycline followed by toripalimab combined with nab-paclitaxel in patients with early triple-negative breast cancer (NeoTENNIS): a single-arm, phase II study. eClinicalMedicine 2024.102700

Summary: The phase 2 NeoTENNIS trial at Fudan University (Shanghai, China) found the inclusion of toripalimab in a neoadjuvant chemotherapy regimen for early-stage TNBC conferred encouraging activity and manageable toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van vebreltinib voor gevorderd NSCLC met cMet exon 14 skipping mutatie (0)
2024-07-28 13:29   ( Nieuws )
Tags:  KUNPENG study cohort 1 aNSCLC harboring c-Metex14 alterations vebreltinib
Prof. Yi-Long Wu

Prof. Yi-Long Wu

Vebreltinib is een selectieve remmer van cMET. Cohort 1 van de fase 2 KUNPENG-studie, in 17 centra in China, evalueerde vebreltinib in patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) met c-Met exon 14 skipping mutatie die niet eerder MET-remmers hadden gekregen. Prof. Yi-Long Wu (Zuidelijke Medische Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



Het cohort telde 52 patiënten onder wie 35 niet eerder behandeld waren. De patiënten kregen vebreltinib 200 mg tweemaal daags. Het primaire eindpunt was objective response rate. De ORR was 75% (95%-bti 61,1-86,0) onder alle patiënten; 77,1% (59,9-89,6) onder niet-eerder behandelde patiënten; en 70,6% (44,0-89,7) onder eerder behandelde patiënten. De mediane duur van respons was 15,9 maanden. De disease control rate was 92,6%. De mediane progressievrije overleving en overall survival waren 14,1 respectievelijk 20,7 maanden. De meest-frequente treatment-related adverse events waren perifeer oedeem (82,7% van de patiënten), QT-verlenging (30,8%), en verhoogd serum creatinine (28,8%).

De onderzoekers concluderen dat vebreltinib veelbelovende activiteit en een gunstig veiligheidsprofiel had onder patiënten met METex14-gemuteerd aNSCLC.

1.Yang J-J, Zhang Y, Wu L et al. Vebreltinib for advanced non-small cell lung cancer harboring c-Met exon 14 skipping mutation: a multicenter, single-arm, phase II KUNPENG study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 trial in China found promising efficacy and a favorable safety profile of vebreltinib in patients with METex14-mutant advanced NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Supplementele contrastversterkte mammografie-screening in vrouwen met hoog risico van mammacarcinoom (0)
2024-07-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  supplemental CEM screening in women with elevated breast cancer risk
Dr. Bhavika Patel

Dr. Bhavika Patel

Contrastversterkte mammografie (CEM) en MRI hebben vergelijkbare diagnostische performance voor de detectie van mammacarcinoom (BC). De waarde van CEM-screening in vrouwen met hoog BC-risico is niet duidelijk. Een prospectieve studie van de Mayo Clinic in Arizona (Phoenix) heeft de effectiviteit van supplementele CEM-screening in vrouwen met hoog BC-risico geëvalueerd. Dr. Bhavika Patel en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 460 asymptomatische vrouwen met verhoogd BC-risico in de leeftijd van 35 jaar of ouder (mediaan 56,8 jaar; range 35,0-79,2; 88,7% mammographically dense) na een negatieve conventionele twee-dimensionale digitale borst tomosynthese screening-mammografie en geen additionele screening in de twaalf maanden voor inclusie. Onder 37 vrouwen die biopsie ondergingen werden benigne veranderingen gezien in 22 (59%), hoog-risico lesies in vier (11%), en BC in 11 (30%). De overall supplementele cancer detection rate (CDR) met CEM was 23,9 per 1000 patiënten (95%-bti 12,0-42,4). Alle BCs waren graad 1 of 2, ER+ HER2-, en kliernegatief. CEM-screening had hoge specificiteit (0,875; 95%-bti 0,844-0,906), hoge negatieve voorspellende waarde (0,998; 0,993-1,000), en hoge sensitiviteit (0,917; 0,760-1,000). Tijdens tenminste één jaar follow-up van alle vrouwen werd met borst-MRI één interval BC gedetecteerd vier maanden na negatieve CEM-screening.

De onderzoekers concluderen dat CEM-screening een supplementele CDR van 23,9 per 1000 leverde in vrouwen met een verhoogd BC-risico.

1.Patel BA, Carnahan MB, Northfelt D et al. Prospective study of supplemental screening with contrast-enhanced mammography in women with elevated risk of breast cancer: results of the prevalence round. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A prospective contrast-ehanced mammography study at Mayo Clinic in Arizona (Phoenix) found a supplemental cancer detection rate of 23.9 per 1,000 in women at an elevated risk of breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Locatie-specifieke therapie geleid door de 90-gen expressie-assay versus empirische chemotherapie voor CUP (0)
2024-07-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Fudan CUP-001 cancer of unknown primary site-specific therapy versus empiricial chemotherapy
Prof. Xichun Hu

Prof. Xichun Hu

Empirische chemotherapie is de standaard-behandeling voor patiënten met ongunstige cancer of unknown primary (CUP). Er zijn gen-expressie profileringsassays ontwikkeld voor het identificeren van de locatie van ontstaan van CUP, maar het klinisch profijt van deze assays is nog niet bewezen. De gerandomiseerde Fudan CUP-001 studie van Fudan Universiteit (Shanghai, China) heeft locatie-specifieke therapie op geleide van de 90-gen expressie-assay vergeleken met empirische chemotherapie onder patiënten met CUP. Prof. Xichun Hu en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1



Fudan CUP-001 includeerde patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar met niet-eerder behandelde CUP en een ECOG performance status 2 of beter, die niet in aanmerking kwamen voor lokale radicale behandeling.De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar locatie-specifieke behandeling op geleide van de 90-gen expressie-assay of naar empirische chemotherapie (taxaan-platina of gemcitabine-platina). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving.

De studie includeerde 182 patiënten (77 vrouwen en 105 mannen); beide groepen telden 91 patiënten. De meest-voorspelde weefsels van ontstaan van CUP in de locatie-specifieke behandelingsgroep waren maag-slokdarm (15%), long (13%), ovarium (12%), cervix (12%), en borst (10%). De mediane follow-up was 33,3 maanden in de locatie-specifieke behandelingsgroep en30,9 maanden in de empirische-chemotherapiegroep. De mediane PFS was 9,6 maanden in de locatie-specifieke behandelingsgroep versus 6,6 maanden in de empirische-chemotherapiegroep (HR 0,68; p=0,017). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 56% van de patiënten in de locatie-specifieke behandelingsgroep en 61% van de patiënten in de empirische-chemotherapiegroep. Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat locatie-specifiek behandeling op geleide van de 90-gen expressie-assay resulteerde in betere PFS dan emprische chemotherapie.

1.Liu X, Zhang X, Jiang S et al. Site-specific therapy guided by a 90-gene expression assay versus empirical chemotherapy in patients with cancer of unknown primary (Fudan CUP-001: a randomised controlled trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The randomized Fudan CUP-001 trial at Fudan University (Shanghai, China) found that site-specific therapy guided by the 90-gene expression assay could improve progression-free survival compared with empirical chemotherapy among patients with previously untreated cancer of unknown primary.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter placebo-gecontroleerde fase 2-studie van nanvuranlat voor eerder-behandeld gevorderd galwegcarcinoom (0)
2024-07-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  aBTC nanvuranlat
Prof. Junji Furuse

Prof. Junji Furuse

Navuranlat is een selectieve remmer van L-type amino acid transporter 1 (LAT 1). Een multicenter placebo-gecontroleerde fase 2-studie in Japan heeft nanvuranlat monotherapie geëvalueerd voor patiënten met gevorderd galwegcarcinoom (aBTC) die eerder behandeld waren met systemische chemotherapie. Prof. Junji Furuse (Kyorin Universiteit, Yokohama) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1



De studie, uitgevoerd in veertien centra in Japan, includeerde 105 patiënten, die 2:1 werden gerandomiseerd naar intraveneus nanvuranlat 25 mg/m2 (n=70) of placebo (n=35) op de eerste vijf dagen van twee-weekse cycli. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De PFS was significant langer in de nanvuranlatgroep dan in de placebogroep (HR 0,56; p=0,02). Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor 30,0% van de patiënten in de nanvuranlatgroep en 22,9% van de patiënten in de placebogroep. Er was geen statistisch significant verschil in overall survival tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met eerder-behandeld aBTC nanvuranlat vergeleken met placebo resulteerde in betere PFS met een acceptabel veiligheidsprofiel.

1.Furuse J, Ikeda M, Ueno M et al. Phase II placebo-controlled study of the effect and safety of nanvuranlat in patients with advanced biliary tract cancer previously treated by systemic chemotherapy. Clin Cancer Res 2024-0461/746716

Summary: A multicenter phase 2 trial in Japan found that among previously treated patients with advanced biliary tract cancer the LAT1 inhibitor nanvuranlat improved the PFS as compared with placebo.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

ER-gerichte PET voor initiële stadiëring en vermoeden van recidief in ER-positief mammacarcinoom (0)
2024-07-27 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ER-positive breast cancer ER-targeted PET
Dr. Gary Ulaner

Dr. Gary Ulaner

Systemische stadiëring van patiënten met mammacarcinoom (BC) is van belang voor patiënten met nieuw-gediagnostiseerd lokaal-gevorderd BC (LABC) en BC met vermoed recidief. Een fase 2-studie van het Hoag Family Cancer Institute (Irvine CA) heeft 16α-18F-fluoro-17β-estradiol positron emission tomografy computed tomography (FES PET/CT) vergeleken met standard-of-care imaging (SOC) voor stadiëring van patiënten met ER-positief LABC of vermoed recidief van ER-positief BC. Dr. Gary Ulaner en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 62 patiënten met ER-positief LABC in cohort 1 en 62 patiënten met vermoeden van recidief in cohort 2. De patiënten ondergingen zowel FES PET/CT als SOC. Als de imaging verdachte lesies te zien gaf werd biopsie uitgevoerd voor histopathologisch onderzoek om aanwezigheid (waar-positief) of afwezigheid (vals-positief) van een maligne neoplasme te bevestigen. Van de 14 waar-positieve lesies in cohort 1 detecteerde SOC 12 en FES PET/CT 11 (p>0,99). Van de 23 waar-positieve lesies in cohort 2 detecteerde SOC 16 en FES PET/CT 18 (p=0,77). In 30 patiënten met lobulaire histologie en 11 waar-positieve lesies detecteerde SOC 5 en FES PET/CT 9 (p=0,29). Er waren 6 vals-positieve bevindingen met SOC en 1 vals-positieve bevinding met FES PET/CT (p=0,13).

De onderzoekers concluderen dat FES PET/CT in deze studie geen slechtere perfomance had dan SOC imaging voor het detecteren van afstandmetastasen in patiënten met ER-positief LABC of recidieven in patiënten met ER-positief BC en vermoeden van recidief. FES PET/CT kan worden gebruikt voor beide klinische indicaties.

1.Ulaner GA, Silverstein M, Nangia C et al. ER-targeted PET for initial staging and suspected recurrence in ER-positive breast cancer. JAMA Network Open 2024;7:e2423435

Summary: A diagnostic phase 2 study at Hoag Family Cancer Institute (Irvine, CA) found no difference between FES PET/CT and current standard of care imaging for detecting distant metastases in patients with ER-positive locally advanced breast cancer or recurrences in patients with ER-positive tumors and suspected recurrence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)